Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 april 2018
Bij deze wil ik uw kamer informeren over de levering van extra medicinale cannabis
aan Italië.
Achtergrond
Medicinale cannabis is sinds 2003 in Nederland via de apotheek verkrijgbaar.
Het Bureau voor Medicinale Cannabis (BMC) is als overheidsorganisatie verantwoordelijk
voor de beschikbaarheid van medicinale cannabis in Nederland. De medicinale cannabis
is van constante farmaceutische kwaliteit en voor patiënten op recept beschikbaar
in de apotheek. De medicinale cannabis wordt ook gebruikt voor wetenschappelijke doeleinden
en productontwikkeling. Ook patiënten in andere landen, zoals Finland en Duitsland,
vragen om medicinale cannabis van BMC voor behandeling van hun aandoening. Met een
importvergunning van het desbetreffende land is Nederland bereid om aan deze vraag
te voldoen. BMC heeft een interne richtlijn opgesteld voor de export van medicinale
cannabis dat beschikbaar is voor buitenlandse patiënten. Om deze export beperkt te
houden is het vaste praktijk dat per land een maximale hoeveelheid van 100 kg per
jaar kan worden geëxporteerd voor maximaal drie achtereenvolgende jaren. Daarna wordt
het land geacht een eigen productievoorziening te hebben opgezet. Er zijn verschillende
landen (Polen, Israël, Zweden, Noorwegen, Zwitserland, Finland, Australië, Denemarken,
Macedonië en Groot Brittannië) aan wie Nederland op het moment (ruim) minder dan 100
kg medicinale cannabis exporteert.
Groeiende vraag
Sinds 2006 is de vraag naar medicinale cannabis in Nederland geleidelijk toegenomen.
Het aantal Nederlandse patiënten dat medicinale cannabis op recept krijgt voorgeschreven
is toegenomen van ca. 450 in 2006 naar momenteel ca. 1.800. Ook het aantal buitenlandse
patiënten dat medicinale cannabis uit Nederland gebruikt, is in deze periode gestaag
gegroeid. De verwachting is dat het aantal patiënten de komende jaren zal blijven
groeien. Naast het gebruik door patiënten wordt medicinale cannabis in toenemende
mate gebruikt voor wetenschappelijk en klinisch onderzoek en voor de ontwikkeling
van farmaceutische producten met medicinale cannabis als grondstof. Onderzoek is gericht
op de behandeling van diverse therapeutische indicaties en op de dosering en toedieningsvorm
van medicinale cannabis die het best past voor specifieke patiëntengroepen als kinderen
met ernstige epilepsie, zoals cannabis-olie of kauwgom. Dit onderzoek leidt tot de
ontwikkeling van farmaceutische producten. De door BMC gecontracteerde teler heeft
in 2012 en 2015 besloten zijn productiecapaciteit te vergroten. De faciliteit die
daartoe gebouwd is, kan modulair in gebruik worden genomen. Uitbreiding van de productiecapaciteit
is nodig om aan de stijgende vraag voor wetenschappelijk en klinisch onderzoek en
voor de ontwikkeling van farmaceutische producten met medicinale cannabis als grondstof
te kunnen voldoen.
Verzoek uit Italië
Sinds 2011 exporteert BMC medicinale cannabis naar Italië bestemd voor Italiaanse
patiënten die medicinale cannabis van hun arts voorgeschreven hebben gekregen. Italië
heeft aangegeven nu zelf een productie faciliteit voor medicinale cannabis (Stabilimento
Chimico Farmaceutico Militare – SCFM) te hebben. Deze productiefaciliteit is nog niet
in staat om voldoende medicinale cannabis te produceren voor de Italiaanse patiënten.
De Italiaanse autoriteiten hebben mijn ambtsvoorganger in augustus 2017 het verzoek
gedaan om, totdat Italië hun patiënten zelf kan voorzien, hen te helpen door de komende
drie jaar bovenop de 100 kg medicinale cannabis, die zij jaarlijks al ontvangen, nog
eens 150 kg extra medicinale cannabis te mogen ontvangen voor het gebruik door patiënten.
Daarover heeft mijn ambtsvoorganger u in september vorig jaar geïnformeerd.
Recentelijk heeft Italië gevraagd om bovenop de 150 kg medicinale cannabis die hen
vorig jaar is toegezegd nog eens 150 kg extra zouden willen ontvangen in 2018 en 2019.
Italië gaat er nog steeds vanuit dat zij over twee tot drie jaar voldoende medicinale
cannabis produceren voor hun eigen patiënten. Naast de 100 kg die Italië al jaarlijks
ontvangt betreft het verzoek aan Nederland derhalve de levering van 300 kg extra dus
een totale levering van 400 kg per jaar voor 2018 en 2019.
De overcapaciteit die op het moment aanwezig is bij de Nederlandse teler kan worden
ingezet om aan het verzoek dat Italië aan Nederland heeft gedaan te voldoen. Levering
aan Italië heeft geen budgettaire gevolgen, omdat extra kosten worden gedekt met de
inkomsten uit de toegenomen afzet.
In overleg met BMC heb ik besloten om dit verzoek van Italië in te willigen en daarmee
van de vaste praktijk af te wijken, zoals ik eerder op verzoek van Duitsland ook heb
gedaan. Daarover heeft mijn ambtsvoorganger u geïnformeerd op 2 december 2016 (Kamerstuk
29 477, nr. 400).
Ik hoop u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd.
De Minister voor Medische Zorg,
B.J. Bruins