29 398 Maatregelen verkeersveiligheid

T VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 26 maart 2021

De commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving1 heeft in haar vergadering van 2 maart jl. gesproken over de geldigheidsduur van rijbewijzen, medische keuringen en de situatie bij het CBR.

Naar aanleiding hiervan is op 8 maart 2021 een brief gestuurd aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met vragen van de leden van de fracties van PvdA, PVV, 50PLUS en FVD.

De Minister heeft op 26 maart 2021 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, Dragstra

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR INFRATRUCTUUR, WATERSTAAT EN OMGEVING

Aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat

Den Haag, 8 maart 2021

De commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving heeft in haar vergadering van 2 maart jl. gesproken over de geldigheidsduur van rijbewijzen, medische keuringen en de situatie bij het CBR. Bij de leden van de fracties van PvdA, PVV, 50PLUS en FVD leeft de behoefte over deze onderwerpen enkele vragen aan u voor te leggen. De leden van de CDA-fractie sluiten zich aan bij de vragen van de leden van de fracties van PvdA en 50PLUS.

Vragen van de PvdA-fractie

Het aantal examens, toetsen en rijtesten dat ingehaald moet worden is circa 610.000. Het gaat hierbij om het restant van de eerste lockdown en de aantallen uit de tweede lockdown. De helft hiervan zijn theorie-examens en de andere helft betreft praktijkexamens. De lockdowns hebbende situatie bij het CBR verder verslechterd. Dit baart de leden van de PvdA-fractie zorgen. Deze leden willen u vragen in hoeverre u het CBR in staat acht om de achterstanden in te lopen, en welke mogelijkheden u ziet voor een permanente oplossing om de achterstanden in te lopen.

U hebt eerder zelf aangegeven dat er sprake is van een nijpend tekort waar het gaat om beschikbare artsen. Deze artsen zijn nodig om medische keuringen te kunnen verrichten. De leden van de PvdA-fractie willen u vragen of u kunt aangeven hoe het op dit moment staat met deze tekorten. Ook horen deze leden graag van u welke actie er is ondernomen om ervoor te zorgen dat deze tekorten worden ingelopen.

Verder constateren de leden van de PvdA-fractie dat u hebt aangegeven dat de geldigheid van het examenbewijs ook wordt verlengd. Dit betekent naar de mening van deze leden in feite dat er mensen worden gedupeerd, doordat zij geen «bewijs» (rijbewijs) krijgen om hun «bevoegdheid» aan te tonen. Deze leden willen u dan ook vragen of u in de coulanceregeling kunt opnemen of kunt toevoegen dat het hebben van een examenbewijs voldoende «bewijs» is om de bevoegdheid van de desbetreffende persoon te kunnen aantonen.

Ten slotte willen de leden van de PvdA-fractie u vragen of u kunt aangeven of het verlengen van de geldigheid van de medische keuring wordt meegenomen in de coulanceregeling.

Vragen van de PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie lezen op p. 2 van uw brief van 24 februari 2021:

«Zoals reeds gemeld in de brief van 5 februari jl. bevat de nieuwe verordening een opt-out mogelijkheid per onderliggende richtlijn of verordening, wanneer een automatische verlenging van de onderliggende certificaten niet noodzakelijk is gezien de nationale omstandigheden. Nederland maakt hiervan gebruik voor wat betreft de APK, binnenvaart en op een aantal terreinen in het kader van het spoor en het wegvervoer.» 2

Op p. 2–3 van uw brief van 5 februari 2021 staat:

«Het kabinet beoordeelt de subsidiariteit als positief. Immers, het grensoverschrijdende karakter van de gevolgen van COVID-19 en het grensoverschrijdende karakter van vervoer, vragen aanpassing van de bestaande wetgeving op EU-niveau.»3

Kunt u voor de afgelopen 12 maanden en de komende tijd (indien in de planning) aangeven welke wetsvoorstellen vanuit de Europese Commissie zijn voortgekomen (kijkende naar de beleidsonderwerpen infrastructuur, waterstaat en omgeving) die zijn gebaseerd op «het grensoverschrijdende karakter» van de gevolgen van COVID-19, waardoor (gewijzigde) EU-wetgeving noodzakelijk is? Graag ontvangen de leden van de PVV-fractie een gemotiveerd antwoord met zoveel mogelijk details, waaronder of de betreffende wetgeving opt-outs mogelijk maakt en met een toelichting waarom Nederland wel of niet gebruik maakt van eventuele opt-outs.

Op p. 3 van uw brief van 5 februari staat verder:

«Financiële gevolgen

Het kabinet is van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van het meerjarig financieel kader 2021–2027, en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting van de EU. Eventuele budgettaire gevolgen voor de nationale begroting worden in ieder geval ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels van de budgetdiscipline.»

Kunt u misschien al een inschatting geven inzake eventuele budgettaire gevolgen (in de breedste zin) voor Nederland? Graag ontvangen de leden van de PVV-fractie een gemotiveerd antwoord met zoveel mogelijk details.

Vragen van de 50PLUS-fractie

De leden van de 50PLUS-fractie hebben naar aanleiding van uw brief van 31 augustus 20204 de volgende vragen. Uit uw brief volgt dat u ervoor gekozen hebt om de geldigheidsduur van rijbewijzen die verlopen in de periode van 1 september tot 1 december 2020 met negen maanden te verlengen. Vervolgens staat op p. 2 van genoemde brief:

«Samengevat betekent dit dat rijbewijzen waarvan de geldigheidsduur is verlopen tussen 1 februari en 1 december nog negen maanden langer als geldig worden beschouwd».

Klopt het dat de laatstgenoemde periode het jaar 2020 beslaat? Of bedoelt u het jaar 2021? Want anders is een verlopen rijbewijs per 1 februari 2020 met verlenging van negen maanden slechts tot 1 december 2020 geldig. En een rijbewijs dat op 1 december 2020 verloopt blijft weliswaar door verlenging tot 31 augustus 2021 geldig, maar wat gebeurt er dan op 1 september 2021?

Bestaat opnieuw een mogelijkheid om voor verlopen rijbewijzen in het jaar 2021 een extra verlengingsduur te verkrijgen zolang de achterstanden bij het CBR nog niet zijn weggewerkt dan wel dat door de COVID-19-maatregelen herkeuringen voor rijbewijzen onmogelijk of lastig blijven?

Kunt aangeven welke nadere stappen worden ondernomen ter voorkoming dat ouderen waarvan de rijbewijzen verlopen en die niet tijdig herkeurd kunnen worden toch in staat blijven om gebruik te maken van hun auto zodat hun mobiliteit geborgd blijft?

Vragen van de FVD-fractie

De leden van de fractie van FVD maken zich zorgen over de aanhoudende stop bij de afname van theorie- en praktijkexamens voor bestuurders van voertuigen en over de stop bij de medische keuringen die voor verschillende rijbewijzen nodig zijn. Zij hebben daarom de volgende vragen:

  • 1. Volgens de bij de leden van deze fractie laatste bekende brief van 31 augustus 2020 over het verlengen van rijbewijzen5 is de geldigheid van deze bewijzen die aflopen in de periode tot 1 december 2020 verlengd met 9 maanden vanwege de coronamaatregelen. Hoe staat het met de verlengingstermijn van rijbewijzen die verlopen vanaf 1 december 2020? Is hierbij sprake van een continuering van deze 9 maanden verlenging tot augustus 2021 zoals deze leden mondeling hebben vernomen in de commissie? Zo ja, tot wanneer loopt deze periode exact? Zo nee, hoe is het nu geregeld met het verlengen van rijbewijzen?

  • 2. U geeft aan dat u in maart komt met een voorstel voor een set aan maatregelen om de achterstanden weg te werken. Wat is de minimale termijn waarop deze maatregelen geëffectueerd kunnen worden en hoe verhoudt dat zich tot de ontstane en verder te verwachten groei van deze achterstanden?

  • 3. De wachttijd voor praktijkexamens is nu al opgelopen tot minimaal 20 weken. Bij welke wachttijdtermijn bent u bereid in te grijpen om de ontstane situatie vlot te trekken? Welke instrumenten hebt u daarvoor en welke bent u bereid om toe te passen?

  • 4. Het aantal verlopen rijbewijzen door het ontbreken van een medische keuring als gevolg van onder andere wachttijden bij specialisten is volgens de maandrapportage van december beperkt, dit vanwege het instellen van een tweede lockdown sinds 15 december 2020. Hoe groot verwacht u dat de stijging zal zijn van het aantal verlopen rijbewijzen als gevolg van het ontbreken van een rijtest of het ontbreken van een medische beoordeling, zij het door een keuringsarts dan wel door een specialist?

  • 5. Tot hoe hoog is de wachttijd inmiddels opgelopen voor het afnemen van rijtesten bij het CBR die benodigd zijn voor de verlenging van sommige rijbewijzen?

  • 6. Tot hoe hoog is het aantal verlopen rijbewijzen en de werkvoorraad bij het CBR inmiddels opgelopen en wat betekent dat op dit moment voor de doorlooptijd van het verlengen van een verlopen rijbewijs?

  • 7. Hoe groot is de problematiek van de keuringen bij het beroepsvervoer van goederen en passagiers en welke impact heeft dat op deze vormen van vervoer op dit moment?

  • 8. U geeft aan dat het CBR bezig is om medisch adviseurs op te leiden in het tweede kwartaal van 2021 vanwege onderbezetting. Vindt u het acceptabel dat er op deze belangrijke post een onderbezetting is en bent u van plan om deze onderbezetting eerder op te lossen vanwege de nu al grote vertraging bij de doorloop van verlengingen van rijbewijzen?

  • 9. Wat is voor u op dit moment de grootste zorg bij de ontstane vertraging van het afnemen en verlengen van rijbewijzen bij het CBR en welke bottleneck moet volgens u met de grootste prioriteit worden opgelost?

De commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving ziet met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangt deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, H.J. Meijer

BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 maart 2021

De Eerste Kamercommissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving heeft in haar vergadering van 2 maart jl. gesproken over de geldigheidsduur van rijbewijzen, medische keuringen en de situatie bij het CBR. Bij brief van 8 maart jl. hebben de fracties van PvdA, PVV, 50PLUS en FVD enkele vragen gesteld. De leden van de CDA-fractie sluiten zich aan bij de vragen van de leden van de fracties van PvdA en 50PLUS. Hierbij stuur ik u de antwoorden op de vragen die vanuit de commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving zijn gesteld.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

Vragen van de PvdA-fractie

1. Het aantal examens, toetsen en rijtesten dat ingehaald moet worden is circa 610.000. Het gaat hierbij om het restant van de eerste lockdown en de aantallen uit de tweede lockdown. De helft hiervan zijn theorie-examens en de andere helft betreft praktijkexamens. De lockdowns hebben de situatie bij het CBR verder verslechterd. Dit baart de leden van de PvdA-fractie zorgen. Deze leden willen u vragen in hoeverre u het CBR in staat acht om de achterstanden in te lopen, en welke mogelijkheden u ziet voor een permanente oplossing om de achterstanden in te lopen.

Voor het oplossen van de problematiek bij de examendivisies heeft het CBR een Taskforce Examenafname ingesteld. Deze Taskforce is met een plan gekomen. Voor de inhoud van dit plan van aanpak verwijs ik kortheidshalve naar de brief van 23 maart aan de Tweede Kamer6. Met dit plan van aanpak ligt er een perspectief om de opgelopen reserveringstermijnen als gevolg van het stilliggen van de dienstverlening terug te brengen tot het normale niveau. Het streven is voor het einde van 2022 weer binnen de afgesproken kpi voor de reserveringstermijnen van praktijkexamens te komen. De opgave is groot en zal dit jaar en volgend jaar flinke inspanningen vergen van de rijschoolbranche en het CBR.

2. U hebt eerder zelf aangegeven dat er sprake is van een nijpend tekort waar het gaat om beschikbare artsen. Deze artsen zijn nodig om medische keuringen te kunnen verrichten. De leden van de PvdA-fractie willen u vragen of u kunt aangeven hoe het op dit moment staat met deze tekorten. Ook horen deze leden graag van u welke actie er is ondernomen om ervoor te zorgen dat deze tekorten worden ingelopen.

Het CBR is voor het tijdig beoordelen van de medische rijgeschiktheid afhankelijk van de keuringsverslagen van keuringsartsen. De termijnen voor de beoordeling hiervan door het CBR zijn al een paar maanden binnen de daarvoor gestelde kpi, namelijk dat rijbewijshouders binnen 28 dagen na inzending van het medisch rapport een reactie ontvangen. Het CBR heeft op dit moment voldoende medisch adviseurs om de ingediende aanvragen te beoordelen. Wel is er sprake van een effect als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van COVID-19. Hierdoor zijn de wachttijden bij medisch specialisten en bij de rijtest langer dan normaal. Ook stellen mensen een bezoek aan een specialist uit. Als gevolg van de lockdown is de dienstverlening van het CBR, waaronder het afnemen van rijtesten, vanaf 15 december 2020 stilgelegd. Inmiddels worden sinds 3 maart de rijtesten weer afgenomen.

3. Verder constateren de leden van de PvdA-fractie dat u hebt aangegeven dat de geldigheid van het examenbewijs ook wordt verlengd. Dit betekent naar de mening van deze leden in feite dat er mensen worden gedupeerd, doordat zij geen «bewijs» (rijbewijs) krijgen om hun «bevoegdheid» aan te tonen. Deze leden willen u dan ook vragen of u in de coulanceregeling kunt opnemen of kunt toevoegen dat het hebben van een examenbewijs voldoende «bewijs» is om de bevoegdheid van de desbetreffende persoon te kunnen aantonen.

4. Ten slotte willen de leden van de PvdA-fractie u vragen of u kunt aangeven of het verlengen van de geldigheid van de medische keuring wordt meegenomen in de coulanceregeling.

De coulanceregeling gold vanaf 1 december 2020 tot 1 maart jl. Zoals gemeld in mijn brief aan de Tweede Kamer van 24 februari jl.7, is vanaf 6 maart jl. de nieuwe Europese omnibusverordening (EU 2021/267) van kracht. Deze geldt met terugwerkende kracht tot en met 1 september 2020. Op basis van deze verordening, die een rechtstreekse werking heeft, worden de rijbewijzen die verlopen zijn of nog gaan verlopen in de periode van 1 september 2020 tot 1 juli 2021 nog gedurende 10 maanden na de verloopdatum geacht geldig te zijn. Dit is inmiddels ook gecommuniceerd naar het Verbond van Verzekeraars, de Politie en het OM. Rijbewijshouders van wie het rijbewijs verloopt vóór 1 juli 2022 kunnen door deze verlenging nog 10 maanden langer met het rijbewijs blijven rijden.

Vragen van de PVV-fractie

1. De leden van de PVV-fractie lezen op p. 2 van uw brief van 24 februari 2021: «Zoals reeds gemeld in de brief van 5 februari jl. bevat de nieuwe verordening een opt-out mogelijkheid per onderliggende richtlijn of verordening, wanneer een automatische verlenging van de onderliggende certificaten niet noodzakelijk is gezien de nationale omstandigheden. Nederland maakt hiervan gebruik voor wat betreft de APK, binnenvaart en op een aantal terreinen in het kader van het spoor en het wegvervoer. Op p. 2–3 van uw brief van 5 februari 2021 staat: «Het kabinet beoordeelt de subsidiariteit als positief. Immers, het grensoverschrijdende karakter van de gevolgen van COVID-19 en het grensoverschrijdende karakter van vervoer, vragen aanpassing van de bestaande wetgeving op EU-niveau. Kunt u voor de afgelopen 12 maanden en de komende tijd (indien in de planning) aangeven welke wetsvoorstellen vanuit de Europese Commissie zijn voortgekomen (kijkende naar de beleidsonderwerpen infrastructuur, waterstaat en omgeving) die zijn gebaseerd op «het grensoverschrijdende karakter» van de gevolgen van COVID-19, waardoor (gewijzigde) EU-wetgeving noodzakelijk is? Graag ontvangen de leden van de PVV-fractie een gemotiveerd antwoord met zoveel mogelijk details, waaronder of de betreffende wetgeving opt-outs mogelijk maakt en met een toelichting waarom Nederland wel of niet gebruik maakt van eventuele opt-outs.

In de Europese verordening (EU) 2020/698 en de Europese verordening (EU) 2021/267 wordt een vangnet gecreëerd voor personen en bedrijven omdat, als gevolg van de COVID-19 crisis, de kans bestaat dat vervoerders en andere betrokkenen niet in staat zullen zijn de nodige formaliteiten te vervullen of de nodige procedures na te leven. Dit om te voldoen aan bepaalde Unierechtelijke voorschriften met betrekking tot de verlenging of vernieuwing van certificaten, getuigschriften of vergunningen, of om andere stappen te nemen die nodig zijn om de geldigheid daarvan te handhaven. De bevoegde overheden van de lidstaten zullen om dezelfde redenen misschien niet in staat zijn te voldoen aan de verplichtingen van het Unierecht en te waarborgen dat de door vervoerders of werknemers ingediende aanvragen vóór het verstrijken van de geldende termijn worden behandeld.

Omdat de effecten van de COVID-19 maatregelen niet in alle lidstaten op dezelfde manier van invloed zijn op het kunnen voldoen aan de verplichtingen bevat de verordening EU 2020/698, die een werking had tot 1 september 2020, een opt-out mogelijkheid voor de artikelen 3 (Richtlijn 2006/126/EG inzake rijbewijzen), 4 (Verordening (EU) nr. 165/2014) inzake de bestuurderskaart), 5 (Richtlijn 2014/45/EU inzake APK), 8 (Verordening (EG) nr. 1072/2009 inzake de communautaire vergunning goederenvervoer) en artikel 11 (Richtlijn 2007/59/EG inzake certificering van machinisten). Nederland heeft destijds alleen voor artikel 5 gebruik gemaakt van deze mogelijkheid omdat de dienstverlening voor de periodieke keuring van auto’s (APK) geen hinder ondervond van de beperkende maatregelen die in het voorjaar 2020 zijn genomen om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan.

De daarop volgende verordening EU 2021/267 bevat voor vrijwel alle Europese regelgeving die hieronder valt een opt-out mogelijkheid. Nederland heeft voor een negental artikelen gebruik gemaakt van de opt-out mogelijkheid. Ik verwijs hierbij kortheidshalve naar de bijgaande brief aan de Tweede Kamer van 24 februari jl. 8 Hiertoe is besloten, ofwel omdat de betreffende sectoren geen hinder ondervinden of verwachten te ondervinden van de COVID-19 maatregelen ofwel omdat er in andere internationale gremia afspraken zijn gemaakt over coulance. Het betreft:

artikel 4 (verordening 165/2014)

artikel 5 (richtlijn 2014/45/EU)

artikel 7 (verordening 1072/2009)

artikel 8 (richtlijn1073/2009)

artikel 9 (richtlijn 2016/798)

artikel 10 (richtlijn 2004/49/EC)

artikel 12 (richtlijn 2012/34/EU)

artikel 14 (richtlijn 96/50/EC)

artikel 15 (richtlijn 2016/1629)

2. Op p. 3 van uw brief van 5 februari staat verder: «Financiële gevolgen

Het kabinet is van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van het meerjarig financieel kader 2021–2027, en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting van de EU. Eventuele budgettaire gevolgen voor de nationale begroting worden in ieder geval ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels van de budgetdiscipline.» Kunt u misschien al een inschatting geven inzake eventuele budgettaire gevolgen (in de breedste zin) voor Nederland? Graag ontvangen de leden van de PVV-fractie een gemotiveerd antwoord met zoveel mogelijk details.

De mogelijke gevolgen betreffen een inkomstenderving voor de RDW vanwege het feit dat een aantal rijbewijzen niet wordt vernieuwd op het moment waarop dat normaliter zou gebeuren, te weten voor de oorspronkelijke verloopdatum. Naar verwachting zullen de effecten naar verhouding beperkt zijn.

Vragen van de 50PLUS-fractie

1. Uit uw brief volgt dat u ervoor gekozen hebt om de geldigheidsduur van rijbewijzen die verlopen in de periode van 1 september tot 1 december 2020 met negen maanden te verlengen. Vervolgens staat op p. 2 van genoemde brief:

«Samengevat betekent dit dat rijbewijzen waarvan de geldigheidsduur is verlopen tussen 1 februari en 1 december nog negen maanden langer als geldig worden beschouwd». Klopt het dat de laatstgenoemde periode het jaar 2020 beslaat? Of bedoelt u het jaar 2021? Want anders is een verlopen rijbewijs per 1 februari 2020 met verlenging van negen maanden slechts tot 1 december 2020 geldig. En een rijbewijs dat op 1 december 2020 verloopt blijft weliswaar door verlenging tot 31 augustus 2021 geldig, maar wat gebeurt er dan op 1 september 2021?

Bedoeld wordt de periode vanaf 1 februari 2020 tot 1 december 2020. Inmiddels is een nieuwe Europese verordening (EU 2021/267) van kracht waardoor rijbewijzen die verlopen in de periode van 1 december 2020 tot 1 juli 2021 met 10 maanden worden verlengd. Rijbewijzen die op 1 december 2020 verliepen zijn op grond van de nieuwe Europese verordening dus geldig tot 1 oktober 2021. Rijbewijzen die verlopen na 30 juni 2021 worden niet verlengd en moeten dus voor de verloopdatum op het rijbewijs worden vernieuwd.

2. Bestaat opnieuw een mogelijkheid om voor verlopen rijbewijzen in het jaar 2021 een extra verlengingsduur te verkrijgen zolang de achterstanden bij het CBR nog niet zijn weggewerkt dan wel dat door de COVID-19-maatregelen herkeuringen voor rijbewijzen onmogelijk of lastig blijven?

Op grond van de nieuwe Europese verordening (EU 2021/267) worden rijbewijzen die in de periode van 1 december 2020 tot 1 juli 2021 verlopen met 10 maanden verlengd. Ik verwijs hiervoor naar de bijgaande brief aan de Tweede Kamer van 24 februari jl. Nederland overweegt aan de Europese Commissie voor te stellen deze referentieperiode op te rekken tot 1 oktober 2021, zodat ook de geldigheid van rijbewijzen die tussen 1 juli 2021 en 1 oktober 2021 verlopen met minimaal 10 maanden worden verlengd. Daarvoor moet de Nederlandse regering uiterlijk op 31 mei 2021 een met redenen omkleed verzoek indienen bij de Europese Commissie.

3. Kunt aangeven welke nadere stappen worden ondernomen ter voorkoming dat ouderen waarvan de rijbewijzen verlopen en die niet tijdig herkeurd kunnen worden toch in staat blijven om gebruik te maken van hun auto zodat hun mobiliteit geborgd blijft?

Er is op dit moment geen sprake van een achterstand bij het behandelen van medische dossiers bij het CBR. Momenteel worden alle actieve dossiers (waarbij CBR aan zet is) binnen de gestelde kpi van 28 dagen afgehandeld. De gemiddelde reactietermijn bedraagt 1 week. Als mensen echter langer moeten wachten bij een specialist voor een keuring of moeten wachten op een rijtest is nog steeds de zogenaamde 75+regeling van toepassing waardoor rijbewijzen een administratieve verlenging krijgen van 1 jaar. Deze regeling loopt tot 1 juni 2021.

Daarnaast biedt de nieuwe Europese verordening (EU) 2021/267 ook hen de mogelijkheid om door te rijden indien hun rijbewijs voor 1 juli 2021 verloopt. Hun rijbewijs wordt geacht na de verloopdatum nog 10 maanden langer geldig te zijn. Zij kunnen in dat geval in heel Europa blijven rijden.

Vragen van de FVD-fractie

De leden van de fractie van FVD maken zich zorgen over de aanhoudende stop bij de afname van theorie- en praktijkexamens voor bestuurders van voertuigen en over de stop bij de medische keuringen die voor verschillende rijbewijzen nodig zijn. Zij hebben daarom de volgende vragen:

1. Volgens de bij de leden van deze fractie laatste bekende brief van 31 augustus 2020 over het verlengen van rijbewijzen is de geldigheid van deze bewijzen die aflopen in de periode tot 1 december 2020 verlengd met 9 maanden vanwege de coronamaatregelen. Hoe staat het met de verlengingstermijn van rijbewijzen die verlopen vanaf 1 december 2020? Is hierbij sprake van een continuering van deze 9 maanden verlenging tot augustus 2021 zoals deze leden mondeling hebben vernomen in de commissie? Zo ja, tot wanneer loopt deze periode exact? Zo nee, hoe is het nu geregeld met het verlengen van rijbewijzen?

In de bijgaande brief van 24 februari jl. is de Tweede Kamer geïnformeerd over de nieuwe Europese verordening (EU) 2021/267 op grond waarvan rijbewijzen die verlopen in de periode van 1 september 2020 tot 1 juli 2021 nog gedurende 10 maanden na de verloopdatum geacht worden geldig te zijn. De nieuwe verordening voorziet ook in een extra verlenging voor de rijbewijzen die voor 1 september 2020 verliepen en die dus onder de vorige verordening vielen. Deze worden verlengd tot 1 juli 2021 of met 6 maanden, indien dat langer is, verlengd indien de vorige verlenging binnen de periode van 1 september 2020 tot 1 juli 2021 afloopt.

2. U geeft aan dat u in maart komt met een voorstel voor een set aan maatregelen om de achterstanden weg te werken. Wat is de minimale termijn waarop deze maatregelen geëffectueerd kunnen worden en hoe verhoudt dat zich tot de ontstane en verder te verwachten groei van deze achterstanden?

3. De wachttijd voor praktijkexamens is nu al opgelopen tot minimaal 20 weken. Bij welke wachttijdtermijn bent u bereid in te grijpen om de ontstane situatie vlot te trekken? Welke instrumenten hebt u daarvoor en welke bent u bereid om toe te passen?

Voor het oplossen van de problematiek bij de examendivisies heeft het CBR een Taskforce Examenafname ingesteld. Deze is met een plan gekomen om de reserveringstermijnen voor examens weer binnen de daarvoor gehanteerde kpi’s te brengen. Voor de inhoud van dit plan van aanpak verwijs ik kortheidshalve naar de brief van 23 maart aan de Tweede Kamer. Met dit plan van aanpak ligt er een perspectief om de opgelopen reserveringstermijnen als gevolg van het stilliggen van de dienstverlening terug te brengen tot het normale niveau. De opgave is groot en zal dit jaar en volgend jaar flinke inspanningen vergen van de rijschoolbranche en het CBR.

4. Het aantal verlopen rijbewijzen door het ontbreken van een medische keuring als gevolg van onder andere wachttijden bij specialisten is volgens de maandrapportage van december beperkt, dit vanwege het instellen van een tweede lockdown sinds 15 december 2020. Hoe groot verwacht u dat de stijging zal zijn van het aantal verlopen rijbewijzen als gevolg van het ontbreken van een rijtest of het ontbreken van een medische beoordeling, zij het door een keuringsarts dan wel door een specialist?

Het aantal verlopen rijbewijzen is de afgelopen maanden vrij stabiel gebleven. Het CBR verwacht geen stijging van dit aantal. Vanaf 3 maart jl. is het ook weer toegestaan contactberoepen uit te oefenen, hetgeen bijdraagt aan het terugdringen van het aantal verlopen rijbewijzen.

5. Tot hoe hoog is de wachttijd inmiddels opgelopen voor het afnemen van rijtesten bij het CBR die benodigd zijn voor de verlenging van sommige rijbewijzen?

Voordat de tweede lockdown op 15 december 2020 inging was de gemiddelde reserveringstermijn voor een rijtest ruim 7 weken. Dat was hoger dan normaal als gevolg van de lockdown in het voorjaar van 2020. Deze zijn verder opgelopen als gevolg van de tweede lockdown. Op dit moment is nog geen betrouwbare reserveringstermijn te geven omdat het een aantal weken na de herstart van 3 maart duurt voordat een realistisch beeld ontstaat. Medio april verwacht het CBR meer inzicht in de reserveringstermijnen voor de belangrijkste examenproducten en rijtesten.

6. Tot hoe hoog is het aantal verlopen rijbewijzen en de werkvoorraad bij het CBR inmiddels opgelopen en wat betekent dat op dit moment voor de doorlooptijd van het verlengen van een verlopen rijbewijs?

De problematiek met wachttijden bij het onderdeel medische rijgeschiktheid is inmiddels opgelost. De gemiddelde reactietermijn is een week, alle klanten die een keuringsrapport insturen ontvangen een reactie van het CBR binnen de geldende kpi (28 dagen).

Het aantal verlopen rijbewijzen bedraagt eind februari 6.553 en is vrijwel gelijk gebleven aan voorgaande maanden. De werkvoorraad is in februari gedaald en bedraagt circa 75.802. Het CBR kent altijd verlopen rijbewijzen in de voorraad doordat mensen de gezondheidsverklaring laat of te laat indienen of omdat zij zelf besluiten het aanvraagproces te stoppen of te onderbreken (bijvoorbeeld door opname in ziekenhuis of verzorgingshuis).

7. Hoe groot is de problematiek van de keuringen bij het beroepsvervoer van goederen en passagiers en welke impact heeft dat op deze vormen van vervoer op dit moment?

Op dit moment is er geen probleem, omdat beroepschauffeurs in vervoer van goederen en personen die door een te late keuring geconfronteerd worden met een verlopen rijbewijs, op basis van de Europese verordening (EU) 2021/267 nog maximaal 10 maanden kunnen doorrijden.

8. U geeft aan dat het CBR bezig is om medisch adviseurs op te leiden in het tweede kwartaal van 2021 vanwege onderbezetting. Vindt u het acceptabel dat er op deze belangrijke post een onderbezetting is en bent u van plan om deze onderbezetting eerder op te lossen vanwege de nu al grote vertraging bij de doorloop van verlengingen van rijbewijzen?

Er zijn op dit moment voldoende medisch adviseurs. De gemiddelde reactietermijn bij het onderdeel medische rijgeschiktheid bedraagt 1 week, alle klanten die een keuringsrapport indienen bij het CBR ontvangen een reactie binnen de geldende kpi (28 dagen). Er is dus geen sprake van vertraging als gevolg van tekort aan medische adviseurs. Wel is er sprake van een effect als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van COVID-19, waardoor de wachttijd bij medisch specialisten en bij de rijtest langer dan normaal is. Ook stellen mensen een bezoek aan een specialist uit. Als gevolg van de lockdown is de dienstverlening van het CBR, waaronder het afnemen van rijtesten, vanaf 15 december 2020 stilgelegd. Inmiddels worden sinds 3 maart de rijtesten weer afgenomen.

9. Wat is voor u op dit moment de grootste zorg bij de ontstane vertraging van het afnemen en verlengen van rijbewijzen bij het CBR en welke bottleneck moet volgens u met de grootste prioriteit worden opgelost?

De grootste zorg op dit moment is het oplopen van de reserveringstermijnen voor praktijkexamens. Het CBR heeft hiervoor een taskforce in het leven geroepen die een plan van aanpak heeft gemaakt. Voor de inhoud hiervan wordt verwezen naar de brief aan de Tweede Kamer van 23 maart 20219. Met de voorgestelde maatregelen is het streven voor het einde van 2022 weer binnen de afgesproken KPI voor de reserveringstermijnen van praktijkexamens te komen. Voor de theorie-examinering is de inschatting dat, bij volledige hervatting van de dienstverlening de reserveringstermijnen sneller kunnen worden ingelopen dan de reserveringstermijnen bij de praktijkexamens. Dit vanwege het één op één karakter van praktijkexamens.


X Noot
1

Samenstelling:

Atsma (CDA), De Boer (GL), Van Dijk (SGP), Pijlman (D66), Klip-Martin (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV), arbouw (VVD), Bezaan (PVV), Crone (PvdA), Dessing (FVD), Geerdink (VVD), Janssen (SP), Kluit (GL), Meijer (VVD) (voorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Prins (CDA), Recourt (PvdA), Rietkerk (CDA), Vendrik (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten), Van Pareren (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Karakus (PvdA) (ondervoorzitter)

X Noot
2

IENW/BSK-2021/47483.

X Noot
3

Kamerstukken II 2020/21, 22 112, nr. 3046.

X Noot
4

Kamerstukken I 2019/2020, 35 434 / 29 383 / 25 295, F.

X Noot
5

Kamerstukken I 2019/2020, 35 434 / 29 383 / 25 295, F.

X Noot
6

Brief van de Minister van IenW aan de Tweede Kamer dd. 23 maart 2021 inzake Plan van aanpak – CBR Taskforce Examenafname nr. 2021Z04861

X Noot
7

Brief van de Minister van IenW aan de Tweede Kamer dd. 24 februari 2021, Kamerstuk 29 398, nr. 900.

X Noot
8

Brief van de Minister van IenW aan de Tweede Kamer dd. 24 februari 2021, Kamerstuk 29 398, nr. 900.

X Noot
9

Brief van de Minister van IenW aan de Tweede Kamer dd. 23 maart 2021 inzake Plan van aanpak – CBR Taskforce Examenafname nr. pm

Naar boven