Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 januari 2016
In het Algemeen Overleg met uw kamer op 4 juni jl. (Kamerstuk 32 847, nr. 184) over de eerste Staat van de Woningmarkt (2014) heb ik toegezegd om de recente ontwikkelingen
rond rendabel bouwen door corporaties in beeld te brengen. Tijdens het voortgezette
debat met uw kamer op 4 juni 2015 over de Staat van de Woningmarkt (Kamerstuk 32 847, nr. 184), is tevens toegezegd dat ik in de Staat van de Volkshuisvesting zou terugzien op
de ervaringen met lokale afspraken over investeringen van corporaties, naast ervaringen
met betrekking tot betaalbaar bouwen. Het rapport waarin de lokale prestatieafspraken
over onder andere de investeringen van corporaties geanalyseerd worden verschijnt
begin 2016. De resultaten daarvan neem ik op in de Staat van de Volkshuisvesting,
die zal verschijnen in april 2016.
Op dit moment is bijgaand onderzoeksrapport «Actualisatie rendabel sociaal bouwen»,
opgesteld door Luijkx en ABF Research, beschikbaar1. Dit rapport brengt een aantal trends in beeld rond bouw- en energieconcepten en
aanbestedingsvormen. De trends worden geïllustreerd met negen nieuwbouwprojecten.
Deze projecten scoren beter dan gemiddeld in de benchmark «Watkostdebouwvaneenhuurwoning»2, waarin ca 8% van de nieuwbouwprojecten van corporaties is opgenomen. Aanvullend
worden vier renovatieprojecten belicht en wordt ingegaan op de keuze tussen nieuwbouw
of renovatie.
Dit rapport is een vervolg op twee rapporten die ik in 2014 aan uw Kamer heb gezonden,
te weten De rendabele sociale huurwoning (Fakton) en Rendabel sociaal bouwen (Luijkx/Rigo).
Uit het rapport trek ik de volgende conclusies:
-
– De corporatiesector is actief op zoek naar mogelijkheden tot beperking van de onrendabele
investeringen in nieuwbouw en renovatie. Deze beweging is ingezet na de crisis op
de woningmarkt vanaf 2009 en versterkt door introductie van de verhuurderheffing.
-
– De update geeft aan dat corporaties zich, mede als gevolg van de invoering van de
passendheidstoets in 2016, in toenemende mate gaan richten op nieuwbouw onder de aftoppingsgrens,
terwijl tot voor kort de aanvangshuur van nieuwbouw vaak net onder de liberalisatiegrens
lag. Dit wordt mogelijk door kleiner en slimmer te bouwen, gebruik te maken van standaardisatie
en nieuwe samenwerkingsvormen met de markt.
-
– Een integrale benadering van woonlasten (huur en energierekening) vindt in toenemende
mate ingang. Het bij u voorliggende wetsvoorstel met de introductie van de Energieprestatievergoeding
(Kamerstuk 34 228, nr. 2) kan hier een verdere bijdrage aanleveren. Energiebesparende investeringen bij renovatie
en nieuwbouw kunnen hierdoor worden bevorderd. Het probleem van de zgn. «split incentive»
wordt opgelost. De partij die investeert in energiebesparing kan na het van kracht
worden van het wetsvoorstel ook de vruchten daarvan plukken. Daarmee wordt het aantrekkelijker
om te investeren in energiebesparing.
-
– Uit de getoonde voorbeelden blijkt dat een kleiner onrendabel deel van de investering
mogelijk is dan gemiddeld voor nieuwbouw in het Daeb-segment door de corporatiesector
wordt gerealiseerd. Drie van de negen voorbeeldprojecten zijn rendabel. Het onrendabele
deel van de negen voorbeeldprojecten is gemiddeld 11% van de stichtingskosten. Voor
de totale nieuwbouw in het Daeb-segment is dit 34% (Volkshuisvestelijke voornemens
2015–2019, ABF Research, 2015).
Naast bovengenoemd rapport zijn in dit kader ook twee op de praktijk gerichte initiatieven
noemenswaardig. Zo heeft het architectenbureau Sputnik het initiatief genomen om met
een vijftiental corporaties gezamenlijk een innovatief programma van eisen voor betaalbare
sociale huurwoningen op te stellen, op maat toegesneden voor de vijftien deelnemende
corporaties. Ook de TU Delft participeert in het traject. De deelnemende corporaties
betalen de helft van het traject, het Ministerie van BZK heeft de andere helft bijgedragen.
In Almere heeft de gemeente met het Woningbouwatelier, waaraan het Rijksvastgoedbedrijf
deelneemt, een prijsvraag Goedhuurwoning georganiseerd waarbij de opdracht is een
woning te ontwikkelen voor een maandhuur van € 550, zo mogelijk inclusief energielasten.
Deze uitvraag heeft in de eerste ronde twintig planconcepten opgeleverd van diverse
partijen en coalities. Vijf partijen kregen de mogelijkheid om hun plan verder uit
te werken. Ik kan u over eindresultaten van deze uitvraag informeren nadat deze beschikbaar
zijn gekomen. Het is de intentie van de gemeente om uiteindelijk ook circa 200 Goedhuurwoningen
te realiseren.
De Minister voor Wonen en Rijksdienst,
S.A. Blok