Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2003-200429474 nr. 2

29 474
Wijziging van de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet, de Postwet en de Telecommunicatiewet houdende een verruiming van de bestaande delegatiegrondslagen, zodat de EG-besluiten op het terrein van energie, post en telecommunicatie in een kortere tijdsspanne kunnen worden geïmplementeerd; met behoud van het primaat van de politiek, omdat de Staten-Generaal in een zo vroeg mogelijk stadium zullen worden betrokken bij de totstandkoming van die EG-besluiten, alsmede bij de keuzes die de lidstaten op grond van die besluiten kunnen maken (Wet totstandkoming en implementatie EG-besluiten op het terrein van de energie, post en telecommunicatie)

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet, de Postwet en de Telecommunicatiewet gewijzigd moeten worden omdat het noodzakelijk is dat EG-besluiten op het terrein van de energie, post en telecommunicatie in een kortere tijdsspanne geïmplementeerd kunnen worden, alsmede dat het noodzakelijk is dat de betrokkenheid van de Staten-Generaal verschuift naar de totstandkomingsfase van die EG-besluiten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Elektriciteitswet 1998 wordt als volgt gewijzigd:

A

1. In artikel 1, onderdeel m, wordt «richtlijn: richtlijn» vervangen door: richtlijn nr. 96/92/EG: richtlijn.

2. In de wet wordt, met uitzondering van artikel 1, «richtlijn» telkens vervangen door: richtlijn nr. 96/92/EG.

B

Na artikel 1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1a

1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. elektriciteitsrichtlijn of -verordening: richtlijn, onderscheidenlijk verordening, van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie die geheel of gedeeltelijk berust op de artikelen 47, 52, 55, 95 of 175 van het EG-Verdrag, betrekking heeft op de elektriciteitssector en regels stelt over de economische activiteiten in die sector, de belangen van afnemers, geschilbeslechting, de infrastructuur, de interne markt, de kwaliteit, de handel, de mededinging, de voorzieningszekerheid, het milieu, technische eisen of het verschaffen van informatie;

b. gedelegeerde richtlijn, verordening of beschikking: richtlijn, verordening, onderscheidenlijk beschikking, van de Commissie van de Europese Gemeenschappen die berust op een elektriciteitsrichtlijn of -verordening;

c. liberalisatierichtlijn: richtlijn van de Commissie van de Europese Gemeenschappen die berust op artikel 86, derde lid, van het EG-Verdrag en regels stelt met betrekking tot de elektriciteitssector.

2. In deze wet wordt onder «wet» mede verstaan: een krachtens artikel 84, vijfde lid, onderdeel b, aangewezen voorschrift uit een elektriciteitsverordening of een gedelegeerde verordening.

C

Artikel 5a, eerste lid, eerste volzin, komt te luiden:

In geval van overtreding van het gestelde bij of krachtens de artikelen 5, zesde lid, 36, 37, 84, eerste tot en met vierde lid, of van een krachtens artikel 84, vijfde lid, onderdeel b, aangewezen voorschrift uit een elektriciteitsverordening of een gedelegeerde verordening, kan de directeur van de dienst bij beschikking een last onder dwangsom opleggen.

D

Hoofdstuk 6, paragraaf 4, komt te luiden:

§ 4. Implementatie van elektriciteitsrichtlijnen en -verordeningen, gedelegeerde verordeningen, gedelegeerde richtlijnen en gedelegeerde beschikkingen, alsmede liberalisatierichtlijnen

Artikel 84

1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter implementatie van elektriciteitsrichtlijnen, liberalisatierichtlijnen en bijlage IV van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte regels worden gesteld.

2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter implementatie van een bindende overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en een derde land of een internationale organisatie die betrekking heeft op een onderwerp dat wordt bestreken door een elektriciteitsrichtlijn of -verordening.

3. Bij ministeriële regeling kunnen voor een goede uitvoering van elektriciteitsverordeningen en gedelegeerde verordeningen regels worden gesteld.

4. Bij ministeriële regeling kunnen ter implementatie van gedelegeerde richtlijnen en gedelegeerde beschikkingen regels worden gesteld.

5. Bij de regels, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, kunnen:

a. taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan de directeur van de dienst, en

b. voorschriften uit elektriciteitsverordeningen en gedelegeerde verordeningen worden aangewezen waarop door de directeur van de dienst aangewezen ambtenaren toezicht houden of die de directeur van de dienst kan toepassen door besluiten te nemen.

Artikel 84a

1. Bij koninklijk besluit kunnen artikelen, of onderdelen daarvan, als bedoeld in de linkerrij van de bij deze wet behorende bijlage worden ingetrokken, indien een daarmee in de rechterrij van de bijlage corresponderend artikel, of onderdeel daarvan, uit een elektriciteitsrichtlijn of -verordening wordt gewijzigd of vervalt.

2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen verwijzingen in deze wet worden geschrapt of worden vervangen door verwijzingen naar artikel 84 en kunnen verwijzingen naar artikel 84 worden ingevoegd.

E

Aan de wet wordt de volgende bijlage toegevoegd:

Bijlage (bedoeld in artikel 84a van de Elektriciteitswet 1998)

Artikelen, of onderdelen daarvan, uit deze wetArtikelen, of onderdelen daarvan, uit elektriciteitsrichtlijn of -verordening
Artikel 16, derde lid, zinsnede «het realiseren van de aansluiting van een afnemer als bedoeld in artikel 16c»Artikel 7, vierde lid, tweede zinsnede, van richtlijn nr. 2001/77/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 september 2001 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de interne markt (PbEG L 283) (hierna richtlijn nr. 2001/77/EG)
Artikel 16cArtikel 7, vierde lid, tweede zinsnede, van richtlijn nr. 2001/77/EG
Artikel 17, onderdeel dArtikel 7, vierde lid, tweede zinsnede, van richtlijn nr. 2001/77/EG
Artikel 23, eerste lid, laatste zinsnedeArtikel 7, vierde lid, eerste zinsnede, van richtlijn nr. 2001/77/EG
Artikel 31, derde lidArtikel 7, vierde lid, tweede zinsnede, van richtlijn nr. 2001/77/EG
Artikel 31, achtste lid, onderdelen d en eArtikel 5, eerste, twee, derde of vijfde lid, van richtlijn nr. 2001/77/EG
Artikel 72n, eerste lid, onderdeel b, zinsnede «aan de producent uitgegeven garanties van oorsprong»Artikel 5, eerste, twee, derde of vijfde lid, van richtlijn nr. 2001/77/EG
Artikel 72w, tweede lid, zinsnede «aan de producent uitgegeven garanties van oorsprong»Artikel 5, eerste, twee, derde of vijfde lid, van richtlijn nr. 2001/77/EG
Artikel 73, eerste lidArtikel 5, eerste, twee, derde of vijfde lid, van richtlijn nr. 2001/77/EG
Artikel 73, tweede lidArtikel 5, tweede lid, van richtlijn nr. 2001/77/EG
Artikel 77Artikel 5, eerste, twee, derde of vijfde lid, van richtlijn nr. 2001/77/EG
Artikel 77aArtikel 5, eerste, twee, derde of vijfde lid, van richtlijn nr. 2001/77/EG
Artikel 77bArtikel 5, vierde lid, van richtlijn nr. 2001/77/EG
Artikel 77cArtikel 5, eerste, twee, derde, vierde of vijfde lid, van richtlijn nr. 2001/77/EG
Artikelen 77d tot en met 77f voor zover daarin voorkomt «garanties van oorsprong»Artikel 5, eerste, twee, derde of vijfde lid, van richtlijn nr. 2001/77/EG

ARTIKEL II

De Gaswet wordt als volgt gewijzigd:

A

1. In artikel 1, onderdeel q, wordt «richtlijn: richtlijn» vervangen door: richtlijn nr. 98/30/EG: richtlijn.

2. In de wet wordt, met uitzondering van artikel 1, «richtlijn» telkens vervangen door: richtlijn nr. 98/30/EG.

B

Na artikel 1 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1a

1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. gasrichtlijn of -verordening: richtlijn, onderscheidenlijk verordening, van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie die geheel of gedeeltelijk berust op de artikelen 47, 52, 55, 95 of 175 van het EG-Verdrag, betrekking heeft op de gassector en regels stelt over de economische activiteiten in die sector, de belangen van afnemers, geschilbeslechting, de infrastructuur, de interne markt, de kwaliteit, de handel, de mededinging, de voorzieningszekerheid, het milieu, technische eisen of het verschaffen van informatie;

b. gedelegeerde richtlijn, verordening of beschikking: richtlijn, verordening, onderscheidenlijk beschikking, van de Commissie van de Europese Gemeenschappen die berust op een gasrichtlijn of -verordening;

c. liberalisatierichtlijn: richtlijn van de Commissie van de Europese Gemeenschappen die berust op artikel 86, derde lid, van het EG-Verdrag en regels stelt met betrekking tot de gassector.

2. In deze wet wordt onder «wet» mede verstaan: een krachtens artikel 63, vijfde lid, onderdelen b of c, aangewezen voorschrift uit een gasverordening of een gedelegeerde verordening.

C

Artikel 59 komt te luiden:

Artikel 59

1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens paragraaf 1.2, hoofdstuk 3, de artikelen 43 tot en met 49, 53 tot en met 57, 63, eerste tot en met vierde lid, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 72, 73 en 76 tot en met 85, alsmede krachtens artikel 63, vijfde lid, onderdeel b, aangewezen voorschriften uit een gasverordening of gedelegeerde verordening, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens andere bepalingen van deze wet dan bedoeld in het eerste lid, zijn belast de bij besluit van de directeur-generaal aangewezen ambtenaren van de Nederlandse mededingingsautoriteit.

3. Een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt in de Staatscourant bekendgemaakt.

D

In artikel 60a, eerste lid, wordt «en 40, derde lid,» vervangen door: 40, derde lid, 63, eerste tot en met vierde lid, voor zover het bevoegdheden betreft van de directeur-generaal, of een krachtens artikel 63, vijfde lid, onderdeel c, aangewezen voorschrift uit een gasverordening of een gedelegeerde verordening.

E

Hoofdstuk 5, paragraaf 5.8, komt te luiden:

§ 5.8. Implementatie van gasrichtlijnen en -verordeningen, gedelegeerde verordeningen, gedelegeerde richtlijnen en gedelegeerde beschikkingen, alsmede liberalisatierichtlijnen

Artikel 63

1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter implementatie van gasrichtlijnen, liberalisatierichtlijnen en bijlage IV van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte regels worden gesteld.

2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter implementatie van een bindende overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en een derde land of een internationale organisatie die betrekking heeft op een onderwerp dat wordt bestreken door een gasrichtlijn of -verordening.

3. Bij ministeriële regeling kunnen voor een goede uitvoering van gasverordeningen en gedelegeerde verordeningen regels worden gesteld.

4. Bij ministeriële regeling kunnen ter implementatie van gedelegeerde richtlijnen en gedelegeerde beschikkingen regels worden gesteld.

5. Bij de regels, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, kunnen:

a. taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan de directeur-generaal;

b. voorschriften uit een gasverordening en een gedelegeerde verordening worden aangewezen waarop door Onze Minister aangewezen ambtenaren toezicht houden of die Onze Minister kan toepassen door besluiten te nemen, en

c. voorschriften uit een gasverordening en een gedelegeerde verordening worden aangewezen waarop door de directeur-generaal aangewezen ambtenaren toezicht houden of die de directeur-generaal kan toepassen door besluiten te nemen.

Artikel 63a

1. Bij koninklijk besluit kunnen artikelen, of onderdelen daarvan, als bedoeld in de linkerrij van de bij deze wet behorende bijlage worden ingetrokken, indien een daarmee in de rechterrij van de bijlage corresponderend artikel, of onderdeel daarvan, uit een gasrichtlijn of -verordening wordt gewijzigd of vervalt.

2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen verwijzingen in deze wet naar andere artikelen van deze wet worden geschrapt of worden vervangen door verwijzingen naar artikel 63 en kunnen verwijzingen naar artikel 63 worden ingevoegd.

F

Aan de wet wordt de volgende bijlage toegevoegd:

Bijlage (bedoeld in artikel 63a van de Gaswet)

Artikelen, of onderdelen daarvan, uit deze wetArtikelen, of onderdelen daarvan, uit een gasrichtlijn of -verordening
Artikel 11Artikel 5 van richtlijn nr. 98/30/EG
Artikelen 19 en 20Artikel 21, tweede of derde lid, van richtlijn nr. 98/30/EG

ARTIKEL III

De Postwet wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1 worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door een puntkomma, de volgende onderdelen toegevoegd:

i. postrichtlijn of -verordening: richtlijn, onderscheidenlijk verordening, van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie die geheel of gedeeltelijk berust op de artikelen 47, 52, 55 of 95 van het EG-Verdrag, betrekking heeft op de postsector en regels stelt over de economische activiteiten in die sector, de belangen van afnemers, geschilbeslechting, de infrastructuur, de interne markt, de kwaliteit, de handel, de mededinging, de universele dienstverlening, technische eisen of het verschaffen van informatie;

j. gedelegeerde richtlijn, verordening of beschikking: richtlijn, verordening, onderscheidenlijk beschikking, van de Commissie van de Europese Gemeenschappen die berust op een postrichtlijn of -verordening;

k. liberalisatierichtlijn: richtlijn van de Commissie van de Europese Gemeenschappen die berust op artikel 86, derde lid, van het EG-Verdrag en regels stelt met betrekking tot de postsector.

B

Na artikel 1a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1b

In deze wet wordt onder «wet» mede verstaan: een krachtens artikel 13b, vijfde lid, onderdeel b, aangewezen voorschrift uit een postverordening of een gedelegeerde verordening.

C

Na paragraaf 2a wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 2b. Implementatie van postrichtlijnen en -verordeningen, gedelegeerde verordeningen, gedelegeerde richtlijnen en gedelegeerde beschikkingen, alsmede liberalisatierichtlijnen

Artikel 13b

1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter implementatie van postrichtlijnen en liberalisatierichtlijnen regels worden gesteld.

2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter implementatie van een bindende overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en een derde land of een internationale organisatie die betrekking heeft op een onderwerp dat wordt bestreken door een postrichtlijn of -verordening.

3. Bij ministeriële regeling kunnen voor een goede uitvoering van postverordeningen en gedelegeerde verordeningen regels worden gesteld.

4. Bij ministeriële regeling kunnen ter implementatie van gedelegeerde richtlijnen en gedelegeerde beschikkingen regels worden gesteld.

5. Bij de regels, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, kunnen:

a. taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan het college, en

b. voorschriften uit een postverordening of gedelegeerde verordening worden aangewezen waarop door het college aangewezen ambtenaren toezicht houden of die het college kan toepassen door besluiten te nemen.

Artikel 13c

1. Indien een postrichtlijn of -verordening voorschriften bevat inzake universele dienstverlening en aan de lidstaten de bevoegdheid geeft om die dienstverlening geheel op te dragen aan een aanbieder, kunnen bij koninklijk besluit artikelen, of onderdelen daarvan, als bedoeld in de linkerrij van de bij deze wet behorende bijlage worden ingetrokken, indien een daarmee in de rechterrij van de bijlage corresponderend artikel, of onderdeel daarvan, uit een postrichtlijn of -verordening wordt gewijzigd of vervalt.

2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen verwijzingen in deze wet naar andere artikelen van deze wet worden geschrapt of worden vervangen door verwijzingen naar artikel 13b en kunnen verwijzingen naar artikel 13b worden ingevoegd.

D

In artikel 15b, tweede lid, onderdeel b, wordt na «artikel 2b» ingevoegd: van krachtens artikel 13b, eerste tot en met vierde lid, gestelde voorschriften, van krachtens artikel 13b, vijfde lid, onderdeel b, aangewezen voorschriften uit een postverordening of een gedelegeerde verordening.

E

Het opschrift van paragraaf 6 komt te luiden:

§ 6. Overgangs- en slotbepalingen

F

Artikel 26 komt te luiden:

Artikel 26

Op het tijdstip dat artikel 2a krachtens artikel 13c wordt ingetrokken:

1. Komt artikel 1, onderdeel e, te luiden:

e. de aanbieder van de universele postdienst: een aanbieder die krachtens artikel 13b is belast met de krachtens de artikelen 2 of 13b gedefinieerde universele postdienst, of een onderdeel daarvan;

2. Wordt «de houder van de concessie» telkens vervangen door: de aanbieder van de universele postdienst.

3. Komt artikel 12 te luiden:

Artikel 12

1. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wie met uitsluiting van anderen het recht heeft om postzegels en postzegelafdrukken met daarop een afbeelding van de Koning dan wel de vermelding «Nederland» uit te geven.

2. Bij algemene maatregel van bestuur kan aan aanbieders van in die maatregel te bepalen postdiensten de verplichting worden opgelegd om zich aan te sluiten bij een van overheidswege erkende geschillencommissie die geschillen behandelt over een overeenkomst met betrekking tot de levering van een postdienst tussen de aanbieder hiervan en een in die maatregel te bepalen categorie van afnemers.

4. Komt artikel 13a te luiden:

Artikel 13a

1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels gesteld worden over het vergoeden van de kosten door degene ten behoeve van wie werkzaamheden of diensten zijn verricht ingevolge het bepaalde bij of krachtens deze wet, voor zover de vergoeding verband houdt met deze werkzaamheden of diensten.

2. Bij het vaststellen van de vergoeding kunnen mede worden betrokken kosten, verband houdend met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet ten aanzien van de desbetreffende werkzaamheden of diensten.

3. Voor zover de regels, bedoeld in het eerste en tweede lid, betrekking hebben op de vaststelling van de hoogte van de vergoeding van de kosten van door het college te verrichten werkzaamheden of diensten, betrekt Onze Minister het college bij die vaststelling. De betreffende vergoeding wordt opgelegd door het college en voldaan aan het college.

5. Komt artikel 15b, tweede lid, te luiden:

2. In geval in strijd wordt gehandeld met een verplichting als bedoeld in artikel 15a, tweede lid, een verplichting gesteld bij of krachtens een door hem gegeven aanwijzing of artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, kan het college de overtreder bij beschikking een boete van ten hoogste € 450 000 opleggen.

6. Komt artikel 16, eerste lid, te luiden:

1. Het is voor anderen dan degenen die krachtens artikel 12, eerste lid, gerechtigd zijn, verboden postzegels of postzegelafdrukken te vervaardigen, te verspreiden of ter verspreiding in voorraad te hebben met daarop een afbeelding van de Koning dan wel de vermelding «Nederland».

7. Wordt in artikel 16, tweede lid, «door de houder van de concessie behandeld of van de houder van de concessie afkomstig zijn» vervangen door: behandeld zijn door de degenen die krachtens artikel 12, eerste lid, gerechtigd zijn of van diegenen afkomstig zijn.

8. Komt artikel 17, eerste en tweede lid, te luiden:

1. Overtreding van artikel 16, eerste lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

2. Overtreding van artikel 16, tweede lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.

9. Wordt in paragraaf 5 «het postvervoer, bedoeld in artikel 2, eerste lid,» telkens vervangen door: het postvervoer.

10. Wordt in artikel 21, tweede lid, «de artikelen 2, eerste lid, 3 eerste lid, en 5» vervangen door: het bij of krachtens deze wet bepaalde.

11. Vervalt in artikel 21 vierde lid, de zinsnede «om bij de uitvoering van de in artikel 8, tweede lid, bedoelde verplichting».

G

Artikel 27 komt te luiden:

Artikel 27

Op het tijdstip dat artikel 3 krachtens artikel 13c wordt ingetrokken, komt artikel 6 als volgt te luiden:

Artikel 6

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke aanbieders bij hun dienstverlening gehouden zijn voor Nederland bindende verplichtingen na te komen die voortvloeien uit de akten van de Wereldpostunie dan wel uit andere verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties en welke van die aanbieders voor de toepassing van de akten van de Wereldpostunie gerechtigd zijn om op te treden als Nederlandse postadministratie.

H

Aan de wet wordt de volgende bijlage toegevoegd:

Bijlage (bedoeld in artikel 13c van de Postwet)

Artikelen, of onderdelen daarvan, uit deze wetArtikelen, of onderdelen daarvan, uit een postrichtlijn of -verordening
Artikelen 2, 3, 5, 8 en 11Artikelen 2 tot en met 5, 12, 13 of 14 van richtlijn nr. 1997/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst (PbEG L 015) (hierna richtlijn nr. 1997/67/EG)
Artikelen 1, onderdeel h, 2a tot en met 5, 7, 8, 11 of 13Artikelen 2 en 7 van richtlijn nr. 1997/67/EG.

ARTIKEL IV

De Telecommunicatiewet wordt als volgt gewijzigd:

A

Voor artikel 1.1 wordt een paragraafaanduiding ingevoegd, luidende:

§ 1.1 Algemene bepalingen

B

Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel dd komt als volgt te luiden:

dd. liberalisatierichtlijn: richtlijn van de Commissie van de Europese Gemeenschappen die berust op artikel 86, derde lid, van het EG-Verdrag en regels stelt met betrekking tot de elektronische communicatiesector of het op de markt brengen van apparaten;

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel zz door een puntkomma, worden de volgende onderdelen toegevoegd:

aaa. telecommunicatierichtlijn of -verordening: richtlijn, onderscheidenlijk verordening, van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie die geheel of gedeeltelijk berust op artikel 95 van het EG-Verdrag, betrekking heeft op de elektronische communicatiesector en regels stelt over de economische activiteiten in die sector, de belangen van afnemers, frequenties, geschilbeslechting, de infrastructuur, de interne markt, de kwaliteit, de handel, de mededinging, de universele dienstverlening, technische eisen of het verschaffen van informatie;

bbb. conformiteitsrichtlijn of -verordening: richtlijn, onderscheidenlijk verordening, van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie die geheel of gedeeltelijk berust op artikel 95 van het EG-Verdrag en regels stelt over het op de markt brengen of het gebruik van apparaten;

ccc. gedelegeerde richtlijn, verordening of beschikking: richtlijn, verordening, onderscheidenlijk beschikking, van de Commissie van de Europese Gemeenschappen die berust op een telecommunicatierichtlijn, telecommunicatieverordening, conformiteitsrichtlijn of conformiteitsverordening.

C

Na artikel 1 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1a

In deze wet wordt onder «wet» mede verstaan: een krachtens de artikelen 1.4, vijfde lid, onderdelen b of c, of 10.1, vijfde lid, aangewezen voorschrift uit een telecommunicatieverordening, conformiteitsverordening of een gedelegeerde verordening.

D

Na artikel 1.3 wordt de volgende paragraaf ingevoegd:

§ 1.2 Implementatie van telecommunicatierichtlijnen en -verordeningen, gedelegeerde verordeningen, gedelegeerde richtlijnen en gedelegeerde beschikkingen, alsmede liberalisatierichtlijnen

Artikel 1.4

1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter implementatie van telecommunicatierichtlijnen, liberalisatierichtlijnen en bijlage XI van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte regels worden gesteld.

2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter implementatie van een bindende overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en een derde land of een internationale organisatie die betrekking heeft op een onderwerp dat wordt bestreken door een telecommunicatierichtlijn of -verordening.

3. Bij ministeriële regeling kunnen voor een goede uitvoering van telecommunicatieverordeningen en gedelegeerde telecommunicatieverordeningen regels worden gesteld.

4. Bij ministeriële regeling kunnen ter implementatie van gedelegeerde telecommunicatierichtlijnen en gedelegeerde telecommunicatiebeschikkingen regels worden gesteld.

5. Bij de regels, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, kunnen:

a. taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan het college;

b. voorschriften uit een telecommunicatieverordening of een gedelegeerde telecommunicatieverordening worden aangewezen waarop door Onze Minister aangewezen ambtenaren toezicht houden of die Onze Minister kan toepassen door besluiten te nemen, en

c. voorschriften uit een telecommunicatieverordening of een gedelegeerde telecommunicatieverordening worden aangewezen waarop door het college aangewezen ambtenaren toezicht houden of die het college kan toepassen door besluiten te nemen.

Artikel 1.5

1. Bij koninklijk besluit kunnen artikelen, of onderdelen daarvan, als bedoeld in de linkerrij van de bij deze wet behorende bijlage worden ingetrokken, indien een daarmee in de rechterrij van de bijlage corresponderend artikel, of onderdeel daarvan, uit een telecommunicatierichtlijn of -verordening wordt gewijzigd of vervalt.

2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen verwijzingen in deze wet naar andere artikelen van deze wet worden geschrapt of worden vervangen door verwijzingen naar artikel 1.4 en kunnen verwijzingen naar artikel 1.4 worden ingevoegd.

E

De artikelen 4.1a, 6a.19, tweede lid, 7.3, 8.4a, 8.5, 9.2, tweede lid, 9.3, tweede lid, tweede volzin, 10.1b, 10.2, 10.5, 10.6, 10.18, 18.2 en 18.21, alsmede de paragrafen 10.1.2, 10.2.1 en 10.2.2 vervallen.

F

De titelaanduiding 10.1 komt te luiden: Titel 10.1 Implementatie van conformiteitsrichtlijnen en -verordeningen, gedelegeerde verordeningen, gedelegeerde richtlijnen en gedelegeerde beschikkingen

G

Artikel 10.1 komt te luiden:

Artikel 10.1

1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter implementatie van conformiteitsrichtlijnen en bijlage II van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte regels worden gesteld.

2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter implementatie van een bindende overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en een derde land of een internationale organisatie die betrekking heeft op een onderwerp dat wordt bestreken door een conformiteitsrichtlijn of -verordening.

3. Bij ministeriële regeling kunnen voor een goede uitvoering van conformiteitsverordeningen en gedelegeerde conformiteitsverordeningen regels worden gesteld.

4. Bij ministeriële regeling kunnen ter implementatie van gedelegeerde conformiteitrichtlijnen en gedelegeerde conformiteitbeschikkingen regels worden gesteld.

5. Bij de regels, bedoeld in het derde lid, kunnen voorschriften uit een conformiteitsverordening of een gedelegeerde conformiteitsverordening worden aangewezen waarop door Onze Minister aangewezen ambtenaren toezicht houden of die Onze Minister kan toepassen door besluiten te nemen.

H

In artikel 10.1a wordt «een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen» vervangen door: een telecommunicatierichtlijn, een conformiteitsrichtlijn, een gedelegeerde richtlijn of een gedelegeerde beschikking.

I

Artikel 10.3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Onze Minister kan instanties aanwijzen die beschikken over door hem te bepalen bevoegdheden bij het onderzoeken van conformiteit van apparaten met de krachtens artikel 10.1 gestelde voorschriften.

2. Het vierde lid vervalt.

J

Artikel 10.4 komt te luiden:

Artikel 10.4

Voor zover artikel 10.1 hierin niet voorziet, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld inzake:

a. het gebruik van apparaten die elektromagnetische storingen kunnen veroorzaken of een gevaar kunnen opleveren voor de volksgezondheid of de veiligheid van de gebruiker of een derde;

b. de behandeling van klachten over elektromagnetische storingen, ondervonden van het gebruik van apparaten, of over belemmeringen, welke bij het gebruik van radiozendapparaten of randapparaten worden ondervonden, en

c. het maken van handelsreclame voor apparaten die niet voldoen aan de krachtens artikel 10.1 gestelde regels.

K

Artikel 15.1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel d wordt «artikel 9.2, eerste en derde tot en met tiende lid» vervangen door: artikel 9.2.

2. Onderdeel e komt te luiden:

e. krachtens de artikelen 1.4, vijfde lid, onderdeel b, of 10.1, vijfde lid, aangewezen voorschriften uit een telecommunicatieverordening, conformiteitsverordening of een gedelegeerde verordening;

3. Onderdeel h komt te luiden:

h. onderwerpen als bedoeld in de artikelen 1.4, eerste tot en met vierde lid, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 10.1 tot en met 10.19, 12.4, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.1, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.4, tweede lid, 18.7, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.9, 18.12, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.16, 18.17, 20.2, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, en 20.14.

L

Het tweede lid van artikel 15.4 komt als volgt te luiden:

2. Het college kan aan een onderneming een boete opleggen van ten hoogste € 450 000, of, indien dat meer is, 10% van de relevante omzet van de onderneming in Nederland, ingeval van:

a. overtreding van de bij of krachtens hoofdstuk 6a gestelde voorschriften, met uitzondering van artikel 6a.20, door een onderneming die beschikt over een aanmerkelijke marktmacht;

b. overtreding van een krachtens artikel 1.4 gesteld voorschrift dat uitsluitend geldt voor ondernemingen die beschikken over een bepaalde marktmacht;

c. overtreding van een krachtens artikel 1.4, vijfde lid, onderdeel c, aangewezen voorschrift uit een telecommunicatieverordening of gedelegeerde telecommunicatieverordening dat uitsluitend geldt voor ondernemingen die beschikken over een bepaalde marktmacht, en

d. overtreding van een bij of krachtens deze wet genomen besluit van het college tot geschilbeslechting, voor zover de overtreding betrekking heeft op een voorschrift als bedoeld in onderdeel a, b of c en geschiedt door de onderneming waarvoor dat voorschrift geldt.

M

Artikel 17.1 komt als volgt te luiden:

1. Door een belanghebbende kan bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven beroep worden ingesteld:

a. tegen besluiten van het college die genomen zijn op grond van de hoofdstukken 6, 6A, 6B, 12 of 15, met uitzondering van besluiten als bedoeld in de artikelen 15.2a en 15.4;

b. tegen verplichtingen die door het college krachtens artikel 1.4 aan ondernemingen zijn opgelegd vanwege hun marktmacht;

c. tegen verplichtingen inzake eind-tot-eindverbindingen die door het college krachtens artikel 1.4 zijn opgelegd, en

d. tegen een door het college krachtens artikel 1.4 genomen besluit tot geschilbeslechting.

2. In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroep tegen besluiten op grond van deze wet, niet zijnde besluiten als bedoeld in het eerste lid, de rechtbank te Rotterdam bevoegd.

3. Ten aanzien van besluiten als bedoeld in het eerste lid blijft artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing.

N

Aan artikel 20.4 worden drie leden toegevoegd, luidende:

3. Regels vastgesteld krachtens de artikelen 8.5, 9.2, tweede lid, of 18.2, zoals die luidden voor inwerkingtreding van de Wet totstandkoming en implementatie EG-besluiten op het terrein van de energie, post en telecommunicatie, worden gelijkgesteld met regels vastgesteld krachtens artikel 1.4, eerste lid.

4. Regels vastgesteld krachtens de artikelen 10.1b, 10.2, of 10.4, onderdeel a, zoals die luidden voor inwerkingtreding van de Wet totstandkoming en implementatie EG-besluiten op het terrein van de energie, post en telecommunicatie, worden gelijkgesteld met regels vastgesteld krachtens artikel 10.1, eerste lid.

5. Regels vastgesteld krachtens artikel 10.6, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van de Wet totstandkoming en implementatie EG-besluiten op het terrein van de energie, post en telecommunicatie, worden gelijkgesteld met regels vastgesteld krachtens artikel 10.4, onderdeel c.

O

Aan de wet wordt de volgende bijlage toegevoegd:

Bijlage (bedoeld in artikel 1.5 van de Telecommunicatiewet)

Artikelen, of onderdelen, daarvan, uit deze wetArtikelen, of onderdelen daarvan, uit een telecommunicatierichtlijn of -verordening
  
Artikelen 1.1, onderdeel d, 6.5, eerste lid, onderdeel c, 6a.1, negende lid, 6b.2 tot en met 6b.5, 12.8 of 18.20Artikelen 2, onderdeel g, en 3 van richtlijn nr. 2002/21/EG
Artikelen 1.1, onderdelen l, s, t, v, 6a.1 tot en met 6a.19, 6a.20, vierde lid, de artikelen 6b.1 tot en met 6b.6, 8.7 of 19.3 tot en met 19.6Artikelen 2, onderdelen a tot en met e, 6, 7, 14, 15 of 16 van richtlijn nr. 2002/21/EG, artikelen 2, onderdelen a, b, c of e, 4, derde lid, 5, tweede tot en met vierde lid, 6, derde lid, 7 tot en met 13 van richtlijn nr. 2002/19/EG of de artikelen 16 tot en met 19 van richtlijn nr. 2002/22/EG
Artikelen 1.1, onderdeel m, 4.10, 6.1 tot met 6.4 of 6.5Artikelen 2, onderdelen b of c, 4, eerste of derde lid, of 5, eerste lid, onderdeel a, derde lid of vierde lid, van richtlijn nr. 2002/19/EG of de artikelen 2, onderdelen d of e, 27, tweede lid, 28 of 30 van richtlijn nr. 2002/22/EG
Artikel 1.1, onderdeel kk,Artikel 2, onderdeel f, van richtlijn nr. 2002/21/EG
Artikelen 1.1, onderdeel ll, of 8.6Artikel 2, onderdeel p, van richtlijn nr. 2002/21/EG of artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn nr. 2002/19/EG
Artikelen 1.1, onderdeel yy, 9.1 tot en met 9.4, of 20.1Artikel 2, onderdelen h tot en met k of n, van richtlijn nr. 2002/21/EG of de artikelen 2, onderdelen a, b of c, 3 tot en met 14 van richtlijn nr. 2002/22/EG
Artikel 1.3, eerste lidArtikel 8 van richtlijn nr. 2002/21/EG
Artikel 1.3, tweede of derde lidArtikel 19 van richtlijn nr. 2002/21/EG
Artikelen 2.1 tot en met 2.5, 19.2 of 20.8Artikelen 3, tweede of derde lid, of 9 van richtlijn nr. 2002/20/EG
Artikelen 3.11, 3.12, 3.13 of 5.10Artikel 12 van richtlijn nr. 2002/21/EG
Artikelen 6a.20, 15.1, tweede lid, 15.2, derde lid, of 15.4, derde lid,Artikel 3 van richtlijn nr. 2002/77/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 16 september 2002 betreffende de mededinging op de markten voor elektronische communicatienetwerken en -diensten (PbEG L 249)
Artikel 7.1Artikel 2, onderdelen h of i, van richtlijn nr. 2002/21/EG of artikel 20, tweede en derde lid, van richtlijn nr. 2002/22/EG
Artikel 7.2Artikel 2, onderdeel k, van richtlijn nr. 2002/21/EG of artikel 20, vierde lid, van richtlijn nr. 2002/22/EG
Artikel 7.4Artikelen 11, eerste tot en met derde lid, of 22 van richtlijn nr. 2002/22/EG
Artikel 7.5Artikel 25, tweede lid, van richtlijn nr. 2002/22/EG
Artikel 7.6Artikel 2, onderdelen h of n, van richtlijn nr. 2002/21/EG of artikel 25, derde lid, van richtlijn nr. 2002/22/EG
Artikel 7.7, eerste en tweede lid,Artikel 2, onderdeel h, van richtlijn nr. 2002/21/EG of artikel 26, eerste lid, van richtlijn nr. 2002/22/EG
Artikel 7.7, derde en vierde lid,Artikel 23 van richtlijn nr. 2002/22/EG
Artikel 8.3Artikel 31 van richtlijn nr. 2002/22/EG
Artikelen 11.1, onderdelen b, c en h, 11.5, 11.5a, 11.9 of 11.13Artikelen 2, onderdelen b of g, 6, 8, 9 van richtlijn nr. 2002/58/EG
Artikel 11.3Artikel 4 van richtlijn nr. 2002/58/EG
Artikel 11.4Artikel 7 van richtlijn nr. 2002/58/EG
Artikelen 11.6, 11.8, 19.9 of 19.10Artikelen 12 of 16 van richtlijn nr. 2002/58/EG
Artikelen 11.7 of 11.8Artikel 13 van richtlijn nr. 2002/58/EG
Artikel 11.10Artikel 10, onderdeel b, van richtlijn nr. 2002/58/EG of artikel 26 van richtlijn nr. 2002/22/EG
Artikel 11.11Artikel 10, onderdeel a, van richtlijn nr. 2002/58/EG
Artikelen 12.2 tot en met 2.8 en 12.10Artikelen 20 en 21 van richtlijn nr. 2002/21/EG
Artikel 12.9Artikel 34 van richtlijn nr. 2002/22/EG
Artikel 15.2, vijfde lid,Artikel 10, zesde lid, van richtlijn nr. 2002/20/EG
Artikel 15.2aArtikel 10, vijfde lid, van richtlijn nr. 2002/20/EG
Artikel 18.6Artikel 13 van richtlijn nr. 2002/21/EG
Artikel 18.7, vijfde lid,Artikel 5, vierde lid, van richtlijn nr. 2002/21/EG
Artikel 18.20Artikel 5, tweede of derde lid, van richtlijn nr. 2002/21/EG

ARTIKEL V

Op het tijdstip dat artikel 2a van de Postwet krachtens artikel 13c van die wet wordt ingetrokken, vervalt artikel 5 van de Machtigingswet Koninklijke PTT Nederland N.V..

ARTIKEL VI

Op het tijdstip dat artikel 2a van de Postwet krachtens artikel 13c van die wet wordt ingetrokken, wordt in het tweede lid van artikel 216 van het Wetboek van Strafrecht «artikel 2a, tweede lid, onderdeel b,» vervangen door: artikel 12, eerste lid,.

ARTIKEL VII

Op het tijdstip dat artikel 2a van de Postwet krachtens artikel 13c van die wet wordt ingetrokken, wordt in de artikelen 96a, vijfde lid, 100, eerste lid, 101, eerste lid, en 114, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering «de houder van de concessie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Postwet» telkens vervangen door: de aanbieder van de universele postdienst, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Postwet.

ARTIKEL VIII

Artikel 1 van de Wet op de economische delicten wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 1° wordt in de zinsnede met betrekking tot de Telecommunicatiewet «10.5» vervangen door: 10.1, 10.1a.

2. In onderdeel 2° vervalt in de zinsnede met betrekking tot de Telecommunicatiewet: 10.8,.

3. In onderdeel 4° vervallen in de zinsnede met betrekking tot de Telecommunicatiewet de artikelen: «10.6,», «10.7, tweede lid,», «10.10», «10.11,», «10.12», «10.18,» en «18.2,».

ARTIKEL IX

Deze wet wordt aangehaald als: Wet totstandkoming en implementatie EG-besluiten op het terrein van de energie, post en telecommunicatie.

ARTIKEL X

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Economische Zaken,