29 517 Veiligheidsregio’s

Nr. 73 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 september 2013

In 2012 heb ik de Inspectie van Veiligheid en Justitie (Inspectie VenJ) verzocht om in 2013 opnieuw onderzoek te doen naar de dekkingsplannen van de brandweer. Aanleiding was het rapport «Ter Plaatse!» van de Inspectie VenJ uit 20121 waaruit bleek dat in algemene zin de regionale dekkingsplannen brandweer onvoldoende op orde waren. De resultaten van het nadere onderzoek zijn vastgelegd in het rapport «Dekkingsplannen 2013» (zie bijlage2).

De Inspectie VenJ constateert dat de veiligheidsregio’s hun dekkingsplannen brandweer beter op orde hebben dan ten tijde van het onderzoek «Ter Plaatse!». De brandrisicoprofielen en de daarop gebaseerde dekkingsplannen zijn actueler en er is inzicht in de afwijkingen op de tijdnormen uit het Besluit veiligheidsregio’s (Bvr). Alle dekkingsplannen zijn bestuurlijk vastgesteld en daarmee ook de afwijkingen op de tijdnormen uit het Bvr. Veel veiligheidsregio’s hebben daarbij gebruik gemaakt van de Handreiking «opkomsttijden registratie van

afwijkingen en motivering in dekkingsplannen», die ik samen met het Veiligheidsberaad, de brandweersector en de Inspectie VenJ heb ontwikkeld en eind 2012 aan de veiligheidsregio’s beschikbaar heb gesteld. In deze handreiking is de afwijking «per locatie» geherdefinieerd en is een pragmatisch advies opgesteld voor het inzichtelijk maken van afwijkingen in de dekkingsplannen. Vrijwel alle veiligheidsregio’s zetten ook in de komende tijd stappen om de dekkingsplannen brandweer verder op orde te brengen. Uit het rapport maak ik op dat er veel werk is verzet door de veiligheidsregio’s. De bestuurlijke discussies over brandweerzorg in de veiligheidsregio’s worden stevig gevoerd.

Het baart de Inspectie VenJ echter zorgen dat de te nemen maatregelen om afwijkende tijdnormen toe te staan in de meeste veiligheidsregio’s pas in een planningsstadium verkeren terwijl de afwijkende tijdnormen al realiteit zijn. Deze zorgen deel ik. Ik stuur er op aan dat de veiligheidsregio’s deze maatregelen voortvarend gaan operationaliseren.

De Inspectie VenJ richt drie aanbevelingen aan de veiligheidsregio’s:

  • a) Neem de te nemen maatregelen bij afwijkende tijdnormen integraal op in het dekkingsplan;

  • b) Adresseer de te nemen maatregelen bij afwijkende tijdnormen nadrukkelijk en borg deze effectief in de betreffende organisatie;

  • c) Verstrek aan alle burgers informatie over het voorkomen van brand en mogelijkheden om tijdig te worden gewaarschuwd bij brand.

Deze aanbevelingen breng ik onder de aandacht van de veiligheidsregio’s.

De Inspectie VenJ constateert tenslotte dat de aanbeveling uit het rapport «Ter Plaatse!» aan de Minister van VenJ, het Veiligheidsberaad en de veiligheidsregio’s om te komen tot een evenwichtige balans tussen preventieve en repressieve brandweerzorg tot op heden nog niet is opgevolgd. Naar aanleiding van het rapport «Ter Plaatse!» en de aanbeveling van de Inspectie VenJ om de brandweerzorg in een meer evenwichtige balans tussen preventie en repressie te beschouwen, is het onderwerp opkomsttijden onder de aandacht gebracht van de Commissie Hoekstra, die adviseert over het brede stelsel van rampenbestrijding en crisisbeheersing en de Wet veiligheidsregio’s. Het advies van deze commissie verwacht ik in het derde kwartaal van dit jaar. Mede op basis van de adviezen van deze commissie zal ik met het Veiligheidsberaad en de brandweersector in overleg treden over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan deze aanbeveling van de Inspectie VenJ. Overigens vindt hierover al volop gedachtevorming plaats.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


X Noot
1

Kamerstuk 29 517, nr. 60

X Noot
2

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven