Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 mei 2014
U heeft mij gevraagd om te reageren op een artikel uit de Telegraaf van 19 maart 2014,
getiteld: «Generieke middelen zonder noodzaak uit schap geweerd, goedkoop medicijn
wordt loer gedraaid». In dit artikel wordt de suggestie gewekt dat IGZ onderscheid
maakt tussen generieke geneesmiddelen en merkgeneesmiddelen. Ik geef u hieronder graag
mijn reactie.
Mede omdat bij eerdere inspecties van Ranbaxy al getwijfeld werd of Ranbaxy zich voldoende
hield aan de eisen van Good Manufacturing Practice (GMP) van geneesmiddelen, heeft
de IGZ zich op 24 januari 2014 aangesloten bij het importverbod dat de Amerikaanse
toezichthouder FDA afkondigde voor de fabriek van Ranbaxy in Toansa, India. In tegenstelling
tot wat de Telegraaf beweert, hebben alarmerende berichten van apothekers bij het
besluit van de IGZ geen rol gespeeld.
Omdat de FDA geen aanleiding zag om te veronderstellen dat geneesmiddelen met grondstoffen
uit de fabriek in Toansa onveilig zijn, hanteerde de FDA de lijn dat geneesmiddelen
die al in de VS in handel waren, gewoon konden worden verkocht.
Die situatie geldt vanaf 24 januari 2014 ook voor Nederland. Omdat geen sprake is
van directe risico’s voor de gezondheid van patiënten die deze geneesmiddelen gebruiken,
geldt alleen een importverbod, maar worden producten niet uit de schappen gehaald.
Immers, het niet op orde hebben van de kwaliteitssystemen van de firma is niet hetzelfde
als onveilige geneesmiddelen produceren en verkopen.
De IGZ heeft de maatregel van de FDA overgenomen om daarmee een zwaarwegend signaal
af te geven richting de betreffende fabriek om de kwaliteitssystemen op orde te brengen.
Dit signaal was in lijn met de overwegingen van het European Medicines Agency.
De IGZ wist bij aanvang van het verbod dat de grondstoffen in sommige geneesmiddelen
van Ranbaxy waren verwerkt, maar ook in geneesmiddelen van andere fabrikanten. Bij
het importverbod is nooit onderscheid gemaakt tussen producten van fabrikant Ranbaxy
met grondstoffen uit Toansa en producten van andere farmaceutische bedrijven die zijn
bereid met grondstoffen uit Toansa.
Omdat de producten die reeds in Nederland in de handel waren, veilig gebruikt konden
worden, is besloten om geen lijst te publiceren met geneesmiddelen met grondstoffen
uit de Ranbaxyfabriek in Toansa. Informatie over de samenstelling van geneesmiddelen
bevindt zich in het registratiedossier en is bedrijfsgevoelige informatie. Er was
geen sprake van een risico voor de volksgezondheid die openbaarmaking van deze bedrijfsgevoelige
informatie zou rechtvaardigen.
Zo’n lijst zou bovendien kunnen gaan werken als een «zwarte lijst» waardoor acuut
tekorten zouden kunnen ontstaan, met alle risico’s voor de volksgezondheid van dien,
terwijl er met de betreffende producten niets mis was. In tegenstelling tot wat de
Telegraaf beweert, zou juist de publicatie van zo’n lijst de generieke producenten
kunnen benadelen, omdat dan een run op vervangende producten van fabrikanten van merkgeneesmiddelen
zou kunnen ontstaan.
De IGZ heeft na het nemen van de maatregel regelmatig contact gehad met koepels van
zorgverleners, waaronder de koepel van apothekers (KNMP), en heeft steeds aangegeven
dat de betreffende producten gewoon aan patiënten kunnen worden afgeleverd. De Telegraaf
beweerde dat apothekers toch producten van Ranbaxy uit de schappen haalden om deze
om te ruilen voor merkpillen. Voor zover dat is gebeurd, kan ik niet beoordelen waarom
apothekers dat deden. Ik kan slechts vaststellen dat daarvoor vanuit het oogpunt van
veiligheid en betrouwbaarheid van de betreffende geneesmiddelen geen reden bestond
of bestaat.
Dat in de berichtgeving telkens de naam Ranbaxy verscheen, komt omdat de grondstoffenfabriek
in Toansa van Ranbaxy is. Daarbij is door de IGZ, bijvoorbeeld in haar Q and A’s op
de website, steeds aangegeven dat de grondstoffen uit Toansa ook in andere geneesmiddelen
zijn gebruikt. Dat de IGZ er veel belang aan hechtte om Ranbaxy niet nodeloos zwaar
te treffen blijkt ook uit het feit dat op verzoek van de importeur van Ranbaxy expliciet
alleen de twee producten van Ranbaxy zijn genoemd waarin wel grondstoffen uit Toansa
waren verwerkt. Ook pleegde de IGZ een interventie richting het Nederlands Huisartsen
Genootschap. Deze koepel adviseerde zijn leden op enig moment om op een recept «geen
Ranbaxy» te vermelden. Door tussenkomst van IGZ heeft de NHG dit advies weer ingetrokken.
Begin maart is de betreffende fabriek van Ranbaxy opnieuw geïnspecteerd in opdracht
van de Europese registratieautoriteit EMA, om in Europees verband op basis van eigen
bevindingen conclusies te kunnen trekken. Ik ben momenteel in afwachting van de conclusies
van dit inspectiebezoek. Zo snel als de inspectieresultaten het toelaten zal worden
overgegaan tot opheffen van het importverbod.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers