Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201129507 nr. 102

29 507 Regels voor de financiële dienstverlening (Wet financiële dienstverlening)

Nr. 102 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 juni 2011

Conform mijn toezegging in het algemeen overleg van 20 april 2011 (kamerstuk 29 507, nr. 100) wil ik u met deze brief informeren over hoe ik mijn rol met betrekking tot de afwikkeling van de woekerpolisaffaire zal invullen. Mijn inzet is om bij te dragen aan een spoedige afwikkeling van dit slepende dossier zonder het uitgangspunt te verlaten dat dit in essentie een privaatrechtelijk geschil is.

Ik denk dat het voor consumenten vooral van belang is dat er een goed flankerend beleid wordt ontwikkeld. Dat is van belang omdat daarmee consumenten uit onzekerheid kunnen worden gehaald en ze deze problematiek kunnen afsluiten. Ik denk dat met name het kunnen overstappen op alternatieve producten, of het kunnen aanpassen van bestaande producten voor consumenten een goed zicht biedt op verbetering van het eindkapitaal. Klanten die gemakkelijk over kunnen stappen vormen bovendien een prikkel voor verzekeraars om goede producten aan te bieden. Daarmee denk ik dat een belangrijke stap wordt gezet in het wegnemen van de onrust onder consumenten over beleggingsverzekeringen.

Het onderzoek naar flankerend beleid omvat de volgende elementen:

  • 1. Het informeren van klanten over compensatie, mogelijkheden verandering te brengen in de lopende polis, dan wel over te stappen;

  • 2. Het faciliteren van advies (verstrekt door een adviseur, als de klant hier behoefte aan heeft) en het keuzeproces over compensatie, mogelijkheden verandering te brengen in de lopende polis, dan wel over te stappen;

  • 3. Het moment waarop compensatie in de polis wordt gestort, opdat klanten daarmee gemakkelijk zullen kunnen overstappen naar alternatieve producten;

  • 4. Het aanpassen van het lopende product aan huidige wensen en behoeften van de klant, bijvoorbeeld door aanpassing van risico dekkingen en wijzigingen in beleggingskeuzes;

  • 5. Het aanbieden van alternatieve producten die beter aansluiten op de individuele behoeften van de klant;

  • 6. Het wegnemen van afkoopboetes (niet zijnde reeds gemaakte normale kosten) en andere overstapbelemmeringen;

  • 7. De wijze van interne afhandeling van klachten.

Voor een deel is flankerend beleid uitgewerkt in overeenkomsten, voor een deel is in de overeenkomsten tussen de stichtingen en betreffende verzekeraars overeen gekomen dat de verzekeraar flankerend beleid zal ontwikkelen. Ik heb de toezegging van het bestuur van het Verbond van Verzekeraars dat zij hun leden zullen adviseren medewerking te verlenen aan het creëren van zo’n feitelijk overzicht.

Mijn medewerkers zullen zelf een feitelijk overzicht maken van het huidige flankerend beleid van verzekeraars. Op basis daarvan zal ik verzekeraars vragen hoe zij tot het niveau van het beste flankerende beleid gaan bewegen. Ik wil dan ook bezien of het noodzakelijk is om nog een oordeel te vragen van een onafhankelijke deskundige. Het uitzetten van dergelijk onderzoek bij een derde partij, ook de AFM, vergt hoogstwaarschijnlijk meer tijd en geld dan wenselijk is.

Ik heb ook overleg gevoerd met de AFM over een rol bij toezicht op uitvoering van de compensatieovereenkomsten. De AFM ziet daarin geen rol voor zichzelf omdat dit niet binnen haar wettelijke taak past. Het toezicht op naleving is overigens geregeld in de overeenkomsten tussen verzekeraars en de belangenorganisaties. Daarin staat dat de controle van de implementatie van de compensatieregeling wordt getoetst door de externe onafhankelijke accountant van de verzekeraar.

De minister van Financiën,

J. C. de Jager