29 398 Maatregelen verkeersveiligheid

Nr. 753 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 september 2019

Inleiding

Bij dezen informeer ik u over een onderzoek dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft uitgevoerd naar voertuigverlichting bij (auto) handelaren. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in het kader van een EU toezichtsproject met als context markttoezicht op verkeersproducten, en richtte zich specifiek op de verkoop van autolampen voor externe verlichting.

Uitkomsten onderzoek ILT

In het onderzoek is door de ILT gecontroleerd op de aanwezigheid van het zogenaamde E-merk op de verlichting. Alleen verlichting die van een E-merk is voorzien mag op de openbare weg worden gebruikt.

Het E-merk heeft verschillende doelen. Het borgt aan de ene kant de veiligheid voor andere weggebruikers doordat de verlichting aan verschillende technische eisen moet voldoen, en aan de andere kant streeft het naar een level playing field doordat deze eisen voor alle fabrikanten gelden die voertuigverlichting op de EU markt willen brengen.

Voertuigverlichting zonder E-merk mag verkocht worden, bijvoorbeeld als deze speciaal ontworpen is voor gebruik op een circuit, maar deze mag niet gebruikt worden op de openbare weg. Hierbij moet worden opgemerkt dat de fabrikant die de verlichting ontwerpt, bepaalt waar deze voor bedoeld is.

Uit het onderzoek bleek dat de bezochte (auto) handelaren voertuigverlichting verkochten zonder een E-merk. Om de consument te informeren dat deze lampen niet op de openbare weg mochten worden gebruikt gaven zij zelf op de verpakking aan dat dit niet mocht. Deze bedrijven veronderstelden dat zij hiermee de consument juist hadden voorgelicht en dat het aan de consument was om de keuze te maken welke soort verlichting er voor welk doel werd aangeschaft. De bedrijven handelden op deze wijze op basis van eerdere communicatie met de ILT.

Door de ILT is in het verleden aangegeven dat dergelijke verlichting die niet was voorzien van het E-merk, wel verkocht mocht worden zolang aan een afnemende partij (waaronder de consument) duidelijk werd gemaakt dat deze voertuigverlichting niet op de openbare weg mag worden gebruikt. Deze interpretatie van de wetgeving bleek gaande het EU toezichtsproject echter onjuist. Alleen de fabrikant mag bepalen waar de verlichting voor gemaakt is en niet de importeur of distributeur.

De ILT heeft aan de bedrijven die het betreft kenbaar gemaakt dat dit niet mag en dat alle verkeersproducten die worden verkocht voor gebruik op de openbare weg moeten voldoen aan de wettelijke eisen die aan het product zijn gesteld. Dit houdt in dat het product moet zijn voorzien van een E-merk dat is aangebracht door de fabrikant.

Doordat in het verleden anders was gecommuniceerd heeft de ILT (nog) niet handhavend opgetreden.

Gevolgen verkeersveiligheid

Er zijn geen aanwijzingen dat er sprake is van risico’s voor de verkeersveiligheid. Bij navraag bij de Politie is bijvoorbeeld gebleken dat er geen gegevens bekend zijn van ongevallen als gevolg van het gebruik van autoverlichting zonder E-merk.

Vervolg acties

De ILT heeft de betrokken bedrijven tot 1 november de tijd gegeven om de zaken aan te passen. Vanaf 1 november kunnen bedrijven weer een inspectie verwachten.

De ILT zal zowel de consument als andere spelers op deze markt, zoals de ANWB, Bovag, de Consumentenbond en Veilig Verkeer Nederland, nader informeren over deze voertuigverlichting.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

Naar boven