29 521 Nederlandse deelname aan vredesmissies

Nr. 167 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 mei 2011

Hierbij bied ik u aan, mede namens de minister van Buitenlandse Zaken, de tussentijdse evaluatie over 2010 van de zogenoemde kleinschalige missies1.

Een deel van deze missies was gericht op capaciteitsopbouw of versterking van de veiligheidssector. Andere missies waren gericht op waarneming ter ondersteuning van het politieke en veiligheidsbeleid van de betrokken internationale (veiligheids)organisaties.

Met deze missies voert Nederland actief en zichtbaar beleid op het belangrijke buitenlandpolitieke terrein van internationale stabiliteit en veiligheid. Bij een aantal missies waar de (voormalige) strijdende partijen een goede uitvoering van het mandaat traineren, kunnen vraagtekens worden geplaatst bij het effect van de missie zelf, of bij het effect van de Nederlandse bijdrage in de bestaande vorm. De Nederlandse regering blijft daar kritisch naar kijken en verlegt indien gewenst de koers. Naast het primaire effect dat de diverse Nederlandse bijdragen aan missies hebben op de internationale rechtsorde in het algemeen en de doelstellingen van de betreffende missie in het bijzonder, heeft de Nederlandse inbreng als positief bijeffect dat de Nederlandse stem gehoord wordt. Hiermee verkrijgt Nederland invloed die onder meer kan worden aangewend in de besluitvorming over deze missies in internationale fora als de VN, de EU en de NAVO.

De tussentijdse evaluatie heeft als doel te onderzoeken welke aspecten van uitzendingen kunnen worden verbeterd en daar lering uit te trekken met het oog op toekomstige missies. Naast militaire komen ook politieke aspecten aan de orde.

De minister van Defensie,

J. S. J. Hillen


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven