29 521 Nederlandse deelname aan vredesmissies

Nr. 375 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN, VAN DEFENSIE, VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING EN VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 februari 2019

Op 28 februari aanstaande verloopt het mandaat van de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie UNMISS in Zuid-Sudan. In deze brief wordt uw Kamer geïnformeerd over de beëindiging van deze bijdrage per 1 september 2019. Tevens maakt het kabinet van de gelegenheid gebruik u te informeren over de recente ontwikkelingen met betrekking tot het vredesproces en de humanitaire situatie in Zuid-Sudan.

Nederlandse bijdrage aan UNMISS

Nederland heeft sinds de onafhankelijkheid van Zuid-Sudan en de oprichting van UNMISS in 2011 een waardevolle bijdrage geleverd aan de missie. Deze bijdrage is sinds 2011 geleidelijk verminderd tot de huidige bijdrage van zes stafofficieren. UNMISS opereert onder complexe omstandigheden, die de missie regelmatig beperken in haar functioneren. Tegen deze achtergrond hebben de Nederlandse militairen en politiemensen een zichtbare en belangrijke bijdrage geleverd aan de effectiviteit van de missie. Vanuit de missieleiding bestaat veel waardering voor de inzet van het Nederlandse personeel, dat in de afgelopen jaren voornamelijk expertise heeft geleverd op het gebied van inlichtingen, civiel-militaire samenwerking, juridische zaken en logistiek. De bijdrage aan UNMISS is complementair geweest aan andere Nederlandse inspanningen in Zuid-Sudan op het gebied van diplomatie en ontwikkelingssamenwerking. Daarnaast heeft Nederland zich tijdens het jaar in de VN Veiligheidsraad actief ingespannen voor een verbetering van de effectiviteit van de missie.

Desalniettemin ondervindt UNMISS moeilijkheden bij de verwezenlijking van de doelstellingen uit het mandaat. De Freedom of Movement (FoM, oftewel bewegingsvrijheid) van de missie wordt ernstig belemmerd door een gebrek aan medewerking van de Zuid-Sudanese autoriteiten en oppositie. Vanwege de beperkte FoM opereert UNMISS hoofdzakelijk in de nabijheid van VN-locaties, waardoor de missie wordt beperkt in het beschermen van burgers, met name buiten de steden, en het onderzoeken van mensenrechtenschendingen. De beperkte FoM beïnvloedt niet alleen de effectiviteit van de missie, maar ook de veiligheid van het UNMISS-personeel, waaronder de Nederlandse bijdrage van zes stafofficieren. Buiten de UNMISS-locaties in Juba kan niet meer worden gegarandeerd dat de medische afvoer op adequate wijze wordt uitgevoerd en voldoet aan de voor Nederlandse militairen geldende norm (10-1-2 richtlijn1). Voor de zes stafofficieren die momenteel werkzaam zijn in Juba acht het kabinet het niet langer verantwoord om andere UNMISS-locaties buiten Juba te bezoeken. Het kabinet heeft er om bovengenoemde redenen voor gekozen om de huidige Nederlandse inzet in UNMISS per 1 september 2019 te beëindigen. Dit geeft de VN ook tijd om de functies van de Nederlandse stafofficieren te vullen. De VN is inmiddels over dit besluit geïnformeerd.

Zoals bekend is de bijdrage van Nederlandse Individual Police Officers (IPO’s) reeds sinds 2015 opgeschort omdat de VN niet in staat bleek op bepaalde locaties buiten Juba aan de medische voorwaarden te voldoen. Het mandaat van de reeds opgeschorte bijdrage van Nederlandse IPO’s wordt reeds per 1 maart 2019 beëindigd. Tot aan de beëindiging van de Nederlandse deelname aan UNMISS per 1 september 2019 zal de bijdrage bestaan uit zes stafofficieren op het hoofdkwartier van UNMISS in Juba. Het Nederlandse personeel zal zich tot de beëindiging van de deelname niet buiten Juba bewegen.

Nederland blijft samen met de VN werken aan de effectiviteit en kwaliteit van VN missies, in het kader van het actieplan van de Secretaris-Generaal, Action for Peacekeeping. Ook organiseerde Nederland een conferentie over VN-peacekeeping op 14-15 januari jl., met een focus op performance en bescherming van burgers, in voorbereiding op de ministeriële bijeenkomst op 29 maart.

Recente ontwikkelingen Zuid-Sudan en Nederlandse inzet

Ondanks de beperkingen in de Freedom of Movement waar UNMISS mee te maken heeft, zijn er ook voorzichtige positieve stappen waarneembaar met het recente vredesakkoord. Nederland blijft zich dan ook op andere manieren intensief inspannen voor de bevordering van vrede, veiligheid en opbouw van Zuid-Sudan, onder meer via diplomatieke kanalen en ontwikkelingssamenwerking.

Vredesproces en diplomatieke inzet

Op 12 september 2018 is er na veel internationale en regionale druk een hernieuwd vredesakkoord ondertekend tussen de Zuid-Sudanese president Salva Kiir, rebellenleider Riek Machar en de kleinere oppositiepartijen. Dit akkoord kwam tot stand onder auspiciën van de Intergovernmental Authority on Development (IGAD) en is gebaseerd op het vredesakkoord van 2015. Het akkoord moet tot duurzame vrede leiden en maakt een einde aan een burgeroorlog die begon in 2013 en waarin tienduizenden mensen om het leven zijn gekomen. In het akkoord is voorzien in een pre-transitie periode die duurt tot mei 2019, waarna een nieuwe overgangsregering wordt gevormd voor drie jaar. Verkiezingen moeten vervolgens plaatsvinden in 2022.

Het kabinet verwelkomt de voortdurende dialoog die gaande is tussen de Zuid-Sudanese regering en leden van de oppositie. De verschillende partijen komen onder andere samen in commissies die zijn opgericht ten behoeve van de uitvoering van afzonderlijke hoofdstukken van het vredesakkoord. Belangrijke onderwerpen als hervorming van de veiligheidssector, de integratie van de verschillende strijdende partijen in één leger en het bepalen van staatsgrenzen moeten in deze commissies worden opgelost, maar zullen zowel politiek als financieel uiterst uitdagend zijn.

Binnen de internationale gemeenschap is er scepsis over de vraag of er aan alle kanten voldoende politieke wil is om het vredesakkoord goed uit te voeren. Tegelijkertijd is er geen plan B voor Zuid-Sudan. Het is nu van belang dat de regio druk blijft uitoefenen, betrokkenheid toont ten aanzien van de implementatie en dezelfde boodschappen af blijft geven aan betrokken partijen.

Nederland blijft in samenwerking met de EU en andere partners via bilaterale contacten en verschillende gremia aandringen op het stoppen van de vijandelijkheden en het geweld, veilige en ongehinderde humanitaire toegang tot alle gebieden, meer ruimte voor het functioneren van het maatschappelijk middenveld en de media, effectieve hervormingen van de veiligheidssector, transitional justice en transparantie.

Humanitaire hulp en ontwikkelingssamenwerking

Door het jarenlange conflict hebben momenteel, van de 13 miljoen inwoners in Zuid-Sudan, 7,1 miljoen mensen humanitaire hulp nodig en zijn er nog steeds 4,2 miljoen Zuid-Sudanezen ontheemd. Hiervan worden 2,2 miljoen Zuid-Sudanezen opgevangen in een van de buurlanden en ca. 209.000 personen worden beschermd in VN-kampen door UNMISS. Zuid-Sudan kent in grootte de derde vluchtelingencrisis ter wereld. 2,7 miljoen Zuid-Sudanese kinderen gaan niet naar school. Tegelijkertijd maken alle partijen zich schuldig aan mensenrechtenschendingen, waarvan het aantal nog altijd groot is. Zuid-Sudan is voor het derde jaar achtereen het gevaarlijkste land in de wereld om humanitaire hulp te verlenen.

Ook seksueel geweld komt nog steeds regelmatig voor. De VN constateerde in de afgelopen maanden een piek van 187 gevallen. De meest schokkende hiervan is de reeks van meer dan 120 verkrachtingen die plaatsvond nabij Bentiú tussen 19 en 29 november 2018 door geüniformeerde personen. Verschillende onderzoeken zijn gestart, waaronder door UNMISS en de huidige transitieregering. Op voorstel van het Koninkrijk der Nederlanden briefte de Speciaal Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal voor seksueel geweld in conflict, Pramila Patten, de Veiligheidsraad hierover op 18 december jl. Dankzij de inzet van het Koninkrijk der Nederlanden in de VN-Veiligheidsraad kunnen plegers van seksueel geweld in Zuid-Sudan voortaan aan sancties, zoals bevriezing van tegoeden en reisbeperkingen, worden onderworpen.

Nederland doet ongeoormerkte bijdragen aan humanitaire organisaties in Zuid-Sudan en in buurlanden. Naast humanitaire hulp zet Nederland, in samenwerking met VN en andere donoren, in op het vergroten van de weerbaarheid van de Zuid-Sudanese bevolking in rustigere gebieden. Doelstelling is dat, daar waar dat kan, de bevolking geholpen wordt weer in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Daarbij richt Nederland zich vooral op rechtsstaatontwikkeling, mensenrechten, water, voedselzekerheid en het creëren van werkgelegenheid.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.A.M. Kaag

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

De 10-1-2 richtlijn schrijft voor dat een patiënt binnen tien minuten eerste hulp ontvangt, binnen een uur een arts aanwezig is en binnen twee uur chirurgische hulp kan worden verleend.

Naar boven