Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202029453 nr. 495

29 453 Woningcorporaties

Nr. 495 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 oktober 2019

Voor de zomer heb ik u geïnformeerd over de hoofdlijnen van de uitkomst van de toezichtsrapportage van de Autoriteit Woningcorporaties (Aw) over het WSW, de vervolgacties van het WSW naar aanleiding van deze rapportage, de stand van zaken van de uitvoering van het Strategisch Programma en de beoordeling van de kredietbeoordelaars op WSW.1 In deze brief informeer ik u over verdere ontwikkelingen rond de uitvoering van het Strategisch Programma en de toezichtsrapportage. Daarmee geef ik tevens invulling aan mijn toezegging om uw Kamer na het zomerreces te informeren over de uitwerking van de hoofdlijnen van het strategisch programma.

Hoofdlijnen Strategisch Programma WSW

Het WSW is eind 2018 een strategisch programma gestart om in de toekomst een voldoende robuust borgstelsel te kunnen garanderen en het mogelijk te blijven maken dat corporaties tegen zo laag mogelijke kosten financierbaar zijn. De afgelopen maanden is het WSW in gesprek gegaan met het Ministerie van BZK, VNG, Aw, Aedes en de Deelnemersraad van het WSW over dit strategische programma. Het WSW heeft een afsprakenkader opgesteld waarin het procesafspraken heeft vastgelegd, evenals zijn voornemens met betrekking tot de verdere uitwerking van het strategisch programma.2 Het kader is door WSW onderverdeeld in 4 verschillende thema’s: de positie van de borger bij sanering, de zekerhedenstructuur, het borgstelsel en risicovermogen, en zeggenschap. Op bepaalde onderdelen is het kader het vertrekpunt van verdere uitwerking of implementatie door WSW, en op andere onderdelen is nog nader overleg nodig met de stakeholders. Het doel van WSW is om de onderdelen van het strategisch programma nog in 2019 in detail uit te werken en begin 2020 te implementeren door deze vast te leggen in regels en overeenkomsten.

Vervolg toezichtsrapportage Aw

In het rapport «Toezicht op WSW 2018» concludeerde de Aw – in zijn rol als toezichthouder op WSW – dat het onzeker is of het risicokapitaal van WSW toereikend is om mogelijke verliezen te dekken zonder een beroep te doen op de achtervang. Hierin speelt de financiële positie van Vestia een belangrijke rol. Het WSW heeft naar aanleiding daarvan een aantal maatregelen genomen waarover ik u eerder heb geïnformeerd.3

In september heeft bestuurlijk overleg plaatsgevonden tussen het Rijk, de VNG en WSW naar aanleiding van de toezichtrapportage. Het Rijk en de VNG constateren dat het op dit moment onzeker is of WSW naar de letter van de afspraak voldoet om met 99% zekerheid geen beroep te doen op de achtervang. Het accepteren van een verhoogd achtervangrisico is voor het Rijk en de VNG echter niet aan de orde. Er is onzekerheid, maar geen acuut risico. Vestia kan naar het oordeel van WSW de komende jaren aan haar financiële verplichtingen voldoen.

De acceptatie van de huidige onzekerheid voor het risico van de achtervang door Rijk en gemeenten hangt samen met het vertrouwen dat het Rijk en de VNG hebben in de maatregelen die het WSW neemt om de risico’s voor de achtervang te beperken. Het Rijk en de VNG vinden het daarom op dit moment niet nodig en niet proportioneel om extra financiële buffers in het stelsel aan te houden, in het licht van de feitelijke risico’s en genomen beheersmaatregelen door WSW.

Oordeel Rijk, VNG en Aw

Naar het oordeel van Rijk en VNG heeft het WSW voldoende passende maatregelen genomen om de risico’s voor de korte termijn te verminderen, en is het WSW op de goede weg met de verdere verbeteringen die nodig zijn om de door de Aw geconstateerde onzekerheid binnen redelijke termijn weg te nemen.4 Dat blijkt ook uit het afsprakenkader voor het Strategisch Programma wat WSW en de verschillende betrokkenen waaronder het Rijk en de VNG zijn overeengekomen. Specifiek zijn daarbij de afspraken over het borgstelsel en risicovermogen van belang, die tot doel hebben de robuustheid van het zekerheidsstelsel op orde te brengen. In dit kader ontwikkelt het WSW een nieuwe berekeningssystematiek die beter inzicht biedt in de omvang van het achtervangrisico en het kapitaal waarover WSW moet beschikken, en maakt WSW afspraken over beschikbare maatregelen om bij te kunnen sturen wanneer het risicokapitaal niet toereikend is. Het WSW adresseert hierbij de bevindingen van de verschillende externe partijen die eerder onderzoek hebben gedaan naar de effectiviteit van het borgstelsel. Ook de bevindingen van de Aw uit de toezichtsrapportage worden hierin meegenomen. Een belangrijke stap is dat het WSW reeds geregeld heeft dat het indien nodig eerder obligo kan ophalen bij zijn deelnemers om zo de zekerheid voor de rating van het WSW en de zekerheid voor de achtervang te borgen. De recente aanpassing van de verwachting van de AAA-rating door kredietbeoordelaar S&P van negatief naar stabiel, laat zien dat het WSW op de goede weg is.

De maatregelen die het WSW tot nu toe heeft genomen beperken volgens de Aw het risico dat de achtervangers financieel worden aangesproken, maar lossen volgens de Aw de onzekerheid over de toereikendheid van het risicokapitaal op dit moment niet op. Het Rijk en de VNG zijn zich bewust van de onzekerheid of het risicokapitaal toereikend is, maar zijn tevens van mening dat WSW momenteel adequate stappen zet om deze onzekerheid binnen een redelijke termijn op te lossen en de risico’s die zich mogelijk op korte termijn kunnen voordoen te beheersen. Er is momenteel onzekerheid over de exacte omvang van het achtervangrisico, maar het accepteren van een verhoogd achtervangrisico is volgens het Rijk en de VNG niet aan de orde. Omdat WSW tijd krijgt van het Rijk en de VNG om de huidige onzekerheid op te lossen, ziet de Aw op dit moment geen aanleiding om zelf direct maatregelen op te leggen aan WSW.

Tot slot

Wanneer onzekerheden blijven voortbestaan of groter worden, kunnen extra financiële buffers of mitigerende maatregelen volgens Rijk en VNG wel noodzakelijk worden. Het Rijk en de VNG blijven dan ook samen met andere betrokken partijen de voortgang nauwlettend in de gaten houden en zullen aansturen op verdere maatregelen om risico’s te verkleinen voor de achtervang waar dat noodzakelijk is. Concreet betekent dit dat begin 2020 bezien zal worden of de huidige onzekerheid rond de omvang van het achtervangrisico – conform verwachting – is opgelost. Ik zal uw Kamer hierover te zijner tijd informeren.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren