29 521 Nederlandse deelname aan vredesmissies

Nr. 145 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 juni 2010

In de brief van 26 april 2010 (Kamerstuk 29 521, nr. 138) hebben wij u, conform artikel 100 van de Grondwet, geïnformeerd over de deelname aan de NAVO-operatie Ocean Shield en een hernieuwde bijdrage aan de EU-operatie Atalanta ter bestrijding van piraterij voor de kust van Somalië. Vanwege een aantal nieuwe ontwikkelingen ontvangt u hierbij aanvullende informatie over de Nederlandse deelname aan de NAVO-operatie Ocean Shield. De bijdrage aan de EU-operatie Atalanta blijft ongewijzigd.

Langere deelname Ocean Shield

Om de beschikbare NAVO-middelen zo optimaal mogelijk in te zetten voor piraterijbestrijding heeft Supreme Allied Commander Europe op 24 mei 2010 bepaald dat de Standing NATO Maritime Groups (SNMG’s) vanaf december 2010 in plaats van om de vier maanden om de zes maanden zullen roteren in operatie Ocean Shield in de Golf van Aden en het Somalië Bassin. Zoals bekend voert Nederland vanaf 1 juli 2010 tot en met 30 juni 2011 het commando over de SNMG2. Het nieuwe rotatieschema betekent dat Hr. Ms. Tromp niet zoals eerder voorzien van 1 maart 2011 tot en met eind april 2011, maar van 1 maart 2011 tot en met 7 juni 2011 wordt ingezet in operatie Ocean Shield (zes maanden). Inzet in operatie Ocean Shield van de stafschepen Hr.Ms. De Zeven Provinciën en Hr.Ms. De Ruyter blijft ongewijzigd.

Inzet onderzeeboot

In de brief van 26 april jl. werd reeds kenbaar gemaakt dat de NAVO voor operatie Ocean Shield een behoefte aan onderzeebootcapaciteit heeft geformuleerd. In overleg met de NAVO heeft Nederland besloten hieraan een bijdrage te leveren. Door middel van deze aanvullende brief informeren wij u over het besluit van het kabinet om van eind september tot eind november 2010 een onderzeeboot in te zetten ten behoeve van de NAVO-operatie Ocean Shield. De onderzeeboot zal in het kader van piraterijbestrijding worden ingezet als extra waarnemingscapaciteit voor de in het gebied aanwezige eenheden. Complementair aan andere patrouillemiddelen zoals maritieme patrouillevliegtuigen en helikopters kan de onderzeeboot vanwege haar specifieke capaciteiten van grote toegevoegde waarde zijn in het omvangrijke operatiegebied. De inzet van de onderzeeboot wordt gecombineerd met een programma van gereedstelling- en trainingsactiviteiten gedurende de vaartijd van en naar het operatiegebied. Om operationele redenen worden verder geen mededelingen gedaan over de manier van opereren.

Financiën

De additionele uitgaven die gemoeid zijn met de verlenging van de inzet van Hr.Ms. Tromp aan operatie Ocean Shield in 2011, worden geraamd op € 1,8 miljoen. De additionele uitgaven die gemoeid zijn met de inzet van een onderzeeboot in de tweede helft van 2010, worden geraamd op € 2,3 miljoen. Hiervan zal € 1 miljoen in 2011 tot realisatie komen. De genoemde additionele uitgaven komen ten laste van de structurele voorziening «uitvoeren crisisbeheersingsoperaties» van de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) op de defensiebegroting.

De minister van Buitenlandse Zaken,

M. J. M. Verhagen

De minister van Defensie,

E. van Middelkoop

Naar boven