29 435
Nota Ruimte

nr. 214
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 oktober 2008

Bij deze wil ik u de rapportages «Monitor Nota Ruimte, de eerste vervolgmeting»1 en de «Planmonitor Nota Ruimte, de mogelijkheden op een rij»1 aanbieden. Beide studies zijn uitgevoerd door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Ik heb het PBL gevraagd de feitelijke ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot de doelen uit de Nota Ruimte tweejaarlijks te monitoren. In mei 2008 is de eerste vervolgmeting van de MNR verschenen, waarin wordt gerapporteerd over de ontwikkelingen in de periode 2000 tot en met 2006. De monitor brengt duidelijk in beeld welke doelstellingen het tij mee hebben en welke doelstellingen het tij tegen. Niet onbelangrijk is dat deze informatie wordt geleverd vanuit de onafhankelijke positie van de planbureaus. De monitor neemt dan ook een belangrijke plaats in bij de verantwoording over het ruimtelijke rijksbeleid.

Naar aanleiding van de motie-Verdaas/Bochove (Tweede Kamer, vergaderjaar 2004–2005, 29 435 nr. 113) heeft de toenmalige minister van VROM aan het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) en het Ruimtelijk Planbureau (RPB) als voorlopers van het PBL gevraagd om te onderzoeken in hoeverre monitoring van toekomstige ontwikkelingen op basis van plannen mogelijk is.

Door de planbureaus is naar aanleiding van deze motie in twee pilots onderzocht in hoeverre het mogelijk is om ook de toekomstige ontwikkelingen in beeld te brengen. Het toenmalige RPB heeft zich hierbij geconcentreerd op de meer rode onderwerpen en het toenmalige MNP op de meer groene en blauwe onderwerpen. De rapportage van deze twee pilots is bijgevoegd1.

Het PBL constateert dat een planmonitor een nuttige aanvulling kan zijn op de reeds beschikbare informatie, maar alleen voor doelstellingen die direct gerelateerd zijn aan de fysieke vorm van verstedelijking en glastuinbouw. In het vervolg zal deze informatie worden geïntegreerd in de MNR. Dit geldt ook voor de monitoring van de nieuwe of aangescherpte doelstellingen uit het beleidsprogramma Mooi Nederland.

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. M. Cramer


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven