Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201429521 nr. 247

29 521 Nederlandse deelname aan vredesmissies

Nr. 247 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 mei 2014

In reactie op de mondelinge vraag van Kamerlid Sjoerdsma (D66), tijdens het vragenuur van 22 april jl. (Handelingen II 2013/14, nr. 78, Vragenuur, vragen Sjoerdsma), over de aanval op een VN-kamp in Zuid-Sudan heeft de Minister van Defensie toegezegd dat de Kamer per brief geïnformeerd zal worden over de stand van zaken rondom bewapening van VN-personeel in UNMISS en de stand van zaken over de discussie binnen de EU over het uitvaardigen van mogelijke persoonsgebonden sancties tegen «spoilers» van het vredesproces. Middels deze brief wordt deze toezegging gestand gedaan.

Bewapening UNMISS-personeel

Binnen UNMISS is sprake van bewapend en onbewapend personeel. De militaire eenheden en Formed Police Units dragen wapens. United Nations Police (UNPOL), de military observers, militaire liaison officieren (MLO’s) staf en civiel personeel zijn ongewapend. Het Nederlandse personeel (UNPOL, staf, MLO’s) voert zijn taken ongewapend uit. Wel zijn ter zelfbescherming van het Nederlandse personeel wapens ingevlogen. Deze worden centraal beheerd. Het is in eerste instantie aan de VN om te besluiten of wapens worden gedragen. Mocht de situatie echter daarom vragen, dan geldt dat Nederland zal overgaan op bewapening van het eigen personeel. Dit is momenteel niet het geval.

De VN is verantwoordelijk voor de veiligheid van het VN-personeel. De veiligheidssituatie wordt voortdurend gemonitord en indien nodig neemt de VN maatregelen om de veiligheid van het personeel te kunnen blijven waarborgen. Eventueel wordt het ongewapende personeel daarbij, tijdelijk, beperkt in hun bewegingsvrijheid. De VN hebben ook constante aandacht voor de vraag of het moet worden toegestaan om het in principe onbewapende personeel in de missie toch wapens te laten dragen. Naast Nederland hebben onder andere Noorwegen, Canada en Denemarken deze vraag aan de VN gesteld. Binnen de VN, zowel in het veld als in New York, vindt een constante afweging plaats, waarbij de veiligheid van het personeel leidend is.

VN-personeel wordt regelmatig aangehouden en gecontroleerd of gehinderd in hun bewegingsvrijheid door de strijdende partijen en lokale bevolking. Dit is tegen de afspraken die in de SOFA zijn gemaakt en de VN protesteren hier dan ook hevig tegen. Let wel, het dragen van wapens door het vooralsnog onbewapende VN-personeel wordt door de missieleiding nog niet gezien als een grotere garantie op veiligheid, maar eerder als risico bij confrontaties met de strijdende partijen en lokale bevolking. Vooralsnog kiezen de VN er daarom voor om zelf, en via landen die invloed hebben op de Zuid-Sudanese regering, aan te dringen op het respecteren van de status van het VN-personeel en zo hun veiligheid te waarborgen. Met het oog op de constante aandacht van de VN voor deze kwestie en de veranderende situatie op de grond, is het niet uitgesloten dat het huidige standpunt rondom bewapening van UNMISS-personeel in de toekomst zal wijzigen.

EU-sancties tegen «spoilers» van het vredesproces

Zoals reeds gesteld tijdens het vragenuur van 22 april jl. is het kabinet voorstander van het instellen van gerichte sancties tegen personen die het vredesproces in Zuid-Sudan dwarsbomen. Te denken valt aan bevriezing van tegoeden en reisbeperkingen. Mede op aandringen van Nederland bereidt EDEO momenteel een concreet voorstel voor. Sommige EU lidstaten vinden de tijd hiervoor nog niet rijp en willen het opleggen van sancties vooral laten afhangen van de inzet van beide partijen om tot een vreedzame oplossing te komen. De afgelopen weken stemmen wat dat betreft somber. Zowel de Zuid-Sudanese regeringstroepen als de rebellen schonden meermaals het staakt-het-vuren. Het etnisch geweld en de mensenrechtenschendingen duren voort. De vraag is of er voldoende politieke wil bestaat om tot een vredesakkoord te komen. Mogelijke EU-sancties zullen effectiever zijn als hiervoor steun is in de regio. EU Speciaal Vertegenwoordiger Alexander Rondos voert hierover overleg met de leden van IGAD. Vanuit de internationale gemeenschap wordt de druk op de strijdende partijen in Zuid-Sudan opgevoerd. De optie van sancties ligt in meerdere fora nu nadrukkelijk op tafel, ook in de VN Veiligheidsraad.

De VS heeft op 6 mei jl. sancties aangekondigd tegen twee Zuid-Sudanezen: rebellenleider Peter Gadet en commandant van de presidentiële garde Marial Chanuong. Het gaat om reisbeperkingen en bevriezing van tegoeden. Deze sancties zijn ingesteld op basis van de Executive Order die President Obama begin april uitvaardigde, waarmee gerichte sancties tegen personen die het vredesproces in Zuid-Sudan dwarsbomen mogelijk werden gemaakt.

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert