29 453 Woningcorporaties

Nr. 345 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 maart 2014

In het Algemeen Overleg dat op 5 februari 2014 plaatsvond met de Algemene Commissie voor Wonen en Rijksdienst, heb ik toegezegd uw Kamer binnen 4 weken een overzicht te sturen van de 30 corporaties die een solvabiliteit hebben van minder dan 15% en om u een overzicht te sturen van de corporaties die onder verscherpt financieel toezicht staan van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV). Ik heb u in dit overleg tevens toegezegd u een overzicht te zullen doen toekomen van de omvang van de grondposities van de corporaties ten behoeve van de bouwproductie en de afwaardering hiervan.

Op basis van informatie die het CFV mij heeft verstrekt, stuur ik u via deze brief de toegezegde informatie.

De 30 corporaties met solvabiliteit <15%

Uit het Sectorbeeld 2013 blijkt dat ultimo 2012 de solvabiliteit van 30 corporaties minder dan 15% bedraagt op basis van de beoordelingsmethodiek van het CFV. Het CFV heeft zich daarbij gebaseerd op de jaarstukken van de corporaties over verslagjaar 2012, aangevuld met geschatte berekeningen voor enkele corporaties waarvan de jaarstukken toen nog ontbraken. In onderstaande tabel 1 is aangegeven welke 30 corporaties dit betreft:

Tabel 1: Corporaties met solvabiliteit van < 15%

Lnummer

Naam

L0160

Woningstichting Dinxperlo

L0272

Wassenaarsche Bouwstichting

L0354

Wonen Wateringen

L0425

Woningstichting Haag Wonen

L0446

Woningstichting De Goede Woning

L0527

Stichting Trudo

L0682

Woningstichting Ons Doel

L0885

Woningcorporatie De Woningbouw

L0921

Woningstichting St. Joseph

L1005

Laurentius

L1066

Stichting De Woonmaat

L1207

Woningstichting Urmond

L1217

Stichting Vitaal Wonen

L1395

Woningbouwvereniging Maarn

L1578

Algemene Woningbouwvereniging Monnickendam

L1675

Stichting Steelande wonen

L1716

Viveste

L1787

WSG

L1837

Woningvereniging Nederweert

L1910

Stichting WBO Wonen

L1924

Stichting Vestia Groep

L1969

Stichting SIB Woonservice

L2000

Stichting Ouderenhuisvesting Ruijschenbergh

L2047

Stichting Veron

L2063

Stichting Humanitas Huisvesting

L2070

Stichting Ymere

L2072

Waterweg Wonen

L2085

Stichting Woonplus Schiedam

L2092

Noordwijkse Woningstichting

L2116

Stichting Woonformatie Ypenburg

Hoewel een solvabiliteit <15% laag is, betekent dit zoals ik u tijdens het AO van 5 februari jl. reeds aangaf nog niet dat deze corporaties ook allemaal een onvoldoende vermogenspositie hebben. Het CFV acht de vermogenspositie onvoldoende indien het volkshuisvestelijk vermogen van de betreffende corporatie niet opweegt tegen de som van:

  • het totale risico waar de corporatie op balansdatum mee te maken heeft als resultante van het macro-economisch-, markt- en operationeel risico;

  • de contante waarde van de vpb-kasstroom voor de eerste 5 jaren na balansdatum1;

  • en een buffer van 5% van het balanstotaal indien de marktwaarde van het bezit van de corporatie lager is dan 150% van de volkshuisvestelijke exploitatiewaarde van dit bezit. Deze extra buffer wordt gehanteerd bij deze corporaties omdat ze minder mogelijkheden hebben om onverhoopte financiële tegenvallers op te vangen via verkoop van bezit.

Zoals in het AO gemeld vindt deze beoordeling derhalve van geval tot geval plaats, met inachtneming van het specifieke activiteitenpatroon en de specifieke risico’s van de betreffende corporatie. Indien sprake is van een daadwerkelijk solvabiliteitsrisico legt het CFV maatregelen aan een corporatie op om de solvabiliteitspositie te verbeteren. Deze interventies zijn vastgelegd in de individuele toezichtbrieven. Overigens kan de beoordeling van de draagkracht van het vermogen (de balans tussen beschikbare middelen en het beslag op vermogen vanwege de voorgenomen activiteiten) of de andere toezichtvelden zoals onderstaand weergegeven ook aanleiding zijn tot een interventie.

De corporaties onder verscherpt toezicht

Per 1 januari 2014 staan 14 corporaties onder verscherpt toezicht van het CFV (tabel 2) en zijn er drie corporaties object van sanering (L1924 Stichting Vestia Groep, L1787 WSG en L2047 Veron).

Tabel 2: Corporaties onder verscherpt toezicht

Lnummer

Naam Woningbouwcorporatie

Sinds

L0124

Stadgenoot

okt-10

L0278

Stichting Zaandams Volkshuisvesting (ZVH)

nov-07

L0632

Stichting Woningbouw Slochteren

nov-12

L0673

Stichting Wooninvest

jun-12

L0928

Woonstichting ’t Heem

okt-12

L0993

Bouwvereniging Onze Woning

aug-13

L1005

Laurentius

jan-12

L1578

Algemene Woningbouwvereniging Monnickendam (AWM)

nov-10

L1718

Goed Wonen Lage Zwaluwe

okt-12

L1991

Woonstichting De Kempen

okt-13

L2058

Mitros

okt-13

L2063

Humanitas

nov-13

L2103

Woonstichting De Key

nov-10

L2119

Wooninvesteringsfonds (WIF)

nov-12

Het CFV houdt integraal toezicht op de financiële continuïteit van de corporaties en kijkt daarbij naar zes toezichtdomeinen:

  • De kwaliteit van de financiële verantwoording;

  • Het behoud van maatschappelijk gebonden vermogen;

  • Het financieel risicobeheer (interne governance);

  • De liquiditeit;

  • De solvabiliteit;

  • De draagkracht van het vermogen in relatie tot de voorgenomen activiteiten.

Een corporatie kan om verschillende redenen door het CFV onder verscherpt toezicht worden geplaatst. De volgende (niet cumulatieve) criteria worden hierbij door het CFV gehanteerd:

  • De financiële continuïteit is in het geding: het risico op discontinuïteitproblemen op korte dan wel middellange termijn is zodanig groot, dat correctie dringend en noodzakelijk is;

  • De corporatie is niet voornemens een beleidswijziging door te voeren in relatie tot geconstateerde risico’s of zet daartoe niet de juiste stappen in het juiste tempo;

  • De corporatie is niet bereid om medewerking te verlenen aan informatieverzoeken of toezichtactiviteiten van het CFV;

  • De kwaliteit van de aangeleverde informatie richting het CFV is bij voortduring onvoldoende;

  • Er zijn zorgen of ernstige twijfels over het functioneren van de governance (inclusief de rol van RvC) binnen de corporatie;

  • Er zijn belangrijke bevindingen of vermoedens in relatie tot rechtmatigheid en integriteit.

Het eerste criterium wordt breed geïnterpreteerd. De continuïteit van de corporatie kan door verschillende omstandigheden in het geding komen. De continuïteit kan niet alleen onder druk komen te staan door liquiditeits- of solvabiliteitsproblemen maar ook bijvoorbeeld door verliezen die het maatschappelijk gebonden vermogen substantieel aantasten.

Bij verscherpt toezicht heeft het CFV de corporatie verplicht tot het maken en uitvoeren van een herstelplan. Het herstelplan moet leiden tot het voortvarend en met grote urgentie wegnemen van gesignaleerde risico’s. De plaatsing onder verscherpt toezicht kan bij voldoende aanleiding elk moment plaatsvinden. Bij gebrek aan medewerking kan het CFV aan mij vragen een aanwijzing te geven of een last onder dwangsom op te leggen. Zo nodig kan er ook worden overgegaan tot: het entameren van een aansprakelijkheidsstelling, het benoemen van een extern toezichthouder bij de woningcorporatie, het onder bewindstelling laten plaatsen van de corporatie en het laten intrekken van de toelating.

Grondposities

Ultimo 2012 bezaten de gezamenlijke corporaties in totaal ruim 1.100 hectare grond met bouwbestemming en ruim 3.500 hectare zonder deze bestemming. Onder invloed van vooral bestemmingswijzigingen daalde het oppervlak met bouwbestemming per saldo met 118 hectare in 2012. Het oppervlak grond zonder bouwbestemming nam per saldo 37 hectare toe (tabel 3).

Tabel 3: Mutaties in het oppervlak aan grondposities, 2010–2012, in hectares1
 

2010

2011

2012

 

met bouwbestemming

zonder bouwbestemming

met bouwbestemming

zonder bouwbestemming

met bouwbestemming

zonder bouwbestemming

oppervlak ultimo voorgaand verslagjaar

1.250

3.248

1.242

3.237

1.231

3.480

voorraadmutaties

3

– 38

35

50

– 15

– 56

wijziging in bouwbestemming

10

– 18

4

8

– 103

94

Oppervlak ultimo verslagjaar

1.263

3.192

1.281

3.295

1.112

3.505

X Noot
1

Ter referentie: ingeschat wordt dat in uitleggebieden rond de 30 woningen per hectare kunnen worden gebouwd, in stedelijke gebieden kan dit iets hoger liggen.

Bij bovenstaande tabel dient te worden opgemerkt dat ook tijdens het verslagjaar mutaties in de grondposities kunnen plaatsvinden in de vorm van verwerving van grond dan wel het in bouwproductie nemen van grond. De momenten waarop dergelijke mutaties in de administratie van corporaties wordt verwerkt kan per corporatie anders gedefinieerd zijn. Wat betreft de wijziging van de bouwbestemming geldt eveneens dat het per corporatie op verschillende momenten kan worden verwerkt in de administratie. Bovenstaande tabel is opgebouwd uit individuele cijfers, aangezien de grondposities op corporatieniveau (en niet op macroniveau) van belang zijn voor het financiële toezicht op de individuele corporaties. Er kunnen enige fouten in de opgave door corporaties zitten. Het is daarom mogelijk dat de cijfers niet overal onderling correct optellen tussen de jaren of binnen het jaar (zie laatste kolommen tabel 3). Deze verschillen zijn echter marginaal ten opzichte van het totaal.

In 2012 schreven de gezamenlijke corporaties per saldo € 313 miljoen af op hun grondposities. Hierdoor resteerde er ultimo 2012 nog een kleine € 1,9 miljard aan waarde voor de grondposities (waarvan krap € 1,7 miljard op de balans). Ook in eerdere jaren schreven de corporaties stevig af op de waarde van hun grondposities (tabel 4). Als gevolg van deze afschrijvingen, is het risico dat corporaties lopen met deze grondposities afgenomen.

Tabel 4: Verloop van de waarde van grondposities in het verslagjaar, bedragen x € 1 miljoen, 2009–2012
 

2009

2010

2011

2012

Binnen balans

       

Positie ultimo vorig verslagjaar

1.859

2.029

2.138

1.974

voorraadmutaties

230

115

7

7

waardemutaties

– 96

– 216

– 228

– 313

Positie ultimo verslagjaar

1.994

1.928

1.917

1.668

Buiten balans 1

     

Positie ultimo voorgaand verslagjaar

110

168

176

174

voorraadmutaties

47

11

0

39

waardemutaties

9

– 27

– 15

0

Positie ultimo verslagjaar

166

152

161

212

         

Totale waardemutatie als % van waarde ultimo vorig verslagjaar (binnen én buiten balans)

– 4,4%

– 11,1%

– 10,5%

– 14,6%

X Noot
1

Het komt voor dat er contractueel overeengekomen grondposities zijn die off-balance worden verantwoord. Dit betreft bijvoorbeeld een koopplicht op een toekomstig moment.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok


X Noot
1

De vpb-beklemming vormt een onderdeel van de buffer die een corporatie moet hebben. Onder »beklemming» wordt verstaan het vermogen dat als buffer noodzakelijk is om aan voorzienbare, structurele betalingsverplichtingen met betrekking tot de vpb te kunnen voldoen. Ten behoeve van de solvabiliteitsbeoordeling wordt hiervoor de contant gemaakte vpb last voortvloeiende uit de prognoses van de operationele kasstroom gebruikt.

Naar boven