nr. 63
BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 april 2008
Tijdens de regeling van werkzaamheden van woensdag 2 april 2008 stelden
de Kamerleden Irrgang en Van Gennip vragen over de situatie in Tsjaad. Hierbij
duid ik, mede namens de ministers van Buitenlandse Zaken en voor Ontwikkelingssamenwerking,
deze situatie nader en informeer ik u over de gevolgen voor de ontplooiing
en het opereren van EUFOR TCHAD/RCA.
Nadere duiding van de situatie
Op 1 april jongstleden heeft bij de grensplaats Adé in het
zuidoostelijke gedeelte van Tsjaad een kleinschalige maar hevige strijd plaatsgevonden
tussen facties behorend tot de rebellencoalitie AN (l’Alliance
Nationale) en regeringstroepen van de FAS (Forces
Armées et de la Sécurité). Bij de gevechten,
die al vroeg in de ochtend begonnen, hebben zowel de rebellen als regeringstroepen
verliezen geleden. Officiële cijfers ontbreken maar aangenomen wordt
dat aan beide kanten enkele tientallen gewonden en enkele doden zijn gevallen.
Aan het eind van de middag tekende zich een overwinning van de Tsjadische
regeringstroepen af en trokken de rebellen, die met ongeveer dertig pick-up
trucks de strijd hadden aangebonden, zich noodgedwongen terug. Na afloop stelden
partijen elkaar over en weer verantwoordelijk voor het uitbreken van de gevechten
en beschuldigde Tsjaad Soedan van betrokkenheid bij de acties van de rebellen.
Dergelijke beschuldigingen zijn vaste praktijk bij confrontaties tussen regeringstroepen
en rebellen en zijn het gevolg van diepgeworteld wantrouwen tussen de autoriteiten
van beide landen. Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen voor Soedanese betrokkenheid
bij de aanval op Adé. De situatie in de grensplaats is momenteel weer
normaal.
Gevolgen voor de ontplooiing en het opereren van EUFOR
TCHAD/RCA
De FAS hebben de aanval van de rebellen afgeslagen en de rust is voorlopig
wedergekeerd. De gevechten hebben geen gevolgen gehad voor de ontplooiing
en het opereren van EUFOR TCHAD/RCA. De EU-operatie richt zich op het creëren
van meer veiligheid en stabiliteit, in het bijzonder voor vluchtelingen, ontheemden
en burgers. De neutraliteit van EUFOR is niet in het geding geweest en evenmin
hebben zich problemen voorgedaan met betrekking tot de uitvoering van het
mandaat.
Het besluit tot Nederlandse deelname aan EUFOR TCHAD/RCA is genomen in
het besef dat de pogingen van rebellen om de president Déby gewapenderhand
te verdrijven vermoedelijk niet onmiddellijk zullen staken. Hoewel de aanval
op Adé uiteraard niet bijdraagt aan de politieke oplossing van het
conflict waarvoor de Europese Unie zich inspant, brengt deze geen wijziging
van de status quo met zich mee.
De minister van Defensie,
E. van Middelkoop