29 476 (R 1754)
Wijziging van de Schepenwet in verband met de totstandkoming van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid en de invoering van een nieuwe regeling van tuchtrechtspraak voor de zeescheepvaart

nr. 2
VOORSTEL VAN RIJKSWET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de totstandkoming van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid en de invoering van een nieuwe regeling van tuchtrecht voor de zeescheepvaart wenselijk is de Raad voor de Scheepvaart op te heffen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Schepenwet wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Aan het slot van de begripsbepaling «vissersvaartuig» wordt de puntkomma vervangen door een punt.

2. De begripsbepaling «scheepsramp» en de hiervan gegeven omschrijving vervalt.

B

In artikel 9, tweede lid, tweede volzin, wordt de zinsnede «Hij zal telkenmale na volbrachte reis, dan wel periodiek of na het verlaten van het schip,» vervangen door: Hij zal op eerste vordering.

C

De artikelen 18 tot en met 22 worden vervangen door:

Artikel 18

1. Tegen een besluit van een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie kan een belanghebbende administratief beroep instellen bij Onze Minister.

2. Onze Minister kan bepalen dat het beroep de werking schorst van het besluit waartegen het is gericht.

Artikel 19

1. In afwijking van artikel 18 kan degene die door een besluit van een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie in de Nederlandse Antillen rechtstreeks in zijn belang is getroffen, met uitzondering van een besluit tot het aanhouden van een schip op grond van artikel 16, vierde lid, daartegen beroep instellen bij de voorzitter van de Commissie van Onderzoek in de Nederlandse Antillen.

2. Het beroep wordt binnen zes weken na het besluit schriftelijk, telegrafisch of per telefax ingediend en bevat ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht, en de gronden van het beroep.

3. Alvorens een beslissing op het beroep te nemen raadpleegt de voorzitter van de Commissie van Onderzoek de ter zake meest geschikte leden van de Commissie, die noch rechtstreeks, noch zijdelings belang bij de beslissing hebben.

4. De voorzitter kan bepalen dat het beroep de werking schorst van het besluit waartegen het is gericht.

5. De voorzitter maakt zijn beslissing op het beroep schriftelijk bekend door toezending of uitreiking aan degenen tot wie zij is gericht. De beslissing berust op een deugdelijke motivering. De motivering wordt vermeld bij de bekendmaking van de beslissing.

Artikel 20

1. In afwijking van artikel 18 kan degene die door een besluit van een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie in Aruba rechtstreeks in zijn belang is getroffen, met uitzondering van een besluit tot het aanhouden van een schip op grond van artikel 16, vierde lid, het hoofd van de Scheepvaartinspectie in Aruba verzoeken dit besluit in heroverweging te nemen.

2. Het verzoek wordt binnen zes weken na het besluit schriftelijk, telegrafisch of per telefax aanhangig gemaakt door indiening van een bezwaarschrift bij het hoofd van de Scheepvaartinspectie in Aruba en bevat ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt, en de gronden waarop het bezwaar rust.

3. Het bezwaarschrift wordt behandeld volgens de bezwaarschriftprocedure in hoofdstuk II van de Landsverordening administratieve rechtspraak.

4. De indiener van het bezwaarschrift kan aan het Gerecht in Eerste Aanleg verzoeken het besluit waartegen het bezwaar zich richt, te schorsen op grond dat de uitvoering daarvan voor de indiener een onevenredig nadeel met zich mee zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering te dienen belang.

5. Degene die door de beslissing van het hoofd van de Scheepvaartinspectie op het bezwaarschrift rechtstreeks in zijn belang is getroffen, kan daartegen beroep instellen bij het Gerecht in Eerste Aanleg. Dit beroep wordt behandeld volgens de beroepschriftprocedure in hoofdstuk III van de Landsverordening administratieve rechtspraak.

D

De artikelen 23, 27, vierde lid, 29, derde tot en met vijfde lid, 30 en 32, tweede en derde lid, alsmede de hoofdstukken IV, paragrafen 2 en 3, en V vervallen.

E

De aanduiding en het opschrift van hoofdstuk III, de artikelen 24 tot en met 26bis, de aanduiding en het opschrift van hoofdstuk IV en van paragraaf 1 van dat hoofdstuk, alsmede de artikelen 27, eerste tot en met derde lid, 28, 29, eerste en tweede lid, 31, 32, eerste lid, en 33 vervallen.

F

In artikel 56 vervalt de zinsnede «39, eerste lid,».

G

In artikel 56 vervalt de zinsnede «28, vierde lid, 32, eerste lid, tweede volzin,».

H

Artikel 70 vervalt.

ARTIKEL II

1. Beroepen, ingesteld op grond van artikel 18 van de Schepenwet, waarin voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, nog geen uitspraak is gedaan, worden afgehandeld door de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart of, indien het beroep een beslissing van een ambtenaar in de Nederlandse Antillen of Aruba betreft, door de voorzitter van de Commissie van Onderzoek.

2. Ten aanzien van beroepen als bedoeld in het eerste lid blijven de bij of krachtens de artikelen 18 tot en met 22 van de Schepenwet gestelde regels, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van kracht.

ARTIKEL III

1. Onderzoeken naar de oorzaken van plaats gehad hebbende scheepsrampen, die door de Raad voor de Scheepvaart zijn ingesteld maar nog niet zijn afgesloten voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen D en F, worden door de Raad voor de Scheepvaart afgehandeld, tenzij de voorzitter van de Raad nog geen zittingsdatum voor het onderzoek heeft vastgesteld, in welk geval het onderzoek verder als een onderzoek naar een voorval waarbij een zeeschip is betrokken, door de Onderzoeksraad voor veiligheid wordt behandeld.

2. Ten aanzien van door de Raad voor de Scheepvaart af te handelen onderzoeken blijven de bij en krachtens de hoofdstukken III, IV en V en de artikelen 56 en 70 van de Schepenwet gestelde regels, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen D en F, van kracht.

ARTIKEL IV

Deze rijkswet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan en voor de landen van het Koninkrijk verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Naar boven