nr. 8
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 oktober 2004
Aanleiding
Conform mijn toezeggingen op het Algemeen Overleg op 23 juni jl.
met de Vaste Commissie voor Justitie zet ik in onderstaande brief mijn voornemens
uiteen ten aanzien van de vertrouwenspersoon voor kinderen van gescheiden
ouders, de voorlichting aan kinderen, ouders en professionals over de gevolgen
van scheiding en het hulpaanbod voor kinderen die kampen met scheidings- en
omgangsproblemen. Zoals ik heb aangegeven in mijn brief van 27 april
jl. (Kamerstukken II 2003/2004, 29 520, nr. 3) is de scheiding van
ouders voor kinderen een zeer aangrijpende gelegenheid. Het belang van het
kind staat voor mij hierbij op de eerste plaats. Belangrijk hierbij zijn een
alerte houding van mensen in de omgeving van het kind, een vroege signalering
van problemen en een adequate reactie waar hulp aan de orde is. In die zin
verschilt de aanpak van deze problematiek niet van de aanpak van andere problemen
waar kinderen mee te maken kunnen krijgen. Het vergt evenzeer een ketenaanpak
van preventie, vroegsignalering en tijdige hulp van lokale, provinciale en
justitiële voorzieningen.
Vertrouwenspersoon
Ik heb recent laten verkennen of er bij kinderen behoefte is aan een vertrouwenspersoon
die alleen de belangen van het kind behartigt. Deze verkenning (bijgevoegd)1 is uitgevoerd onder 21 kinderen en jongeren in de leeftijd
van 10 tot 23 jaar. Daarnaast zijn zorgcoördinatoren op school en andere
professionals geconsulteerd van onder andere het bureau jeugdzorg, het jongereninformatiepunt
en de kindertelefoon.
Uit deze verkenning blijkt dat kinderen het liefst praten met een vertrouwd
iemand wanneer er problemen zijn tussen de ouders. Daaronder verstaan zij
iemand uit het eigen sociale netwerk of de familie. Professionals menen dat
het wel goed is om kinderen een mogelijkheid te bieden om bij een
buitenstaander te rade te gaan als zij de problemen niet meer met hun ouders
of iemand uit het sociale netwerk kunnen bespreken. Zowel professionals als
kinderen vinden de school daarvoor de meest laagdrempelige plek. Daarbij zou
«de vertrouwenspersoon» niet een aparte persoon moeten zijn maar
een functie van bijvoorbeeld een mentor, counselor of maatschappelijk werker
op school. Ook komt naar voren dat een oplettende houding van de mensen in
de directe omgeving van het kind, in het bijzonder op school, van belang is,
omdat kinderen vaak lange tijd de problemen bij zichzelf houden alvorens aan
te kloppen om hulp.
Deze uitkomsten bevestigen mij in mijn beeld, dat de school een belangrijke
plaats is voor vroegsignalering van kinderen met problemen, onder andere veroorzaakt
door echtscheiding en dat kinderen op deze plek als eerste zoeken naar een
persoon buiten de huiselijke kring om hun problemen mee te bespreken. Het
gaat hierbij om tijdige signalering en om een adequate zorgstructuur, waarvoor
een goede werking van de keten rondom jeugdigen en gezinnen nodig is. Het
versterken van deze keten, en dus ook signalering en zorg voor kinderen van
gescheiden ouders, is onderdeel van de Operatie Jong.
Voorlichting over consequenties van scheiden
Over de voorlichting aan ouders en kinderen over de consequenties van
scheiden heb ik, na overleg met het ministerie van Algemene Zaken, besloten
om geen algemene publiekscampagne op te zetten maar wel de belangrijkste doelgroepen
te informeren, te weten: kinderen, ouders en professionals.
Voor kinderen is het van belang dat zij informatie kunnen vinden over
de gevolgen van de scheiding van ouders, bij wie zij terecht kunnen met hun
vragen en wat hun rechtspositie is, zo geven zij ook aan in de verkenning.
Ouders moeten over de consequenties van de scheiding voor het kind worden
voorgelicht. Zij zijn dan beter toegerust om, indien zij overwegen te gaan
scheiden, in hun afweging het belang van het kind voorop te stellen en na
te gaan welke ingrijpende gevolgen een mogelijke scheiding heeft voor het
kind. Gezamenlijk ouderschap moet het uitgangspunt zijn met de verantwoordelijkheden
en plichten die daaruit voortvloeien. Het is daarom zaak dat ouders snel goede
afspraken maken over de invulling van gezamenlijk ouderschap ná de
scheiding.
Daarnaast moet duidelijk zijn waar ouders hulp kunnen inschakelen als
zij er niet uitkomen. Ouders moeten daarom gemakkelijk toegang hebben tot
informatie over scheiding en omgangszaken. Hetzelfde geldt voor professionals.
Ik zal nagaan welke informatie er momenteel schriftelijk en via internet
beschikbaar is en welke aanvullingen hierop eventueel nodig zijn om ervoor
zorg te dragen dat voor bovenstaande doelgroepen adequate en voldoende informatie
beschikbaar komt. Ik zal met het ministerie van Justitie bezien op welke wijze
dit traject gezamenlijk kan worden vormgegeven.
Hulpaanbod scheiding en omgang in jeugdzorg
Begin juni heb ik aan het initiatief Tussen Thuis verzocht om op basis
van een vierfasenmodel (die oplopen in «ernst» vanaf het moment
dat ouders overwegen te scheiden tot aan het moment dat er strijd is over
de omgangsregeling) een overzicht te maken dat antwoord geeft op de volgende
vragen:
1. Welke hulp (informatie) hebben kinderen en ouders per fase nodig om
te zorgen dat het kind niet in de knel komt?
2. Welke hulp (informatie) is er per fase al beschikbaar en wie is waarvoor
bestuurlijk en financieel verantwoordelijk?
Doel is om door middel van dit overzicht, dat in oktober beschikbaar komt,
in overleg met het ministerie van Justitie te komen tot een samenhangende
en sluitende ketenaanpak. Daarbij denk ik aan zogenaamde modules, «hulpverleningspakketten»,
die door lokale voorzieningen en de jeugdzorg op maat geboden kunnen worden.
Deze hulp is aanvullend op activiteiten die binnen het juridisch kader van
de scheidingsprocedure geboden worden, zoals mediation. Uitgangspunt bij deze
hulp is, wat mij betreft, dat eerst goed wordt gekeken naar de eigen verantwoordelijkheid
van ouders en naar hulpmogelijkheden vanuit de omgeving van ouders en kind
voordat professionele hulp wordt geboden.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
C. I. J. M. Ross-van Dorp