Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2003-2004 | 29492 nr. 1;A |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2003-2004 | 29492 nr. 1;A |
Den Haag, 29 maart 2004
Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 30 maart 2004.
De wens over de voorgenomen rechtshandeling nadere inlichtingen te ontvangen kan door of namens een van beide Kamers of door ten minste vijftien leden van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de Tweede Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk 29 april 2004.
Het oordeel dat de voorgenomen rechtshandeling een voorafgaande machtiging bij de wet behoeft kan door een van beide Kamers worden uitgesproken uiterlijk op 29 april 2004 dan wel binnen veertien dagen na het verstrekken van de in de vorige volzin bedoelde inlichtingen.
Hierbij delen wij u het voornemen mee, conform artikel 34 van de Comptabiliteitswet, een stichting «Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid» (CCV) mede op te richten. De oprichting van het centrum is reeds aangekondigd in de nota «Naar een veiliger samenleving» (Kamerstukken II, 2002–2003, 28 684, nr. 1). De start van het CCV is voorzien per 1 juni 2004. De concept-statuten van deze stichting zijn opgenomen in bijlage 11 bij deze brief.
Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid zal hét centrum zijn voor private en publieke partners op het gebied van criminaliteitspreventie en veiligheid. Het centrum draagt bij aan het realiseren door deze partners van een veiliger woon- en leefomgeving en ondernemingsklimaat. Het centrum bevordert, ondersteunt en stimuleert daartoe samenwerkingsprojecten en genereert en draagt informatie, kennis en ervaring over naar actoren in het veld.
Aanleiding voor oprichting CCV
Doelstelling van het kabinet is wat betreft de objectieve veiligheid dat er vanaf 2006 een reductie van 20 tot 25 procent van criminaliteit en overlast in het vizier moet komen. Deze reductie zal in de periode 2008–2010 gerealiseerd moeten zijn. De inspanningen van de overheid zijn bij de aanvang van de regeerperiode in eerste instantie gericht op het versterken van het politie- en justitie-apparaat om criminaliteit te stoppen en te bestraffen. Tegelijkertijd is ook de noodzaak onderkend om tot een veiliger klimaat te komen, waarbij burgers en bedrijfsleven een eigen rol hebben om criminaliteit en onveiligheid te voorkomen. Om hen daarvoor de mogelijkheden en instrumenten aan te reiken, zijn er diverse organisaties actief vanuit een specifieke invalshoek. De oprichting van het CCV is ingegeven door een viertal constateringen:
1. Preventieve instrumenten tegen criminaliteit en onveiligheid worden op veel kleinere schaal toegepast dan wenselijk is gegeven de noodzaak om het criminaliteitsniveau te verlagen.
2. Er bestaat een groot aantal kleine organisaties op dit terrein, die onvoldoende efficiënt en effectief kunnen werken gezien de beperkte middelen en financiële ruimte.
3. Het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC), het publiek-privaat samenwerkingsverband dat zich richt op criminaliteit tegen het bedrijfsleven, ontbeert een effectieve uitvoeringsorganisatie.
4. Het preventie- en veiligheidsbeleid van de ministeries van BZK en Justitie is vermengd met uitvoeringsactiviteiten; scheiding van beleid en uitvoering alsmede meer aandacht voor de implementatie van instrumenten is gewenst.
In de huidige situatie zijn naast de beide departementen diverse steunpunten, stichtingen en stuurgroepen actief:
– de steunpunten Informatiepunt Lokale Veiligheid en Informatie Drugs en Veiligheid van de VNG;
– de stichting NPC bestaande uit de uitvoerende onderdelen stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit, stichting Beroepsmoraal en Misdaadpreventie, stuurgroep Overvalcriminaliteit, stuurgroep Financiële Instellingen, stuurgroep Keurmerk Veilig Ondernemen, stuurgroep Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan en stuurgroep Informatietechnologie en Criminaliteit;
– de stichting Politiekeurmerk Veilig Wonen; en
– de stichting Nationaal Centrum voor Preventie.
Deze organisaties verrichten goed en nuttig werk in de samenleving; het ontbreken van samenhang tussen de diverse instrumenten leidt echter tot verminderde effectiviteit. Bundeling is noodzakelijk. Zowel overheden (nationale, regionale en lokale) als bedrijfsleven wensen meer samenhang tussen de instrumenten en een hoger kwaliteitsniveau waardoor de toepassing van preventiemaatregelen met meer implementatiekracht kan plaatsvinden dan nu het geval is. De activiteiten van deze organisaties zullen in het CCV worden ondergebracht.
De keuze voor een privaatrechtelijke stichting vloeit voort uit het uitgangspunt dat overheden en private partners samen vanuit hun eigen verantwoordelijkheden en mogelijkheden een bijdrage leveren aan criminaliteitspreventie en veiligheid. Publieke en private partners wensen dit centrum gezamenlijk te besturen en te exploiteren. Aansluiting bij een bestaande stichting, zoals het NPC, is overwogen maar stuit op inhoudelijke bezwaren. Het NPC is exclusief gericht op het bedrijfsleven. De uitvoerende onderdelen van het NPC gaan over naar het CCV en het NPC zal zich gaan concentreren op het strategische overleg tussen overheid en bedrijfsleven. Daarvoor is geen stichtingsvorm benodigd. In de loop van 2004 zal het traject dat moet leiden tot opheffing van de stichtingsvorm voor het NPC in gang worden gezet.
Doel van het CCV is de informatie en expertise over criminaliteitspreventie en veiligheid te bundelen op één punt, waar zowel publieke als private organisaties gebruik van kunnen maken. De bovengenoemde instanties gaan allemaal op in het CCV.1
Het CCV heeft tot doel om daadwerkelijk ondersteuning en expertise (best practices) te bieden in programma's en projecten en aan netwerken op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid. Op het terrein van instrumentontwikkeling moet het CCV zorgen voor meer samenhang tussen de instrumenten, een hoger kwaliteitsniveau waardoor brede toepassing mogelijk wordt en voor innovatie bij de ontwikkeling van nieuwe instrumenten voor nieuwe (toekomstige) problemen.
Het CCV ondersteunt andere organisaties in de vervulling van hun verantwoordelijkheid op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid; het CCV neemt die verantwoordelijkheid niet over. Het CCV kan niet alles op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid organiseren en uitvoeren en moet dus prioriteiten aanbrengen in zijn jaarplan wat het jaarlijks oppakt. De eerste jaren zijn de prioriteiten uit de nota «Naar een veiliger samenleving» leidend.
Het CCV zal tevens samenwerkingsverbanden aangaan met andere organisaties die zich – deels – richten op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid zoals het Kenniscentrum Grote Steden en de Stichting Maatschappij Veiligheid en Politie.
Het centrum zal naar verwachting op 1 juni 2004 van start gaan met de volgende taken:
– Informatievergaring, -verrijking en -deling, verspreiding best practices over de aanpak (zowel publiek-privaat als publiek-publiek) van criminaliteitsproblemen en onveiligheid op lokaal niveau en in specifieke branches van het bedrijfsleven (website, publicaties, info afkomstig van b.v. de steunpunten van de VNG, uitvoerende onderdelen van het NPC waaronder de Stichting Beroepsmoraal en Misdaadpreventie);
– Signalering van trends, ontwikkelingen en knelpunten in de praktijk en agendasetting;
– Advisering over en stimulering1 van Keurmerk Veilig Ondernemen, Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan, Veiligheidseffectrapportage, aanpak van overvalcriminaliteit, toepassing van lokaal veiligheidsbeleid, aanpak van geweld en de urgente aanpak2;
– Ondersteuning en facilitering van bestaande netwerken (communicatie b.v. via nieuwsbrieven en websites; voorzien in secretariaat van bepaalde (fysieke) netwerken).
– Instrumentontwikkeling en kwaliteitsbewaking om meer samenhang te bieden.
Gefaseerd zullen andere taken, waarvoor de voorbereiding van de overgang meer tijd vergt, een plek binnen het CCV krijgen. Uiterlijk begin 2005 wordt uitbreiding met de taken voortvloeiend uit het Politiekeurmerk Veilig Wonen voorzien en uiterlijk medio 2006 met de aanpak van voertuigcriminaliteit.
Het CCV zal naast de uitvoering van zijn basistaken, zoals hierboven beschreven, specifieke werkprogramma's uitvoeren. Dat betreft bijvoorbeeld uitvoeringsgerichte activiteiten uit het «Actieplan Veilig Ondernemen» van het NPC dat op 20 januari 2004 is ondertekend door de bewindslieden van Justitie, BZK en EZ en de voorzitters van VNO-NCW, MKB-Nederland en het Verbond van Verzekeraars.
De stichting CCV heeft een Raad van Toezicht, een programma-adviesraad, een bestuurder/directeur en een bureau.
De Ministers van Justitie en van BZK benoemen de voorzitter van de Raad van Toezicht in functie, na overleg met VNG, VNO-NCW en Verbond van Verzekeraars. Dit geldt ook voor de benoeming van de bestuurder/directeur. De Raad van Toezicht bestaat verder uit vijf leden, waarbij de ministers voor twee leden een voordracht voor benoeming doen; voor de andere leden zullen voordrachten vanuit de VNG, VNO-NCW en Verbond van Verzekeraars worden gedaan. De bestuurder/directeur stelt jaarlijks de CCV-werkprogramma's en begroting vast, na goedkeuring van de Raad van Toezicht, en is belast met de dagelijkse leiding van het bureau. Bij de opstelling van het werkprogramma laat de directeur zich adviseren door de programma-adviesraad. Taak van de programma-adviesraad is te adviseren over de inhoud en ontwikkeling van de werkprogramma's. Voor het beheer en de ontwikkeling van kwaliteitssystemen, zoals het Politiekeurmerk Veilig Wonen en Keurmerk Veilig Ondernemen, zal een College van Deskundigen worden ingesteld.
In de statuten van de stichting CCV zijn besluiten genoemd die niet zonder goedkeuring van de ministers kunnen worden genomen, te weten: vaststelling van het jaarplan, waarbij de directeur de aanwijzingen van de ministers dient te volgen (artikel 17, lid 2); vaststelling van de jaarrekening (artikel 17, lid 4); statutenwijziging (artikel 19, lid 1); ontbinding van de stichting en bestemming van overschot (artikel 20, lid 1 en lid 5). Tevens hebben de ministers de mogelijkheid om onderzoek te laten verrichten naar het functioneren van de stichting (artikel 17, lid 7). Partners die substantieel bijdragen aan de financiering van het CCV verwerven hiermee vergelijkbare bevoegdheden ten einde hun financiële en maatschappelijke verantwoordelijkheid te kunnen vervullen.
De ministeries van Justitie en van BZK dragen substantieel bij in de meerjarige financiering die is gebaseerd op beleidsartikel 3.1 Preventie resp. beleidsartikel 4. Partners in veiligheid. Het CCV valt op de begroting van het Ministerie van Justitie onder operationele doelstelling 3.1.121; op de begroting van het Ministerie van BZK onder doelstelling 22. Het bedrag dat met de exploitatie van het CCV gemoeid is, bedraagt indicatief € 5 miljoen. Na oprichting van de stichting CCV zal de minister van Justitie als beheersmatig aanspreekpunt optreden; wel blijven wij beiden beleidsmatig verantwoordelijk. Het Verbond van Verzekeraars zal bijdragen in de financiering (van de activiteiten) van het CCV. De financiering zal plaatsvinden op basis van een jaarlijks opgesteld werkplan en meerjarige programma's die gericht zijn op speciale thema's of doelgroepen.
Conform artikel 96, tweede lid, van de Comptabiliteitswet is de Algemene Rekenkamer om commentaar verzocht op het voornemen3. Hiertoe is eerst op ambtelijk niveau overleg gevoerd. De Algemene Rekenkamer is van mening dat er voldoende waarborgen zullen bestaan ten aanzien van het ministeriële toezicht en het financieel beheer van de stichting. De brief4 vindt u toegevoegd als bijlage 25.
De stichting Politiekeurmerk Veilig Wonen en de stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit zullen begin 2005 reps. 2006 in het CCV opgaan; voor de overgang is vanwege de complexiteit van de inhoudelijke activiteiten meer voorbereidingstijd nodig.
Voorzien wordt hier bijvoorbeeld de uitvoering van de Stimuleringsregeling Criminaliteitspreventie 2004 van het ministerie van Justitie.
Brief van 24 december 2003 van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Kamerstukken II, 2003–2004, 28 684, nr. 21).
Een veilige samenleving door brede toepassing van (nieuwe) preventieve instrumenten of methoden op (inter)nationaal, regionaal en lokaal niveau door bestuurlijke en andere relevante partners op het gebied van criminaliteitspreventie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29492-1.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.