29 502
Toekomstige ontwikkeling van de Nederlandse postsector

nr. 20
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 september 2008

Hierbij doe ik u de door TNT opgestelde concessierapportage 2005 toekomen1.

Zoals is aangegeven bij het aanbieden van de concessierapportage 2004 (TK, 2005–2006, 29 502, nr. 11) hebben TNT en OPTA verschillende opvattingen over de toegepaste methodiek voor de bepaling van de pensioenkosten. Dit verschil in opvattingen is ondanks gesprekken met beide partijen niet veranderd. Het is echter niet aan mij om op te treden in de toezichthoudende taken van het college en hierover een oordeel te geven. Naast het punt van de pensioenkosten heeft het college geen opmerkingen over de concessierapportage 2005.

De concessierapportage 2006 zal na ontvangst van het oordeel van het college aan u worden gezonden.

Tevens doe ik u het oordeel van het college over de uitvoering door TNT van het postvestigingenplan 2007 toekomen, alsmede de begeleidende brief van het college over het oordeel1. OPTA komt tot de conclusie dat TNT met haar uitvoering van het eerdergenoemde plan voldoet aan de eisen van het Besluit Algemene Richtlijnen Post (Barp) en aan de afspraken die zijn gemaakt tussen TNT en de toenmalige Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat. Echter het college merkt wel op dat het van mening is dat het staken van de verkoop van losse postzegelwaarden door TNT op postvestigingen op gespannen voet staat met de waarborging van de universele dienst tegen enkelstukstarief.

Ik zal hierover nader spreken met het college en zonodig TNT.

De staatssecretaris van Economische Zaken,

F. Heemskerk


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven