Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201329453 nr. 309

29 453 Woningcorporaties

Nr. 309 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 april 2013

In het Financiële Dagblad van 9 april jl. stond een artikel dat ingaat op een aangedragen alternatief voor de saneringsheffing die aan corporaties wordt opgelegd in verband met de sanering van Vestia. In dit alternatieve voorstel worden woningcorporaties niet verplicht te doneren aan de redding van Vestia, maar kunnen zij investeren in Vestia. Deze aanpak zou moeten voorkomen dat de redding andere corporaties in problemen brengt. Dit zou aan de orde zijn gesteld in een vertrouwelijk overleg op mijn ministerie. De heer Monasch heeft verzocht de stemmingen over de moties 29 453, nrs. 297 (van de leden Monasch en Klein) en 298 (de laatste gewijzigd in nr. 305 van het lid Monasch) aan te houden, zodat ik u nader zou kunnen informeren. Dit doe ik hierbij.

Op dit moment betreft de saneringsheffing een algemene heffing. Deze wordt opgelegd door het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV). Aedes heeft een Taskforce, bestaande uit een aantal corporaties, opgericht om te kijken naar alternatieven voor de algemene heffing. Het ministerie van BZK participeert in deze Taskforce. De rol van het ministerie in de Taskforce is het faciliteren van alternatieve voorstellen en het toetsen van voorgedragen alternatieven aan de wet- en regelgeving. Dit met de opbrengst als gegeven.

Het rapport van STEK.NU dat in het artikel genoemd wordt is het resultaat van een opdracht van het ministerie van BZK om diverse door uiteenlopende betrokkenen bij het ministerie aangedragen ideeën inzichtelijk te maken voor de Taskforce. De constructie die in het rapport beschreven staat is derhalve geen voorstel van het ministerie van BZK, maar een door STEK.NU gepresenteerde constructie.

De constructie behelst de oprichting van een speciale coöperatie, waaraan corporaties een achtergestelde lening verstrekken. Deze achtergestelde lening wordt vervolgens – onder voorwaarden – aan een saneringscorporatie zoals Vestia verstrekt. De achtergestelde lening geldt voor de saneringscorporatie als eigen vermogen en kan voor dat bedrag in de plaats komen van de reguliere saneringsheffing.

De gedachte achter de achtergestelde lening in plaats van een heffing is dat in principe een rendement mogelijk is. Verstrekking van de achtergestelde lening geschiedt onder voorwaarden die een saneringscorporatie efficiënter moeten doen opereren. Een achtergestelde lening aan een saneringscorporatie als Vestia zal overigens naar verwachting niet snel rendement opleveren.

Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en het CFV plaatsen vraagtekens bij het voorstel, aangezien in het plan diverse uitgangspunten worden gehanteerd waarvan niet op voorhand vast staat dat deze aansluiten op de eisen die vanuit WSW en CFV aan het weer gezond worden van een saneringscorporatie worden verbonden.

Op 9 april jl. heeft de Taskforce overlegd met Vestia en het ministerie van BZK en is de door STEK.NU aangedragen constructie besproken. Dit heeft niet geleid tot een conclusie over de te hanteren aanpak of een verzoek aan mij. Graag benadruk ik dat de sanering van Vestia een verantwoordelijkheid is van Vestia onder toezicht van het CFV.

Naar aanleiding van deze stand van zaken geef ik u graag nog mijn reactie op de aangepaste motie nr. 298 van het lid Monasch. De Taskforce kijkt momenteel naar alternatieven voor de invulling van de heffing. Met het CFV en de interim-bestuurders van Vestia wordt gesproken. Daarmee wordt naar mijn mening invulling gegeven aan de motie. Ik laat het oordeel aan de Kamer.

Wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn, die ik openbaar kan maken, zal ik uw Kamer daar vanzelfsprekend over informeren.

Ik ga er vanuit u met het vorenstaande voldoende te hebben geïnformeerd.

De minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok