29 427 ILO-verdragen

Nr. 92 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 mei 2013

De 102e Internationale Arbeidsconferentie vindt dit jaar van 5 t/m 20 juni plaats in Genève.

Zoals gebruikelijk zal er een instructie voor de Koninkrijksdelegatie naar deze conferentie worden opgesteld. Deze instructie zal door de Rijksministerraad van 31 mei a.s. worden vastgesteld. Om u toch tijdig te informeren over de conferentie en de voorlopige Nederlandse standpunten treft u hieronder op hoofdlijnen de voorgenomen Nederlandse standpunten aan. De volledige instructie zal u, na vaststelling in de Rijksministerraad van 31 mei, worden toegezonden.

De agenda van de 102e Internationale Arbeidsconferentie is als volgt (zie ook http://www.ilo.org/ilc/ILCSessions/102/on-the-agenda/lang--en/index.htm ):

Vaste onderwerpen:

  • 1. Rapporten van de voorzitter van de Beheersraad en van de Directeur-Generaal;

  • 2. Programma en budget voor 2014–15 en andere financiële en administratieve vraagstukken;

  • 3. Informatie en rapporten inzake de toepassing en naleving van verdragen en aanbevelingen;

Onderwerpen die op de agenda zijn geplaatst door de Conferentie of de Beheersraad:

  • 4. Algemene discussie over werkgelegenheid en sociale bescherming in de nieuwe demografische context;

  • 5. Algemene discussie over duurzame ontwikkeling, fatsoenlijk werk en groene banen;

  • 6. Terugkerende discussie over het strategische onderwerp sociale dialoog ter follow-up van de 2008 Verklaring over Social Justice for a Fair Globalization.

De agendapunten 3 t/m 6 worden behandeld in afzonderlijke comités (van 5 t/m 15 juni); de rapporten van deze comités worden tijdens het plenaire gedeelte van de conferentie aangenomen (van 13 t/m 20 juni). De agendapunten 1 en 2 worden alleen tijdens het plenaire gedeelte behandeld.

Programma en budget voor 2014–15

Om het jaar stelt de conferentie het programma en budget voor de komende 2 jaar vast. Het programma en budget voor 2014–15 is het eerste opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de nieuwe Directeur-Generaal (DG) van de ILO, de heer Guy Ryder. Qua programma brengt de DG meer focus aan door zich te concentreren op acht areas of critical importance (o.a. het creëren en uitbreiden van sociale beschermingsvloeren, fatsoenlijk werk in de agrarische economie, het formaliseren van de informele economie) in plaats van op alle negentien strategic outcomes uit het Strategic Policy Framework 2010–2015. Nederland is positief over de sterkere focus. Het voorgenomen budget bedraagt USD 864 miljoen, hetgeen een nominale toename van 0,3% betreft (gecorrigeerd voor de inflatie blijft het budget gelijk). Nederland kan, net als alle andere EU-landen, akkoord gaan met deze zeer beperkte toename van het budget, omdat deze DG Ryder de ruimte biedt om belangrijke hervormingen in de organisatie door te voeren. Overigens is de Nederlandse contributie in relatieve termen afgenomen, in lijn met de in New York gemaakte afspraken. Nederland wordt nu geacht 1,65% in plaats van 1,85% van het reguliere budget van de ILO voor zijn rekening te nemen.

Informatie en rapporten inzake de toepassing en naleving van verdragen en aanbevelingen

De toepassing en naleving van verdragen en aanbevelingen is het terrein van het Conferentiecomité inzake de toepassing en naleving van arbeidsnormen, kortweg CAS genaamd. Dit comité bespreekt elk jaar een aantal landen die hun verplichting tot naleving van door hen bekrachtigde verdragen niet nakomen. De selectie van de te bespreken landen wordt gemaakt door werkgevers en werknemers gezamenlijk. Op dit moment is die selectie nog niet bekend, maar naar verwachting zullen Wit-Rusland en Zimbabwe daarbij zijn.

In 2012 konden werkgevers en werknemers het niet eens worden over de selectie van te bespreken landen vanwege een verschil van mening over de interpretatie die het onafhankelijke ILO Comité van Deskundigen had gegeven aan ILO Verdrag 87 en het stakingsrecht. Tijdens de Beheersraad van maart 2013 hebben de sociale partners de garantie afgegeven dat er dit jaar wel weer een landenlijst zal zijn. Over het genoemde verschil van inzicht wordt informeel tripartiet overleg gevoerd onder leiding van de voorzitter van de Beheersraad en DG ILO. Deze hebben nog niet tot een oplossing geleid en worden na de Internationale Arbeidsconferentie voortgezet.

Daarnaast bespreekt het CAS elk jaar een rapport waarin verslag wordt gedaan van de voortgang in de bekrachtiging van enkele specifieke verdragen en de knelpunten die daarbij optreden. Dit jaar gaat dit rapport over collectieve onderhandelingen in de publieke sector. Bij de discussie over dit rapport zal Nederland onder meer aangeven dat de acht fundamentele verdragen wereldwijd moeten worden geratificeerd en geïmplementeerd en dat dit ook geldt voor de daarmee samenhangende verdragen over het collectief onderhandelen in de publieke sector. Nederland heeft deze verdragen geratificeerd.

Algemene discussie over werkgelegenheid en sociale bescherming in de nieuwe demografische context

Ten behoeve van deze discussie heeft het ILO-secretariaat een rapport opgesteld. Centraal in dit rapport staat de veranderende leeftijdsstructuur in zowel ontwikkelde als ontwikkelingslanden. Met name door de vergrijzing, maar in sommige landen ook door de hoge geboortecijfers, verandert de leeftijdssamenstelling van de bevolking sterk, met grote gevolgen voor de arbeidsmarkt en sociale zekerheid. De ILO schat in dat in 2050 in 64 landen, waaronder Nederland, mensen ouder dan 60 jaar meer dan 30 procent van de bevolking zullen uitmaken. Implicaties van de trends die in het rapport worden geschetst zijn onder meer dat er druk zal komen op de zorg. Het rapport propageert beleid waarbij werkgelegenheid, sociale zekerheid en economische ontwikkeling elkaar versterken. Hoge werkgelegenheid is basis voor economische groei en een houdbaar sociale zekerheidsstelsel. Sociale zekerheid houdt onder meer het besteedbaar inkomen op peil van mensen die niet kunnen werken en functioneert als stabilisator bij een economische neergang.

Nederland zal aangeven dat het zich kan vinden in de strekking van het rapport en het belang van de houdbaarheid van overheidsfinanciën en de duurzaamheid en doelmatigheid van sociale zekerheid onder de aandacht brengen. Daarnaast zal Nederland waar mogelijk aangeven hoe Nederland de uitdagingen van de vergrijzing tegemoet treedt. De algemene discussie moet leiden tot een set conclusies die onder meer richting zullen geven aan toekomstige activiteiten van de ILO.

Algemene discussie over duurzame ontwikkeling, fatsoenlijk werk en groene banen

Het doel van de algemene discussie over dit onderwerp is te komen tot beleidsaanbevelingen aan het ILO-secretariaat en de leden van de ILO, die op termijn kunnen leiden tot een kaderverdrag of een ander instrument.

In het rapport komt het ILO-secretariaat tot de conclusie dat duurzame ontwikkeling cruciaal is voor de arbeidsmarkt. Economische groei kan onder druk komen door milieuproblemen. Ondernemingen en werkgelegenheid komen daardoor onder druk te staan en sociale bescherming zal in gevaar komen. Dit heeft negatieve gevolgen voor de kansen op fatsoenlijk werk.

Door in te zetten op duurzame ontwikkeling is het volgens het rapport mogelijk meer houdbare werkgelegenheid te creëren en daarmee sociale inclusie te waarborgen. Ook de kwaliteit van bestaand werk kan dan verbeteren. Het rapport ziet bij de overgang naar duurzame ontwikkeling een begeleidende en ondersteunende rol voor het ILO-secretariaat.

De discussie over dit rapport zal zich naar verwachting van het ILO-secretariaat vooral richten op het afbakenen van de definitie van just transition. Daarmee wordt bedoeld hoe vergroening kan plaatsvinden op een sociaal rechtvaardige manier in een intensieve sociale dialoog met overheden, werkgevers en werknemers. Ook zal gesproken worden over de vraag met welke ILO-instrumenten follow-up gegeven kan worden aan het rapport.

Nederland zal aangeven dat de discussie zich zou moeten beperken tot de gevolgen van vergroening voor de arbeidsmarkt. Het gaat dan om werkgelegenheidseffecten, de kwaliteit van werk en het functioneren van de arbeidsmarkt in transitieprocessen.

Terugkerende discussie over het strategische onderwerp sociale dialoog ter follow-up van de 2008 Verklaring over Social Justice for a Fair Globalization

Sinds de Internationale Arbeidsconferentie in 2010 wordt elk jaar een zogenaamde terugkerende discussie gevoerd over achtereenvolgens de vier strategische doelen van de ILO: werkgelegenheid, sociale bescherming, fundamentele arbeidsnormen en sociale dialoog. Het onderwerp sociale dialoog staat nu voor het eerst als terugkerende discussie op de agenda. Het doel van de discussie is om het ILO-secretariaat een beter begrip te geven van de trends in en behoeften van de lidstaten met betrekking tot het onderwerp, zodat het ILO-secretariaat daarop effectiever kan inspelen.

Sociale dialoog, het betrekken van werknemers, werkgevers en overheden bij besluitvorming over werkgelegenheid en zaken rondom het werk en de werkplek, vormt het fundament van de ILO. Deze tripartiete aanpak is doorgedrongen in alle onderdelen van de organisatie. Zo opereren de belangrijkste organen van de ILO tripartiet en is het instrument van sociale dialoog in bijna alle ILO-verdragen en aanbevelingen evenals de Decent Work Agenda opgenomen. Leden van de ILO hebben de plicht om de principes van vrijheid van organisatie en het recht op het voeren van collectieve onderhandeling (ILO fundamentele verdragen 87 en 98) te eerbiedigen, bevorderen en te realiseren.

In het rapport dat het ILO-secretariaat ten behoeve van de discussie heeft opgesteld constateert het secretariaat dat ondanks het feit dat deze uitgangspunten zijn vastgelegd en dat sociale dialoog een centrale rol speelt bij de internationale arbeidsnormen, de praktijk weerbarstiger is. Zo is het ratificatiepercentage van de genoemde verdragen relatief laag en heeft de wereldwijde financiële crisis er voor gezorgd dat het principe van sociale dialoog niet altijd wordt geëerbiedigd.

Bij de discussie over dit rapport zal Nederland, ook onder verwijzing naar het sociaal overleg van april jongstleden, het belang onderstrepen van sociale dialoog op centraal, decentraal (sectoren) en bedrijfsniveau als instrument voor het bereiken van een stabiele en positieve sociaaleconomische ontwikkeling van een land. Het Nederlandse overlegmodel heeft zijn waarde bewezen en zal daar waar mogelijk als voorbeeld worden aangehaald.

Tot slot treft u conform toezegging aan u naar aanleiding van de motie van het lid Van Middelkoop (Kamerstuk 23 900 XV, nr. 29) aan de lijst van verdragen van de ILO waarvan de mogelijkheid tot opzegging door Nederland zich de komende drie jaar voordoet. Dit overzicht ontving u voorheen altijd aan het begin van het jaar als bijlage bij de planningsbrief.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

IAO-verdragen waarvan de mogelijkheid tot opzegging door Nederland zich de komende drie jaar voordoet

Hieronder worden de verdragen vermeld waarvan de opzegtermijn vervalt in 2013, 2014 en 2015. De opzegtermijn begint altijd een jaar voorafgaand aan de vervaldatum te lopen. Alleen gedurende deze opzegtermijn kan een verdrag worden opgezegd. Ten aanzien van de meeste IAO-verdragen doet die mogelijkheid zich eens in de tien jaar voor.

De opzegtermijn vervalt in 2013 ten aanzien van de volgende verdragen:

  • Verdrag 27 betreffende de aanduiding van het gewicht van grote stukken (vervoerd per schip)

  • Verdrag 29 betreffende gedwongen of verplichte arbeid (fundo)

  • Verdrag 62 betreffende de veiligheidsvoorschriften (bouwbedrijf)

  • Verdrag 71 betreffende de pensioenen van zeelieden

  • Verdrag 94 betreffende bepalingen ter regeling van arbeidsvoorwaarden (overheidscontracten)

  • Verdrag 95 betreffende de bescherming van het loon

  • Verdrag 97 betreffende migrerende arbeiders (herzien)

  • Verdrag 129 betreffende de arbeidsinspectie (landbouw)

  • Verdrag 131 betreffende het vaststellen van minimumlonen

  • Verdrag 183 betreffende de bescherming van het moederschap

  • Verdrag 130 betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte

  • Verdrag 115 beveiliging tegen ioniserende stralen

  • Verdrag 180 betreffende de werktijden van zeevarenden en de bemanning van schepen

De opzegtermijn vervalt in 2014 ten aanzien van de volgende verdragen:

  • Verdrag 44 betreffende de werkloosheid

  • Verdrag 69 betreffende het diploma van bekwaamheid als scheepskok

  • Verdrag 92 betreffende de huisvesting van de bemanning aan boord van schepen (herzien)

  • Verdrag 99 betreffende methoden tot vaststelling van minimumlonen (landbouw)

  • Verdrag 100 betreffende gelijke beloning (fundo)

  • Verdrag 135 betreffende de bescherming van vertegenwoordigers van de werknemers

  • Verdrag 154 betreffende het collectief onderhandelen

  • Verdrag 155 betreffende beroepsveiligheid en gezondheid

  • Verdrag 156 betreffende arbeiders met gezinsverantwoordelijkheid

De opzegtermijn vervalt in 2015 ten aanzien van het volgende verdrag:

  • Verdrag 101 betreffende betaalde vakantie in de landbouw.

Naar boven