Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201829507 nr. 147

29 507 Regels voor de financiële dienstverlening (Wet financiële dienstverlening)

31 311 Zelfstandig ondernemerschap

Nr. 147 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 februari 2018

In het plenair debat van 31 januari jl. over de Wet transparant toezicht financiële markten (Handelingen II 2017/18, nr. 46, Debat over de Wet transparant toezicht financiële markten) heb ik toegezegd uw Kamer voor het Algemeen Overleg over de bankensector van 7 februari te informeren over de stand van zaken bij beleggingsverzekeringen en rentederivaten. Verder heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over eventuele andere dossiers die tot zorgen kunnen leiden. Daarom zal ik in deze brief ook ingaan op de potentiële problemen bij aflossingsvrije hypotheken.

Beleggingsverzekeringen

Op 19 december 2017 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de actuele stand van de nazorg voor klanten met een beleggingsverzekering.1 In deze brief heb ik aangegeven dat vanuit de overheid vooral de nadruk wordt gelegd op de nazorg voor klanten met een beleggingsverzekering, aangezien nazorg van belang is voor een toekomstgerichte verbetering van de positie van de klant.

Belangrijk onderdeel van nazorg is het activeren van klanten. Met activeren van een klant wordt bedoeld dat de klant een bewuste keuze maakt over of en hoe hij met zijn beleggingsverzekering verder wil. De plicht om te activeren is in 2015 vastgelegd in regelgeving. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft voor verschillende categorieën beleggingsverzekeringen eindcontroles gedaan en getoetst of de verzekeraars voldoen aan de vastgestelde activeringsresultaten. De eindcontroles voor de categorieën «niet opbouwend», «hypotheekgebonden» en «pensioengebonden» zijn afgerond. Voor wat betreft de laatste categorie beleggingsverzekeringen met «overige doelstellingen» dienen verzekeraars hun klanten voor 31 december 2017 te activeren en te informeren. De eindcontrole door de AFM over de nazorg in deze categorie zal naar verwachting uiterlijk in de tweede helft van 2018 uitgevoerd zijn.

Zoals toegezegd in mijn brief van 19 december 2017 zal ik uw Kamer informeren over het totaaloverzicht van de nazorg van klanten met een beleggingsverzekering, zodra de resultaten van deze laatste categorie door de AFM gevalideerd en bekend zijn.

Voor de volledigheid vindt u in onderstaande tabel de vastgestelde vereiste resultaten en termijnen voor de verschillende categorieën (niet opbouwend, hypotheekgebonden, pensioengebonden, en beleggingsverzekeringen met overige doelstellingen).

Categorie beleggingsverzekering

Vereist resultaat

Deadline

Toelichting

Niet-opbouwend

100% een oplossing bieden1

21 augustus 2015

 

Hypotheekgebonden

80% activeren

21 augustus 2015

 

100% activeren

31 december 2016

Pensioengebonden

100% activeren

31 december 2016

Alle beleggings-verzekeringen met een pensioendoelstelling, met uitzondering van de categorie hieronder.

100% informeren2

31 december 2016

Beleggingsverzekeringen gesloten op basis van een koopsom met verwachte eindwaarde lager dan € 25.000 of jaarlijkse inleg in 2013 minder dan € 1.000.

Overige doelstelling

100% activeren

31 december 2017

Beleggingsverzekeringen met een verwachte eindwaarde op 1 januari 2013 van € 40.000 of hoger of jaarlijkse inleg in 2013 van € 500 of meer.

 

100% informeren

31 december 2017

Alle beleggings-verzekeringen met een overige doelstelling, met uitzondering van de categorie hiervoor, en beleggingsverzekeringen in het kader van een levensloopregeling.

X Noot
1

Een oplossing bieden houdt meer in dan alleen activeren. Een oplossing bieden is een breder begrip. Voor dit bredere begrip is gekozen omdat de niet opbouwende polissen als het meest kwetsbaar worden gezien.

X Noot
2

Van het informeren van klanten is slechts sprake indien het proces en de informatie van een zodanige kwaliteit zijn dat de klant op basis van deze informatie tot een weloverwogen keuze kan komen.

Rentederivaten

Op 8 december jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over de voortgang met betrekking tot de herbeoordeling van rentederivaten door de banken en heb ik u de tweede voortgangsrapportage rentederivaten van de AFM aangeboden.4 Ik heb van de AFM vernomen dat twee banken inmiddels klaar zijn met de herbeoordeling van rentederivaten en dat één bank in een vergevorderd stadium is. De overige drie banken verwachten eind 2018 alle aanbodbrieven te hebben verstuurd. Voor het zomerreces informeer ik u door middel van de derde voortgangsrapportage van de AFM over de voortgang tot en met mei 2018.

Om de gevolgen van de vertraging voor MKB-ondernemingen te beperken bieden banken, op aandringen van de AFM, aan zowel kwetsbare als aan niet-kwetsbare klanten voorschotten aan. Ik vind het belangrijk dat er vol wordt ingezet op het uitkeren van ruimhartige voorschotten door de banken aan MKB-ondernemingen die langer op hun compensatie moeten wachten. Inmiddels hebben de banken voor ruim 650 miljoen euro aan voorschotten aangeboden.

Nadat ik de AFM rapportage rentederivaten eind vorig jaar met uw Kamer heb gedeeld, heb ik contact opgenomen met de betrokken banken en mijn gevoel van urgentie met hen gedeeld. Hierbij heb ik de banken opgeroepen te kijken naar mogelijkheden om het proces te stroomlijnen en te versnellen, zonder hierbij de zorgvuldigheid uit het oog te verliezen. Afronding van dit dossier zie ik als urgent en als een belangrijke stap voor de sector om vertrouwen terug te winnen.

Aflossingsvrije hypotheken

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft in haar meest recente Overzicht Financiële Stabiliteit (OFS) in oktober 2017 aandacht besteed aan de problematiek met betrekking tot het hoge aandeel aflossingsvrije hypotheken in Nederland. Uit het onderzoek van DNB blijkt dat meer dan de helft van de Nederlandse hypotheekschuld bestaat uit leningen waarop niet regulier wordt afgelost. Verder blijkt uit het OFS dat de aflossingsvrije schuld de afgelopen jaren gemiddeld met circa 2 procent per jaar daalde, mede als gevolg van vrijwillige aflossingen. De totale aflossingsvrije schuld is sinds 2013 met ruim 30 miljard euro gedaald, en bedraagt op dit moment nog circa 340 miljard euro.

Hoewel de aflossingsvrije schuld gestaag afneemt, beschikt een deel van de betreffende huishoudens mogelijk niet over voldoende financiële middelen om hun schuld voor of op de einddatum af te lossen. Het is uiteraard niet zo dat alle klanten met een aflossingsvrije hypotheek in de praktijk een probleem zullen hebben. Dit hangt onder andere af van de individuele vermogenspositie en het inkomen van de klant. Dit stelt klanten in staat de hypotheek tussentijds (gedeeltelijk) af te lossen, of op de einddatum een nieuwe hypotheek aan te gaan.

Het identificeren van mogelijke toekomstige problemen voor consumenten bij het aflopen van aflossingsvrije hypotheken vind ik een belangrijke exercitie. Ook op het Financieel Stabiliteitscomité (FSC), waar de toezichthouders, het Ministerie van Financiën en het Centraal Plan Bureau spreken over risico’s op de financiële markten, is in november 2017 over mogelijke risico’s met betrekking tot aflossingsvrije hypotheken gesproken. Het FSC heeft alle kredietverstrekkers opgeroepen een gerichte aanpak te ontwikkelen waarbij de meest risicovolle klanten met een (volledige) aflossingsvrije hypotheek in kaart worden gebracht en partijen zich inzetten om deze klanten te activeren. Het FSC verwacht dat de sector het ontwikkelen van een dergelijke aanpak voortvarend oppakt en waar mogelijk best practices opstelt. De toezichthouders zullen de voortgang hiervan monitoren.

Uw Kamer heeft om een kabinetsreactie gevraagd op het hierboven genoemde OFS rapport van DNB met betrekking tot aflossingsvrije hypotheken.5 Deze kabinetsreactie, waarin ik uitgebreider inga op de problematiek en de maatregelen die de toezichthouders en de banken voorstellen, zal ik u dit kwartaal toesturen.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra