Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201129452 nr. 140

29 452 Tenuitvoerlegging van de tbs-maatregel

Nr. 140 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 juni 2011

Met deze brief doe ik de toezegging gestand die de minister van Veiligheid en Justitie uw Kamer deed in het Vragenuur op 29 maart jl. (Handelingen II, 2010/11, nr. 66, item 2, blz. 2–3) om nadere informatie te verschaffen over het aantal onttrekkingen door tbs-gestelden in 2010.

Voordat ik naderinga op de aard en achtergrond van de onttrekkingen, hecht ik eraan te benadrukken dat de term «onttrekking» niet een verhullende term is voor ontsnapping. Een onttrekking is een verzamelterm voor alle afwezigheid die niet strikt volgens de regels heeft plaatsgevonden. De in de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden gehanteerde term voor onttrekkingen is «ongeoorloofde afwezigheid» (zie bv. artikelen 7 en 15). Om verwarring te voorkomen zal ik voortaan ook in correspondentie met uw Kamer spreken van ongeoorloofde afwezigheid (OA). Van een OA is sprake als een tbs-gestelde zich niet aan de afspraken houdt die in de voorbereiding van de verlofverlening zijn gemaakt.

Afgezet tegen het aantal gepraktiseerde verlofbewegingen bedraagt het aantal OA’s nog niet één promille.1 Het aantal gevallen van ongeoorloofde afwezigheid is daarmee laag. Er is bekend dat één strafbaar feit is gepleegd tijdens een OA, waartegen het openbaar ministerie vanzelfsprekend vervolging heeft ingesteld.

Voorts is er op basis van de analyse niet één oorzaak aan te wijzen voor de stijging van het aantal keren dat tbs-gestelden ongeoorloofd afwezig zijn geweest. De aantallen zijn te klein om dit nader te kunnen duiden. Wel lijken met name zwakbegaafde patiënten een groter risico te lopen om ongeoorloofd afwezig te zijn. Dit betekent overigens niet dat ze ook een groter risico vormen voor recidive. Een OA kan niet in verband worden gebracht met een grotere kans op recidive. Zoals eerder met uw Kamer is gewisseld in het kader van de evaluatie van het Adviescollege verloftoetsing tbs-gestelden (AVt), is de verlofpraktijk gestoeld op het uitgangspunt van de «lerende verlofpraktijk». Daarom is het goed te bezien of in de uitvoering van de verlofbewegingen verbeteringen kunnen worden doorgevoerd. Die zouden bijvoorbeeld kunnen worden doorgevoerd in de overdrachtsmomenten van de ene naar de andere instelling. Naar aanleiding van de analyse heeft het veld enkele verbetermaatregelen geformuleerd, die moeten leiden tot een betere uitvoeringspraktijk.

Resumerend merk ik op dat merendeels geen sprake is van ernstige feiten, maar dat er uiteraard geen sprake kan zijn van tolerantie van dergelijk gedrag van tbs-gestelden.

Analyse

Er was in 2010 sprake van 41 OA’s. Enkele tbs-gestelden waren meer dan eens ongeoorloofd afwezig. Het gaat in het overgrote deel van de gevallen om afspraken die niet of niet geheel zijn nagekomen; dus niet om ontvluchtingen met direct gevaar voor de maatschappij. Niet zelden (12 van de 41 keer) is er tijdens de OA telefonisch contact tussen de tbs-gestelde en de begeleidende instelling. In meer dan de helft van de gevallen hebben de tbs-gestelden zich zelf weer teruggemeld.

Type verlofmachtiging

Twee OA’s betreffen afwezigheid tijdens proefverlof. Dat is de laatste fase van de tbs-behandeling met dwangverpleging; patiënten genieten relatief gezien een grote mate van vrijheid. Een van de tbs-gestelden in deze fase had weekendverlof en deelde telefonisch mee langer op verlof te willen dan was overeengekomen. Naar aanleiding daarvan is hij door de politie op zijn verlofadres opgehaald. In het andere geval is de tbs-gestelde bij zijn pleegouders blijven slapen in plaats van thuis.

24 OA's vonden plaats tijdens de uitoefening van transmuraal verlof. De tbs-gestelde woont in die fase buiten de kliniek (maar wel onder begeleiding). Een van de tbs-gestelden is na een bezoek aan zijn partner niet op tijd teruggekeerd, omdat de treinreis langer duurde dan gepland. Tijdens de treinreis is telefonisch contact opgenomen met de begeleidende instelling. Een andere OA betrof de tbs-gestelde die, op transmuraal verlof, het initiatief heeft genomen terug te keren naar de kliniek. Omdat hij dit niet van tevoren heeft gemeld, wordt de reis naar de kliniek beschouwd als OA. Een andere tbs-gestelde is per ongeluk in de verkeerde bus gestapt. Zij heeft telefonisch contact opgenomen met de kliniek, en arriveerde uiteindelijk met een uur vertraging op de plaats van bestemming. Er is ook een tbs-gestelde met transmuraal verlof die zonder toestemming naar een andere instelling is gegaan om daar een andere tbs-gestelde verbaal te bedreigen. Hij is echter door het personeel van de betreffende instelling niet op het terrein toegelaten. Na terugkeer in zijn eigen kliniek is betrokkene in afzondering geplaatst.

Tien OA’s vonden plaats tijdens onbegeleid verlof, waarvan drie tijdens meerdaags onbegeleid verlof. Ook voor deze categorie geldt dat ongeoorloofde afwezigheid om zeer uiteenlopende redenen kan voorkomen. Een tbs-gestelde is bijvoorbeeld ’s ochtends niet op het werk verschenen; twee anderen zijn te laat teruggekeerd van verlof. Eén patiënt heeft zich twintig minuten aan toezicht onttrokken op het terrein van de kliniek.

Vier OA’s betreffen afwezigheid tijdens begeleid verlof. Dit zijn tbs-gestelden die bijvoorbeeld tijdens arbeid weglopen van het terrein van de kliniek. Drie ervan hebben zichzelf gemeld, waarvan twee binnen een uur.

Eén OA betrof een ontvluchting tijdens transport, terwijl de verpleging reeds voorwaardelijk was beëindigd. Deze telt om administratieve redenen mee als OA, maar betrokkene beschikte dus niet over een verlofmachtiging. Met deze laatste komt het totaal op 41 ongeoorloofde afwezigheden in 2010.

Overige feiten en omstandigheden

Er zijn daarnaast ook andere feiten en omstandigheden, waarop ik hieronder zal ingaan. Om misverstanden te voorkomen vermeld ik hierbij dat de hieronder weergegeven aantallen niet optellen tot 41, omdat sommige OA’s een combinatie van onderstaande feiten en omstandigheden bevatten.

In elf gevallen heeft de politie de tbs-gestelde in kwestie aangehouden. Soms op zijn of haar verlofadres (bij OA op de werklocatie), soms in het openbaar vervoer of in een horeca-gelegenheid. In drie OA's zijn de tbs-gestelden het terrein van de instelling niet afgeweest.

Voor zover bekend was in acht gevallen sprake van middelengebruik (alcohol, medicijnen en/of softdrugs) tijdens de OA. In zes gevallen zijn tbs-gestelden samen met een andere tbs-gestelde gaan winkelen of naar een horeca-gelegenheid gegaan.

Fictieve toepassing regeling «één jaar geen verlof na onttrekking»

Zoals uw Kamer is toegezegd, heb ik de op 1 januari jl. van kracht geworden regeling om één jaar geen verlof toe te staan na ongeoorloofde afwezigheid fictief toegepast op de 41 dossiers uit 2010. Hieruit komt het volgende naar voren.

In elf gevallen zou ik de verlofmachtiging hebben ingetrokken op grond van de genoemde regeling. Vijf waren langer dan 24 uur afwezig, één pleegde een strafbaar feit, drie waren afwezig tijdens begeleid verlof en in twee gevallen had ik de machtiging ingetrokken gezien de feiten en omstandigheden van die twee casus.

In vijf gevallen was het wettelijk mogelijk geweest om binnen een jaar opnieuw een machtiging aan te vragen, gezien de persoonlijke omstandigheden en de voortgang van de behandeling. Dat wil overigens niet zeggen dat die aanvraag ook had geleid tot verlening van een nieuwe machtiging. De regeling zou niet zijn toegepast op de reeds genoemde ontvluchting tijdens transport.

Volledigheidshalve merk ik hier op dat tbs-gestelden in beroep hadden kunnen gaan bij de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) tegen de beslissing om de machtiging in te trekken. Het is niet mogelijk om in te schatten hoe de RSJ zou hebben besloten; daarvoor is de casuïstiek te specifiek. Hoeveel machtigingen op grond van de regeling daadwerkelijk zouden zijn ingetrokken, valt derhalve niet te zeggen.

Gesprek met de uitvoerende instellingen

Zoals gezegd kan een OA niet in verband worden gebracht met het risico op recidive. Een OA kan wel een voorspellende waarde hebben voor een mogelijk volgende OA. Uit overleg met de sector is voorts gebleken dat een recente overplaatsing van een tbs-gestelde van de ene naar de andere instelling in enkele gevallen in verband te brengen lijkt met een OA. Dat kan liggen aan de verhoogde spanning die dat met zich brengt, en het feit dat de nieuwe behandelaars de tbs-gestelde nog niet goed kennen. Met een vertegenwoordiging van de forensisch psychiatrische centra is daarom afgesproken dat meer aandacht zal worden gestoken in de voorbereiding en uitvoering van de overdracht.

Ik wil er tot slot op wijzen dat de verlofpraktijk ten principale is bedoeld als toets om te kijken welke vaardigheden betrokkene heeft, hoeveel vrijheid betrokkene aan kan en hoeveel verantwoordelijkheid betrokkene kan nemen om normaal te functioneren in de maatschappij. Een OA is zoals ik hierboven heb verklaard daarom niet per definitie gevaarlijk, maar wel een indicatie om in de behandeling een ander accent te leggen, een stapje terug te doen of – na evaluatie van de ongeoorloofde afwezigheid – juist door te gaan op de ingeslagen weg, mits er geen sprake is van een situatie die het intrekken van verlof voor de periode van één jaar noodzakelijk maakt.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

F. Teeven


X Noot
1

In 2006 is ten behoeve van de tijdelijke onderzoekscommissie tbs (de commissie-Visser) een schatting gemaakt van 50 000 verlofbewegingen per jaar. Gezien het gestegen aantal verlofmachtigingen is het aannemelijk dat het aantal verlofbewegingen sindsdien aanzienlijk is gestegen. In de 50 000 verlofbewegingen in 2006 waren bovendien de transmurale verloven niet opgenomen; juist in die categorie is sprake van de meeste OA’s.