nr. 68
MOTIE VAN HET LID GELUK C.S.
Voorgesteld tijdens het Nota-overleg van 17 januari 2005
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening, dat de in de Nota Ruimte verwoorde rijksinzet om de financiering
van het groen (en het «blauw») dat hoort bij stedelijke ontwikkelingen
zo veel mogelijk onderdeel te maken van de exploitatie van die stedelijke
ontwikkelingen, ondersteuning en verbreding verdient;
overwegende, dat het kabinet in de Nota Ruimte heeft ingezet op een dynamisch,
op ontwikkeling gericht ruimtelijk beleid met een grote beleidsruimte voor
decentrale overheden;
overwegende, dat er in de meer landelijke gebieden van Nederland, mede
door het verdwijnen van een deel van de grondgebonden landbouw, in de komende
jaren grote veranderingen te verwachten zijn in grondgebruik en dat aanwezige
groene waarden naar verwachting plaats zullen maken voor nieuwe ontwikkelingen;
overwegende, dat rode ontwikkelingen ten opzichte van andere functies,
zoals natuur, recreatie en sport, waterberging, infrastructuur en culturele
voorzieningen, in het algemeen een grotere financieel-economische waarde vertegenwoordigen
en dat daarbij het risico bestaat dat in het afwegingsproces voor nieuwe ontwikkelingen
de rode functies totstandkomen, maar dat andere belangrijke maatschappelijke
functies onvoldoende worden gerealiseerd;
spreekt als doel uit, een extra stimulans te bieden aan decentrale overheden
en marktpartijen om mee te werken aan gebiedsplannen waarin zowel de ten behoeve
van de grotere productie van woningen in diverse typen en bedrijventerreinen
gewenste rode ontwikkelingen als de aanleg van andere belangrijke maatschappelijke
functies, zoals natuur, recreatie en sport, waterberging, infrastructuur,
culturele voorzieningen en reconstructies in stedelijk of landelijk gebied,
integraal zijn opgenomen;
verzoekt de regering deze extra stimulans te bieden door in aansluiting
op de Nota Ruimte een instrument te creëren waarmee provincies en gemeenten
zonodig bovenplans, die nieuwe rode ontwikkelingen mogelijk maken en daarbij
als voorwaarde kunnen stellen, dat een deel van de met die ontwikkeling te
behalen meeropbrengsten wordt ingezet voor de realisatie van andere maatschappelijke
functies op hun grondgebied;
verzoekt de regering de tekst van de Nota Ruimte daarop aan te passen
door de volgende tekst aan paragraaf 1.4.7 van de Nota Ruimte toe te
voegen:
«Het kabinet zal, in aansluiting op deze nota en als onderdeel van
de ruimtelijke regelgeving, zo mogelijk tegelijkertijd met de Grondexploitatiewet
een instrument creëren waarmee provincies en gemeenten in een overeenkomst
over een planologische wijziging ten behoeve van rode functies de voorwaarde
kunnen opnemen, dat door de betrokken (markt)partijen tevens andere maatschappelijk
belangrijke functies, zoals natuur, recreatie, waterberging, infrastructuur
en culturele voorzieningen, worden gefinancierd. Het instrument zal flexibel
worden vormgegeven opdat de betreffende overheid de voorwaarden af kan stemmen
zowel op de financiële mogelijkheden van de rode ontwikkeling als op
de gewenste maatschappelijke functies op haar grondgebied. Dit betekent dat
de hier bedoelde maatschappelijke functie niet persé in hetzelfde gebied
behoeft te worden gerealiseerd als waar de rode ontwikkeling plaatsvindt.
Het uitgangspunt is dat de decentrale overheden in hun ruimtelijke plannen
de koppeling van de rode ontwikkeling en de financiering en realisatie van
een andere maatschappelijke functie onderbouwen. De betrokken marktpartijen
en overheden kunnen in een op de betreffende situatie toegesneden overeenkomst
op vrijwillige basis de wijze van financiering en realisatie van de verschillende
functies uitwerken.»,
en gaat over tot de orde van de dag.
Geluk
Van Bochove
Van der Ham