Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2003-2004 | 29411 nr. 3 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2003-2004 | 29411 nr. 3 |
Het toezicht op de financiële marktsector is ingrijpend hervormd. In de nota Hervorming van het toezicht op de financiële marktsector1 is het voornemen aangekondigd om het toezicht te kantelen van een sectorale naar een functionele indeling. Deze kanteling sluit aan bij de crosssectorale ontwikkelingen in de (internationale) financiële wereld. Innovaties in deze sector hebben als resultaat gehad dat de grenzen tussen bankieren, verzekeren en beleggen aan het vervagen zijn.
Duidelijk voorbeeld hiervan zijn de strategieën die de financiële instellingen kiezen (vorming van financiële conglomeraten) en de producten die zij aanbieden. Deze producten kunnen soms meerdere elementen in zich hebben. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hypotheken die zowel een verzekerings- als een beleggingscomponent hebben.
In het sectorale model hield De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) toezicht op banken en beleggingsinstellingen, de Stichting Pensioen- & Verzekeringskamer (PVK) op verzekeraars en pensioenfondsen en waren de beurs en effecteninstellingen onderworpen aan het toezicht van de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM, voorheen Stichting Toezicht Effectenverkeer). In 1999 is dit sectorale model aangevuld met een samenwerkingsverband van de toezichthouders op niet sectorspecifieke terreinen (de Raad van Financiële Toezichthouders (RFT)).
Het nieuwe toezichtmodel kent een functionele indeling. Hierbij is een splitsing gemaakt tussen prudentiële toezichttaken en gedragstoezichttaken. In dit systeem is het prudentieel toezicht, dat gericht is op de financiële soliditeit van de financiële instellingen, opgedragen aan DNB en de PVK. DNB blijft tevens verantwoordelijk voor het systeemtoezicht. Het gedragstoezicht, dat gericht is op het bevorderen van een ordelijk en transparant marktproces, zuivere verhoudingen tussen marktpartijen en consumentenbescherming, is hierbij aan de AFM toebedeeld. Dit geldt overigens niet voor pensioenfondsen, behoudens het effectentypisch gedragstoezicht.
Dit nieuwe toezichtmodel geeft een impuls aan de lange traditie van samenwerking tussen DNB en de PVK. De toenadering tussen DNB en de PVK is in maart 2002 institutioneel verankerd door kruislingse benoemingen in de directie van DNB en het bestuur van de PVK, alsmede in de Raad van Commissarissen van DNB en de Raad van Toezicht van de PVK.
Verder werd in april 2002 een convenant van samenwerking getekend tussen DNB en de PVK waarin de intentie werd uitgesproken om, onverminderd de bestaande samenwerking, op een aantal terreinen een intensievere samenwerking aan te gaan.
De toenadering op prudentieel terrein is door beide partijen als positief ervaren. Dit had tot gevolg dat beide partijen bij brief van 6 december 2002 met een gezamenlijk voorstel kwamen tot de fusie van de twee organisaties. Deze brief is met een beoordeling van de Minister van Financiën, mede namens de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voorgelegd aan de Tweede Kamer1 waarna deze heeft aangegeven de fusie te zullen steunen2. In de brief beschrijven DNB en de PVK dat tijdens de samenwerking is gebleken dat de samenwerking vanuit twee separate instellingen aan grenzen is gebonden, gelet op de eigen verantwoordelijkheden, eigen bevoegdheden en eigen geheimhoudingsbepalingen van beide instellingen. Hierdoor blijven er mogelijkheden onbenut om de consistentie, effectiviteit en efficiëntie van het toezicht verder te vergroten.
Met de voorgestelde fusie beogen DNB en de PVK: het vergroten van de effectiviteit en efficiëntie van het prudentiële toezicht en het verstevigen van de greep op financiële stabiliteit.
De toezichthouders verwachten dat het samenvoegen van kennis en expertise tot betere resultaten zal leiden. Bij het aantrekken en behouden van (schaarse) specialistische expertise, noodzakelijk voor het op niveau houden van het toezicht, biedt een gefuseerde entiteit meer mogelijkheden omdat er ruimere loopbaanperspectieven geboden kunnen worden. Tot slot kan gewezen worden op de internationale overlegstructuren. Na de fusie zal de kwaliteit van de Nederlandse inbreng en de invloed van DNB in internationale context kunnen worden versterkt.
Door de fusie van DNB en de PVK kan worden bereikt dat de kosten van het toezicht zo beperkt mogelijk blijven. Overlap («dubbel werk») bij het prudentiële toezicht kan worden vermeden. Bovendien kan door samenvoeging van gelijksoortige werkprocessen en door het gezamenlijk gebruik maken van centrale ondersteunende diensten en systemen, een grotere efficiëntie worden bereikt bij de interne bedrijfsvoering. Bij efficiëntievoordelen op basis van de bundeling van prudentieel toezicht kan gedacht worden aan de volgende voordelen voor onder toezicht staande instellingen:
– er komt één aanspreekpunt voor instellingen die nu nog met beide toezichthouders te maken hebben;
– er komt één prudentieel toezichthouder «langs» bij de instellingen;
– onderzoek en publicaties en het ontwikkelen van toezichtbeleid komen op een efficiëntere manier tot stand;
– de rapportagelast van de instellingen wordt beperkt;
– er is een eenmalige toetsing van bestuurders, commissarissen en sleutelfunctionarissen in plaats van een dubbele toetsing.
Als voordelen van de fusie tussen DNB en de PVK bij hun ondersteunende diensten zien DNB en de PVK:
– een gemeenschappelijk begrotingsproces, een gemeenschappelijk proces rond jaarverslaglegging, één leidinggevend orgaan en één Raad van Commissarissen;
– samenvoeging van afdelingen als personeel & organisatie, communicatie, automatisering, financiële verslaggeving, planning en control en de accountantsdienst.
Verstevigen van de greep op de financiële stabiliteit
Tot slot geven DNB en de PVK aan dat het optreden als één organisatie de kwaliteit van het systeemtoezicht bevordert en daarmee de kwaliteit van het prudentiële toezicht. In één organisatie is het immers makkelijker om de informatie over marktontwikkelingen in de verschillende sectoren te combineren en een compleet beeld te vormen van de financiële markt als geheel. Verder is het zo dat de gefuseerde entiteit beter inzicht zal hebben in de soliditeit van de individuele financiële conglomeraten. Hierdoor kunnen eventuele risico's voor het gehele financiële stelsel eerder worden gesignaleerd. Voorts kan de rol van de centrale bank als systeemtoezichthouder ook bijdragen aan beter prudentieel toezicht op de financiële marktsector. Voor het toezicht op pensioenterrein wordt verwezen naar het slot van de volgende paragraaf.
Om diverse redenen is het van belang de fusie zo spoedig mogelijk tot stand te brengen. Daardoor kunnen de toezichthouders en de onder toezicht gestelden zo snel mogelijk profiteren van de in het bovenstaande geschetste voordelen. Daarnaast is het in het belang van het behoud van expertise (deskundig personeel) om de overgangsfase beperkt te houden. Belangrijk in dit kader is dat de gefuseerde entiteit als één organisatie kan optreden en zich als zodanig extern kan presenteren als DNB.
Derhalve is de keuze gemaakt om de fusie via een apart wetsvoorstel gestalte te geven in plaats van de procedure te volgen die in Titel 7 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is geregeld. De fusie wordt van kracht met ingang van de dag waarop deze wet in werking treedt.
Voor een fusie tussen DNB en de PVK is een wetswijziging noodzakelijk, onder andere omdat enige institutionele bepalingen van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 (Wtv 1993) aangepast dienen te worden. Deze wijziging vindt plaats in het licht van de voornemens de toezichtwetgeving voor de financiële marktsector en de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) te herzien per 1 juli 2005, respectievelijk 1 januari 2006. De fusiewet moet dus als een interim oplossing gezien worden. Derhalve beperkt dit wetsvoorstel zich tot de meest noodzakelijke onderdelen:
(1) Het bewerkstelligen van de fusie van DNB en de PVK. De fusie tussen DNB en de PVK is geen fusie in de zin van Boek 2, Titel 7, van het Burgerlijk Wetboek. Er wordt immers niet voldaan aan de eisen in artikel 310 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waarin is bepaald dat rechtspersonen kunnen fuseren met rechtspersonen die dezelfde rechtsvorm hebben. Mede daarom wordt gekozen voor een fusie bij wet in afwijking van het Burgerlijk Wetboek. Voorts biedt een fusie bij wet een heldere overgang van onder meer taken, bevoegdheden en verplichtingen. Door deze bij wet te verankeren wordt maximale duidelijkheid geschapen richting marktpartijen. Hierbij kan worden gedacht aan het overgaan van het vermogen en de bevoegdheden van de PVK naar DNB en het verdwijnen van de PVK.
(2) Het aanpassen van de bestaande (institutionele) bepalingen in de Wtv 1993 en andere wetten, rekening houdend met het feit dat DNB een centrale bank is waarvoor in het kader van het Europees Stelsel van Centrale Banken specifieke eisen gelden. In dit verband vervallen verschillende bepalingen in de Wtv 1993 die betrekking hebben op de institutionele inrichting en worden bepalingen die bevoegdheden toekennen aan de voorzitter of het bestuur van de PVK vervangen. Daarmee worden deze onderdelen meer in lijn gebracht met de organisatie van DNB.
Het streven daarbij is de relatie tussen de minister van Financiën en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zoveel mogelijk in stand te houden. De uiteindelijke splitsing in bevoegdheden van de ministers van Financiën en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zoals beschreven in hun bovengenoemde gezamenlijke brief1 aan de Tweede Kamer wordt doorgevoerd bij de herziening van de toezichtwetgeving voor de financiële marktsector en de herziening van de PSW. Tot die tijd blijft de huidige systematiek, aangevuld met de wijzigingen van dit wetsvoorstel, in stand.
Bij de vormgeving van het onderhavige voorstel is relevant dat DNB een beheersorganisatie is met een collegiaal bestuur waarin de verschillende taakgebieden samenkomen. Deze collegiale besluitvorming wijzigt echter niets aan de kaders waarbinnen afwegingen plaatsvinden ten aanzien van de wettelijke taken die bij deze fusie overgaan naar DNB. Als voorbeeld kan gedacht worden aan het pensioenterrein, waarover in het kader van de herziening van de PSW het volgende geldt. Beslissingen uit hoofde van het financiële toezicht op pensioenfondsen kunnen belangrijke macro-economische gevolgen hebben. Het is echter niet gewenst dat de toezichthouder op de pensioenfondsen, de PVK (na fusie DNB), in de beslissingen ook verantwoordelijk moet zijn voor het meewegen van dergelijke macro-economische gevolgen. Ook in het toezicht op andere financiële instellingen is dat niet aan de orde. Een dergelijke verantwoordelijkheid dient bij het kabinet te liggen en niet bij een (onafhankelijke) toezichthouder. Om met die macro-economische gevolgen toch rekening te houden, is het de bedoeling dat in en krachtens de Pensioenwet richtinggevende bepalingen zullen worden opgenomen voor het vereist eigen vermogen, de zekerheidsmaatstaf die daarbij dient te worden gehanteerd, de daarbij te hanteren scenario's en de daarbij in acht te nemen hersteltermijnen.
Gevolgen voor de administratieve lasten voor het bedrijfsleven
De voorgenomen fusie van DNB en de PVK leidt als zodanig niet tot een verhoging van administratieve lasten. Integendeel, de beoogde fusie heeft drie doelen: het verder verhogen van de effectiviteit van het prudentieel toezicht, het versterken van de bijdrage aan de financiële stabiliteit en het efficiënter gaan werken van de gefuseerde instelling.
De efficiencyvoordelen worden tijdens het fusieproces grondig geanalyseerd. DNB en PVK houden voorlopig rekening met een besparing als gevolg van de efficiencyvoordelen van ten minste € 5 miljoen. Thans bevinden de voorbereidingen van de fusie zich in de fase van het inrichten van de nieuwe organisatie. Daarbij ligt ook expliciet de nadruk op het optimaliseren van de benodigde middelen en menskracht. De reeds genoemde voordelen en het daarbij passende globale bedrag kunnen na afronding van het fusieproces nader gelokaliseerd en gekwantificeerd worden.
Toegespitst op de uitvoering van het toezicht is voorts een vermindering van administratieve lasten inzake informatieverplichtingen te verwachten. Met name zal die vermindering het toezicht op financiële conglomeraten betreffen; circa 80 procent van de Nederlandse financiële sector wordt gevormd door financiële conglomeraten. Financiële conglomeraten krijgen één loket en het toezicht wordt geïntegreerd uitgevoerd. Concreet betreft het met name:
– het wegnemen van overlap in rapportages, onderzoeken, gesprekken;
– het bundelen van de bepaling van het risicoprofiel, betrouwbaarheids-toetsen van groepsbestuurders en het structuurtoezicht.
Er zijn op dit moment in Nederland 11 financiële conglomeraten actief die door dit wetsvoorstel worden geraakt.
De fusie tussen DNB en PVK zal het aantal rapportageverplichtingen en/of andere informatieverplichtingen van de onder toezicht staande instellingen met circa 12, 5 procent doen afnemen van 176 tot 154. De kosten van een medewerker die zich bezig houdt met deze verplichtingen bedragen gemiddeld 80 euro per uur. De tijdsbesteding daalt van 35 176 uur naar 29 609 uur. Dit betekent dat de administratieve lasten dalen met (35 176–29 609) * 80= € 445 360.
Het aantal onderzoeken bij financiële conglomeraten zal van 30 naar 23 dalen (een daling van ruim 23 procent). Gemiddeld bedraagt het uurloon van een medewerker die zich met het onderzoek bezighoudt circa 90 euro. De tijdsbesteding daalt van 3000 uur naar 2300 uur. Dit betekent een daling van administratieve lasten van (3 000–2 300)*90= € 63 000.
Het aantal gesprekken bij financiële conglomeraten daalt van 623 naar 451. Gemiddeld bedraagt het uurloon van een medewerker die zich met deze gesprekken bezighoudt 135 euro. De tijdsbesteding door de financiële conglomeraten daalt van 14 952 uur naar 10 826 uur. Dit betekent een daling van administratieve lasten van (14 952–10 826)* 136= € 557 010.
Het bepalen van het risicoprofiel geschiedt na de fusie door één toezichthouder in plaats van twee toezichthouders. De tijdsbesteding door de onder toezicht staande instellingen daalt hierdoor van 3 300 uur naar 2 200 uur. Gemiddeld bedraagt het uurloon van een medewerker die zich bezighoudt met het bepalen van risicoprofielen 90 euro. Dit betekent een daling van administratieve lasten van (3 300–2 200)* 90= € 99 000.
De toetsing van bestuurders geschiedt na de fusie door één toezichthouder in plaats van twee toezichthouders. De tijdsbesteding voor de onder toezicht staande instellingen daalt hierdoor van 352 uur naar 176 uur. Gemiddeld bedraagt het uurloon bij deze werkzaamheden 55 euro. Dit betekent een daling van administratieve lasten van (352–176)* 55 = € 9 680.
Het structuurtoezicht geschiedt na de fusie door één in plaats van twee toezichthouders. De tijdsbesteding daalt hierdoor van 272 uur naar 136 uur. Gemiddeld bedraagt het uurloon bij deze werkzaamheden 55 euro. Dit betekent een daling van administratieve lasten van (272–136)* 55 = € 7 480.
De verwachte totale daling van de administratieve lasten na de fusie zal derhalve € 1 181 530 bedragen.
Verder zal er sprake zijn van een synergie en uitwisseling van kennis en informatie. Gevolg voor de financiële sector zal zijn dat dezelfde of soortgelijke vragen voortaan maar één keer worden gesteld. Tevens zal zich bij het ontwikkelen van sectoroverschrijdende toezichtonderwerpen en de gebruikelijke contacten daarover met de financiële sector synergie voordoen.
In navolging op de in 2002 doorgevoerde hervorming van het toezicht wordt momenteel voorts gewerkt aan een herziening van de toezichtwetgeving. Doel van het project is om de wetgeving inzichtelijk, doelgericht en marktgericht in te richten en sectorale verschillen waar mogelijk te stroomlijnen. Een belangrijk onderdeel hiervan is de stroomlijning van het prudentieel toezicht. Dit najaar zal daarvoor een concept gereed zijn. Administratieve lasten krijgen ook in dat verband aandacht.
Na de nadere uitwerking van de fusie en in het kader van de herziening van de toezichtwetgeving voor de financiële marktsector kan een verdere kwantificering van efficiencyvoordelen plaatsvinden.
Alternatief van de fusie zou zijn de huidige samenwerking te continueren en te verstevigen. Mede gelet op het feit dat financiële conglomeraten verplicht zouden blijven aan beide instellingen informatie te verschaffen, levert dit een mindere besparing op van de administratieve lasten.
II. Artikelsgewijze toelichting
Door het vastleggen in de wet dat DNB alle bevoegdheden en taken uitoefent die bij of krachtens enige wet aan de PVK zijn toegekend, wordt bereikt dat DNB integraal alle taken en bevoegdheden van de PVK overneemt en deze ook onder eigen naam kan uitoefenen. Dit zijn de taken en bevoegdheden op basis van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998, de Ziekenfondswet, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden, de Wet medefinanciering aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, het Burgerlijk Wetboek, de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, de Wet privatisering ABP, de Wet gevolgen privatisering ABP, de Wet privatisering FVP, het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering, de Pensioen- & Spaarfondsenwet, Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf (Wtn), de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling, de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 en andere wetten en lagere regelgeving waarin taken en bevoegdheden aan de PVK zijn toegekend. Aldus kan DNB op de verschillende terreinen optreden als één entiteit, onder één naam. Deze bepaling houdt ook in dat verplichtingen die ingevolge enige wettelijke bepaling bestaan jegens de PVK, dienen te worden nagekomen jegens DNB.
Vanwege het feit dat DNB en de PVK streven naar volledige fusie hadden zij voorkeur voor het vervangen in alle wet- en regelgeving van «de Pensioen- & Verzekeringskamer» door «De Nederlandsche Bank». Gelet op het voornemen dat de huidige toezichtwetgeving voor de financiële marktsector per 2005 en de PSW per 2006 worden herzien, is echter gekozen voor deze minder omvangrijke regelgevingsoperatie. Daarbij is meegewogen dat de stichting PVK bij de fusie zal ophouden te bestaan. Gezien het feit dat DNB alle taken en bevoegdheden van de PVK gaat uitoefenen op basis van artikel 2 van dit wetsvoorstel, is voldoende duidelijk dat daar waar in regelgeving «de Pensioen- & Verzekeringskamer» wordt genoemd, «De Nederlandsche Bank» dient te worden gelezen.
Bij de fusie houdt de stichting PVK op te bestaan. De Nederlandsche Bank N.V. is gevestigd te Amsterdam (artikel 1 statuten van De Nederlandsche Bank). De executoir verklaring van artikel 147k, achtste lid, zal derhalve door de president van de rechtbank te Amsterdam geschieden.
Indien er op het moment van de fusie echter nog civiele rechtszaken aanhangig zijn bij de rechtbank Zutphen, wordt er nog uitspraak gedaan door deze rechtbank.
Indien er beroep wordt ingesteld tegen een besluit van de toezichthouder, is artikel 8:7, tweede lid, van de Awb van toepassing.
Het huidige artikel 7a Wtv 1993 heeft betrekking op de totale begroting van de PVK, inclusief de werkzaamheden uit hoofde van de PSW, Wtn, Wet BPR, Wet notarieel pensioenfonds, WTZ 1998 en Wet privatisering FVP (vgl. ook de artikelen 186 Wtv 1993, 26 PSW, 23 Wet BPR, 18 Wet notarieel pensioenfonds en 9 Wet privatisering FVP).
De fusie van DNB en de PVK maakt een toespitsing noodzakelijk op welke onderdelen van de begroting de instemming van de minister betrekking heeft. Ten aanzien van de taken in het kader van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB), die in onafhankelijkheid moeten worden uitgevoerd, kan immers geen instemming plaatsvinden. De vaststelling van de begroting betreft geen besluit in de zin van Awb, want de vaststellende rechtspersoon (RvC) is immers geen bestuursorgaan: deze is niet met openbaar gezag bekleed en de rechtshandeling tot vaststelling van de begroting heeft alleen interne werking. De RvC is een privaatrechtelijk orgaan waaraan een statutaire bevoegdheid is gegeven tot het vaststellen van de begroting. Om die reden is in de terminologie het woord «instemming» gebruikt in plaats van «goedkeuring». Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht dat de handelingen van de ministers niet vallen binnen de omschrijving van artikel 10:25 Awb. Materieel is instemming echter hetzelfde als goedkeuring.
De wettelijke kostenomslag op grond van de verschillende wetten is gerelateerd aan de begroting als bedoeld in dit artikel.
Conform aanwijzing 124p van de Aanwijzingen voor de regelgeving is in dit artikel een bepaling opgenomen die de toezichthouder verplicht een financiële verantwoording op te stellen.
Naast instemming met de begroting als bedoeld in artikel 6 van dit wetsvoorstel, behoeft ook het financiële verslag de instemming van de Minister van Financiën en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hiermee wordt een sluitend geheel gevormd inzake het financiële toezicht op het bestuursorgaan.
Evenals bij de bevoegdheid van de Minister van Financiën en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tot instemming met de begroting, geldt bij de evaluatie dat een toespitsing noodzakelijk is op welke onderdelen de evaluatie betrekking heeft. Ook hier speelt dat deze bevoegdheid de ESCB-taken niet mag raken. Tegelijkertijd is de gelegenheid aangegrepen om de datum van de eerste evaluatie aan te passen aan het feit dat de onderhavige fusie plaatsvindt en een evaluatie kort na de fusie minder zinvol is. Voorgesteld wordt om de eerste evaluatie in 2008 te laten plaatsvinden, in plaats van 2005 zoals dat nu bepaald is in artikel 187a van de Wtv 1993.
De benoeming en het ontslag van de directieleden van DNB is geregeld in artikel 12 van de Bankwet 1998. Bij de fusie tussen DNB en PVK kan artikel 6 Wtv 1993 derhalve vervallen. In de gezamenlijke brief van de Ministers van Financiën en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer over de voorgenomen fusie1 is ingegaan op de vormgeving van de relatie tussen beide ministers en de toezichthouder. Daarbij is het voornemen verwoord om de bevoegdheden van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid toe te snijden op pensioenterrein en is erkend dat de nadelen die samenhangen met een dubbele aansturing moeten worden voorkomen. Een en ander leidt tot de keuze om de benoeming van bestuurders onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Financiën te laten plaatsvinden, zoals thans is bepaald in de Bankwet 1998, met passende betrokkenheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze betrokkenheid krijgt vorm doordat de benoeming of het ontslag van de president van de directie wordt geagendeerd voor de Ministerraad. Daarnaast zal de minister van Financiën zijn voornemen voor benoeming of ontslag van het lid, dat primair verantwoordelijk is voor het toezicht op de uitvoerders van pensioenregelingen, vooraf ter kennis brengen aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het beleidsbepalende orgaan, de directie, kent thans een collectieve verantwoordelijkheid. Dit laat echter onverlet dat er binnen de directie een afspraak wordt gemaakt over een taakverdeling.
De statuten van DNB worden door de Minister van Financiën goedgekeurd op basis van artikel 27 van de statuten van DNB. Vergelijkbaar met de benoeming en het ontslag van de directieleden ligt ook hier een verdeling in de verantwoordelijkheden van de Ministers van Financiën en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor de hand. Indien een wijziging van de statuten betrekking heeft op het pensioenterrein, zal de Minister van Financiën dit vooraf aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ter kennis brengen. Artikel 7 Wtv 1993 kan dus vervallen.
Om het verdwijnen van de Pensioenraad uit artikel 25, derde lid, PSW te ondervangen, is er voor gekozen om op te nemen dat er een periodiek overleg plaatsvindt met de belanghebbenden aangaande pensioenen. Onder belanghebbenden kan in dit kader worden verstaan: de sociale partners, de koepels van pensioenuitvoerders en de ouderenorganisaties.
In het periodieke overleg aangaande pensioenen dienen aan de orde te worden gesteld: de beleidsinformatie die het bestuursorgaan verzamelt ten behoeve van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de ontwikkelingen ten aanzien van de inhoud van de pensioenregelingen en de financiële positie van pensioenuitvoerders. Gelet op de geheimhoudingsplicht van het bestuursorgaan op grond van artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht mag deze informatie niet herleidbaar zijn tot een individuele pensioenuitvoerder.
Met deze wijziging van de Comptabiliteitswet 2001 (Cw 2001) wordt beoogd om een eventuele verandering van de bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer (AR) na de fusie van DNB en de PVK te ondervangen. Op de uitzonderingspositie van DNB als geheel dient daartoe een uitzondering gemaakt te worden voor de PVK-werkzaamheden.
Aangezien de Stichting PVK bij de fusie opgaat in De Nederlandsche Bank N.V., zou het onder de oude formulering van de leden drie en vier van artikel 91 voor de AR echter onmogelijk worden om een onderzoek ter plaatse in te stellen. Daar komt immers de uitzonderingspositie van DNB tot uitdrukking.
Daarom wordt de tekst van de leden drie en vier van artikel 91 Cw 2001 aangepast om mogelijk te maken dat de AR een onderzoek kan instellen gericht op de uitoefening door DNB van PVK-taken. Hierbij moet gedacht worden aan de uitoefening van taken uit hoofde van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, de Pensioen- en spaarfondsenwet, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling, de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, de Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds, de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 en de Wet privatisering FVP. Deze formulering maakt mogelijk dat er onderzoek gedaan kan worden naar bedrijfsvoering en rechtmatigheid met betrekking tot de PVK-taken die DNB uitvoert.
Bij een organisatorische of boekhoudkundige verwevenheid met andere nationale taken van DNB zou dit onderzoek minder goed mogelijk kunnen zijn. De aanpassing van de Cw 2001 dient derhalve ook als tussenoplossing.
In de loop van 2004 zal er aan de ministerraad een wetsvoorstel worden aangeboden waarin de Cw 2001 wordt aangepast om te bewerkstelligen dat de Algemene Rekenkamer toegang krijgt tot het (breed gedefinieerde) deel van DNB dat zich bezighoudt met toezicht en andere nationale taken.
Wetsvoorstellen zijn voor wat betreft de inwerkingtreding onderworpen aan de Tijdelijke referendumwet. Deze bepaalt dat een wet in werking kan treden met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. In de wet is echter ook voorzien in een uitzondering indien «inwerkingtreding van een wet waarover een referendum kan worden gehouden, geen uitstel kan lijden» (artikel 16).
Een dergelijke uitzondering is in het onderhavige wetsvoorstel aan de orde. Zoals in het algemeen deel van deze toelichting is aangegeven, is het van het grootste belang de fusie zo spoedig mogelijk te effectueren.
Bij de fusies van organisaties is één van de grootste gevaren (of oorzaken van mislukken) onrust onder het personeel. Ook bij de fusie tussen de stichting PVK en DNB N.V. is dit gevaar niet ondenkbeeldig. Als de inwerkingtreding van deze wet langer op zich zou laten wachten, als gevolg van de Tijdelijke referendumwet, wordt de kans op onrust nog groter.
Daar komt bij dat het van het grootste belang is dat de organisatie beschikt én blijft beschikken over hoog opgeleid personeel dat kennis heeft van de sector waarop zij toezicht houdt. De nieuwe organisatie zal immers belast worden met het prudentieel toezicht op de financiële ondernemingen.
Verder is het zo dat de sector eerder kan profiteren van de voordelen die de fusie met zich meebrengt. Hierbij moet gedacht worden aan het voorkomen van overlap en dubbel werk, lagere kosten van het toezicht ofwel het efficiënter werken van de toezichthouder in het algemeen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29411-3.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.