29 507
Regels voor de financiële dienstverlening (Wet financiële dienstverlening)

28 122
Hervorming van het toezicht op de financiële marktsector

31 086
Wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van richtlijn markten voor financiële instrumenten (Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten)

nr. 51
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 22 februari 2008

De vaste commissie voor Financiën1 heeft op 31 januari 2008 overleg gevoerd met viceminister-president, minister Bos van Financiën over:

– de brief van de minister van Financiën d.d. 12 november 2007 inzake de reactie op het AFM-rapport «Kwaliteit advies en transparantie bij hypotheken» (28 122, nr. 24);

– de brief van de minister van Financiën d.d. 19 december 2007 inzake het nationaal regime voor tussenpersonen (MiFID) (31 086, nr. 15);

– de brief van de minister van Financiën d.d. 24 januari 2008 inzake vertraging onderzoek beleggingsverzekeringen (28 507, nr. 50).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Blanksma-van den Heuvel (CDA) is teleurgesteld over het feit dat het door de minister aangekondigde onderzoek naar beleggingsverzekeringen vertraging heeft opgelopen. Er zou veel meer tempo gemaakt moeten worden. Wie heeft op dit moment de regie over het onderzoek? Zijn er geen afspraken over de opleverdatum gemaakt met het Instituut Financieel Onderzoek (IFO)? Als dergelijke afspraken zijn gemaakt, begrijpt zij niet waarom de minister het IFO hier niet aan kan houden. Wat is er precies aan de hand en waarom duurt het allemaal zo lang? Misschien kan begin maart verder over dit onderwerp worden gesproken als de Ombudsman Financiële Dienstverlening zijn oordeel over de categoriale benadering heeft gegeven.

Uit het onderzoek Kwaliteit advies en transparantie bij hypotheken van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) blijkt dat in Nederland een crisis zoals in de Verenigde Staten niet valt te verwachten. Mevrouw Blanksma onderstreept in dit kader het belang van de door de sector zelf opgestelde Gedragscode Hypothecaire Financieringen, waarin heldere spelregels zijn neergelegd voor de hypotheekmarkt, bijvoorbeeld ten aanzien van overkreditering. Om te voorkomen dat mensen bij een stijgende rente in de problemen komen, moet overkreditering worden beteugeld. Gemiddeld mag men volgens de gedragscode 4,5 maal het bruto jaarinkomen lenen. Dat neemt niet weg dat het mogelijk is om meer te lenen onder de noemer «maatwerk». Uit het onderzoek blijkt niet wat de opvolgingsgraad is van dit onderdeel van de gedragscode. Mevrouw Blanksma heeft gehoord dat er in de praktijk ontzettend veel maatwerk wordt geleverd, waardoor de opvolgingsgraad van dit onderdeel van de gedragscode minimaal zou zijn. Heeft de minister enig zicht op de wijze waarop deze norm wordt toegepast? Deelt de minister de mening dat de regels die overkreditering moeten voorkomen, streng moeten worden toegepast? Heeft de minister voldoende instrumenten om deze regels te handhaven? Hoe pakt de sector zelf de naleving van de gedragscode op? Hoe is het toezicht van de AFM op dit onderdeel ingericht?

Het is zorgelijk dat uit het onderzoek van de AFM blijkt dat de consument in 33% van de gevallen niet weet of oversluiten wel verstandig is, dat in de helft van de gevallen niet is gecheckt of de aflossing wel passend is en dat in meer dan de helft van de gevallen niet bekend is wat de consequenties zijn als een van de partners komt te overlijden. Bovendien blijkt de gemiddelde adviseur over een zeer magere fiscale kennis te beschikken. Hopelijk ziet de sector dit zelf als een wake up call.

De Wet op het financieel toezicht (Wft) stelt duidelijke eisen aan de hypotheeksector ten aanzien van onder andere vergunningplicht, adviseursniveau, niveau van de opleidingen en permanente educatie. Toch is een adviseur blijkbaar niet in staat om zijn kennis in een goed en betrouwbaar advies om te zetten. Om dit probleem aan te pakken wil de AFM zelf masterclasses gaan organiseren voor adviesorganisaties. Bovendien is de AFM van plan om te spreken met softwareleveranciers over verbetering van de software. De minister heeft deze aanbevelingen overgenomen. Mevrouw Blanksma vindt dit echter absoluut geen taak van de AFM. Zij heeft er vertrouwen in dat de sector de geconstateerde hiaten snel en adequaat zal oppakken. Doet de sector dit niet, dan weet hij dat hem aanvullende regelgeving boven het hoofd hangt. Is de minister het met de stelling eens dat opleiding en instructie primair de taak is van de sector zelf? Is de minister bereid om de AFM op dit punt aan te spreken?

Gezien de uitkomsten van het onderzoek bepleit mevrouw Blanksma een vervolgonderzoek naar de kwaliteit van hypotheekadvies en hypotheekadviseurs. Kan dit onderzoek voor begin 2009 gepland worden? Uit het onderzoek zal moeten blijken of de sector structureel aan verbetering heeft gewerkt.

De bijleenregeling is zo complex dat marktpartijen deze niet aan consumenten kunnen uitleggen. Is de minister bereid om te bezien of de fiscale regels met betrekking tot de bijleenregeling vereenvoudigd kunnen worden?

Mevrouw Blanksma kan zich vinden in het toepassingsgebied van het nationaal regime op de Markets in Financial Instruments Directive (MiFID), want dit is niet alleen van toepassing op tussenpersonen, maar ook op kleinere beleggingsondernemingen die zich beperken tot het doorgeven van orders in effecten en deelnemingen. Haar staat echter niet helemaal scherp voor ogen wat de minister verstaat onder kleine beleggingsondernemingen. Kan de minister hierop een toelichting geven? De opleidingseisen die worden gesteld aan degenen die onder het nationaal regime vallen, moeten gelijkwaardig zijn aan de in de MiFID gestelde eisen. Het belang van de consument staat voorop. De minister zou hierover nog in overleg zijn met het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening (CDFD). Wat is de stand van zaken? Eigenlijk zou de kwaliteit van de hele dienstverlening van tussenpersonen met het CDFD besproken moeten worden. Kan de minister dit toezeggen?

De verschillende transparantieregels moeten zo snel mogelijk worden geharmoniseerd. Toepassing van drie verschillende transparantieregels, namelijk de MiFID, de modellen-De Ruiter en de adviesmatch, heeft een ondoorzichtig woud van regels opgeleverd. De consument moet helder en eenvoudig inzicht krijgen in de provisie die een tussenpersoon krijgt en de kosten die door hem worden berekend. Iedere oneigenlijke financiële prikkel moet uit het stelsel worden gehaald, zodat de consument het beste advies krijgt. Wat is op dit punt de inzet van de minister in het overleg met de sector? Wat is de stand van zaken met betrekking tot de harmonisatie van transparantieregels?

De minister overlegt op verschillende punten nog met de sector over het nationaal regime, terwijl belangrijke punten als opleiding en transparantie nog open staan. Bovendien is onduidelijk wanneer het nationaal regime van toepassing is en of er een overgangsregime nodig is. De kwaliteit en inhoud van het nationaal regime is van essentieel belang, omdat de consument recht heeft op de beste borging. Wil de minister de eindversie van het nationaal regime ruim voor de zomer nog een keer aan de Kamer voorleggen?

Mevrouw Vos (PvdA) vindt het ontzettend jammer dat het onderzoek naar beleggingsverzekeringen vertraging heeft opgelopen. Zij heeft echter liever een goed onderzoek dan een halfslachtig onderzoek.

Zij is erg geschrokken van de uitkomsten van het AFM-rapport Kwaliteit advies en transparantie bij hypotheken. Het is de vraag of de open normen werken. Daarom is het goed dat wordt gewerkt aan betere regels, betere principes en beter toezicht. Ziet de minister aanleiding om scherper op overkreditering te gaan letten?

Drie verschillende transparantieregimes komt de duidelijkheid niet ten goede. Wanneer komt er één regime? Kleinere adviseurs hebben te maken met hoge administratieve lasten, omdat zij de afgelopen jaren aan een lawine van nieuwe regels hebben moeten voldoen. Het MiFID-regime levert bovendien veel papierwerk op. Is het een idee om de AFM of de sector zelf vaker te laten controleren door middel van steekproeven en mystery clients? Dit past binnen een toezichtsregime op basis van high trust en hogere straffen. Zo’n systeem bevordert dat adviseurs zich aan de regels houden, maar beperkt de administratieve lasten.

Het is nuttig dat er in het kader van de MiFID opleidingseisen worden gesteld aan adviseurs, maar het zou beter zijn als consumenten daadwerkelijk zouden weten of zij te maken hebben met een gediplomeerd adviseur. Op dit moment stelt de AFM alleen vast welke kantoren een vergunning hebben gekregen. Is het een idee om een soort BIG-register voor financieel adviseurs op te zetten, waarin gecertificeerde adviseurs worden opgenomen?

Er zijn financieel adviseurs die best op fee basis zouden willen werken, maar soms wordt dit tegengehouden door aanbieders van financiële producten. Is het een idee om in de Wft te regelen dat aanbieders van financiële producten verplicht zijn om ook samen te werken met financieel adviseurs die op fee basis willen werken?

Consumenten moeten beter worden geïnformeerd over verzekeringen, zodat zo veel mogelijk wordt voorkomen dat zij onnodige verzekeringen krijgen aangesmeerd. Is het mogelijk om adviseurs te verplichten om consumenten beter over verzekeringen te informeren of is het mogelijk om consumenten hierover op andere wijze beter voor te lichten?

Het zou goed zijn als de minister onderzocht of de bijleenregeling kan worden vereenvoudigd. Als dat geld oplevert, dan zou mevrouw Vos graag zien dat dit werd besteed aan vermindering van de overdrachtsbelasting voor starters.

De heer Tony van Dijck (PVV) vindt het een goede zaak dat er een nationaal regime wordt geïntroduceerd voor tussenpersonen, zodat zij niet worden geconfronteerd met de zwaardere eisen die door de MiFID aan de branche worden gesteld. Moet het nationaal regime met de minder strenge regels voor met name de interne organisatie eigenlijk ook niet geïntroduceerd worden voor de kleinere beleggingsondernemingen en de vermogensbeheerders?

Waarom zijn er drie transparantieregimes, namelijk de MiFID, De Ruiter en de adviesmatch? Is er geen harmonisatie mogelijk? Volgens de minister wordt hierover met de branche gesproken, maar dat vindt de heer Van Dijck te vrijblijvend.

De effectenhypotheek en banksparen ten behoeve van pensioenopbouw of aflossing van de eigenwoningschuld vallen buiten het nationaal regime. Het is betreurenswaardig dat deze producten buiten de adviespraktijk van tussenpersonen vallen, en dus niet als alternatief kunnen worden aangedragen door tussenpersonen.

De heer Van Dijck vraagt zich met de Nederlandse vereniging van assurantieadviseurs en financiële dienstverleners (NVA) af of het AFM-onderzoek Kwaliteit advies en transparantie bij hypotheken wel representatief is. De AFM heeft een kleine steekproef gedaan van 408 cases, terwijl er in 2006 550 000 hypotheken zijn afgesloten. Dat betekent dat de steekproef betrekking heeft op minder dan 1‰ van de gevallen. Het is dan ook wat voorbarig om beleid te maken en te sturen op deze conclusies. Is de minister bereid om nader onderzoek te doen naar de aandachtspunten die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen?

Met betrekking tot de zorgplicht wordt te veel gefocust op de tussenpersoon en te weinig op verzekeraars, banken en beleggingsinstellingen, die toch een zorgplicht hebben ten aanzien van de acceptatie. Ook de financiële dienstverlener moet controleren of de tussenpersoon zijn werk goed heeft gedaan, want hij kan medeverantwoordelijk worden gesteld voor een ondeugdelijk advies.

Het is een open deur dat de AFM handhavingsmaatregelen kan opleggen als blijkt dat een instelling binnen redelijke termijn geen verbetering heeft aangebracht. De heer Van Dijck bepleit veel explicietere en strengere handhavingsregels gevolgd door duidelijke consequenties als die regels niet worden gevolgd.

De heer Irrgang (SP) vindt het alarmerend dat uit het AFM-rapport Kwaliteit advies en transparantie bij hypotheken is gebleken dat 25% van de hypotheekadviezen niet goed is. Hierbij mag niet uit het oog worden verloren dat deze adviezen betrekking hebben op een belangrijke beslissing, namelijk het kopen van een huis. Daarom is het verbazingwekkend dat de AFM sprak van een «genuanceerd beeld». De kwalificatie van de Consumentenbond, namelijk «schokkend», lijkt meer op zijn plaats te zijn. De uitkomsten van het onderzoek zijn onacceptabel en daarom zou de AFM een veel hardere lijn moeten volgen. Als regels niet worden nageleefd, dan moet de vergunning worden ingetrokken. Wat vindt de minister van de suggestie van de Consumentenbond om aan naming and shaming te gaan doen?

Er is voldoende aanleiding voor een nationaal regime voor tussenpersonen, omdat de eisen van de MiFID disproportioneel zouden kunnen uitpakken. Bovendien biedt een nationaal regime op onderdelen meer mogelijkheden om verdergaande vormen van consumentenbescherming te introduceren. Voorwaarde is wel dat de consumentenbescherming er met een nationaal regime niet op achteruit gaat. Ook moet er zoveel mogelijk sprake zijn van dezelfde regels voor consumentenbescherming ten aanzien van verschillende soorten hypotheken. Daarom pleit de heer Irrgang voor positieve harmonisatie. Als de MiFID-regels verder gaan, dan moeten deze ook van toepassing zijn op hypotheekproducten die niet onder de MiFID vallen.

De MiFID bepaalt dat provisies niet strijdig mogen zijn met de plicht om in het belang van de consument te handelen. Het Committee of European Securities Regulators (CESR) van de EU vindt het twijfelachtig of bonusprovisies, waarmee het verkopen van grote aantallen hypotheken nog eens extra wordt beloond, hiermee wel in overeenstemming zijn. Deze bonusprovisies moeten daarom worden verboden onder het nationaal regime.

Er is sprake van verschillende vormen van transparantie. De MiFID eist transparantie vooraf over de provisie die tussenpersonen krijgen bij het afsluiten van effectenhypotheken. De transparantie die de adviesmatch eist, hoeft niet altijd vooraf te worden gegeven. Bovendien gaan de transparantieregels van de adviesmatch pas 1 oktober 2009 in, terwijl de MiFID al is ingegaan. Daarom moeten de transparantieregels van de adviesmatch versneld worden doorgevoerd in het nationaal regime. Deze regels moeten ook gelden voor hypotheekvormen die niet onder de MiFID, maar wel onder het nationaal regime vallen.

Transparantie over de totale kosten, bijvoorbeeld informatie over welk deel van de inleg daadwerkelijk wordt belegd, is op basis van zelfregulering via de modellen van De Ruiter geregeld. Moet dit niet formeel worden vastgelegd in het nationaal regime?

De minister schrijft dat hij in het nationaal regime voor een vormvrije dienstverleningsovereenkomst kiest. Gaat dit niet minder ver dan een echte cliëntovereenkomst waarin de rechten en plichten van partijen zijn vastgelegd? Wat gaat de minister in het nationaal regime voor eisen stellen ten aanzien van het vastleggen van de beleggingsadviezen? Moeten de adviezen voor de hele beleggingsperiode, oplopend tot 30 jaar, of slechts voor een jaar worden vastgelegd? Wanneer moet het nationaal regime in werking treden? Krijgt de Kamer de regeling nog van tevoren te zien?

Het is teleurstellend dat het IFO-onderzoek weer vertraagd is. De minister gaf als een van de redenen van de vertraging dat er eerst draagvlak moest worden gevonden bij de verzekeraars. Op welke punten moest er precies draagvlak worden gevonden? Waarom heeft het overleg tussen onderzoekers en verzekeraars over de opzet zo veel tijd gekost? Was er direct bereidheid bij verzekeraars om alle benodigde gegevens aan te leveren die door de onderzoekers nodig werden gevonden? Van tevoren was bekend dat er sprake was van een complex onderwerp en een grote variëteit aan producten, dus dat kan moeilijk een reden zijn voor vertraging van het onderzoek.

De heer Weekers (VVD) vindt het onbestaanbaar dat de Kamer tot eind april moet wachten op het onafhankelijk feitenonderzoek naar de beleggingsverzekeringen. Wat is de oorzaak van deze vertraging?

Op verschillende momenten treden er verschillende provisietransparantieregimes in werking. Het zou dan ook verstandig zijn om, bijvoorbeeld per 1 januari 2009, tot harmonisatie over te gaan. De sector zou hier bezwaar tegen hebben, omdat met name de tussenpersonen tijd nodig hebben om hun bedrijfsactiviteiten hierop aan te passen. Naar verluidt heeft onlangs overleg plaatsgevonden tussen ambtenaren van de minister en de branche over harmonisatie van de diverse transparantieregimes. Wat is er precies met de branche afgesproken?

De heer Weekers heeft gehoord dat de MiFID, anders dan in de brief van 19 december staat, niet zou gaan gelden voor het hypothecair kredietdeel van de effectenhypotheek. Kan de minister dat bevestigen? Zo ja, bestaat hierover consensus tussen de marktpartijen, de AFM en hemzelf?

Het is begrijpelijk dat er een nationaal regime komt, omdat er anders te zware eisen zouden worden gesteld aan tussenpersonen die voor slechts een klein deel van hun dienstenpakket MiFID-plichtig zijn. Daarom is het goed dat bepaalde eisen voor deze groep tussenpersonen niet gelden of alternatief worden ingevuld. Dit moet overigens op een zodanige manier gebeuren dat de consumentenbescherming niet in het geding komt. Daarvoor is nodig dat tussenpersonen geen geld of effecten onder zich houden. In dat geval hoeven tussenpersonen geen hoog eigen vermogen aan te houden. Zij moeten echter wel beschikken over een deugdelijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Hiervoor geldt een dekking van€ 500 000 per geval en € 750 000 voor het totaal aantal schadegevallen in een jaar. Het is de vraag of een dekking van€ 750 000 per jaar wel voldoende is. Wil de minister bezien of het nodig is om dit bedrag op te schroeven?

Een andere voorwaarde om in aanmerking te komen voor het nationaal regime is dat er geen sprake is van grensoverschrijdende dienstverlening. Het is mogelijk dat ook Duitsland en België met een nationaal regime voor tussenpersonen gaan werken. Het zou jammer zijn als de grensoverschrijdende dienstverlening van tussenpersonen in de grensstreek hier last van zou hebben. Als de Europese regels zich er niet tegen verzetten en er in België en Duitsland vergelijkbare regimes zijn, dan zouden er meer mogelijkheden moeten zijn voor grensoverschrijdende dienstverlening.

De heer Weekers heeft gehoord dat de sector de lat ten aanzien van deskundigheid hoog wil leggen en dat stemt tot tevredenheid. Hoe staat het met het CDFD?

Uit het AFM-onderzoek Kwaliteit advies en transparantie bij hypotheken blijkt dat de advisering op een aantal punten significante verbetering behoeft, namelijk ten aanzien van oversluiting, fiscale impact, vermogensopbouw en overlijdensrisicoverzekering. De AFM heeft bovendien niet in alle gevallen kunnen oordelen over het advies, omdat de onderliggende stukken ontbraken. Ook dat moet anders in de toekomst. De AFM is van plan om zich zelf bezig te gaan houden met deskundigheidsbevordering. Is dit wel een taak voor de AFM? Welke budgettaire consequenties brengt dit met zich mee? Het mag bovendien niet zo zijn dat vooral de grote ondernemingen hiervan profiteren, terwijl de kleine ondernemingen maar moeten zien hoe zij aan de informatie komen.

Wordt met het nieuwe provisiestelsel bereikt dat de tussenpersonen een cultuuromslag doormaken van verkoopgericht naar klantgericht werken?

Volgens de Vereniging Eigen Huis wordt in 75% van de gevallen niet goed geadviseerd over woonlastenverzekeringen en dat is een kwalijke zaak. Wat is de reactie van de minister daarop?

De bijleenregeling moet op een aantal punten worden vereenvoudigd. Is de minister bereid om met de staatssecretaris van Financiën te overleggen over de mogelijkheid om een vast percentage voor meegefinancierde kosten te hanteren en de ongelijke behandeling van starters en doorstromers op te heffen?

Antwoord van de minister

De minister is zelf ook niet blij met de vertraging die is opgetreden bij het onderzoek naar de beleggingsverzekeringen. Hij heeft zijn uiterste best gedaan om de vertraging binnen de perken te houden. Meer kan hij echter niet doen nu de onderzoekers hebben gezegd dat zij meer tijd nodig hebben om enkele zeer ingewikkelde kwesties uit te zoeken. In de loop van het proces heeft de huiver van sommige verzekeraars om mee te werken misschien een kleine rol gespeeld. De extra benodigde tijd is echter vooral gaan zitten in het verkrijgen van eenduidigheid over definities, met name op actuarieel gebied. Dit heeft meer tijd gekost dan in eerste instantie was voorzien. Volgens het huidige tijdpad moet het onderzoek eind april worden opgeleverd. Dit tijdpad werkt op geen enkele manier vertragend of belemmerend voor het werk dat de Ombudsman Financiële Dienstverlening doet of juridische mogelijkheden voor individuele belanghebbenden. De minister is niet blij met de gang van zaken, maar heeft gedaan wat hij kon doen om ervoor te zorgen dat het rapport er zo snel mogelijk komt.

De minister meent dat de AFM en hijzelf er in hun beleidsreactie geen blijk van hebben gegeven dat zij de problemen die naar voren komen uit het AFM-rapport Kwaliteit advies en transparantie bij hypotheken, onderschatten. Voor de minister en de AFM staat vast dat ieder geval waarin een verkeerd advies wordt gegeven, er een te veel is. Bij het totaaloordeel betrekt de minister echter wel enkele andere feiten die ook uit het onderzoek naar voren kwamen. Zo blijkt uit het onderzoek bijvoorbeeld dat de branche de eigen regels op het gebied van hypotheekverstrekking relatief goed naleeft. Gezien het feit dat deze regels pas per 1 januari 2007 zijn ingegaan, is dat een hele prestatie. Bovendien is in het totale oordeel betrokken dat de informatieverstrekking aan cliënten over woonlasten en aflossing overwegend goed was. Dat neemt niet weg dat er grote behoefte aan verbetering bestaat ten aanzien van oversluiting, fiscale aspecten, vermogensopbouw en de overlijdensrisicoverzekering, omdat het in 25% van de gevallen op deze punten fout gaat. Ook partijen zelf zien het belang om de aanbevelingen op dit punt op te pakken. Ondanks de noodzaak om bepaalde punten snel te verbeteren, past al met al toch het oordeel dat de branche op een aantal andere punten goed werk heeft geleverd.

In het kader van de steekproef zijn 408 hypotheekdossiers bekeken over een periode van ruim een half jaar. Het betrof 30 vestigingen en 21 dienstverleners, waaronder aanbieders, hypotheekketens en bemiddelaars. Per vestiging zijn tussen de 5 en 50 dossiers opgevraagd. Deze dossiers hadden betrekking op verschillende soorten hypotheken. Bij het onderzoek is het hele spectrum aan dienstverlening in deze sector aan bod gekomen en in die zin is het zeker representatief. De sector herkent zich bovendien in de resultaten van het onderzoek en heeft gezegd de tekortkomingen te zullen aanpakken. Bij een steekproef doet het aantal dossiers er minder toe dan de precieze samenstelling van de steekproef. De minister is van mening dat de steekproef qua samenstelling goed in elkaar zit.

In het eerste kwartaal van 2009 zal de AFM rapporteren over de uitkomsten van nader onderzoek, zodat kan worden gecontroleerd of er vooruitgang is geboekt. De minister zal de AFM vragen om hierin nadrukkelijker aandacht te besteden aan de vraag of de normen ten aanzien van overkreditering worden gevolgd. In het voorliggende rapport staat namelijk alleen dat het in veel gevallen goed gaat.

De AFM houdt een openbaar register bij van vergunninghouders en hieruit blijkt ook van wie de vergunning wordt ingetrokken. Dit is een vorm van naming and shaming. Op het moment dat een besluit onaantastbaar is, kan de AFM bovendien op de website bekend maken aan welke dienstverleners een sanctie is opgelegd. Het is aan de AFM om, afhankelijk van de ernst van de overtreding, van deze mogelijkheden gebruik te maken. De minister zal met de AFM over dit onderwerp spreken. Hij benadrukt echter dat de toezichthouder ruimte moet hebben om te bepalen wanneer openbaarmaking van sanctieoplegging proportioneel is.

Een «BIG-register» voor financieel adviseurs zal naar verwachting een enorme verhoging van de administratieve lasten met zich meebrengen. Een dergelijk register zou ook een inbreuk vormen op de systematiek van het toezicht, dat is gericht op kantoren en instellingen. Langs een andere route zijn de gegevens over personen bovendien wel te vinden, aangezien de instellingen waar financieel adviseurs worden opgeleid en gediplomeerd registers bijhouden met betrekking tot deze personen. Het is de minister op dit moment dan ook onvoldoende duidelijk wat de toegevoegde waarde van een register op persoonsniveau is. De geringe toegevoegde waarde in combinatie met de verwachte verhoging van de regeldruk, is voor de minister reden om vooralsnog geen register op persoonsniveau op te zetten.

In het kader van masterclasses is de AFM met de markt in gesprek over de normen en de handhaving daarvan. Het grootste deel van de markt wordt gevormd door zo’n 9000 kleine en middelgrote ondernemingen. Het is dan ook erg moeilijk voor de AFM om al die ondernemingen individueel te informeren over de normen en hoe deze worden gehandhaafd. De gesprekken zijn dan ook niet gericht op de grote ondernemers, maar worden gevoerd met overkoepelende organisaties en brancheorganisaties met het doel de kleine en middelgrote ondernemingen te informeren over de normen en de wijze waarop deze worden gehandhaafd. Overigens neemt de markt ook zelf initiatieven om kennis van normen en normhandhaving te verspreiden.

Financiële dienstverleners moeten hun cliënten een «passend advies» geven. Er is bewust gekozen voor een open norm, omdat het praktisch onmogelijk is om deze norm nader toe te spitsen. Hieronder valt ook de voorlichting over nodige en onnodige verzekeringen. De minister zal proberen om dit onderwerp een plek te geven in de adviezen over bredere financiële educatie.

In het verleden heeft de AFM gebruik gemaakt van mystery shoppers in het kader van toezicht op illegale praktijken, maar niet voor het reguliere toezicht. Deze werkwijze is door de rechter getoetst en toelaatbaar geacht. De minister zal met de AFM bespreken welke mogelijkheden er zijn om bij het reguliere toezicht van deze methode gebruik te maken.

Het lijkt de minister onwerkbaar om aanbieders van financiële producten te verplichten om samen te werken met financieel adviseurs die op fee basis willen werken, omdat dit feitelijk zou betekenen dat aanbieders gedwongen kunnen worden om tegelijkertijd een heleboel verschillende systemen in de lucht te houden. Hij verwacht niet dat dit in de praktijk zal leiden tot een helderder verdeling van verantwoordelijkheden. Tot nu toe is het de lijn om aanbieders en tussenpersonen duidelijk onderscheiden verantwoordelijkheden te geven en vervolgens aan te dringen op maximale transparantie. De minister vindt dit nog steeds de beste methode.

Er dreigen inderdaad verschillende systemen van consumentenbescherming, verschillende deskundigheidsvereisten voor tussenpersonen en verschillende provisietransparantievereisten naast elkaar te ontstaan voor producten die voor de consument in de praktijk erg op elkaar lijken. Dat is onwenselijk. Vorige week heeft de sector zich bereid verklaard om er met het ministerie te streven naar een volledig geharmoniseerd stelsel van provisietransparantie per 1 januari 2009. Dit stelsel zal zowel gelden voor effectenhypotheken als voor beleggingsverzekeringshypotheken. Er is echter wel sprake van een zekere uitruil. Waar verschil bestaat tussen de adviesmatch en de MiFID, zal alles op de MiFID-leest worden geschoeid. Met betrekking tot de beleggingsverzekeringshypotheken zat de sector op een tijdpad, want deze regels zouden op basis van de adviesmatch per 1 oktober 2009 worden geïmplementeerd. Het is dan ook grote winst dat de implementatie van deze regels negen maanden naar voren kan worden gehaald, zodat deze regels eveneens per 1 januari 2009 in werking kunnen treden. De sector heeft er voorts op gewezen dat de invoering van de MiFID voor effectenhypotheken per 1 april 2008, terwijl het regime voor beleggingsverzekeringshypotheken pas per 1 januari 2009 in werking treedt, in de praktijk kan betekenen dat er overloop gaat ontstaan van het ene product naar het andere product. Daardoor is er gedurende een bepaalde periode geen sprake van een level playing field. Daarom heeft de minister besloten om het provisieregime dat betrekking heeft op het hypotheekdeel van de effectenhypotheek niet per 1 april 2008 te laten ingaan, maar ook op 1 januari 2009.

De consument zal er bij gebaat zijn als er niet te veel diversiteit wordt toegestaan ten aanzien van het deskundigheidsniveau. Daarom is de minister geneigd om het advies van het CDFD te volgen om het deskundigheidsniveau zowel bij effectenhypotheken als bij beleggingsverzekeringshypotheken van toepassing te achten op tussenpersonen.

In consultatie met marktpartijen en de toezichthouders gaat de minister verder met het juridisch vormgeven van het nationaal regime. Hij hoopt het nationaal regime op 1 april 2008 te kunnen implementeren. Hij is bereid om de eindversie tijdig naar de Kamer te sturen, zodat zij haar mening hierover kenbaar kan maken en de regeling eventueel nog kan worden aangepast. Wel wijst hij erop dat een voorhangprocedure of een volledige behandeling in de Kamer tot vertraging zal leiden. Gezien de termijnen die daarmee gemoeid zijn, zal de procedure in dat geval pas na het zomerreces kunnen worden afgerond. Een dergelijke vertraging zou de minister in het belang van de markt het liefste voorkomen. Hij wijst erop dat het nationaal regime een ministeriële regeling is, die relatief eenvoudig kan worden aangepast als dat nodig mocht blijken. De minister zal de Kamer schriftelijk informeren over eventuele toekomstige wijzigingen van deze ministeriële regeling.

Voor zover er in bankspaarproducten een effectenelement zit, vallen deze onder de MiFID en kan ook het nationaal regime van toepassing zijn.

De minister begrijpt de bezorgdheid over grensoverschrijdende dienstverlening, maar het vindt het onlogisch om het nationaal regime hierop van toepassing te laten zijn. De MiFID is er juist om grensoverschrijdende dienstverlening mogelijk te maken. Het nationaal regime dient om enkele zaken nader te definiëren die zich binnen de grenzen afspelen. Een soort hybride tussenvorm van beide stelsels zou onlogisch zijn. Op basis van een Europees paspoort zal het straks mogelijk zijn om ook in Duitsland en België een vergunning aan te vragen. Ook Duitsers en Belgen kunnen dan een vergunning in Nederland aanvragen. Op basis daarvan kan in de grensstreek grensoverschrijdend worden gehandeld. De minister zal de Kamer informeren over de eventuele nationale regimes in Duitsland en België.

Het nationaal regime verplicht tussenpersonen een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten waarbij de dekking minimaal € 500 000 per geval en € 750 000 voor alle schadegevallen per jaar moet zijn. Dit zijn dus minimumbedragen. De verhouding tussen deze bedragen is gerelateerd aan de Europese regelgeving dienaangaande. De dekkingsbedragen gelden specifiek voor dienstverlening binnen het kader van het nationaal regime. Voor andere soorten dienstverlening kunnen andere verplichtingen ten aanzien van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering gelden.

De minister definieert wat er in een dienstverleningsovereenkomst tussen intermediair en cliënt moet komen te staan. Met «vormvrij» wordt bedoeld dat er geen nadere vormvereisten worden gesteld. De inhoudelijke vereisten worden echter wel degelijk vastgelegd.

De minister zegt toe dat hij zal bekijken of er mogelijkheden zijn om de bijleenregeling te vereenvoudigen. Vereenvoudiging zal echter niet leiden tot verkrapping of verruiming van de betreffende fiscale faciliteit. De Belastingdienst heeft de bijleenregeling bij de aangifte inkomstenbelasting 2006 aangemerkt als een punt van aandacht. Deze aangifte zal naar verwachting informatie opleveren over mogelijkheden tot verbetering in de praktijk. De minister zal de staatssecretaris van Financiën vragen om de Kamer zo snel mogelijk over dit punt te informeren.

In de MiFID-richtlijn is gedefinieerd op welke instellingen het nationaal regime van toepassing mag zijn. De minister heeft dan ook weinig ruimte om hieronder andere instellingen als vermogensbeheerders en kleinere beleggingsinstellingen te laten vallen. Het nadrukkelijker aanspreken van verzekeraars op het houden van toezicht op tussenpersonen zou haaks staan op de wijze waarop de Wft is ingericht met eigen verantwoordelijkheden voor de productaanbieder en de tussenpersoon. Verzekeraars kunnen, ook vanuit commercieel oogpunt, zelf bepalen met welke tussenpersonen zij zaken doen en met welke tussenpersonen niet.

Bonusprovisies zullen in het nationaal regime niet meer aan de orde zijn.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Blanksma-van den Heuvel (CDA) verwacht dat er een algemeen overleg zal worden gepland naar aanleiding van het onderzoek van de Ombudsman Financiële Dienstverlening naar de woekerpolissen. Zij vraagt de minister om de Kamer tegen die tijd op de hoogte te stellen van de stand van zaken rond het IFO-onderzoek. Ook als er nieuwe vertragingen optreden, wil zij dat graag weten.

Het nationaal regime en de MiFID zal veel administratieve lasten en verhoging van de regeldruk met zich meebrengen. Mevrouw Blanksma zou graag zien dat de minister met de sector gaat praten over eventuele compensatiemogelijkheden. Wil de minister door Actal laten doorrekenen wat de effecten zijn van het nationaal regime voor de regeldruk?

Gelden de in de MiFID gestelde opleidingseisen ook voor tussenpersonen?

Mevrouw Vos (PvdA) vraagt of het klopt dat het punt van de overkreditering in het volgende AFM-onderzoek wordt meegenomen. In een van de transparantieregels is opgenomen dat 20% van de provisie van tussenpersonen als doorlopende provisie moet worden uitbetaald en 80% als afsluitprovisie. Is het de bedoeling dat deze verhouding per 1 januari 2009 50%–50% is?

De heer Tony van Dijck (PVV) denkt dat het een goed idee om mensen die twijfelen over de kwaliteit van een financieel advies, de mogelijkheid te geven om, desnoods betaald, een second opinion te vragen bij een onafhankelijke instantie als de Ombudsman Financiële Dienstverlening, de Consumentenbond of de AFM.

De heer Irrgang (SP) benadrukt ten aanzien van het AFM-onderzoek dat het niet alleen om de toon gaat, maar vooral om de manier waarop de minister en de AFM zich op dit onderwerp gaan opstellen. De AFM moet een ferme toezichthouder blijven. Daarom benadrukt hij dat de AFM niet te veel bij de sector op schoot moet kruipen, bijvoorbeeld door middel van masterclasses. Hij blijft het schokkend vinden dat de AFM van mening was dat er een «genuanceerd beeld» naar voren kwam uit het onderzoek.

Het is een goede zaak dat de provisietransparantie versneld wordt ingevoerd. Moet per 1 januari 2009 het precieze bedrag van de provisie vooraf aan de consument bekend worden gemaakt?

Ten aanzien van de deskundigheidsvereisten is de heer Irrgang benieuwd of de DSI-normen of de beleggen A-normen zullen worden gehanteerd.

In Nederland proberen enkele aanbieders met een vrij agressieve marktstrategie een soort subprime-hypotheken in de markt te zetten. Als de gedragscode ten aanzien van overkreditering niet goed wordt nageleefd, is het misschien verstandig om dergelijke normen vast te leggen in het nationaal regime. Wat vindt de minister daarvan?

De heer Weekers (VVD) blijft weinig gelukkig met de vertraging van het onderzoek naar de woekerpolissen, maar begrijpt dat de minister geen ijzer met handen kan breken.

Het antwoord van de minister ten aanzien van de masterclasses van het AFM stelt de heer Weekers op dit moment gerust. De AFM moet zich niet op grote schaal met masterclasses bezighouden. Als deze masterclasses echter dienen om de complexe wetgeving met name bij de kleinere kantoren onder de aandacht te brengen teneinde de handhaving te vergemakkelijken en ervoor te zorgen dat de bedrijven sneller volgens de regels kunnen werken, dan is dat een goede zaak.

De heer Weekers vraagt de minister om de Kamer vóór de ontvangst van de conceptregeling van het nationaal regime te informeren over eventuele nationale regimes in Duitsland en België.

Wanneer kan de Kamer de uitkomsten van het onderzoek naar mogelijkheden voor vereenvoudiging van de bijleenregeling verwachten?

De minister zal de Kamer tussentijds informeren over de stand van zaken met betrekking tot het IFO-onderzoek naar beleggingsverzekeringen. Hij zal de Kamer tevens informeren als zich ontwikkelingen voordoen.

In het kader van Holland Financial Centre wordt gekeken naar de regeldruk voor de sector. De minister zal bekijken of er in het kader van het nationaal regime gebruik gemaakt kan worden van de diensten van Actal.

Het kan heel zinvol zijn als een toezichthouder degenen over wie toezicht wordt gehouden, zodanig informeert dat het houden van toezicht gemakkelijker en effectiever wordt. De minister zal de AFM vragen hoe lang het masterclasstraject naar verwachting gaat duren en hoe dit traject zal worden afgebouwd. Hij zal de Kamer hierover informeren.

In het eindrapport van de AFM is het nalevingspercentage van de gedragsregels ten aanzien van overkreditering niet precies gekwantificeerd. In het nader onderzoek van de AFM dat moet verschijnen in het eerste kwartaal van 2009, zullen deze cijfers wel worden opgenomen.

Het nut van een second opinion op een financieel advies staat buiten kijf. De minister is alleen van mening dat de toezichthouder daarmee niet moet worden opgezadeld, want dat zou tot grote verwarring leiden. Hij vermoedt dat er in de markt voldoende partijen zijn om in deze behoefte te voorzien. Niets staat marktpartijen in de weg om te werken aan een reputatie als onafhankelijk adviseur en vanuit dat perspectief second opinions aan te bieden.

De minister heeft goed gehoord wat er is gezegd over de toon van de initiële AFM-reactie op het onderzoek en dat dit de indruk zou kunnen wekken dat de geconstateerde misstanden rond hypotheekadvies onvoldoende serieus worden genomen. Over de feiten bestaat naar zijn idee echter geen verschil van mening.

Per 1 januari 2009 moet de consument vooraf inzicht worden geboden in het totale bedrag aan provisies dat een tussenpersoon concreet ontvangt voor een bepaald product. Er is nog geen beslissing genomen over de wijze waarop de verhouding tussen de afsluitprovisie en de doorloopprovisie een plaats kan worden gegeven in het geharmoniseerde systeem van provisieregels. De minister staat sympathiek tegenover de verhouding van 50% afsluitprovisie en 50% doorlopende provisie. Hij zal bekijken of dit formeel moet worden opgenomen in het regime van provisieregels.

In het nationaal regime wordt de opleiding DSI Financieel Adviseur vereist. Dit niveau is gebruikelijk in de sector voor diensten die onder de MiFID komen te vallen, maar in de MiFID zelf is het niet mogelijk om opleidingseisen te specificeren. In het nationaal regime wordt dit dus nader ingevuld.

De minister vindt het te vroeg om de normen ten aanzien van overkreditering in het nationaal regime op te nemen. Zo lang er zicht blijft op goede naleving via zelfregulering, is het niet verstandig om deze regels wettelijk vast te leggen. Dat neemt niet weg dat de AFM de naleving van de gedragscode nauwgezet volgt.

De minister weet niet wanneer hij de Kamer kan informeren over mogelijkheden om de bijleenregeling te vereenvoudigen. De gegevens van de Belastingdienst zullen in ieder geval beschikbaar moeten zijn om een stap te kunnen maken. De staatssecretaris zal de Kamer op korte termijn informeren over een voorgenomen tijdpad.

De voorzitter van de vaste commissie van Financiën,

Blok

De griffier van de vaste commissie van Financiën,

Berck


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), Vendrik (GroenLinks), Blok (VVD), voorzitter, Ten Hoopen (CDA), ondervoorzitter, Weekers (VVD), Gerkens (SP), Van Haersma Buma (CDA), De Nerée tot Babberich (CDA), Dezentjé Hamming (VVD), Omtzigt (CDA), Koşer Kaya (D66), Irrgang (SP), Luijben (SP), Kalma (PvdA), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Cramer (ChristenUnie), Van der Burg (VVD), Tony van Dijck (PVV), Spekman (PvdA), Heerts (PvdA), Gesthuizen (SP), Ouwehand (PvdD), Tang (PvdA) en Vos (PvdA).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Halsema (GroenLinks), Remkes (VVD), Jonker (CDA), Aptroot (VVD), Van Gerven (SP), Jan de Vries (CDA), Van Hijum (CDA), De Krom (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Pechtold (D66), Kant (SP), Ulenbelt (SP), Van der Veen (PvdA), Anker (ChristenUnie), Nicolaï (VVD), De Roon (PVV), Van Dam (PvdA), Smeets (PvdA), Karabulut (SP), Thieme (PvdD), Heijnen (PvdA), Roefs (PvdA) en Mastwijk (CDA).

Naar boven