Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201529398 nr. 447

29 398 Maatregelen verkeersveiligheid

Nr. 447 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 februari 2015

Tijdens het Algemeen Overleg Verkeersveiligheid van 9 oktober (Kamerstuk 29 398, nr. 428) heb ik u toegezegd de mogelijkheden te onderzoeken rond het aansprakelijk stellen van fietsers bij ongevallen door bellen en appen op de fiets.

Een ongeval met een auto leidt bij fietsers vaak tot letsel, dat qua leed van een andere orde is dan de (veelal) beperkte schade aan de auto en ongeschonden bestuurder. Art. 185 van de Wegenverkeerswet is in het leven geroepen om te voorkomen dat een gewonde fietser in het ziekenhuis geconfronteerd wordt met het vergoeden van lakschade aan de auto. De kern van dit artikel is dat de automobilist verplicht is om bij een verkeersongeval de schade van anderen (niet-automobilisten) te vergoeden, behalve als het ongeval aan overmacht te wijten is.

De wijze waarop verzekeraars met art. 185 omgaan staat in het «Spoorboekje art. 185 WVW» van het Verbond van Verzekeraars» dat openbaar is.

Kortgezegd betekent dit dat als de automobilist kan aantonen dat er sprake is van overmacht de fietser aansprakelijk gesteld kan worden door de verzekeraar van de automobilist. Bij het bepalen van de verdeling van de aansprakelijkheid is de mate waarin de gedragingen van beide partijen hebben bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval bepalend. Hierbij wordt nog wel een billijkheidscorrectie toegepast (door bijvoorbeeld rekening te houden met iemands leeftijd, ernst van het letsel of dekking verzekering).

In de praktijk is voor verzekeraars een goede klantrelatie van groot belang en een aansprakelijkstelling kan daarin verstorend werken. Ook kijken verzekeraars naar de kosten en de baten (welke gedragingen kunnen worden bewezen, wat is de schadeomvang, wat is de ernst van het letsel bij de fietser, wat is de kans op succesvol verhaal, welke kosten zijn daarmee gemoeid). Omdat de wet geen verplichting kent tot het verhalen van schade kunnen verzekeraars een afgewogen beslissing maken.

Bepalen welke gedragingen hebben bijgedragen aan het ongeval is maatwerk. Daarom is het huidige art. 185 ook algemeen geredigeerd en bevat het geen verwijzingen naar specifieke gedragingen. Smartphonegebruik, zowel bij automobilist als fietser, kan bijdragen aan ongeval. Dit geldt echter evenzeer voor rood licht negatie, zonder verlichting fietsen en snelheidsovertredingen. De mogelijkheid om schade te verhalen bij fietsers die dit gedrag vertonen is er nu ook al. Ik ben er daarom geen voorstander van om specifieke gedragingen, zoals appen op de fiets, in art. 185 WVW op te nemen. Dit zou ertoe nopen om in dit artikel een uitputtende opsomming van specifieke gedragingen te geven die een uitzondering op het aansprakelijkheidsregime rechtvaardigen. Zo’n wijziging zou er niet toe leiden dat er meer schades verhaald worden. De huidige tekst biedt voldoende mogelijkheden.

Als het gaat om smartphonegebruik in het verkeer ben ik op dit moment bezig om verantwoord gebruik te stimuleren, zowel bij automobilisten als fietsers. Ook KPN, T-Mobile, Vodafone, Ziggo en UPC hebben aangegeven zich hiervoor gezamenlijk in te gaan spannen. Ik wil met hen kijken in hoeverre wij het probleem kunnen oplossen. Daarnaast heb ik u toegezegd de ervaringen van het verbod op bellen op de fiets in het buitenland te inventariseren. Hierover informeer ik u voor de zomer.

Alles overziend lijkt het mij niet wenselijk om op dit moment de huidige regeling omtrent aansprakelijkheid aan te passen.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus