Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201729407 nr. 209

29 407 Vrij verkeer werknemers uit de nieuwe EU lidstaten

Nr. 209 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 februari 2017

Bij brief van 14 december 2015 heb ik u geïnformeerd over de migrantenmonitor 2013–2014 (Kamerstuk 29 407, nr. 206). Vandaag heeft het CBS de migrantenmonitor 2014–2015 gepubliceerd. De migrantenmonitor geeft inzicht in het aantal migranten dat in Nederland woont of werkt uit lidstaten van de Europese Unie (EU) exclusief Nederland (EU-27) en kandidaat-lidstaten van de EU. De methodiek sluit aan bij de eerdere migrantenmonitoren.

Aantal migranten stijgt

Uit figuur 1 wordt duidelijk dat ook in 2014 en 2015 het totaal aantal migranten uit EU-landen al jaren een stijgende tendens laat zien. Eind 2013 waren in totaal 619 duizend personen uit andere EU-lidstaten in Nederland geregistreerd in de Basisregistratiepersonen (BRP) of de polisadministratie. Eind 2014 waren dat 637 duizend personen en eind 2015 was dit tot 662 duizend personen gestegen.

Het aantal personen uit een van de andere EU-lidstaten met een baan nam toe van 382 duizend personen eind 2013 tot 410 duizend personen eind 2015.

Figuur 1: Ontwikkeling in aandeel personen uit andere EU-lidstaten1 (CBS)

Figuur 1: Ontwikkeling in aandeel personen uit andere EU-lidstaten1 (CBS)

1 Met ingang van 1 juli 2013 is Kroatië toegetreden tot de EU. De cijfers tot en met 2013 zijn exclusief Kroatië. Vanaf 2014 is Kroatië opgenomen in de reeks.

Het aantal migranten uit de EU-27 steeg in 2015 wat harder dan in 2014 (+25 duizend respectievelijk +18 duizend). De stijging van het aantal migranten met een baan was daarbij ruim twee maal zo groot als in 2014 (+19 duizend tegenover +9 duizend).

De meeste migranten uit de EU-27 kwamen eind 2015 uit Polen (31%). Daarna volgden Duitsland (18%), België (9%) en het Verenigd Koninkrijk (7%). Dit beeld is nagenoeg gelijk aan de verdeling eind 2014.

Het grootste gedeelte van de migranten uit de EU-11 en EU-27 werkt

In het onderzoek is onderzocht of migranten in Nederland werken, studeren, een uitkering ontvangen of zonder uitkering in Nederland verblijven. Eind 2015 (evenals in 2014) was 62% van de migranten uit de EU-27 werkend. Voor de EU-11 ligt dit percentage hoger: 74% van de migranten had in het laatste kwartaal van 2015 werk. Ook dit percentage is gelijk aan 2014. Figuur 2 laat zien dat het percentage personen met een baan door de jaren heen enigszins fluctueert, maar is er geen sprake van een dalende of stijgende trend. De migranten zonder baan zijn schoolgaand/studerend, uitkeringsgerechtigd (AO, WW en bijstand), ouder dan 65 jaar, of hebben een werkende partner.

Het aantal werknemers uit Roemenië steeg tussen eind 2013 en eind 2015 van 6 duizend tot 13 duizend en van werknemers uit Bulgarije in dezelfde periode van 3 duizend tot 8 duizend. Hoewel het aantal werknemers groeide, daalde tussen eind 2013 en eind 2014 het aantal zelfstandigen. Een verklaring voor de stijging van het aantal werknemers en de gelijktijdige daling van het aantal zelfstandigen is dat sinds 1 januari 2014 vrij werknemersverkeer geldt voor Roemenië en Bulgarije en geen tewerkstellingsvergunning nodig is bij werk in Nederland.

Figuur 2: Ontwikkeling in aandeel werknemers, zelfstandigen en personen zonder baan uit de Europese Unie (CBS)

Figuur 2: Ontwikkeling in aandeel werknemers, zelfstandigen en personen zonder baan uit de Europese Unie (CBS)

Uitkeringsgebruik door migranten

Figuur 2 laat tevens zien dat het aantal migranten zonder baan min of meer stabiel is op 40%. In de zomer is een kleine daling veroorzaakt door seizoensarbeid te zien. Het totale aantal uitkeringen voor personen tussen 15 en 65 jaar, waaronder arbeidsongeschiktheidsuitkeringen (WAO, WIA, Wajong en WAZ), WW-uitkeringen en bijstandsuitkeringen aan personen afkomstig uit een andere EU-lidstaat (EU-27), is het afgelopen jaar met 3% toegenomen tot 54.550 uitkeringen (figuur 3). Dit is een halvering ten opzichte van de stijging in 2014 (+5,8%).

Figuur 3: Personen met een AO-, WW- of bijstandsuitkering 2012–2014 afkomstig uit de EU-27 (exclusief exportuitkeringen)1

Figuur 3: Personen met een AO-, WW- of bijstandsuitkering 2012–2014 afkomstig uit de EU-27 (exclusief exportuitkeringen)1

1 Met ingang van 1 juli 2013 is Kroatië toegetreden tot de EU. De cijfers tot en met 2013 zijn exclusief Kroatië. Vanaf 2014 is Kroatië opgenomen in de reeks.

Van de 431 duizend mensen die in december 2015 in Nederland een WW-uitkering ontvingen is 6% afkomstig uit de EU-27. De grootste groep EU-burgers in de WW zijn Poolse WW-gerechtigden met 15 duizend personen (4%). Er is een stijging te zien in het WW-gebruik van Poolse werknemers (10% ten opzichte van eind 2014). Deze toename is te verklaren door de toename van het aantal Poolse werknemers dat in Nederland in loondienst werkt. Ook werken Poolse werknemers relatief vaak op een contract voor bepaalde tijd in de uitzendbranche, transport en landbouw (seizoenarbeid). Na afloop van het contract ontstaat werkloosheid waarbij een beroep gedaan wordt op de WW.

De WW kent tevens de mogelijkheid om met behoud van de uitkering in een andere EU lidstaat naar werk te zoeken. Eind 2015 maakten in totaal 710 personen gebruik van deze mogelijkheid ten opzichte van 660 personen eind 2014 (+8%). Van deze 710 personen in 2015 waren 590 van Poolse afkomst.

De migrantenmonitor 2014–2015 laat zien dat aantal EU-burgers met een uitkering in Nederland licht stijgt. Het is belangrijk alert te zijn op het juiste gebruik van voorzieningen om te voorkomen dat mensen hier onbedoeld gebruik danwel misbruik van maken. In het kader van de wijzigingen op de Coordinatieverordening 883/2004 ben ik bovendien voorstander van het voorstel van de Europese Commissie om een wachttijd van drie maanden te introduceren alvorens men recht krijgt op een werkloosheidsuitkering. Dit leidt ertoe dat de werkloosheidsuitkering een meer realistische weergave is van het genoten salaris en de afgedragen premies. Tevens zal ik mij inzetten om de mogelijkheden om met behoud van een Nederlandse WW-uitkering in een andere EU lidstaat naar werk te zoeken te beperken.

De ontwikkeling in het gebruik van uitkeringen door migranten blijf ik nauwgezet volgen.

Tot slot

De migrantenmonitor 2014–2015 laat zien dat het aantal EU-burgers dat in Nederland woont of werkt, blijft stijgen. In 2015 is de groei bovendien sterker dan in 2014, met name van migranten met een baan. Dit geldt ook voor arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa. Ik heb deze kabinetsperiode gepleit voor fatsoenlijk werk binnen Europa. De stijging van het aantal arbeidsmigranten in Nederland betekent dat we ons sterk moeten blijven maken voor fatsoenlijk werk voor iedereen en ons moeten inzetten om onderbetaling en uitbuiting te bestrijden. Ook moeten we alert zijn op de verdringingingseffecten van arbeidsmobiliteit binnen de EU. Dit past binnen mijn brede agenda om gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats te bevorderen. In dit verband heb ik mij, zoals bekend, ingezet om de detacheringsrichtlijn aan te passen en heb ik tal van andere maatregelen genomen om dit beginsel dichterbij te brengen. De bestrijding van de schaduwkanten van het vrije verkeer is noodzakelijk voor het behoud van het draagvlak van de EU.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher