Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202029453 nr. 494

29 453 Woningcorporaties

Nr. 494 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 oktober 2019

De commissie voor Binnenlandse Zaken heeft op 3 oktober jongstleden het kabinet verzocht om een brief te sturen waarin in wordt gegaan op het feit dat 200 woningcorporaties bij de Belastingdienst bezwaar hebben aangetekend tegen de aan hen opgelegde verhuurderheffing. Het verzoek was verder specifiek in te gaan op de verhouding tussen de bepalingen uit de Woningwet en de wettelijke grondslag voor de verhuurderheffing. Middels deze brief voldoe ik aan het verzoek.

Bezwaar tegen verhuurderheffing

Op 3 oktober brachten meerdere woningcorporaties naar buiten dat zij bezwaarschriften hebben ingediend bij de Belastingdienst tegen de op aangifte voldane verhuurderheffing 2019. Woningcorporaties verwijzen in hun bezwaarschriften onder meer naar artikel 19 van de Woningwet. Volgens de woningcorporaties staat in artikel 19 dat financiële middelen van de volkshuisvesting moeten worden ingezet in het belang van de volkshuisvesting. Om die reden menen zij dat zij geen verhuurderheffing verschuldigd zijn. Artikel 19, eerste lid, van de Woningwet luidt als volgt:

Onze Minister kan verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid en stichtingen die zich ten doel stellen uitsluitend op het gebied van de volkshuisvesting werkzaam te zijn en beogen hun financiële middelen uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting in te zetten, toelaten als instellingen, uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting werkzaam. In het daartoe strekkende verzoek vermeldt de vereniging of de stichting in elk geval de gronden voor dat verzoek, de gemeente waar zij voornemens is woonplaats te houden en de gemeenten waar zij voornemens is feitelijk werkzaam te zijn.

In algemene zin kan worden opgemerkt dat bij het ontwerpen van nieuwe regelgeving altijd gekeken wordt naar al bestaande wet- en regelgeving. Bij de totstandkoming van de wet- en regelgeving inzake de verhuurderheffing en de Woningwet is dit niet anders geweest.

Procedure

De bezwaarschriften zijn ingediend bij de Belastingdienst als uitvoerder van de verhuurderheffing. De Belastingdienst zal de bezwaarschriften binnen de wettelijke termijnen inhoudelijk beoordelen. Tegen een eventuele afwijzing van de bezwaarschriften kunnen belanghebbenden in beroep gaan bij de rechter. Het is aan de Belastingdienst om nu een inhoudelijk oordeel te vellen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren