29 407 Vrij verkeer werknemers uit de nieuwe EU lidstaten

Nr. 141 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 maart 2012

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft mij gevraagd de Kamer te informeren over de vragen die de Europese Commissie aan het kabinet heeft gesteld op het terrein van arbeidsmigratie en sociale zekerheid.

De vragen van de Europese Commissie vloeien voort uit de brief die de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel en ondergetekende 14 november jongstleden hebben gestuurd aan de Europese Commissie inzake vragen van de Europese Commissie over het Nederlandse arbeidsmigratiebeleid.

Uit de brief van de Europese Commissie concludeer ik, dat deze zich kan vinden in een aantal belangrijke onderdelen op EU-terrein van de beleidsbrief van de Nederlandse overheid over maatregelen op het gebied van arbeidsmigratie (van 14 april jongstleden).

De vragen van de Europese Commissie zijn de volgende:

  • 1. Ten aanzien van het kabinetsvoornemen om de procedure voor het vaststellen van het recht op bijstand en het toetsen van het verblijfsrecht om te draaien vraagt de Commissie hoe we kunnen garanderen, dat in de nieuwe situatie geen vertraging optreedt in het verstrekken van bijstandsuitkeringen aan legaal verblijvende EU-burgers. Tevens vraagt de Commissie informatie te geven over de beleidsrichtlijnen voor de IND in deze procedure.

  • 2. Met betrekking tot het kabinetsvoornemen om een taaleis in de bijstand op te nemen vraagt de Commissie te bevestigen of het inderdaad zo is dat alleen een taaleis wordt opgelegd, als op basis van een individuele analyse blijkt dat kennis van de Nederlandse taal de kansen op een baan vergroot.

  • 3. De Commissie geeft aan bezorgd te zijn over de rechten van «first time jobseekers» en niet te kunnen accepteren dat het verblijfsrecht van de werkzoekende wordt beperkt tot een periode van drie maanden, waarna hij kan worden gevraagd te bewijzen of hij een reële kans heeft op werk in de gastlidstaat.

  • 4. Wat de bijstandsrechten van grenswerkers betreft stelt de Commissie dat de toepassing van het gelijkheidsprincipe zich niet mag beperken tot in Nederland verblijvende personen.

Ik ben bezig met de voorbereiding van een reactie op deze vier punten en zal uw Kamer te zijner tijd informeren over de inhoud ervan.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, H. G. J. Kamp

Naar boven