Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2003-200429514 nr. 4

29 514
Modernisering noodwetgeving Verkeer en Waterstaat en Economische Zaken

nr. 4
VERSLAG

Vastgesteld 24 mei 2004

De vaste commissies voor Verkeer en Waterstaat1 en voor Economische Zaken2, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, brengen als volgt verslag uit van hun bevindingen. Onder het voorbehoud dat de regering de in dit verslag opgenomen vragen en opmerkingen afdoende beantwoordt, achten de commissies de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid. Het verslag volgt de opbouw van de memorie van toelichting en behandelt alleen die onderdelen van de memorie waarover door de genoemde fracties inbreng is geleverd.

ALGEMEEN

1. Inleiding

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel modernisering noodwetgeving Verkeer en Waterstaat en Economische Zaken en kunnen zich in grote lijnen vinden in de uitgangspunten van inhoudelijke modernisering en harmonisatie, proportionaliteit en betere afstemming van de bevoegdheden tot ingrijpen. Het wetsvoorstel zet op zinnige wijze een moderniseringsontwikkeling voort die al enige decennia loopt en in haar grondprincipes al diverse malen is besproken. Er doen zich enkele kwesties voor in de vraag wanneer noodingrepen mogelijk zijn.

De leden van de PvdA-fractie constateren dat als vitale belangen bedreigingen van de internationale rechtsorde, de nationale rechtsorde, de openbare/fysieke veiligheid en de economische veiligheid zijn aangemerkt. Deze leden vragen daarbij wanneer die dreigingen zich precies voordoen, hoe ernstig ze worden ingeschat en hoe de verantwoordelijkheids-verdeling van het tegengaan van de dreiging vervolgens is geregeld.

De leden van de VVD-fractie hebben het wetsvoorstel gelezen en hebben een aantal opmerkingen en vragen. Allereerst willen deze leden duidelijk maken dat zij de mening van de regering deelt dat de zoveel mogelijk moet worden aangesloten bij huidige structuren en dat slapende organisatie kunnen worden afgeschaft als de huidige structuren voor crisismanagement de taken in crisissituaties naar behoren uit kunnen voeren. Ook delen de leden van de VVD-fractie de mening dat ten tijde van een crisis het oplossen van problemen en het beperken van mogelijke gevolgen leidend moeten zijn en niet de oorzaak van de crisis.

2. Noodzaak tot wetswijziging

De leden van de PvdA-fractie vragen op welke wijze de opheffing en verwijdering van de «slapende organisaties» in de praktijk juridisch en organisatorisch zal worden vormgegeven.

7. Inwerkingtreding van buitengewone bevoegdheden

De leden van de PvdA-fractie vragen op welke wijze er wordt gehandeld op het moment dat er over de definitie van de «vitale belangen» die er in het geding kunnen zijn bij de inwerkingstelling van noodwetgeving tussen Kamer en verantwoordelijke bewindspersoon meningsverschillen rijzen.

8.2.1. Het alternatief voor slapende organisaties

De leden van de PvdA-fractie vragen hoe geëvalueerd zal worden of de alternatieven voor «de slapende organisaties» zoals die in de huidige praktijk in b.v. DCC's en NCC inmiddels zijn vormgegeven, ook de gewenste flexibilisering en adequate respons met zich meebrengen.

8.2.2. Systematiek en betrokkenheid van Defensie

De leden van de VVD-fractie hebben een aantal vragen over de relatie tussen de minister van Defensie en de minister van Verkeer en Waterstaat. Zo wordt gesteld dat de minister van Defensie verantwoordelijk wordt voor het uitvoeren van militaire taken indien de minister geen overeenstemming heeft bereikt met de minister van Verkeer en Waterstaat. Wat zijn deze militaire taken? Waar zijn zo omschreven? Hoe kan de minister van Verkeer en Waterstaat primair verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze taken als zij niet over dezelfde middelen (mensen, bevoegdheden, materieel, etc.) beschikt als de minister van Defensie?

8.2.3. Luchtvaartwetgeving

De leden van de VVD-fractie vragen of dieper ingegaan kan worden op de verhouding tussen de minister van Defensie en de minister van Verkeer en Waterstaat op het gebied van luchtvaart. Deze relatie is in de memorie van toelichting niet duidelijk weergegeven. De leden van de VVD-fractie willen weten waarom het noodzakelijk is dat de relatie tussen de ministers op dit terrein anders geregeld is dan op andere terreinen. Kan aangegeven worden of luchtvaartspecifieke zaken hieraan ten grondslag liggen. Welke eigenbevoegdheden ten aanzien van luchtvaart krijgt de minister van Defensie? De minister van Verkeer en Waterstaat is primair verantwoordelijk, maar indien de minister niet aan de behoeftes van Defensie kan voldoen kan de minister van Defensie dan zelf optreden? Houdt dit in dat de minister van Defensie zijn behoeftes kenbaar maakt en dat de minister van Verkeer en Waterstaat ze uit moet voeren? Zo ja, waarom is de minister van Verkeer en Waterstaat dan primair verantwoordelijk? Kan aangegeven worden of en hoe de minister van Verkeer en Waterstaat geïnformeerd en betrokken moet worden als de minister van Defensie zelf op treedt?

8.4 Kosten

De leden van de PvdA-fractie vragen wie de uiteindelijke arbiter is in het bepalen van de financiële lastenverdeling, die volgens de voorstellen in vele gevallen op «ad hoc»-basis zal plaatsvinden.

De leden van de VVD-fractie constateren dat een vergoeding van buitengewone kosten slechts in geval van een militaire taak voor rekening komt van de minister van Defensie. Deze leden vragen of dit betekent dat het Ministerie van Verkeer en Waterstaat in dergelijke gevallen gecompenseerd wordt door het Ministerie van Defensie? Kan de regering aangegeven of andere kosten in geval van een crisissituatie vergoed worden? Zo ja, door welk departement?

Artikelgewijze toelichting

Artikel 1, onderdelen A onder 1,2 en 4 en F onder 3

De leden van de VVD-fractie vragen in welke opzichten het crisismanagement voor de NS en Prorail verandert door dit wetsvoorstel. Zijn beide partijen betrokken bij het wetsvoorstel? Zo neen, waarom niet? Zo ja, wat was hun oordeel?

De voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,

Atsma

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken,

Hofstra

De griffier van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,

Roovers


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Duivesteijn (PvdA), Dijksma (PvdA), Hofstra (VVD), ondervoorzitter, Atsma (CDA), voorzitter, Van Gent (GL), Timmermans (PvdA), Van Bommel (SP), Van der Staaij (SGP), Oplaat (VVD), Geluk (VVD), Dijsselbloem (PvdA), Depla (PvdA), Van As (LPF), Mastwijk (CDA), Duyvendak (GL), Koopmans (CDA), Gerkens (SP), Bruls (CDA), Van Lith (CDA), Van der Ham (D66), Haverkamp (CDA), Boelhouwer (PvdA), Dubbelboer (PvdA), De Krom (VVD), Hermans (LPF), Dezentjé Hamming (VVD) en Van Hijum (CDA).

Plv. leden: Heemskerk (PvdA), Samsom (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Hessels (CDA), Vos (GL), Smeets (PvdA), De Ruiter (SP), Slob (CU), Aptroot (VVD), Szabó (VVD), Van Dijken (PvdA), Waalkens (PvdA), Herben (LPF), Van Winsen (CDA), Halsema (GL), Jager (CDA), Vergeer (SP), Ten Hoopen (CDA), Van Haersma Buma (CDA), Giskes (D66), De Pater-van der Meer (CDA), Van Dam (PvdA), Verdaas (PvdA), Van Beek (VVD), Van den Brink (LPF), Luchtenveld (VVD) en Buijs (CDA).

XNoot
2

Samenstelling:

Leden: Crone (PvdA), Hofstra (VVD), voorzitter, Schreijer-Pierik (CDA), ondervoorzitter, Atsma (CDA), Timmermans (PvdA), Vendrik (GL), Ten Hoopen (CDA), Slob (CU), Can den Brink (LPF), Duyvendak (GL), Kortenhorst (CDA), Hessels (CDA), Gerkens (SP), Van Velzen (SP), Varela (LPF), Algra (CDA), Van Fessem (CDA), Aptroot (VVD), Blom (PvdA), Smeets (PvdA), Douma (PvdA), De Krom (VVD), Van der Laan (D66), Heemskerk (PvdA), Van Dam (PvdA), Dezentjé Hamming (VVD) en Van Egerschot (VVD).

Plv. leden: Tichelaar (PvdA), Örgü (VVD), De Nerée tot Babberich (CDA), Van Hijum (CDA), Koenders (PvdA), Vos (GL), De Vries (CDA), Van der Vlies (SGP), Hermans (LPF), Van Gent (GL), Verburg (CDA), Van Vroonhoven-Kok (CDA), vacature SP, De Ruiter (SP), Van As (LPF), De Haan (CDA), Van Dijk (CDA), Blok (VVD), Samsom (PvdA), Van Dijken (PvdA), Van Heteren (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Giskes (D66), Tjon-A-Ten (PvdA), Waalkens (PvdA), Szabó (VVD) en Weekers (VVD).