Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201229398 nr. 332

29 398 Maatregelen verkeersveiligheid

Nr. 332 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juli 2012

Hierbij geef ik reactie op de motie Bashir over de periodieke herkeuringen voor het rijbewijs (TK 2001–2012/29 398, nr. 330). Met deze motie verzoekt uw Kamer mij de herkeuringen voor ADHD-ers die onder behandeling staan, per direct te stoppen.

De huidige regelgeving m.b.t. medische geschiktheidseisen is gebaseerd op de Europese rijbewijsrichtlijn. In de Regeling eisen geschiktheid 2000 is een paragraaf opgenomen over ADHD. Hierin is bepaald dat het CBR over de rijgeschiktheid van mensen met ADHD beslist op basis van de volgende elementen:

  • a) Het formulier van de eigen verklaring

  • b) Een onderzoeksrapport van een medisch specialist

  • c) Eventueel, indien nodig, een rijtest.

  • d) Het CBR kan op basis hiervan een verklaring van geschiktheid afgeven van maximaal 3 jaar voor groep 1 rijbewijshouders (personenauto’s en motorrijwielen) en maximaal 1 jaar voor groep 2 (vrachtwagens en bussen).

Uw Kamer heeft mij eerder vragen gesteld over het huidige regime rond herkeuringen bij mensen met ADHD. In antwoord hierop heb ik aangegeven dat ik de Gezondheidsraad heb gevraagd mij te adviseren over de periodieke herkeuringseisen voor stabiele aandoeningen zoals ADHD (Brief 22 mei, TK 2011–2012, 29 398, nr. 325) en hier prioriteit aan te geven. Vooruitlopend op de uitkomsten van dit advies heeft uw Kamer mij met de motie Bashir (TK 2011–2012, 29 398 nr. 330) verzocht de periodieke herkeuring voor mensen met ADHD die onder behandeling zijn per direct te laten vervallen.

Zoals eerder in de Kamer aangegeven had ik graag gewacht op de wetenschappelijke uitkomsten van de Gezondheidsraad om onderbouwd te stellen dat het afschaffen geen gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert. De afgelopen jaren heeft het CBR namelijk voor tientallen personen per jaar geen verklaring van geschiktheid afgegeven vanwege ADHD. Desalniettemin vraagt u mij middels de aangenomen motie de periode keuring te stoppen. Graag geef ik een toelichting op de wijze waarop ik hier invulling aan ga geven.

De periodieke herkeuring voor het rijbewijs voor mensen met ADHD voor groep1, die onder behandeling zijn, zal ik bij wijze van experiment laten vervallen. Ik heb ervoor gekozen voor deze specifieke groep te volstaan met een medisch advies dat aan de eigen verklaring kan worden toegevoegd. Met dit advies moet worden aangetoond dat de aanvrager van een verklaring van geschiktheid onder behandeling is en er geen sprake is van andere risicofactoren, zoals psychische aandoeningen of medicijnenmisbruik. Dit medisch advies is noodzakelijk, omdat de Europese rijbewijsrichtlijn dit voorschrijft.

Het nieuwe proces voor deze specifieke groep ziet er dan als volgt uit:

  • a) Het formulier van de eigen verklaring inclusief advies behandelend arts of specialist opsturen.

  • b) Het CBR verleent op basis hiervan een verklaring van geschiktheid voor 3 jaar.

De regeling hoeft niet te worden aangepast om dit experiment mogelijk te maken.

De periodieke herkeuring door een door het CBR aangewezen medisch specialist en het opleggen van een eventuele rijtest komt hiermee voor deze groep te vervallen voor wat betreft de herkeuring bij verlenging van het rijbewijs. Deze zijn evenwel nog van toepassing bij de eerste keuring.

Mijn inschatting is dat binnen een termijn van drie maanden de herkeuringen op experimentele basis kunnen worden vervangen door een advies. Deze tijd is nodig opdat het CBR haar procedures hierop kan aanpassen.

Ten slotte benadruk ik nogmaals dat ik conform uw verzoek, vooruitloop op de advisering van de Gezondheidsraad over de periodieke herkeuring bij ADHD. Dit betekent dat op dit moment niet duidelijk is wat de risico’s zijn voor de verkeersveiligheid. Mocht uit de advisering van de Gezondheidsraad blijken dat de risico’s voor de verkeersveiligheid groot zijn, zal ik het experiment beëindigen en indien nodig de regeling aanpassen op grond van het advies.

De minister van Infrastructuur en Milieu, M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus