Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201929515 nr. 434

29 515 Aanpak regeldruk en administratieve lasten

Nr. 434 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 december 2018

Meerdere malen heb ik met uw Kamer van gedachten gewisseld over de minutenregistratie in de wijkverpleging. Ik vind dit één van de belangrijkste elementen uit het actieplan (Ont)Regel de zorg, dat ik in mei 2018 samen met mijn collega-bewindspersonen aan uw Kamer heb gezonden (Kamerstuk 29 515, nr. 424). De minutenregistratie leidt tot veel onnodige administratieve lasten, minder werkplezier en verspilling van waardevolle tijd. Tijd die iedereen liever aan goede zorg besteedt.

«We moeten af van de 5-minutenregistratie. Zodat we de tijd die we kwijt zijn met registreren en declareren, kunnen besteden aan dat wat we willen doen. Waarvoor ons hart klopt, waarvoor we opgeleid zijn, waar we goed in zijn, onze passie: het verplegen en verzorgen van mensen thuis.»

Uit: «Weg met de vijfminutenregistratie», Pauline Arts (wijkverpleegkundige, 19 juni 2017

Afschaffen van minutenregistratie in de wijkverpleging

Graag informeer ik u over de afspraken die zijn gemaakt tussen wijkverpleegkundigen1, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, accountants, NZa en VWS om het jaar 2019 te gebruiken om de minutenregistratie als onnodige administratieve last voor zorgprofessionals in de wijkverpleging definitief uit te bannen. Met deze afspraken wordt een alternatieve registratiestandaard geïntroduceerd en worden (aanbieders van) wijkverpleegkundigen maximaal ondersteund om deze nieuwe registratiestandaard op korte termijn in hun organisatie in te voeren.

Per 1 januari 2019 geldt zorgplan=planning=realisatie, tenzij als alternatief voor de minutenregistratie; een registratiestandaard, die afgeleid wordt van de planning en waarbij de zorginhoud leidend is. Het gebruik van deze alternatieve registratiestandaard vraagt het nodige van aanbieders en zorgverzekeraars. Nog niet iedereen is daar klaar voor. Daar heb ik begrip voor. Een deel van de aanbieders is al in staat om begin 2019 de nieuwe registratiestandaard te gebruiken. Zij zullen hier direct mee aan de slag gaan. Overige aanbieders krijgen tot 1 januari 2020 de tijd om organisatieprocessen op orde te krijgen en de nieuwe standaard te implementeren. Aanbieders die al regelarm werken (die de minutenregistratie bijvoorbeeld hebben opgelost met een vorm van een pasjessysteem of gebruik maken van experimentele bekostiging), mogen zo blijven werken.

Wat is nodig?

Een verplichting vanuit wet- en regelgeving bestond al niet meer. Maar in de praktijk werd er onvoldoende comfort gevoeld om de minutenregistratie los te laten. Dit comfort wordt nu geboden door het aanreiken van een alternatieve registratiestandaard: zorgplan = planning = realisatie, tenzij, met een uitwerking die aangeeft wat van iedere partij wordt gevraagd. Maar we zijn er niet met het aanpassen van de regelgeving en het aanbieden van een alternatieve registratiestandaard. We moeten ervoor te zorgen dat de registratiestandaard in de praktijk ook echt gebruikt gaat worden en wijkverpleegkundigen geen regeldruk meer ervaren van minutenregistratie. Dat doen we door:

  • 1. Aangepaste regelgeving

  • 2. Een andere inrichting en helderheid over controles door verzekeraars, accountants en NZa

  • 3. Een handreiking alternatieve registratiestandaard

  • 4. Een ervaringenbox voor wijkverpleegkundigen en hun collega’s

  • 5. Een overzicht met FAQ’s voor zorgaanbieders

  • 6. Een praktijkteam VWS en NZa

  • 7. Monitoring

In de rest van deze brief zal ik de alternatieve registratiestandaard en deze stappen nader toelichten.

Zorgplan = planning = realisatie, tenzij

We kunnen de ervaren regeldruk alleen terugbrengen en daarmee de kwaliteit van zorg verhogen, als zorgprofessionals weer zorg kunnen verlenen in plaats van urenlijstjes bijhouden. Met deze alternatieve registratiestandaard gaan we terug naar het vertrouwen op het professionele handelen van zorgprofessionals. Voor het werken volgens «zorgplan=planning=realisatie, tenzij» is de zorginhoud namelijk leidend. Het gaat daarbij om informatie die de wijkverpleegkundige in het kader van goede zorgverlening sowieso al vastlegt. Voor de verslaglegging hiervan baseren we ons op de normen van de beroepsgroep. Bekostiging en declaratie op tijd blijft, maar op basis van de planning die vooraf wordt gemaakt. De wijkverpleegkundige hoeft hierdoor niet meer achteraf tot op de minuut te registeren welke zorg is geleverd. Dat scheelt veel tijd, die aan cliënten besteed kan worden.

Aan de slag

Om het werken met deze alternatieve registratiestandaard mogelijk te maken heeft de NZa de nieuwe werkwijze verwerkt in de (1) regelgeving: sinds 1 juli 2018 is de aangepaste Nadere Regel Verpleging en Verzorging gepubliceerd.

De nieuwe regelgeving gaat per 1 januari 2019 in werking, waardoor het per 1 januari mogelijk is om de alternatieve registratiestandaard te gaan gebruiken.

Het gaan gebruiken van deze nieuwe registratiestandaard vraagt het nodige van aanbieders en zorgverzekeraars. Om deze werkwijze overal in te voeren, is het nodig dat de werkwijze van zorgaanbieders en zorgverzekeraars aansluit op de alternatieve registratiestandaard. Zorgaanbieders moeten zorgen voor goede bedrijfsvoering en de interne controle daarop. Om zorgaanbieders daarin te ondersteunen bieden de accountants half december 2018 (2a) inzicht in wat een goede administratieve organisatie behelst. Zorgverzekeraars vragen in het kader van controles niet méér uit dan is afgesproken op basis van goede verslaglegging (richtlijn beroepsgroep). Zij hanteren een transparante en getrapte controlesystematiek, gericht op organisatieniveau en waarbij ruimte is voor leren en verbeteren. Deze controlesystematiek leggen zij vast in de (2b) handleiding materiële controle, die in het eerste kwartaal 2019 wordt opgeleverd. Deze controlesystematiek geldt voor gecontracteerde aanbieders. De NZa heeft deze manier van werken door verzekeraars onderschreven in een (2c) brief (zie bijlage I)2.

Maar daarmee zijn we er nog niet. Om definitief te kunnen stoppen met de minutenregistratie is het van belang dat wijkverpleegkundigen, zorgaanbieders, accountants en zorgverzekeraars stap voor stap worden meegenomen in hoe ze de alternatieve registratiestandaard in hun organisatie kunnen gebruiken. Dat begint met een (3) handreiking, waarin de registratiestandaard in detail is uitgewerkt. De handreiking legt uit hoe de registratiestandaard in de praktijk kan worden toegepast. In de handreiking staat ook een groot aantal casusvoorbeelden uit de praktijk, zodat ook in complexe situaties de handreiking kan helpen.

Casusvoorbeeld uit de handreiking

Mevrouw Jansen wordt thuis verpleegd. Ze is 40 jaar en is ernstig ziek. Mevrouw heeft borstkanker in een gevorderd stadium. Ze ligt veel op bed en is erg moe. Ze heeft onlangs nog een chemotherapiekuur gehad die lichamelijk en geestelijk erg veel van haar gevergd heeft. De dokter heeft haar twee maanden geleden verteld dat ze niet zal herstellen.

Mevrouw is geïndiceerd voor twee keer een half uur per dag thuiszorg waarin zowel persoonlijke verzorging als verpleegkundige zorg wordt geboden. De feitelijk benodigde tijd kan per dag sterk verschillen, afhankelijk van de omstandigheden, hoe zij zich voelt bijvoorbeeld voor en na de chemo en de aanwezigheid van mantelzorg. In de actuele planning van de routes wordt daarmee zoveel mogelijk rekening gehouden.

Voorheen: Bij de minutenregistratie hield de wijkverpleegkundige per zorgmoment bij hoe lang de geleverde zorg duurde.

Nu: De omstandigheden van het zorgmoment worden benoemd in de voortgangsrapportage en de planning wordt indien nodig aangepast. De wijkverpleegkundige hoeft dus niet meer per elk zorgmoment achteraf te registreren. De (gecorrigeerde) planning vormt de basis voor declaratie. Het zorgplan wordt niet aangepast, hierin zijn de onzekerheden met betrekking tot de mantelzorg en de zorg nodig na chemo al initieel opgenomen.

Wijkverpleegkundigen, aanbieders en verzekeraars kunnen daarbij tegen knelpunten aanlopen. Of er zijn nog steeds wijkverpleegkundigen die administratieve lasten ervaren van minutenregistratie. Om deze ervaringen te kunnen delen en extra ondersteuning te krijgen, richten de brancheverenigingen voor wijkverpleegkundigen, zorgaanbieders en zorgverzekeraars helpdesken in. Wijkverpleegkundigen kunnen hun ervaringen met het wel of niet schrappen van de minutenregistratie delen in een zogenaamde (4) Ervaringenbox; een helpdesk van V&VN. Ook zorgverzekeraars en zorgaanbieders kunnen bij hun brancheorganisatie terecht voor het delen van goede voorbeelden en het delen van ervaringen. Daarnaast worden voor zorgaanbieders (5) FAQ’s opgesteld die, afhankelijk van de situaties waar zorgaanbieders tegenaan lopen, worden aangevuld en komt er een online platform waar zorgaanbieders hun ervaringen kunnen delen met elkaar.

Mochten we op basis van dit inzicht in ervaringen en signalen uit de praktijk zien dat het ergens niet goed gaat, dan kan het (6) praktijkteam van VWS en NZa worden ingezet. Dit praktijkteam zal het gesprek aangaan met wijkverpleegkundigen, zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Om hen te ondersteunen bij het invoeren van de nieuwe registratiestandaard en eventuele problemen op te lossen.

Om tijdig te volgen of de minutenregistratie inderdaad na 2019 ten einde is, zullen we gedurende 2019 (7) periodiek inventariseren in hoeverre zorgaanbieders de registratiestandaard «zorgplan=planning=realisatie, tenzij» in de praktijk gebruiken, hoe het in de praktijk uitpakt voor zorgprofessionals, of het er geen verschuiving van administratieve lasten plaatsvindt, of materiële controles aansluiten op de gemaakte afspraken en wat de verdere ervaringen zijn met de invoering en toepassing.

Vertrouwen op de professional

Met het werken met deze alternatieve registratiestandaard geven we wijkverpleegkundigen hun vak weer terug. In plaats van vertrouwen op registraties gaan we over op het vertrouwen op de professionaliteit van de wijkverpleegkundige. En vertrouwen in elkaar. Om dit vertrouwen te bekrachtigen hebben Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland, ActiZ, Zorgthuisnl, Zorgverzekeraars Nederland, Nederlandse Zorgautoriteit en het Ministerie van VWS een convenant getekend (zie bijlage II)3, waarin zij zich eraan hebben verbonden dat wijkverpleegkundigen na 2019 geen administratieve lasten meer ervaren van minutenregistraties. Want alleen samen kunnen we ervoor zorgen dat we de minutenregistratie niet alleen gaan schrappen, maar er ook daadwerkelijk mee gaan kappen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Waar wijkverpleegkundigen staat, worden alle zorgprofessionals werkzaam in de wijkverpleging bedoeld.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl