Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201529507 nr. 127

29 507 Regels voor de financiële dienstverlening (Wet financiële dienstverlening)

Nr. 127 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 maart 2015

Bijgevoegd treft u de rapportage van de Autoriteit Financiële Markten over de stand van zaken van de nazorg beleggingsverzekeringen per eind 20141. Deze rapportage is reeds geagendeerd voor een algemeen overleg met de vaste commissie voor Financiën uit uw Kamer op 15 april aanstaande. In deze brief worden de hoofdpunten uit de rapportage weergegeven.

Verzekeraars

In oktober 2014 hebben verzekeraars, naar aanleiding van de teleurstellende resultaten per 30 juni 2014, individuele ambities afgegeven voor het vinden van een oplossing voor hun klanten met niet opbouwende beleggingsverzekeringen. Verzekeraars hebben zich destijds gecommitteerd deze ambities voor 1 januari 2015 te realiseren. In de huidige rapportage is te zien dat dertien van de zestien verzekeraars die in oktober 2014 een ambitie hebben uitgesproken, er in zijn geslaagd deze ambitie te verwezenlijken. Dit laat zien dat het met de juiste inspanningen daadwerkelijk mogelijk is om voor grote groepen kwetsbare consumenten een oplossing te vinden. Alleen het resultaat van Reaal blijft significant achter bij haar eigen ambitieniveau.

Mede gelet op de ambities van verzekeraars voor de niet opbouwende beleggingsverzekeringen, is er in oktober 2014 voor gekozen om de aanvankelijke deadline voor hypotheekgebonden beleggingsverzekeringen te verplaatsen van eind 2014 naar 30 juni 2015. Verzekeraars hadden op 30 juni 2014 zo’n 36% van hun klanten met een hypotheekgebonden beleggingsverzekering geactiveerd of hiertoe intensieve inspanningen verricht.2 Per 31 december 2014 was dit ongeveer 55%. Zeven verzekeraars hebben het streefcijfer van 80% zelfs al behaald. De AFM is positief over deze vooruitgang en verwacht van de overige verzekeraars dat zij alles op alles zullen zetten om het streefcijfer zo snel mogelijk te behalen.

Adviseurs

De tien grootste adviesorganisaties hadden op 31 december 2014 zo’n 70% van alle hypotheekgebonden beleggingsverzekeringen in hun portefeuille geactiveerd. Zeven van deze adviesorganisaties hebben zelfs het streefcijfer van 80% bereikt, ook al is de deadline hiervoor uitgesteld tot 30 juni 2015. Ook bij de 4.400 kleine(re) zelfstandig adviseurs met beleggingsverzekeringen in portefeuille, lag het gemiddelde rond 70%. De AFM is verheugd over het feit dat adviseurs ruim voor het verstrijken van de deadline zo’n groot deel van hun klanten hebben geactiveerd, of daartoe intensieve inspanningen hebben verricht.3 De AFM verwacht dat de meeste adviseurs voor het verstrijken van de deadline (meer dan) 80% van hun klanten geactiveerd kunnen hebben.

Toekomstige vereiste resultaten

Het is de afgelopen jaren lastig gebleken om marktpartijen resultaten te laten boeken ten aanzien van het activeren van klanten met beleggingsverzekeringen. Daarnaast ziet de AFM dat, hoewel de resultaten per 31 december 2014 een duidelijke verbetering laten zien ten opzichte van 30 juni 2014, er nog veel klanten zijn die nog moeten worden geactiveerd. Gelijktijdig met deze rapportage wordt bij uw Kamer een conceptbesluit voorgehangen dat verzekeraars de verplichting geeft om hun klanten met een beleggingsverzekering uit het verleden te activeren. Deze verplichting in regelgeving maakt het mogelijk om sancties op te leggen wanneer verzekeraars niet voldoen. In samenhang met deze in voorbereiding zijnde regelgeving worden de streefcijfers «vereiste resultaten».

De AFM heeft, zoals eerder aangekondigd, ook een vereist resultaat opgesteld voor pensioengebonden beleggingsverzekeringen. Er is bij de pensioengebonden beleggingsverzekeringen onderscheid gemaakt tussen drie verschillende groepen, waarbij voor elke groep andere vereisten gelden. De AFM vindt in beginsel alle klanten met een pensioengebonden beleggingsverzekering kwetsbaar.4 Deze klanten bouwen vermogen op met een product dat mogelijk minder waarde opbouwt dan waar bij het afsluiten van de beleggingsverzekering vanuit werd gegaan. De AFM erkent echter ook dat niet alle klanten even kwetsbaar zijn. Het vereiste resultaat houdt rekening met een verschil in de mate van kwetsbaarheid.

Verdere aanpak

De AFM zal opnieuw rapporteren over de stand van zaken deze zomer. Deze rapportage wordt ook aan uw Kamer aangeboden. Verder is er nog geen vereist resultaat neergelegd voor de overige beleggingsverzekeringen. Dit zijn beleggingsverzekeringen die de klant niet heeft afgesloten met als doelstelling het aflossen van de hypotheek of het opbouwen van pensioen (bijvoorbeeld een studiepolis). De AFM gaat onderzoeken op welke wijze de sector omgaat met deze beleggingsverzekeringen en op basis hiervan bepalen wat van verzekeraars verwacht wordt ten aanzien van deze overige beleggingsverzekeringen.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Onder intensieve inspanningen verstaat de AFM het meerdere keren en op meerdere momenten schriftelijk en telefonisch benaderen van de klant. In juni 2014 was ongeveer 6% van alle klanten ondanks intensieve inspanningen niet bereikt, ongeveer 17% van het aantal klanten dat onder «geactiveerd» valt.

X Noot
3

In december 2014 was ongeveer 11% van alle klanten ondanks intensieve inspanningen niet bereikt, ongeveer 16% van het aantal klanten dat onder «geactiveerd» valt.

X Noot
4

Onder pensioengebonden beleggingsverzekeringen verstaat de AFM alle beleggingsverzekeringen met als doel het opbouwen van een pensioenvoorziening.