29 502 Toekomstige ontwikkeling van de Nederlandse postsector

Nr. 56 MOTIE VAN DE LEDEN HAMER EN BRAAKHUIS

Voorgesteld 20 januari 2011

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat het advies van de heer Vreeman met betrekking tot de diverse problemen en knelpunten op de postmarkt ook een breder en groeiend probleem aansnijdt, te weten de groei van overeenkomsten van opdracht («OVO’s») aan de onderkant van de arbeidsmarkt;

constaterende, dat deze OVO's in bepaalde sectoren zeker hun nut hebben maar aan de onderkant van de arbeidsmarkt ook rechten en zekerheden voor werknemers uithollen;

overwegende, dat het gebrek aan onderhandelingsmacht bij laaggeschoolde arbeidskrachten een van de meest onwenselijke gevolgen van het gebruik van OVO's is;

overwegende, dat een arbeidscontract met pensioenopbouw, vakantiedagen en arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen voor de meeste werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt de meest wenselijke contractvorm is;

roept de regering op om, conform het advies van de heer Vreeman, de fundamentele vraag omtrent de positie van OVO's aan de onderkant van de arbeidsmarkt te beantwoorden en te komen met een helder en uitvoerbaar plan van aanpak om de OVO overal waar deze ongewenst is, uit te bannen;

roept de regering voorts op om de Kamer voor 1 april 2011 schriftelijk te informeren over de voortgang en de wijze van aanpak,

en gaat over tot de orde van de dag.

Hamer

Braakhuis

Naar boven