29 412
Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met wijziging omzetmoment eerste 12 maanden prestatiebeurs en afschaffing 1 februari-regel

nr. 7
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 12 mei 2004

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel II wordt na onderdeel A een nieuw onderdeel Aa ingevoegd, luidende:

Aa

Artikel 7.4a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, tweede volzin, wordt «168 studiepunten» vervangen door: 240 studiepunten.

2. In het vijfde lid vervalt: op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, techniek, natuur, en gezondheidszorg.

B

Aan het slot wordt toegevoegd:

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, .

Toelichting

Algemeen

Artikel 5.2, onderdeel M, van het voorstel van wet tot wijziging van een aantal wetten in verband met de invoering van de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs (Aanpassingswet invoering bachelor-masterstructuur) (Kamerstukken II 2002–2003, 28 925, nr. 2) bevat een wijziging van artikel 7.4a, vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) die er toe strekt de grondslag voor de aanwijzing bij algemene maatregel van bestuur van masteropleidingen met een studielast van 120 studiepunten te verbreden. Nadat dat wetsvoorstel tot wet zou zijn verheven en in werking zou zijn getreden, was ik voornemens te bevorderen dat met ingang van 1 september 2004 een aantal zogenoemde onderzoekmasteropleidingen als zodanig worden aangewezen. Echter, naar verwachting zal de inwerkingtreding van dat wetsvoorstel niet voor die datum plaatsvinden. Gelet op de motie van het lid De Vries c.s. betreffende de lengte van de onderzoeksmaster die bij de stemmingen in de Tweede Kamer over het voorstel van wet inzake de invoering van de bachelor-masterstructuur met algemene stemmen is aanvaard (Kamerstukken II 2001–2002, 28 024, nr. 45), acht ik het van groot belang dat de onderzoekmasteropleidingen met ingang van 1 september 2004 worden aangewezen als masteropleidingen met een studielast van 120 studiepunten. Daarom heb ik bovengenoemde wijziging in deze nota van wijziging opgenomen: het is immers de bedoeling dat het voorliggende voorstel per 1 september 2004 in werking treedt.

Deze nota van wijziging onderteken ik mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Onderdeelsgewijs

Onderdeel Aa, punt 1

Dit onderdeel herstelt een omissie. De in de tweede volzin van artikel 7.4a, eerste lid, genoemde studielast is nog niet in overeenstemming gebracht met het nieuwe studiepuntenstelsel dat is gebaseerd op het zogenaamde European Credit Transfer System (ECTS).

Onderdeel Aa, punt 2

In artikel 7.4, zesde lid, zoals die bepaling per 31 augustus 2002 luidde, worden opleidingen met een studielast van 210 studiepunten waarvoor 5 jaar aanspraak op prestatiebeurs bestaat, bij naam genoemd. Mede vanwege de gedetailleerdheid van die bepaling is in de wetgeving inzake de invoering van de bachelor-masterstructuur geregeld dat die verlenging van de aanspraak op prestatiebeurs (2 jaar voor de masteropleidingen in plaats van 1 jaar) met ingang van 1 september 2002 zal geschieden bij algemene maatregel van bestuur. De toekenning van dat extra jaar prestatiebeurs kan niet aan alle opleidingen worden toegekend: dit is in het nieuwe artikel 7.4a, vijfde lid, beperkt tot met name genoemde opleidingen op het gebied van techniek, natuur, gezondheidszorg, en landbouw en natuurlijke omgeving.

Voor opleidingen uit andere sectoren is het thans niet mogelijk deze in de algemene maatregel van bestuur op grond van genoemd artikellid te vermelden. Hieraan kan behoefte zijn. De studielast van de masterfase is een belangrijk discussiepunt in het debat over de invoering van de bachelor-masterstructuur. Eventuele besluitvorming over verhoging van de wettelijke studielast vindt plaats na beoordeling door het accreditatieorgaan. Op basis van de huidige wet moet na een eventuele positieve uitspraak van het accreditatieorgaan over de noodzaak van verhoging van de studielast een nieuw wetgevingstraject worden gestart om de studielastbepalingen aan te passen. Het proces kan echter aanzienlijk worden versneld indien in de nieuwe studielastbepaling ruimte wordt geboden voor een snellere procedure, vergelijkbaar met de procedure die al in de wet is opgenomen voor masteropleidingen op het gebied van techniek, natuur, gezondheidszorg, en landbouw en natuurlijke omgeving. Daartoe strekt dit onderdeel.

Onderdeel B

Aangezien het voorstel van wet tevens de WHW wijzigt, dient ook de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het tot wet verheven voorstel te ondertekenen. Onderdeel B strekt daartoe.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

A. D. S. M. Nijs

Naar boven