29 509
Palliatieve zorg

nr. 15
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 mei 2006

Verdiepingsstudies palliatieve zorg

Bij brief van 21 december 20051 heb ik toegezegd u medio mei 2006 te informeren over de uitkomsten van een tweetal verdiepingsstudies, te weten:

1. een onderzoek naar de rol van de zorgkantoren en netwerken bij de realisatie van palliatieve terminale zorgvoorzieningen,

2. een onderzoek naar de financiële knelpunten in de palliatieve terminale zorg.

Deze onderzoeken zijn in mijn opdracht gestart om – in combinatie met de Monitor Palliatieve Zorg – een completer beeld te krijgen van de wijze waarop het aanbod aan Palliatieve Terminale Zorgvoorzieningen (PTZ-voorzieningen) tot stand komt én van de financiële problemen die PTZ-voorzieningen ervaren.

Het eerstgenoemde onderzoek is inmiddels afgerond. Bij deze bied ik u het rapport «De rol van zorgkantoren en netwerken bij de realisatie van palliatieve terminale zorgvoorzieningen» van het NIVEL aan.2

Kort samengevat schetst het rapport dat de diverse zorgkantoorregio’s geen uniform beleid voeren ten aanzien van de realisatie van palliatief terminale zorgvoorzieningen. Dit verschil in beleid is één van de vele factoren die van invloed zijn op de verschillen in het aantal PTZ-bedden per 100 000 inwoners en biedt daarom slechts een gedeeltelijke verklaring voor de gevonden verschillen. De geïnterviewde zorgkantoren en netwerken vinden het aanbod aan PTZ-bedden in de eigen regio voldoende, hierbij maakt het niet uit of de regio een hoog of een een laag aantal PTZ-bedden per 100 000 inwoners heeft. De onderzoekers signaleren dat een geschikt instrument om de behoefte aan PTZ-bedden te inventariseren ontbreekt.

De zorgkantoren en de netwerken palliatieve zorg zien de realisatie en planning van PTZ-voorzieningen als een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. In de praktijk loopt deze samenwerking niet altijd even soepel.

Het onderzoek naar de financiële knelpunten in de palliatieve terminale zorg is nog niet afgerond. Ik verwacht het rapport eind mei te ontvangen.

Ik zal u in de zomer het rapport over de financiële knelpunten alsmede mijn standpunt op beide rapporten toesturen.

Toelating hospices door het College bouw zorginstellingen

Bij de behandeling van de begroting van VWS op 10 november 2005 (Handelingen der Kamer II, vergaderjaar 2005–2006, nr. 20, blz 1233–1276) hebben we gesproken over hospices. Als hospices een toelating op grond van (toen nog) de Wet ziekenhuisvoorzieningen (WZV) aanvragen, ontmoeten zij problemen bij de beoordeling van hun bouwplannen door het College bouw zorginstellingen. Ik heb u toen beloofd nog eens met het College te spreken over het waarom van afwijzingen, de knelpunten te bekijken en oplossingen te vinden.

Mijn bevindingen zal ik, omdat een samenhang bestaat tussen de kwaliteit van bouwkundige voorzieningen en de financiële knelpunten, meedelen bij mijn standpunt op beide bovengenoemde rapporten.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

C. I. J. M. Ross-van Dorp


XNoot
1

Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 29 509, nr. 12.

XNoot
2

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven