29 398
Maatregelen verkeersveiligheid

nr. 89
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 23 april 2008

De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat1 heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister van Verkeer en Waterstaat over de brief van 22 april 2008 inzake het ontwerp-amvb wijziging Reglement rijbewijzen in verband met invoering van educatieve maatregelen (Kamerstuk 29 398, nr. 89).

De minister van Verkeer en Waterstaat heeft deze vragen beantwoord bij brief van 22 april 2008. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Roland Kortenhorst

Adjunct-griffier van de commissie,

Van der Sman

1

Hoe moet de cursus (lichte EMA voor beginners) worden bezien in het licht van het alcoholslot?

Dit concept-besluit heeft betrekking op de lichte ema voor beginnende bestuurders die zijn aangehouden met een alcoholpromillage tussen de 0,5 en 0,8 promille. De maatregel zal onderdeel gaan vormen van de vorderingsprocedure op grond van de artikelen 130 en volgende van de Wegenverkeerswet 1994. In het kader van deze procedure bepaalt het CBR of iemand nog geschikt of rijvaardig is en legt het CBR, vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, een passende maatregel op aan de betrokken bestuurder. Met het concept-besluit wordt uitvoering gegeven aan een verzoek van de Kamer om te komen tot invoering van deze maatregelen. Het streven is erop gericht de maatregel reeds komend najaar in te voeren. Hiermee wordt vooruitgelopen op een wetsvoorstel tot aanpassing van de vorderingsprocedure en de invoering van het alcoholslotprogramma. In dit kader zal de lichte ema ook worden ingevoerd voor de ervaren bestuurders.

Het alcoholslotprogramma is bedoeld voor bestuurders die worden aangehouden met een promillage van 1,3 of hoger en bij recidive vanaf 0,8 promille. In het wetsvoorstel dat in voorbereiding is zal een getrapt systeem worden voorgesteld dat er bij eerste overtreding als volgt uitziet:

0,8–1,0 (beginnende bestuurders 0,5–0,8): lichte ema

1,0–1,3 (beginnende bestuurders 0,8–1,0): ema

1,3–2,1 (beginnende bestuurders 1,0 -1,8): alcoholslotprogramma en

> 2,1 (beginnende bestuurders >1,8): onderzoek naar de geschiktheid.

2

Als een bestuurder reeds een lichte ema gevolgd heeft en hij wordt opnieuw gepakt, volgt dan automatisch de zware cursus?

In het bovengenoemde besluit gaat het om een lichte ema voor beginnende bestuurders. Zij vallen onder deze maatregel bij een overtreding tussen 0,5 en 0,8 promille. Mocht zo’n bestuurder binnen vijf jaar recidiveren, dan zal volgens de beoogde systematiek de naast hogere cursus, te weten de ema, volgen. Recidiveert hij dan weer, dan volgt een onderzoek naar de geschiktheid.

3

Per wanneer wordt de educatieve maatregel gedrag (emg) ingevoerd?

De educatieve maatregel gedrag wordt per 1 oktober 2008 ingevoerd.

4

Is er een evaluatiemoment ingebouwd? Zo ja, wat zijn de evaluatiecriteria?

Na drie jaar zal deze cursus worden geëvalueerd. Doelstelling van de emg is voorkomen van recidive. Het belangrijkste criterium is daarom de mate waarin nog sprake is van recidive. Daarnaast dient de cursist zijn kennis te hebben vergroot over de effecten die verbonden zijn aan risicovol gedrag en zal hij zijn attitude ten aanzien van die problematiek in positieve zin hebben moeten bijgesteld. Dit wordt gemeten met behulp van een vragenlijst.

5

Geldt de lichte ema alleen voor beginnende bestuurders of juist voor elke automobilist?

Het thans voorliggende voorstel betreft uitsluitend de invoering van de lichte ema voor de beginnende bestuurders. Bij de herziening van de gehele vorderingsprocedure en de invoering van het alcoholslotprogramma (zie ook vraag 1) zal het voorstel worden opgenomen waarbij de lichte EMA ook mogelijk zal worden voor ervaren bestuurders.

6

Welke oplossingen zijn er voor de problemen bij het leveren van het bewijs van overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (het verbod op het besturen van een motorrijtuig, terwijl de bestuurder wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs voor die categorie motorrijtuigen ongeldig was verklaard) en op welke termijn kunnen deze worden verwacht?

Dit aandachtspunt staat op zichzelf los van de voorgestelde maatregel. Overleg vindt plaats met alle betrokkenen om te bezien op welke manier hiervoor een oplossing zou kunnen worden gevonden. Dit overleg is nog gaande.

7

Zijn er tijdig voldoende docenten? Wie is daar verantwoordelijk voor?

Er zijn tijdig voor de invoeringsdatum van de beide cursussen voldoende docenten. Het CBR is verantwoordelijk voor de kwaliteit en kwantiteit van deze docenten en heeft hierover goede afspraken gemaakt met de instantie die de docenten levert.

8

Hoeveel gaat de lichte ema kosten? Wat wordt er voor de kandidaat in rekening gebracht?

De kosten voor de lichte ema zijn als volgt gespecificeerd:

De vraag naar de kosten van de lichte ema valt nu nog niet te beantwoorden, maar zal aldus het CBR, niet hoger uitvallen dan €350,– per cursist. De kosten komen voor rekening van de betrokkene.

9

Wat verstaat u onder een ervaren bestuurder?

Onder een ervaren bestuurder wordt verstaan de bestuurder die meer dan 5 jaar in het bezit van een rijbewijs is, dan wel, indien het eerst afgegeven rijbewijs de bevoegdheid geeft tot het besturen van bromfietsen en dit rijbewijs is afgegeven aan een persoon die op het ogenblik van afgifte de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, als sinds het tijdstip van afgifte meer dan zeven jaar zijn verstreken.

10

Zijn er mogelijkheden om ook beginnende bestuurders van motorrijtuigen van de categorie AM onder de lichte ema te laten vallen?

De maatregel is niet van toepassing op beginnende bestuurders van motorrijtuigen van de categorie AM (bromfietsen en brommobielen). Datzelfde geldt overigens ook voor de bestaande ema. Het betreft immers in beide gevallen een maatregel in het kader van de beoordeling van de geschiktheid van een bestuurder en voor bromfietsers en brommobielen gelden geen geschiktheidseisen.

11

Hoe kan één cursus emg effectief zijn voor een zeer diverse groep deelnemers?

Ik heb laten nagaan hoe naar verwachting de emg-populatie zal zijn opgebouwd. Er kunnen drie subgroepen worden onderscheiden, waarvan er twee door hun omvang opvallen. Het gaat hierbij om: ervaren meest mannelijke bestuurders in de leeftijd van 25 tot 50 jaar en jonge, beginnende bestuurders. Gelet op praktische bezwaren, zoals regionale spreiding en omvang van de doelgroep kies ik er vooralsnog voor om de twee subgroepen samen te nemen. Op termijn hoop ik twee aparte groepen te kunnen formeren (beginners en ervaren bestuurders). De derde subgroep betreft boos-agressieve rijders. Deze is zo beperkt van omvang dat hiervoor geen aparte cursus voor geformeerd kan worden. In de cursusopzet wordt rekening gehouden met verschillen door in de aanpak te differentiëren, zonder de vastgelegde structuur van de cursus te doorbreken. Docenten zullen in hun aanpak rekening houden met verschillen tussen deelnemers. Ook dit zal in de evaluatie worden bezien.

12

Hoe zal de emg er uit gaan zien?

Aan de emg gaat een intakegesprek vooraf, dat als doel heeft de cursist te motiveren voor de cursus en dat daarnaast laat zien wat er van hem verwacht wordt. Ook krijgt de docent een beeld van de verschillende cursisten, hun ervaringen en hun verwachtingen. Tevens heeft de intake een beperkte selectiefunctie: cursisten die tijdens het intakegesprek blijk geven van gedrag dat het volgen van de emg ernstig hindert worden alsnog uitgesloten. Deze cursisten zullen alsnog aan een onderzoek naar de rijvaardigheid worden onderworpen.

De cursus zelf duurt drie dagen, van elkaar gescheiden door een periode waarin de cursist «huiswerkopdrachten» krijgt, waarop in een volgende bijeenkomst wordt ingegaan. In de cursus worden de cursisten bewust gemaakt van de problemen die hun gedrag oproept en worden cursisten gestimuleerd het gedrag te veranderen.

13

Als het praktijkexamen voor bromfietsers wordt ingevoerd komt er dan, naast een emg, ook een ema voor bromfietsbestuurder? Zo nee, waarom niet?

Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar mijn antwoord op vraag 10.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Staaij (SGP), Snijder-Hazelhoff (VVD), Mastwijk (CDA), Duyvendak (GL), Kortenhorst (CDA), voorzitter, Koopmans (CDA), Gerkens (SP), Van der Ham (D66), Nicolaï (VVD), Haverkamp (CDA), De Krom (VVD), Samsom (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Roefs (PvdA), Jansen (SP), Cramer (CU), Roemer (SP), Koppejan (CDA), Vermeij (PvdA), Madlener (PVV), Ten Broeke (VVD), ondervoorzitter, Ouwehand (PvdD), Polderman (SP), Tang (PvdA) en De Rouwe (CDA).

Plv. leden: Van der Vlies (SGP), Boekestijn (VVD), Bilder (CDA), Van Gent (GL), Hessels (CDA), Jager (CDA), Van Bommel (SP), Koşer Kaya (D66), Neppérus (VVD), Van Gennip (CDA), Aptroot (VVD), Dijsselbloem (PvdA), Jacobi (PvdA), Besselink (PvdA), Vacature (algemeen), Anker (CU), Van Leeuwen (SP), Knops (CDA), Depla (PvdA), Agema (PVV), Verdonk (Verdonk), Thieme (PvdD), Lempens (SP), Waalkens (PvdA) en Van Heugten (CDA).

Naar boven