Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 april 2026
In de tweede termijn van het notaoverleg over de Ontwerp-Nota Ruimte op maandag 30 maart
jl. hebben de Kamerleden Teunissen en Kostić van de Partij voor de Dieren (PvdD) een
motie ingediend om de Nota Ruimte juridisch houdbaar te maken en in lijn met bestaande
afspraken. Naar aanleiding van mijn appreciatie en de daarop gemaakte opmerkingen
en gestelde vragen van een aantal Kamerleden heb ik uw Kamer toegezegd uitgebreider
schriftelijk te reageren op de motie. Met deze Kamerbrief geef ik uitvoering aan die
toezegging. Het betreft de volgende motie:
Motie met Kamerstuk 29 435, nr. 303 PvdD
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Milieueffectrapportage stelt dat met de Ontwerp-Nota Ruimte op
het gebied van natuur- en waterkwaliteit (wettelijke) afspraken niet worden gehaald;
concluderende dat de Nota Ruimte nu niet in lijn is met bestaande afspraken en rechterlijke
uitspraken over natuur en een gezonde leefomgeving;
verzoekt de regering de Nota Ruimte tenminste juridisch houdbaar te maken en in lijn
met bestaande afspraken,
en gaat over tot de orde van de dag.
Tijdens het debat met uw Kamer heb ik gezegd dat als ik de motie zo mag interpreteren
dat «in lijn met bestaande afspraken» de bindende afspraken zijn waar dit kabinet
zich in het coalitieakkoord aan gecommitteerd heeft, ik de motie oordeel Kamer geef.
Zoals een aantal Kamerleden daarop terecht stelden is de Nota Ruimte daarmee zelf
niet juridisch bindend. Dat is ook niet de strekking van de motie, die spreekt over
juridisch houdbaar, en die ik met mijn interpretatie heb verbonden aan de afspraken
ten aanzien van natuur- en waterkwaliteit in het coalitieakkoord.
De Nota Ruimte is de nationale omgevingsvisie zoals bedoeld onder de Omgevingswet.
Als zodanig moet de Nota Ruimte juridisch houdbaar zijn, maar is het tegelijkertijd
geen juridisch document waar rechtstreekse rechten en plichten voor burgers en bedrijven
uit voortvloeien. De Nota Ruimte is een zelfbindende beleidsvisie van het Rijk, waarin
nationale ambities en keuzes voor de fysieke leefomgeving worden vastgelegd. Dat betekent
dat (toekomstig) Rijksbeleid met betrekking tot de fysieke leefomgeving zich langs
de lijnen van de Nota Ruimte verder moet ontwikkelen.
De Milieueffectrapportage heeft de effecten onderzocht van de keuzes in de Ontwerp-Nota
Ruimte. Ik betrek de uitkomsten hiervan bij het opstellen van de definitieve Nota
Ruimte. Daarbij zal ik ook ingaan op het realiseren van de specifieke nationale beleidsdoelen
op het gebied van natuur- en waterkwaliteit, waaraan het kabinet zich heeft gecommitteerd
in het coalitieakkoord.
Daarom heb ik deze motie «Oordeel Kamer» gegeven.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
E. Boekholt-O'Sullivan