Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201529453 nr. 391

29 453 Woningcorporaties

Nr. 391 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 mei 2015

Met mijn brief van 2 april 2015 (Kamerstuk 32 847, nr. 166) heb ik u geïnformeerd over de stand van zaken bij de uitvoering van de motie Karabulut inzake het onder de CAO laten vallen van de topsalarissen in de corporatiesector (Kamerstuk 33 966, nr. 38) en het voorstel van de sectorpartijen voor de staffelregeling voor woningcorporaties met ingang van 1 januari 2016. Hieronder ga ik in op de laatste stand van zaken op deze twee punten en informeer ik u zoals eerder toegezegd over de beloning van corporatiebestuurders in Duitsland en Denemarken.

Wat betreft de motie inzake de CAO heb ik recent een brief ontvangen van Aedes (zie bijlage)1. Aedes geeft hierin aan dat partijen naar aanleiding van het advies van de heer Vreeman de CAO-besprekingen zullen hervatten. De heer Vreeman heeft in zijn advies aangegeven dat bij de opbouw van een solide loongebouw de beloning van de directeur/bestuurder op termijn onderdeel van de CAO zou kunnen zijn. Op dit moment is er voor mij nog geen helderheid wat de uitkomst van de CAO-besprekingen zal zijn en ik wacht dat dan ook af. Ik hecht er echter wel aan om nu, nog in het voorjaar van 2015, een signaal te geven aan de sector over de regeling zoals ik die op grond van de WNT en op basis van de nu bij mij beschikbare informatie voor 2016 zou kunnen vaststellen, zodat deze ook nu al – weliswaar op vrijwillige basis – gehanteerd kan worden in beloningsafspraken die dit jaar worden gemaakt.

Zoals aangegeven in mijn brief van 2 april 2015 is door de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties (VTW) en de Nederlandse Vereniging Bestuurders Woningcorporaties (NVBW) op 31 maart 2015 een voorstel gedaan voor een staffelregeling die past binnen de kaders van de WNT2. In het voorstel wordt de systematiek, zoals die gehanteerd is in de Regeling 2014, niet gewijzigd. Woningcorporaties blijven ingedeeld in klassen, op basis van het aantal verhuureenheden en gemeentegrootte. VTW en NVBW stellen voor om de hoogste drie bezoldigingsklassen samen te voegen tot één klasse met een maximale bezoldiging gelijk aan het maximum in de WNT (€ 178.000,–). Ongeveer 30 (van het totale aantal van circa 370 corporaties) zullen in de hoogste klasse van de regeling gaan vallen.

De objectieve systematiek is transparant en kan op draagvlak rekenen in de sector. De verdeling van de corporaties over de verschillende klassen is met de samenvoeging van de hoogste klassen evenwichtig. In november wordt ook de indexering van de maximum norm van de WNT bekend, waarmee dan conform het voorstel van de sector de maximumbedragen per klasse voor 2016 definitief vastgesteld kunnen worden. Indien de uitkomst van de CAO-onderhandelingen er toe leidt dat de VTW en de NVBW een gewijzigd voorstel willen doen voor de staffel zal ik dit vanzelfsprekend bezien op zijn passendheid binnen de kaders van de WNT en waar passend de definitieve staffel alsnog aanpassen.

Tot slot heb ik u bij de beantwoording van vragen van leden van uw Kamer over gouden handdrukken bij woningcorporatie Rochdale (Aanhangsel Handelingen II 2013/14, nr. 2600, ingezonden 10 juli 1014) toegezegd later terug te komen op de vraag over de beloning in Duitsland en Denemarken van bestuurders van woningcorporaties.

Uit hetgeen ik in kaart heb gebracht blijkt dat de systemen voor sociale huisvesting onderling zo sterk verschillen dat een antwoord op deze vraag niet goed mogelijk is. De aanbieders van sociale huurwoningen in Duitsland zijn overwegend private rechtspersonen. Bij een aantal van deze bedrijven zijn de aandelen nog in handen van de gemeente. In hoeverre aandeelhouders hun invloed gebruiken om de lonen van bestuurders te matigen is niet te achterhalen.

In Denemarken zijn sociale huurwoningen eigendom van woningbouwverenigingen, georganiseerd door de leden, die door de staat gereguleerd worden. Het salaris van de bestuurder wordt bepaald door een door de huurders democratisch gekozen «dagelijks bestuur», bestaande uit een meerderheid van huurdersvertegenwoordigers en eventueel anderen. Er bestaan geen wettelijke regels voor salariëring en het feitelijke salaris verschilt veel per vereniging.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl