29 398
Maatregelen verkeersveiligheid

nr. 209
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 4 maart 2010

De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat1 heeft op 2 februari 2010 overleg gevoerd met minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat over:

– de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat d.d. 15 januari 2010 over de stand van zaken ten aanzien van de advisering door de Gezondheidsraad over een second opinion bij de medische rijgeschiktheid (29 398, nr. 202);

– de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat d.d. 29 januari 2010 over de financiële situatie bij het CBR (29 398, nr. 204).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,

Jager

De griffier van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,

Sneep

Voorzitter: Jager

Griffier: Jongepier

Aanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: Aptroot, Jager, Roefs, Roemer en De Rouwe,

en minister Eurlings, die wordt vergezeld door enkele ambtenaren van zijn ministerie.

De voorzitter: Ik open de vergadering en heet welkom de minister en de leden van de commissie.

De heer Roemer (SP): Voorzitter. Het is inmiddels een aardig dossier geworden, maar ik heb het gevoel dat het nog steeds niet goed gaat bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Dat is op zijn zachtst gezegd spijtig. Eigenlijk vind ik dat het zo niet meer kan. Ik wil graag een aantal problemen benoemen.

Allereerst de adviezen van de Gezondheidsraad, waarover we ook al schriftelijk met de minister van gedachten hebben gewisseld. We wachten al geruime tijd op deze adviezen. Ondertussen blijven de klachten en de problemen binnenstromen. Uiteraard ga ik niet op de stoel van een arts zitten, maar ik wil wel voorkomen dat onze regels zo star zijn dat iedere redelijkheid ontbreekt. Zo heb ik vragen gesteld naar aanleiding van het voorbeeld bij diabetes en epilepsie. Daarover is advies gevraagd. De minister antwoordt op mijn vraag dat hij verwacht dat dit in augustus is geïmplementeerd. Nu is de regel zo star, dat zelfs als er geen medisch risico is, iemand zijn rijbewijs niet terug krijgt. Er zijn sinds augustus nieuwe Europese richtlijnen (2009/112/EG en 2009/113/EG) die dit duidelijk verbeteren. Ik ken een voorbeeld van iemand die zeer recent zijn baan als chauffeur is kwijtgeraakt. Hij is ontslagen terwijl hij bij de nieuwe richtlijnen zijn groot rijbewijs had behouden. Daarom doe ik nogmaals een oproep om zo spoedig mogelijk een tijdelijke overgangsregel te maken, zodat de honderden mensen die ermee te maken krijgen hun baan niet kwijtraken. Graag een heldere toezegging hierover.

Daarnaast houdt de keuring nog steeds een vooroordeel in. Bij de Eigen verklaring wordt gevraagd of je vroeger wel eens klachten hebt gehad. Ongeacht of je genezen bent verklaard, moet je de hele molen door. Waarom is dit? Is de minister bereid hiernaar en naar mijn vragen kritisch te kijken en indien noodzakelijk met aanpassingen te komen? Ook hierop krijg ik graag een helder antwoord.

Dan de problemen bij het CBR zelf. Recent hebben we gesproken over een nieuw reserveringssysteem voor het rijexamen. Dat moest en zou er volgens het CBR komen. Het CBR bedacht het nieuwe examen en deed ook zelf de evaluatie. Gisteren kregen wij als Kamer een onderzoeksrapport van een aantal rijschoolhouders. Bij toeval kregen zij vragen over aantallen en conclusies die in de evaluaties waren gebruikt. Ze zijn daarop een uitgebreid onderzoek gestart naar de argumenten van het CBR en de cijfers die het CBR heeft gebruikt om het nieuwe systeem te rechtvaardigen. Ze hebben de cijfers vergeleken met de CBR-cijfers uit het jaarverslag en ze hebben alle individuele cijfers ook nog eens bij het CBR opgevraagd. Dit betreft cijfers over examens, toetsen et cetera. Uit dit onderzoek zou blijken dat het CBR foute cijfers heeft gebruikt en naar het lijkt bewust verkeerde conclusies heeft getrokken om dit systeem er door te krijgen. Zo zijn er helemaal geen examentijden onbenut gebleven en omgezet naar toetsen. Ook zou de stijging van 18% niet correct zijn. Wanneer je het rapport leest – voor alle duidelijkheid zeg ik nogmaals dat alle cijfers van het CBR zelf zijn – dan kun je niet anders concluderen dan dat de minister en de Tweede Kamer misleid zijn door het CBR. Ik verzoek de minister dit rapport zeer serieus te nemen en zeer grondig te onderzoeken. We vragen een snelle reactie richting de Kamer hierover. De SP-fractie neemt dit zeer hoog op.

Nog steeds zijn er grote computerproblemen. Het CBR lijkt zich geen raad te weten met ICT. Wanneer is hierbij voor de minister de maat vol? Is het juist dat honderdduizenden dossiers medisch gezien nog steeds niet matchen met de huidige systemen? Graag hoor ik hierop een antwoord. Klopt het dat nog steeds grote aantallen vorderingen niet binnen de daarvoor geldende termijnen zijn behandeld? Waarom is er nog geen plan van aanpak inzake de problemen bij de vorderingen gemaakt? Dat zou er al in september of oktober geweest moeten zijn. Hoe is de audit gelopen? Waarom wordt de Kamer daarover niet geïnformeerd? Graag krijg ik hierop een helder antwoord van de minister.

Weet de minister eigenlijk hoeveel klachten het CBR in 2009 heeft binnengekregen, inclusief de rubricering naar onderwerp en het aantal betalingen? Zo niet, waarom weet hij dat niet? Weet de minister hoeveel verkeerde rijbewijzen aan de orde zijn geweest en zijn teruggedraaid in 2009? Zo niet, waarom weet de minister dat niet? Volgens mij zou hij ervan schrikken. Hoe komt het dat hij dit allemaal niet weet? Het CBR stond toch onder verscherpt toezicht? Wat houdt dat dan in? Graag een helder antwoord op dit punt.

De problemen rondom de pensioenen zijn gigantisch. Dat is al jaren zo, al zeker vanaf 2005. Daarom ben ik erg benieuwd naar de antwoorden op mijn vragen daarover. We gaan het uiteraard in een ander overleg nader bespreken, maar de minister werkt in zijn brief mee aan het beeld dat de financiële problemen bij het CBR daardoor komen. De minister gaat daarmee voorbij aan de miljoenen verslindende ad-interimkosten, de vele miljoenen aan achterstallige ICT-investeringen en -problemen en de miljoenen aan advieskosten die hiermee zijn gemoeid. Waarom vermeldt de minister die getallen niet? Natuurlijk komen de jarenlange pensioenproblemen er nog bij en niet te vergeten de kosten van de mislukte reorganisatie. Waarom blijft de minister dit accepteren en waarom is de begroting over 2010 van het CBR nog niet openbaar? Staat daar iets in wat wij niet mogen weten?

Ondertussen weet het CBR zich goed te verrijken. De minister geeft het bureau daar alle kans toe, zo blijkt uit de beantwoording van mijn vragen van 10 december. Het CBR ontwikkelt examens, het verleent er goedkeuring aan en het neemt de examens af. Als er klachten zijn, handelt het CBR die zelf af. Dit is natuurlijk een recept voor verrijking, zeker als een organisatie in de financiële problemen zit. Dit is ook te merken. Het CBR stimuleert nieuwe examenvormen, niet zozeer voor de klanten, als wel omdat het de tarieven zelf mag bepalen. Die worden dit jaar fors verhoogd. De prijs voor een Eigen verklaring stijgt 12%, een nieuwe rijschool moet € 100 meer betalen en een tussentijdse toets is 21% duurder. Waarom neemt de minister dit niet gewoon op in de Regeling goedkeuring tarieven CBR? Zo kunnen we voorkomen dat klanten worden gedupeerd door het CBR. Is de minister hiertoe bereid? Ondertussen zijn ook de kosten voor het faalangstexamen beduidend hoger dan die voor het oude BNOR-examen. De minister verklaart dit door hogere trainingskosten en een langere examentijd. Dat was ook zo bij het BNOR-examen. Graag hoor ik nu een echte verklaring, want dit lijkt een goed examen tegen een belachelijke prijs. We zien het ook terug bij de examentarieven voor de binnenvaart, die in drie jaar tijd drie keer over de kop zijn gegaan. De minister moet alle tarieven gaan bepalen. Als hij de macht aan het CBR geeft, maakt men er misbruik van.

We praten hier nu al veel te lang over. Het wordt de hoogste tijd voor een grondig onafhankelijk extern onderzoek in opdracht van de minister zelf, over het functioneren van het CBR. Graag een toezegging dat de minister dit gaat doen. Als hij dit niet doet, bereid ik een goed onderbouwd voorstel voor om het door de Kamer te laten doen.

Mevrouw Roefs (PvdA): Voorzitter. Het eerste grote probleem van het CBR is opgelost, want de reorganisatie kan beginnen. Daar hebben we lang op moeten wachten. We gaan eindelijk naar een procesgestuurde organisatie. De Partij van de Arbeid is ervan overtuigd dat dit hoogst noodzakelijk is en verwacht er veel van. Centrale aansturing zal meer eenvormigheid brengen en meer duidelijkheid scheppen voor de klant. Zoals we in de antwoorden op de vragen van de heer Roemer hebben kunnen lezen, is bijvoorbeeld de klachtenafhandeling op papier goed geregeld. Het lijkt ons dat er nu beter toezicht zal zijn op de naleving van die afspraken.

Ook doet zich het probleem van de pensioenen voor, waarvoor een oplossing zal moeten komen. Onderwerp van onderhandeling dus, maar het verbaast ons wel dat dit nu als een probleem opduikt. Vele zbo’s hebben hier anders in geopereerd. Ze hebben bijvoorbeeld een middenloonregeling vastgesteld. De vraag is dus of het CBR heeft zitten slapen.

De prestaties van het CBR zijn het afgelopen jaar sterk verbeterd. De gemiddelde reserveringstermijn ligt binnen de norm van zeven weken. Op dit moment is die zelfs minder dan drie weken. Van de Verklaringen van rijgeschiktheid wordt 96% tijdig afgegeven. Dat is nog niet de norm van 98%, maar het CBR is op de goede weg. De werkvoorraad aan openstaande dossiers is sinds vorig jaar gedaald van 20 000 naar 5000, maar dat betekent wel dat er nog een grote inhaalslag nodig is. Het blijkt dat veel rijexamenkandidaten digitaal hun rijschool hebben gemachtigd. Wij vinden dat op zich een goede zaak. Het bevordert de transparantie voor de klant en ook onheuse praktijken komen op deze manier aan het licht. Ik doel bijvoorbeeld op rijscholen die onder twee namen opereren. De beste kandidaten worden onder de hoofdnaam aangeleverd, mindere kandidaten onder een tweede onbekende naam, zodat de resultaten van de rijschool zeer positief in de lijstjes komen. Ik hoor dat de kleine rijschoolhouders volledig meedraaien in de Vereniging van Rijschool Belangen. Ik ga ervan uit dat onvrede uit die groep ook daar ter plaatse wordt uitgesproken en opgelost. Ik wil de minister verzoeken haast te maken met de implementatie van de Europese richtlijn en de uitkomsten van de adviezen van de Gezondheidsraad over de eisen van geschiktheid. Als ik het voorbeeld van de heer Roemer hoor, wil ik graag een soort overgangsmaatregel steunen voor die mensen die tussen wal en schip zitten, terwijl je kunt zien dat zij in de nieuwe situatie beter worden bediend. Het lijkt me goed dat het CBR onder verscherpt toezicht blijft. Er valt nog een wereld te winnen. Hoe wordt de Kamer op de hoogte gehouden van de stand van zaken rond de verbeteringen, de effecten van de reorganisatie en de pensioenperikelen? Het zou bijvoorbeeld aardig zijn om te weten of het aantal klachten afneemt.

Blijkbaar treedt er stagnatie op in het doorgeven van meldingen van de politie over rijbewijsinname aan het CBR. Dat was al zo voor de computerstoringen bij de politie in het noorden en oosten van het land. Daar kan het niet aan liggen. Mijn vraag is of de minister weet wat de reden hiervan is, want het is zorgwekkend.

De heer Aptroot (VVD): Voorzitter. Ik zal me beperken tot de twee onderwerpen die op de agenda staan, de second opinion over de medische rijgeschiktheid en de financiële situatie bij het CBR. Bij de second opinion wachten wij met de minister op het advies van de Gezondheidsraad. Ik wil kwijt dat we veel klachten krijgen over het feit dat het lang duurt voordat men de rijbevoegdheid terugkrijgt als er een medisch probleem is geweest waardoor de rijbevoegdheid tijdelijk is ontnomen. De afhandeling bij het CBR laat in dit soort gevallen te wensen over. Het duurt niet twee weken, maar loopt vaak op tot anderhalf tot twee maanden. Mensen zijn daardoor gedupeerd. Wij willen dat de minister met het CBR regelt dat dit sneller gaat. Zeker na een medisch probleem willen mensen weer aan het werk of familie bezoeken. Als ze weer kunnen rijden, moeten ze dat ook snel horen. Wij krijgen ook klachten over de kosten voor de Eigen verklaring. Het formulier ophalen kost € 20,45. In 49 van de 50 gevallen gaat het over een afhandeling met een medisch probleem waarvan de medewerker van het CBR direct kan aangeven wanneer men weer kan rijden of dat er iets nader moet worden onderzocht. In de meeste gevallen zal het in een of twee minuten kunnen. Dan is € 20,45 wel veel geld.

We hebben het bericht ontvangen dat de reorganisatie rond is. Er komen geen gedwongen ontslagen. Die waren tot voor kort volgens de directie wel nodig. Wij willen van de minister weten of wij straks een kwalitatief goed en efficiënt CBR krijgen, waarbij de aanvragers van een rijbewijs geen euro te veel betalen. Hoe kan dat nou? Is niet te gemakkelijk toegegeven aan de druk van de ondernemingsraad?

Als je zo de brief van de minister leest, denk je dat het met de financiële situatie van het CBR wel meevalt. Er is een positief resultaat behaald van 6 mln. Het is maar net hoe je het bekijkt. Deze presentatie van de cijfers zou in het bedrijfsleven niet mogen, omdat de extra pensioenlasten direct van het vermogen worden afgeboekt. Voordat het jaarverslag wordt vastgesteld en in gedrukte vorm naar de Kamer komt, moet het wel aan de normale eisen voldoen. Ik ben verbaasd dat het CBR de meest luxe pensioenvoorziening heeft die denkbaar is. Ik heb er zelfs het jaarverslag van 2008 nog eens op nagekeken. Als het een particulier bedrijf is, moet men het zelf weten. Deze organisatie is echter een monopolist, weliswaar een zbo, maar wel overheid. Er wordt trots gemeld dat de CBR-pensioenen ten minste 15% en vaak nog meer uitstijgen boven het niveau van gewone ambtenaren. Ambtenarenpensioenen zijn al niet slecht. Dit is niet nodig. In 2009 kost dat 11,3 mln. in reguliere lasten, met daarboven op nog eens 14,2 mln. door de terugwerkende kracht omdat het een eindloonregeling is. Uit het jaarverslag van 2008 blijkt een extra last van € 91 000 voor de financieel directeur. Daarmee kwam zijn totale vergoeding op bijna € 300 000. Dat zit behoorlijk boven de balkenendenorm. Ook de productiedirecteur zit minstens op het niveau van de minister-president en ik denk eerlijk gezegd dat de minister-president een heel wat zwaardere baan heeft. De interim-directeur kostte in 2008 bijna € 400 000. Dat mag je niet helemaal vergelijken, want daar zitten vaak de kosten van de eigen auto en allerlei andere dingen in. In 2009 was het misschien meer. Dat is veel geld. Wij vragen waarom dat nodig is. Wij willen weten van de minister hoe de salarissen en vergoedingen waren in 2009 en hoe ze dit jaar zijn. Dat mag schriftelijk. Wat is er eventueel aan wijzigingen op de salarissen die dit jaar meetellen? Wij willen als VVD een klantvriendelijk, efficiënt en sober CBR. Daar lijkt het nu niet op, kijkend naar deze vergoedingen en pensioenregeling. De pensioenregeling moet worden versoberd. Dat is niet eens een kwestie van onderhandelen, wij verlangen gewoon dat het pensioen naar een niveau gaat zoals dat voor gewone ambtenaren ook is. Organisaties zijn vergelijkbaar. Het is bovendien een monopolist. In het bedrijfsleven kun je morgen failliet gaan en dat kan het CBR niet. De directiesalarissen kunnen naar een lager niveau. Misschien geldt dit ook voor de salarissen van de mensen daar direct onder. Dat weten we nog niet. We vragen de minister of hij ons hierover wil informeren. Is het geen tijd dat hij ingrijpt? Hij is al bijna drie jaar verantwoordelijk voor het CBR. Wij willen ook van de minister weten hoe hij het functioneren van de raad van toezicht beoordeelt. Die had natuurlijk allang kritisch naar het salarisniveau en de pensioenkosten moeten kijken. Ook bij een reorganisatie moet zo’n raad zorgen dat er veel sneller het optimale plan uitkomt. Wij vragen ons af of we niet schoon schip moeten maken.

De heer De Rouwe (CDA): Voorzitter. Wij spreken vandaag weer over het CBR. Ik denk dat ze bij de RDW wel eens jaloers zijn op deze commissie. We hebben het altijd over het CBR en zelden over de RDW. Ook hier geldt dat het resultaat het enige is dat telt. Dat is in de politiek zo, dat is bij het CBR niet anders. Dat is ook zo bij de jaarrekeningen, bij de prestaties en de geleverde resultaten. Dit algemeen overleg gaat onder meer over de jaarrekening van 2009 die nog moet komen. Ik wil aan de minister vragen hoe het staat met de prestaties die in 2009 zijn geleverd. We hebben daar eerder over gesproken. Het is goed daar nu duidelijkheid over te geven.

Als politiek hebben wij stevig gehamerd op de wachttijden. De minister heeft terecht ingegrepen. Wat is de stand van zaken rond die wachttijden? Wat is de stand van zaken rond de medische dossiers? Hoe zit het met de rijontzeggingen? Worden die nu wel goed verwerkt, zodat de verkeershufters die wegen onveilig maken ook echt een rijontzegging krijgen?

De berichten die in december 2009 wederom uitlekten naar de media over de financiën waren voor een deel bekend. Ik denk dan aan de pensioenen. Voor een deel waren ze nieuw, bijvoorbeeld over het eigen vermogen en de vrijval van gelden door het niet doorgaan van een reorganisatievoorziening. In de brief van vorige week geeft de minister een voorzichtige doorkijk naar die jaarcijfers over 2009. Ik zie een genuanceerder beeld, maar het is nog steeds fragiel en incompleet. Ik kan als Kamerlid niet beoordelen hoe die cijfers eruitzien; dan had ik accountant moeten zijn. Overigens had ik dan met deze cijfers nog steeds geen oordeel kunnen geven. Het resultaat telt ook hier. Daarom wil ik van de minister weten wanneer de Tweede Kamer de jaarrekening kan verwachten. Wanneer krijgen we de accountantsverklaring? Vindt de minister deze gegevens voldoende om eens kritisch stil te staan bij de pensioenen of acht hij daarin aanvullend onderzoek nodig? Dit is een dossier dat al jaren hangt en waar we elke keer op terugkomen. Voor het CDA is duidelijk dat we dit jaar een punt achter dit verhaal moeten zetten. We ergeren ons er al te lang aan. Laat ik maar duidelijk zijn: mijn fractie eist duidelijkheid van het CBR en zal de minister er op aanspreken. Graag een toezegging van de minister of hij vindt dat er nu voldoende bekend is met de jaarrekening en de accountantsverklaring, of dat hij vindt dat er aanvullend onderzoek nodig is. Kan hij toezeggen dat de uitkomsten daarvan naar de Kamer komen?

Los van het verhaal over doorlichting blijft een beeld hangen van een organisatie die maar niet los wil komen van de financiële vraagtekens, haar verleden en de interne strubbelingen. Dat is niet goed voor het CBR, de medewerkers en de klanten. We zien wel degelijk verbetering, dat moet gezegd worden, maar het wazige beeld blijft hangen. Dit moet worden weggenomen. Het begint wat ons betreft met een heldere financiële situatie en de reorganisatie. Die moet nu worden doorgezet. Het is goed dat het verscherpt toezicht vorig jaar is ingesteld en voorlopig niet wordt gestopt. Aan de andere kant ligt de verantwoordelijkheid wel primair bij het CBR. Het is niet voor niets een zbo. Ik vind dan ook dat in deze organisatie de omslag zal moeten plaatsvinden.

De functie van voorzitter van de raad van toezicht is op dit moment vacant. Dat is al zo sinds december. Hoe kan het dat daar nog geen nieuwe man of vrouw zit? We hebben deze vacature zien aankomen, maar de plaats is nog niet gevuld. Waarom is dat niet afgerond? Kan de minister aangeven hoe het zit met de reorganisatie? Ik sluit me aan bij de heer Aptroot. We krijgen eerst een verhaal dat de organisatie moet veranderen en dat er mensen weg moeten en nu blijft iedereen. Zijn er ineens nieuwe taken bedacht? Hoe kan dat? Laat duidelijk zijn dat wij hier ook zitten voor het belang van de mensen die betalen voor de diensten van het CBR. Die mensen moeten erop kunnen rekenen dat ze te maken hebben met een slanke en slimme organisatie. Ik vraag me af of de rol van de ondernemingsraad zich uitstrekt tot deze onderwerpen. Wat ons betreft staat ook daar het resultaat centraal.

De minister maakt een opmerking over de reorganisatie. Maar wanneer kan deze worden doorgezet en afgerond? In zijn laatste brief kondigt hij aan dat in dat kader een onafhankelijk onderzoek zal plaatsvinden. Wat moet dit onderzoek duidelijk maken? Waarom kiest de minister er niet voor eerst alle energie te richten op de reorganisatie? Wat wil de minister ermee bereiken? Is hij niet bang dat een onderzoek juist nu zal leiden tot een vertraging van die reorganisatie? Graag een reactie van de minister hierop.

Er staat vandaag ook een medisch onderwerp op de agenda. In dit geval gaat het om de oogheelkundige praktijk, retinopathie. Ik ken het zelf niet, maar het is een probleem dat in de huidige regeling voorkomt en oogheelkundige complicaties met zich meebrengt. De gewijzigde Europese richtlijn hierover maakt het mogelijk maatwerk te leveren. Voorheen was het zo dat mensen die dit hadden niet konden beschikken over een C- of een CE-rijbewijs. Kan de minister deze mensen tegemoet komen, nu de richtlijn nog niet is geïmplementeerd? Zij hoeven dan niet te wachten op de implementatie en het gewijzigd beleid. Wat is er mogelijk? Heeft de CBR überhaupt de bevoegdheid deze mensen vooruitlopend op de wijziging tegemoet te komen?

Minister Eurlings: Voorzitter. De leden van de commissie hebben volstrekt gelijk als zij constateren dat we de afgelopen jaren diverse malen over het CBR hebben gesproken. Zo hebben wij onder andere een algemeen overleg gehad op 7 oktober 2009. We zijn toen uit elkaar gegaan met het beeld van een organisatie waarvan de prestaties vooruitgaan en waarin door directie en medewerkers hard wordt gewerkt aan professionalisering. Dat was althans mijn perceptie. Tevens hebben wij besproken dat voor een structurele verbetering van de prestaties volgens de directie een reorganisatie van het CBR noodzakelijk is. Ik hoor alle woordvoerders het belang van deze reorganisatie benadrukken. Ik kan in dit verband zeggen dat ik het verheugend vind dat de directie van het CBR na overleg met de ondernemingsraad tot een definitief besluit is gekomen, een besluit waardoor de reorganisatie nog voor de komende zomer haar beslag zou moeten kunnen krijgen. Ik vind dat goed nieuws. Het is een belangrijke conditie voor het bereiken van verdere verbetering.

Een beter functionerend CBR vraagt echter meer dan alleen een reorganisatie. Een gezonde organisatie kan alleen bestaan met goede onderlinge verhoudingen. Directie en personeel kunnen dan beter met elkaar omgaan en hun aandacht volledig richten op de publieke taak. Ik zie de eerste stappen en hoop dat we snel vervolgstappen zien. Dit is een sleutel voor het succes van het CBR in de toekomst. Door betere verhoudingen kunnen de prestaties van het CBR sterk verbeteren.

In september 2009 heb ik aangegeven dat het CBR zou onderzoeken wat de reden en oorzaak was van een financiële tegenvaller in de lopende begroting. Medio december is de voorlopige informatie rond de financiële situatie van het CBR in de media gekomen. Het betrof toen een prognose voor 2009, afkomstig uit een rapportage uit het derde kwartaal van dat jaar. Inmiddels is het beeld dat 2009 met een positief financieel resultaat kan worden afgesloten. Dat is goed nieuws. Op basis van de huidige informatie kom ik tot de conclusie dat er geen sprake is van een acuut financieel probleem. Ik zeg erbij dat we niet te hard moeten juichen. Ik vind dat er risico’s zijn en het is van belang dat de directie hiervoor maatregelen zal treffen. Dat heeft het CBR ook aangekondigd. Om voldoende financiële armslag te behouden, zal het CBR zijn uiterste best moeten doen de kosten verder terug te dringen. Hier is trouwens door de directie al een begin mee gemaakt. De directie heeft daarnaast aangegeven dat de gesprekken met bonden over pensioenen inmiddels zijn gestart. Ik denk dat deze discussie cruciaal is, omdat de pensioenlasten een financiële molensteen om de nek van het CBR zijn geworden.

De heer Aptroot (VVD): De minister heeft het over een positief resultaat. Er is een positief resultaat van 6 mln. waarna 14 mln. wordt afgeboekt voor de pensioenen. Volgens mij is dat een negatief resultaat van 8 mln. Dat klopt, want er blijft een eigen vermogen van 6 mln. over, en dat was in 2008 ver over de 13 mln. Dit is een presentatie waarbij in het bedrijfsleven wordt gesproken over een negatief resultaat.

Minister Eurlings: De heer Aptroot stelt dat deze manier van presentatie van financiën niet correct is. Er vindt zoals altijd een accountantscontrole plaats en de cijfers moeten worden goedgekeurd. Ik kom zo expliciet terug op de pensioenlasten. Daar hebben de woordvoerders een terecht punt. Ik vind het goed dat het negatieve beeld dat er eerder was, is omgeslagen in een positief verhaal, behoudens de pensioenen. Laten we onze zegeningen tellen. De risico’s blijven heel groot, de kosten moeten verder omlaag en rond de pensioenlasten zullen wij stappen moeten zetten.

De heer Aptroot (VVD): Natuurlijk moet de accountant kijken hoe de cijfers zijn gepresenteerd. Ik weet dat dit binnen de overheid niet is zoals in het bedrijfsleven, maar ik constateer dan toch dat in twee jaar tijd het eigen vermogen bijna geheel is verdwenen. Ik vind dat dat uiteindelijk aangeeft of je een positief of negatief resultaat hebt. Ik constateer dat het eigen vermogen op is als het nog één jaar doorgaat in deze trend. Dat vind ik niet positief.

Minister Eurlings: Vindt de heer Aptroot het goed als ik later in mijn verhaal expliciet op de cijfers terugkom? Zijn punt is helder. Mijn punt is dat ook. Vergeleken met de eerdere winstwaarschuwing valt het nu een keer mee. Daarmee zijn we er bij lange na nog niet.

Voorzitter. Ik vind het van belang dat wij, naast de reorganisatie, naast de noodzakelijke verbetering van onderlinge verhoudingen en naast een oplossing voor de pensioenproblematiek, kijken hoe het CBR een vliegende nieuwe start kan maken. Hoe kan het CBR doorbouwen aan een verdergaande verbetering van de publieke dienstverlening? Ik heb daarbij een klantgerichte, doelmatige en professionele organisatie voor ogen, waarin sprake is van goede onderlinge verhoudingen. Daarom heb ik in mijn brief aangekondigd dat wij een onafhankelijk onderzoek gaan doen naar stappen die aanvullend op de reorganisatie gezet zouden moeten worden om de uitvoering van de publieke taak van het CBR structureel op een hoger niveau te brengen. Hierbij zal onder andere worden gekeken naar inzicht in de financiële aspecten, sterke financial control, transparantie, het vergroten van de voorspelbaarheid, het vergroten van het inzicht eerder in het proces. Ook de prestaties en de informatievoorziening zullen nadrukkelijk de revue passeren in het onderzoek. De organisatiecultuur en de wijze van samenwerking worden meegenomen. Dit onderzoek zal leiden tot een verbeteragenda op basis waarvan ik concrete afspraken maak met de nieuwe directie en de nieuwe raad van toezicht. Dit vind ik een belangrijk onderdeel van mijn verscherpt toezicht. Verscherpt toezicht is niet alleen brandjes blussen op het moment dat er iets misgaat, maar ook de vraag hoe je het gebouw structureel brandbestendig krijgt. Tot wij zo ver zijn zal het CBR onder verscherpt toezicht blijven.

De heer Roemer (SP): Wie gaat dit onderzoek doen, wie is de opdrachtgever en wat zijn de exacte vragen? Kan de Kamer die schriftelijk krijgen?

Minister Eurlings: Ik ben de opdrachtgever, want ik heb het verscherpt toezicht ingesteld. Ik zal de Kamer schriftelijk informeren over de partij die het onderzoek gaat uitvoeren en over de concrete vraagstelling.

De heer Roemer (SP): Een deel van de onderzoeksvragen is vooral toekomstgericht, dat is begrijpelijk en daar kunnen we veel aan hebben. Maar hoor ik de minister ook zeggen, in verband met de prestaties en de informatievoorziening en de organisatiecultuur, dat hij ook de vraag voorlegt hoe dat dan de afgelopen twee jaar is geweest?

Minister Eurlings: Dit is een vooruitgericht onderzoek. Daar hebben we behoefte aan. We hebben door allerlei problemen naar het verleden gekeken. De Kamer weet dat ik stevig heb ingegrepen. De discussies kunnen we ons levendig herinneren. Nu zet de organisatie met het reorganisatieplan stappen vooruit. Dit is het moment om te kijken hoe we de organisatie beter krijgen. We moeten leren van het verleden, maar we moeten er niet in blijven steken. Er kunnen uit het onderzoek behoorlijke uitdagingen voortvloeien, voor iedereen binnen het CBR. Iedereen en alles zal worden bekeken. Ik noemde net al punten als de financiële aspecten, de transparantie van financiële informatievoorziening, de informatievoorziening in den brede, het verbeteren van de publieke prestaties, de samenwerking binnen dit bedrijf. Ik vind dat van belang, omdat ik wil dat deze organisatie er structureel beter voorstaat voordat ik me afmeld.

De heer Roemer (SP): Ik kom in tweede termijn nog even terug op een onderdeel van het onderzoek, maar complimenten aan de minister dat hij dit wil doen. Het zegt natuurlijk alles over de raad van toezicht, die dit de afgelopen twee jaar niet heeft gedaan. Bij een zbo is dat juist de club waarvan je dit moet verwachten. Het feit dat de minister niet alleen verscherpt toezicht heeft, maar nu zelfs zelfstandig opdracht geeft zulke cruciale zaken in kaart te brengen, zegt wat mij betreft alles over de raad van toezicht. Ik neem aan dat de minister dat steunt.

Minister Eurlings: Ik zou het zo niet willen zeggen. Ik heb eerder gezegd dat iedereen binnen het CBR erg bezig was met het opzetten van de reorganisatie. Dat heeft langer geduurd dan wij in het begin dachten en heeft veel van de energie gevergd. Dit onderzoek is een doorstartonderzoek. Wat kunnen we nog verder verbeteren als de reorganisatie is doorgevoerd, voordat ik het verscherpt toezicht loslaat? Doel is de organisatie stabieler, sterker en publieksgerichter te maken. Ik vind dit een logisch voortbouwen op de eerste stap die is gezet met de reorganisatie. Dank voor de positieve woorden die de heer Aptroot sprak. Ik weet dat hij dezelfde oprechte zorg voelt, maar laten we dit onderzoek niet zien als in de hoek zetten van mensen. Laten we het voor de gehele organisatie zien als een kans om na de reorganisatie een organisatie op te bouwen waar iedereen trots op is, een organisatie die complimenten krijgt, die publieksprijzen wint, die hier in het parlement veel minder wordt besproken. Dat gun ik de medewerkers, de huidige en de toekomstige directie, de mensen in de raad van toezicht en de mensen in de ondernemingsraad. Ik zie het als de handvatten om structurele verbeteringen verder door te kunnen voeren. Laten we kijken hoe we vooruit kunnen. Ik laat de Kamer weten wie het onderzoek gaat doen en wat de vraagstelling is. De reorganisatie is om en nabij de zomer klaar. Ik denk dat dit onderzoek medio dit jaar gereed zal zijn.

De heer De Rouwe (CDA): Ik heb niks tegen een onafhankelijk onderzoek. Dat kan juist de zaken verduidelijken. Ik heb wel een vraag over de timing. We hebben vorig jaar een aantal externe onderzoeken gehad. Kan de minister aangeven wat de directe aanleiding is voor dit onderzoek? De brief geeft daarover geen duidelijkheid. Die verwijst naar de ontwikkelingen die zijn besproken in de Kamer en die informatie was vorig jaar al bekend. Wat is nu de aanleiding om dit te doen?

Mijn tweede vraag is in hoeverre dit de reorganisatie in de wielen kan rijden. Ik hoor de minister een indicatie geven van wat het onderzoek zal gaan behelzen. Het is nogal wat als je zowel moet reorganiseren als allerlei onderzoekers moet bedienen. De vrees is dan gerechtvaardigd dat het een het ander tegenwerkt. Daar nog los van staat de vraag of de minister een tweede reorganisatie uitsluit na verschijnen van het rapport. De uitkomst van het onderzoek kennen we immers nog niet.

Minister Eurlings: Allereerst waren eerdere onderzoeken vooral in retrospect, kijkend naar hetgeen is misgegaan. Dit onderzoek kijkt vooruit. Het is een onderzoek waarbij we kijken hoe we het goede dat is ingezet met de reorganisatie, kunnen bestendigen. Hoe kunnen we voorkomen dat we in de toekomst weer in de problemen komen? Hoe komen wij af van het verscherpt toezicht? Het gaat om het verankeren van de verbeteringen. Op die positieve richting doel ik. Ik heb er het volste vertrouwen in dat de organisatie stevig doorgaat met de reorganisatie en ik heb ook de steun van de Kamer daarvoor gehoord. Ik wil dat met het onderzoek niet in de wielen rijden. De organisatie kan in de toekomst van ellende gevrijwaard blijven met de positieve uitkomsten van het onderzoek. Als het beter gaat en de organisatie stevig staat, kan ik me terugtrekken uit het verscherpt toezicht.

De heer De Rouwe (CDA): Wat is nu precies de aanleiding om het onderzoek aan te kondigen, terwijl we al twee jaar over dit dossier praten? De reorganisatie is aan de Tweede Kamer verkocht om de prestaties van het CBR te verbeteren. Nu zegt de minister dat hij nader onderzoek doet om de prestaties te verbeteren. Kan de minister duiden wat het een en het ander beoogt en waarom dat elkaar niet bijt? Laat één ding duidelijk zijn, voor het CDA is de reorganisatie nu het belangrijkst. We zitten niet te wachten op verdere vertraging. We moeten eindelijk doorpakken.

Minister Eurlings: Laat ik het nog een keer proberen uit te leggen. De reorganisatie is van groot belang, maar dit onderzoek doet meer. Dit onderzoek kijkt bijvoorbeeld naar de financiële transparantie: hoe wordt het voorspelbaarder, eerder beïnvloedbaar. Dat zit niet zozeer in de reorganisatie. Ten tweede kijkt het onderzoek naar de organisatiecultuur. Het gaat om het garanderen van verdere stappen naar verbetering. Daarvoor is een structureel verbeterde organisatiecultuur een essentiële randvoorwaarde. Het zit niet alleen in een organisatorische reorganisatie. Het zit ook in de mensen en in het financieel inzicht. Daarmee willen we de vooruitgang versterken en funderen en is die verankering na de succesvolle reorganisatie een feit. We kunnen dan met een gerust hart zeggen dat we op grote afstand gaan zitten. Daar komt bij dat er sprake zal zijn van een nieuwe voorzitter van de raad van toezicht, een nieuwe directie, nieuwe mensen. We willen hen de maximale tools geven om met de ondernemingsraad en de medewerkers de organisatie de doorstart te geven die zo hard nodig is.

De heer De Rouwe (CDA): De reorganisatie gaat plaatsvinden. Daarna is de uitkomst van het onderzoek bekend. Sluit de minister uit dat er daarna nog veranderingen worden doorgevoerd?

Minister Eurlings: Dat sluit ik niet uit. Sterker nog, ik denk dat sommige veranderingen nodig zijn. Ik noem als voorbeeld grip krijgen op financieel inzicht. Daar kan niemand iets op tegen hebben. Dit doorkruist de reorganisatie niet, integendeel. De reorganisatie is belangrijk en zal blijven staan. Het resultaat is een verbeterde organisatiecultuur in een modern gerunde organisatie die soepel loopt. Ik zie het als positief, maar belangrijk om de verbetering te bestendigen.

De financiële aspecten zitten wat minder in de reorganisatie, maar zijn wel van belang om de nieuwe raad van toezicht de tools te geven om het toezicht scherp en vroegtijdig te laten plaatsvinden. Op dat punt is verbetering nodig. We hebben bij tal van andere onderzoeken gekeken wat fout is gegaan en hoe groot de problemen waren. Nu kijken we vooruit, om de organisatie structureel op een hoger plan brengen. Tal van aspecten die niet in de reorganisatie zitten komen daarbij aan de orde. De reorganisatie wordt hierdoor slechts versterkt.

De heer Aptroot (VVD): Ik begrijp het gewoonweg niet. De minister zegt dat we steeds hebben teruggekeken en dat we nu vooruit gaan kijken. Ik neem toch aan dat de reorganisatie is gebaseerd op vooruitkijken, op hoe het zou moeten in de toekomst. Ik begrijp de volgorde echt niet. Ik sluit me aan bij de vragen van collega De Rouwe. Hij heeft volgens mij nog steeds geen antwoord gekregen. Ik begrijp het niet. Er wordt gereorganiseerd. Ik hoor de minister zeggen dat iedereen trots moet zijn op de nieuwe organisatie. En dan gaan we toekomstgericht onderzoek doen. Ik neem toch aan dat als je reorganiseert je de komende jaren vooruit kunt en dat dat op de toekomst is gericht. Als dat niet het geval is, schrik ik me rot. Ik heb eerder gevraagd hoe het reorganisatieplan tot stand is gekomen. De directie wilde reorganiseren en had daarover een groot meningsverschil met de ondernemingsraad. Gedwongen ontslagen waren noodzakelijk. Een voorziening hiertoe was al op de balans opgenomen. Het grootste deel daarvan is nu niet meer nodig. Is dat dan nog steeds datzelfde goede reorganisatieplan? Is er nader inzicht dat het zonder gedwongen ontslagen kan of is het onder druk van de ondernemingsraad gebeurd? Als het het eerste is vind ik het best, als het het laatste is word ik diepbedroefd. Ik begrijp niet wat er gaat gebeuren met de reorganisatie. Hebben we de komende jaren een goede organisatie? Het is prima dat we over vijf of tien jaar nog eens opnieuw kijken en van dag tot dag kritisch volgen als er signalen zijn. Het kan toch niet de bedoeling zijn nu een toekomstgericht onderzoek doen nadat we steeds terug hebben gekeken? Ik denk dat de minister het anders zegt dan dat hij het bedoelt.

Minister Eurlings: Het lijkt mij helder. Ik ga het nog een keer proberen. De directie heeft een reorganisatieplan afgesproken, onder andere met de ondernemingsraad. Daarmee neemt de directie haar verantwoordelijkheid en verbetert de organisatie op tal van vlakken. Ik juich dat toe. Het is goed gedaan en ik vind het goed dat het proces op gang is. Tegelijkertijd zit ik hier in een toezichthoudende rol. Wat ik aanvullend doe, is kijken hoe we de beheersingsmogelijkheden kunnen vergroten, naast de reorganisatie die gewoon doorloopt en waar ik niet aan ga zitten. Ik doe dat voordat ik me terugtrek van het verscherpte toezicht en dat aan de raad van toezicht laat. Hoe heeft hij straks betere instrumenten om het toezicht te kunnen uitvoeren? Het is geen onderzoek van een directie die een interne reorganisatie doet, het is van een toezichthouder die zich afvraagt hoe de beheersingstools kunnen worden vergroot.

Als er straks allemaal regels zijn veranderd maar de organisatiecultuur verbetert niet structureel, ben ik bang dat men over een aantal jaren weer wegzakt en de loopgraven ingaat. We zitten dan met dezelfde problemen. Voordat ik me terugtrek uit de meer actieve toezichthoudende rol, wil ik de vraag hebben beantwoord of die betere organisatiecultuur stevig is verankerd. Het is belangrijk om later problemen te voorkomen. Het gaat niet tegen de reorganisatie in, het gaat de reorganisatieplannen niet veranderen, het is aanvullend om de organisatorische verbetering te bestendigen. Ik wil het verscherpt toezicht niet te lang hebben.

De heer Aptroot (VVD): Ik begrijp het voor een deel beter, ik probeer met de minister mee te gaan. We willen allemaal dat het CBR straks als een speer gaat. Wat ik nog niet begrijp is hoe het kan dat er opeens geen gedwongen ontslagen meer zijn. Zijn de mensen die weg moesten toevallig allemaal zelf vertrokken? Is het een nog beter plan of is het een compromis waarvan we zeggen dat het een boel gedonder voorkomt, maar eigenlijk niet is wat de directie voor ogen had?

Minister Eurlings: Nee, het punt is dat de gedwongen ontslagen voor een groot deel het gevolg waren van het mogelijk sluiten van de locatie Assen. Nu besloten is de locatie Assen niet te sluiten en de medewerkers niet te verplichten op een andere locatie de werkzaamheden uit te voeren, heeft dat als consequentie dat meer medewerkers op de huidige locatie passende werkzaamheden kunnen worden geboden. Daar komt bij dat de reorganisatie zich behoorlijk later in de tijd afspeelt dan gepland. Dat heeft geleid tot natuurlijk verloop. Dat zijn de twee hoofdredenen.

Mevrouw Roefs (PvdA): Ik heb een vraag over het tijdstip van het onderzoek. Men gaat procesmatig sturen. Als voorbeeld nemen we de klachten. Tot nu toe werden klachten per regio afgehandeld. Dit gaat landelijk gebeuren. De minister zegt dat hij onder andere onderzoek wil doen naar de informatievoorziening en de klantvriendelijkheid. Dat heeft veel te maken met de wijze van omgaan met klachten en bezwaren. Als je het proces om daar beter mee om te gaan tot aan de zomer in gaat richten, hoe kan je dan tegelijkertijd meten of je klantvriendelijker kunt zijn als die verandering moet zorgen voor een betere klantvriendelijkheid? Ik begrijp niet zo goed waarom het onderzoek niet na de zomer kan plaatsvinden.

Minister Eurlings: Goede klantgerichtheid zit voor een stuk in de structuur. Daarom is de reorganisatie van belang, die andere manier van werken. Het aanvullende van dit onderzoek is dat het ook kijkt naar de cultuur. Welke cultuur heb je nodig en moet je stimuleren om maximale klantvriendelijkheid te bereiken? Dat betreft onderlinge verhoudingen en klantgerichtheid. Daarom kun je zo’n onderzoek wel degelijk doen op het moment dat de structuur in verandering is. We weten hoe de structuur eruit gaat zien. De vraag is welke organisatiecultuur daarbij past om het maximale doel te bereiken. Hoe krijgen we die gewenste organisatiecultuur en hoe houden we die vast? Hoe voorkomen we dat het weer de loopgraven worden en dat er meer energie gaat zitten in het naar elkaar kijken dan dat men samen schouder aan schouder werkt aan het verbeteren van de organisatie? Daarom vind ik het van belang om te doen, voordat ik me uit het verscherpt toezicht terugtrek.

De heer Roemer (SP): Ik steun de minister van harte hierbij. Ik ben er blij mee, maar we prijzen de dag niet voor het avond is. Vandaar mijn vraag naar wie het gaat doen en wat de vraagstelling precies is. De minister heeft nog geen termijn genoemd waarop we deze informatie kunnen verwachten. Op basis daarvan kunnen we constateren of de juiste onderzoeksvragen aan de orde zijn. Als dat niet het geval is, vraag ik de Kamer wellicht om een uitspraak om er een vraag bij te doen.

De minister heeft nu twee of drie keer gezegd – ik hoop dat ik hem goed citeer – dat de directie in overleg met de ondernemingsraad tot overeenstemming is gekomen. Mijn vraag aan de minister is of hij dat zeker weet.

Minister Eurlings: Weet de heer Roemer zeker dat het niet zo is? Ik ken de gevoeligheden zoals ze zijn, maar laat ik ook eens het positieve oppakken. De reorganisatie kan in gang worden gezet. Laten we op dat positieve element proberen voort te bouwen, met alle vragen die er nog zijn. We komen er niet met naar elkaar blijven kijken; dat is het signaal dat ik hier iedere keer wil geven. Ik heb er vertrouwen in dat iedereen uiteindelijk zal zien dat de reorganisatie goed gaat uitpakken. Ik blijf zeggen dat het ook in de cultuur zit. Daarom is dit onderzoek van groot belang. Ik zal de Kamer de onderzoeksvragen toesturen. Wanneer dat precies zal zijn, kan ik nog niet zeggen. Daar wordt aan gewerkt. De raad van toezicht en de waarnemend voorzitter de heer Doop hebben daarin ook een rol te vervullen. Wat dat betreft kom ik bij de Kamer terug zodra het voorstel helder is. Het zal niet lang duren gezien mijn ambitie om komende zomer de resultaten te hebben.

De heer Roemer (SP): Ik vraag om de vraagstelling van het onderzoek in de hoop dat het niet nodig is en ik juichend blijf nadat ik die heb gelezen. Ik wil er graag via een VAO enige invloed op uitoefenen. Omdat de minister zelf opdrachtgever wordt, is het voor de Kamer veel makkelijker om hem dat te vragen. Ik hoop dat de informatie snel komt. Met de minister hoop ik dat de verhoudingen beter zullen worden. Daar is het CBR bij gebaat. De Kamer is erbij gebaat om informatie op de juiste manier te krijgen. Overeenstemming is er nog niet. Ik hoop dat die er snel komt, maar de feiten zijn wel de feiten.

Minister Eurlings: Ik reageerde zo, omdat de directie heeft gezegd dat de ondernemingsraad zou hebben ingestemd. Ik hou slagen om de arm, maar ik vind dat we nu het positieve moment rond de start van de reorganisatie moeten pakken. Laat ik dit moment aangrijpen als een extra onderbouwing van het belang van het cultuuronderzoek, want er zal iets moeten verbeteren.

Voorzitter. Wat is mijn mening over het rapport van de Rijschool Vereniging Regio Oost (RVRO)? Dit gaat over de eerste evaluatie van het reserveringssysteem. Over de uitkomsten van de eerste en tweede fase hebben we in juni en oktober uitgebreid gesproken. De Kamer heeft daarbij ingestemd met de invoering van fase drie. Ik heb toegezegd dat ik de Kamer in het najaar van 2010 zal informeren over de uitkomsten van de evaluatie van deze derde fase. Uit een eerste lezing maak ik op dat de RVRO vraagtekens plaatst bij de onafhankelijkheid van de evaluatie van de eerste en tweede fase. Om ieder misverstand hierover in de toekomst uit te sluiten zal ik het CBR vragen om de onafhankelijkheid van de evaluatie van de derde fase nader te borgen.

Hoe staat het met het verbeteren van het vorderingenproces? De raad van toezicht heeft mij eind vorig jaar bericht dat de interne audit naar het vorderingenproces is afgerond. Hieruit bleek dat de eerder getroffen beheersmaatregelen een positief effect hebben gehad. Wel is geconcludeerd dat aanvullende maatregelen nodig zijn om de procesvoering te waarborgen. Het CBR heeft een plan van aanpak in voorbereiding. Ik zal de Kamer hier op korte termijn over informeren.

Ik heb rond het advies van de Gezondheidsraad de Kamer per brief op 15 januari jl. gedetailleerd geïnformeerd over de stand van zaken. De Gezondheidsraad heeft mij recent medegedeeld het advies niet eerder te kunnen uitbrengen dan in maart of april. De reden die men hiervoor geeft, is de noodzakelijke afstemming die moet plaatsvinden met de Beraadsgroep Geneeskunde. Het advies zal in ieder geval ingaan op twee punten. Het eerste deel is de vraag of de mening van een medespecialist doorslaggevender kan zijn dan de Regeling eisen geschiktheid 2000. Het advies daarover zal naar verwachting negatief zijn. De regeling is bepalend en niet de mening van een medisch specialist. In feite toetst het CBR het rapport van de medisch specialist aan de regeling. De medisch specialist mist de deskundigheid op het gebied van rijgeschiktheid, die bij het CBR ligt. Het tweede deel gaat over een aantal medische aspecten, naar aanleiding van mijn verzoek om een actualisering van een eerder advies van de Gezondheidsraad. Dit advies betrof tumoren en doorbloedingsstoornissen van de hersenen. De Gezondheidsraad is bij bestudering tot de conclusie gekomen dat op meer dan deze twee terreinen medische ontwikkelingen gaande zijn die reden zijn aan een aantal medische aspecten aandacht te besteden en daarover te adviseren. Gezien het grote belang voor veel individuen die met zo’n aandoening worden geconfronteerd lijkt me dit prima. Het kost wel extra tijd. De Gezondheidsraad is autonoom bevoegd en gaat over de eigen agendering en tijdsplanning. Op alle terechte vragen die hierover zijn gesteld zeg ik dat we die paar maanden wachten er nog wel bij kunnen hebben. Hopelijk komt er een resultaat uit waar mensen wat aan hebben.

De heer Roemer (SP): Ik had die splitsing in mijn eerste termijn ook gemaakt. Wij hebben spoedig een debat over de rol van de mening van een medisch specialist. Wij komen op basis van het advies van de Gezondheidsraad over een aantal medische aspecten te spreken. Aan de hand van wijzigingsvoorstellen komen we daar op terug. Daarnaast heb ik een voorstel gedaan op basis van de in augustus 2009 vastgestelde Europese richtlijnen. Die moeten nog worden geïmplementeerd. Ik snap best dat dat niet in twee dagen kan, maar nu zijn er mensen die op basis van die Europese richtlijnen hun rijbewijs en daardoor bijvoorbeeld hun baan zouden hebben behouden. Het gaat om honderden mensen. Ik gaf al het voorbeeld van iemand die deze week is ontslagen. Op basis van de Europese richtlijn was dat niet gebeurd. Mijn vraag was om daarvoor een overgangsregeling te maken op basis van de Europese richtlijn. Ik heb dat al schriftelijk gedaan en ik proef hiervoor sympathie bij mijn collega’s. Dit zou kunnen voorkomen dat deze mensen hun baan verliezen. Ik hoop dat de minister hier snel een positief advies over geeft en daarnaar gaat handelen. Anders overweeg ik een motie hierover in de Kamer.

Minister Eurlings: Implementatie van de Europese richtlijn betekent nogal wat. Sowieso zal de Regeling eisen geschiktheid 2000 moeten worden gewijzigd. De richtlijn is niet altijd eenduidig. Voor een deel heb ik de procedure voor wijziging inmiddels gestart. Daarmee zullen de aanpassingen voor het onderdeel oogafwijkingen met voorrang worden geïmplementeerd. Het wachten is op dit moment op het oordeel van Actal over de administratieve lasten die met deze regeling zijn gemoeid. Dit is een adviestraject dat erbij hoort. Hoe wijzig je de regeling op een dusdanige manier dat de lasten zo laag mogelijk blijven? Voor de andere onderdelen, onder meer diabetes en epilepsie, heb ik aanvullend advies gevraagd aan de Gezondheidsraad. Ook heb ik daarover overleg met de belangenverenigingen van patiënten met diabetes of epilepsie. Daarna zal ik dat deel zo snel mogelijk implementeren. De volledige richtlijn moet in augustus zijn geïmplementeerd. Het gaat de komende maanden dus snel. Ik heb de Regeling eisen geschiktheid 2000 recent op een aantal punten aangepast, zodat meer mensen een rijbewijs kunnen krijgen. Het gaat bijvoorbeeld om de aanpassing ten aanzien van afwijkende hersenbloedvaten, slaapstoornissen, rijden met een bioptische telescoop en lichte dementie. Op die punten lopen we vooruit en geven we mensen meer ruimte. De vraag naar een overgangsregeling is eigenlijk breder. Kunnen we anticiperen op de richtlijn? Ik kan de juridische kant daarvan niet overzien, maar zeg de Kamer toe dat ik hier op korte termijn schriftelijk op terugkom. Deze brief moet nog geschreven worden. Dat zal maximaal twee weken duren.

Waarom duurt het teruggeven van de rijbevoegdheid zo lang? Als mensen om medische redenen eerder ongeschikt zijn verklaard voor het besturen van een voertuig, kunnen zij een rijbewijs aanvragen als zij menen er opnieuw voor in aanmerking te komen. Ze moeten een keuring door een specialist ondergaan. Op basis daarvan kan het CBR de rijgeschiktheid opnieuw beoordelen. Dat betekent een afspraak maken met een specialist, onderzoek ondergaan, terugrapportage van de bevindingen. Het is ergerlijk voor de mensen die het betreft, maar de keerzijde van de medaille is dat als je deze wijze van herkeuring niet doet, je het risico loopt dat veel mensen terugkomen in het verkeer die dit eigenlijk niet meer mogen. Zij zijn daarmee een gevaar voor zichzelf en anderen. Dit is de reden dat het soms lang duurt.

Over de verbetermaatregelen waren veel vragen. Klopt het dat er nog steeds dagelijks verkeerde rijbewijzen worden afgegeven, dat rijgeschiktheidsverklaringen verkeerd worden afgegeven, dat de ICT-systemen falen? In het algemeen overleg van 7 oktober 2009 heb ik aangegeven dat het CBR zelf heeft geconstateerd dat in ongeveer 1500 gevallen fouten in een afgegeven rijbewijs zijn terechtgekomen. Het besluit was goed, maar in de documentatie zat een aantal, gelukkig vaak kleine, fouten. De door mij genoemde gevallen zijn geanalyseerd. In 2009 zijn in 976 gevallen daadwerkelijk fouten geconstateerd. Deze klanten zijn door het CBR aangeschreven. In totaal worden maandelijks 20 à 30 nieuwe fouten geconstateerd en bij circa 2 van de 28 000 besluiten per maand moet het door de gemeente afgegeven rijbewijs worden gecorrigeerd. Om verdere fouten te voorkomen is de procedure over het uitsturen van brieven over de Verklaring van geschiktheid aangepast. Het CBR voert overleg met de RDW om te onderzoeken hoe fouten structureel kunnen worden voorkomen. Dat is de stand van zaken.

Een faalangstexamen is een speciaal ontwikkeld examen dat zich specifiek richt op kandidaten met faalangst. Faciliteiten hierbij zijn specifiek gericht op het voorkomen of verminderen van die angst. De betreffende examinator is speciaal getraind om kandidaten met faalangst te begeleiden. Bovendien wordt voor zo’n examen beduidend meer tijd uitgetrokken. In het tarief van het faalangstexamen zijn de trainingskosten van de examinator en de kosten die worden veroorzaakt door de langere examentijd verwerkt. Daarom kost het meer. Als iemand dankzij het faalangstexamen niet vijf of zes keer hoeft af te rijden, maar door het ontbreken van de angst in één keer slaagt, bespaart dat de examinandus in kwestie veel geld.

Waarom moeten mensen de hele molen door bij de Eigen verklaring? De Eigen verklaring is nodig om met de nodige zorgvuldigheid te kunnen vaststellen of iemand medisch gezien geschikt is om een voertuig te besturen. In sommige gevallen is daarvoor medisch onderzoek door een specialist nodig. Hoe zit het met de tariefverhoging voor de Eigen verklaring? De verhoging is hoger dan de indexatie en vereiste mijn goedkeuring. Op basis van een grondige onderbouwing is geconstateerd dat deze tariefsverhoging noodzakelijk was. De noodzaak zit hem in het feit dat het aantal beoordelingen is gegroeid en de complexiteit is toegenomen. Het kost wel meer, maar onze drive is zoveel mogelijk mensen mobiel te houden. Dat is wat wij vanuit sociaal oogpunt moeten toejuichen.

De tariefsverhoging voor de tussentijdse toets valt buiten mijn formele bevoegdheid. Deze toets is geen wettelijk product. Ik hecht aan deze formele bevoegdheidsverdeling, dus ik ga hier niet op ingrijpen. De redenering rond de tariefsverhogingen stond overigens ook uitgebreid in de brief.

De financiële situatie in den brede is al aan bod geweest. Het beeld bestond dat het resultaat 8 mln. negatief was. Mutaties zijn het vervallen van de reorganisatievoorziening, wat zorgt voor een plus van 7 mln. en een lagere reservering voor de pensioenen. Er is wel een reservering, maar die is lager dan in het derde kwartaal werd aangenomen. Dat scheelt 7 mln. Dit resulteert in een positief saldo van 6 mln. De begroting is een intern sturingsinstrument, de tarieven zijn openbaar. Zo is het altijd geweest.

In het verleden is er discussie geweest tussen directie, bonden en ondernemingsraad over de pensioenen. De discussies zijn in 2007 en 2008 afgerond met een overeenkomst tussen alle betrokken partijen. In september heb ik de Kamer geïnformeerd over de mogelijkheid van een tegenvaller in de begroting van 2009, onder andere vanwege de pensioenen. Ook heb ik de Kamer toen geïnformeerd over het onderzoek dat liep naar de omvang en oorzaak van de financiële tegenvaller. De financiële impact is bij de jaarsluiting vastgesteld. De benchmark waaruit blijkt dat pensioenen relatief duur zijn, is recent uitgevoerd. De kosten zijn de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. Uit onderzoek van het CBR is gebleken dat de totale pensioenkosten ten opzichte van de loonkosten momenteel 50% hoger liggen dan bij andere vergelijkbare organisaties. Het feit dat wordt uitgegaan van eindloon en niet van middelloon speelt hierin een grote rol. Ik vind dat het normaal is dat je streeft naar gelijke monniken gelijke kappen. Gelijke organisaties zouden min of meer dezelfde lijn moeten trekken of moeten evolueren naar dezelfde lijn. Dit is een punt van zorg. Ik vind het voor het beeld van sobere en doelmatige uitvoering van publieke taken gek dat een organisatie 50% hoger zit dan vergelijkbare andere organisaties. Daarom onderschrijf ik het initiatief van de directie om de kosten te verlagen. Ik zal er vanuit mijn rol op toezien dat dat gaat gebeuren.

In de media is het beeld gepresenteerd dat het salaris van de algemeen directeur in de periode van 2005 tot 2008 gestegen zou zijn van € 225 000 naar € 439 000. Dit is appels met peren vergelijken. In 2005 was sprake van een algemeen directeur in loondienst van het CBR. De huidige directeur vervult deze functie ad interim en wordt door het CBR ingehuurd. Deze interim-directeur is door de raad van toezicht aangesteld met het oog op de komende reorganisatie. De vergoeding die hij in rekening brengt is aanzienlijk, maar in overeenstemming met commercieel gangbare tarieven. De reorganisatie zal voor de zomer worden afgerond. Dat betekent dat de klus van de interim-directeur er bijna op zit. Er moet een nieuwe algemeen directeur worden benoemd. In lijn met het kabinetsbeleid zal ik de bevoegdheid voor het benoemen van de directie op korte termijn naar mij toetrekken. Het CBR heeft zich bereid verklaard medewerking te verlenen aan de hiervoor noodzakelijke aanpassing van de statuten. Ik zal mij vanuit die toekomstige rol nadrukkelijk sterk maken voor het maximeren van de bezoldiging van de directie van het CBR op de salarisnorm voor de publieke en semipublieke dienst. Dit is de zogenaamde balkenendenorm, die de heer Balkenende wellicht wel verdient maar tot op de dag van vandaag in ieder geval niet krijgt. De Kamer kent de norm.

Is het waar dat het aantal mededelingen dat bij het CBR binnenkomt daalt? Op basis van de Wegenverkeerswet uit 1994 moet de politie aan het CBR mededeling doen als zij heeft geconstateerd dat een bestuurder met te veel alcohol op achter het stuur zit of zich risicovol en gevaarzettend heeft gedragen in het verkeer. Op basis van die mededeling kan het CBR in het kader van de vorderingsprocedure educatieve maatregelen of een onderzoek naar rijvaardigheid en rijgeschiktheid opleggen. Er is door het CBR geconstateerd dat het aantal mededelingen dat de politie uitbrengt lager ligt dan men verwacht op basis van de prognoses of het aantal strafrechtelijke zaken dat jaarlijks wordt afgehandeld. Dit is hetzelfde soort punt als wat de Kamer vorig jaar met de minister van Justitie heeft besproken in het kader van de registratie van niet-verwerkte punten bij de Maatregel beginnende bestuurders. Ik kan me de stevige positionering van de meeste Kamerleden herinneren. Ook hier is sprake van een verschil in de aantallen geregistreerde zaken en het daadwerkelijke aantal zaken. Als gevolg daarvan komen onvoldoende mededelingen vanuit de politie bij het CBR terecht. Zodra ik het eerste signaal hierover opving, heb ik mijn ambtgenoten van BZK en Justitie gevraagd of ze het herkennen. Ik heb ook gevraagd welke mogelijkheden er zijn om op korte termijn tot een oplossing te komen. Ik hecht hier zeer aan. BZK en Justitie hebben bevestigd dat zij de problematiek herkennen. De politie doet onderzoek om de oorzaak van het teruglopend aantal mededelingen te achterhalen. Dit probleem staat los van de recente computerstoringen in het noorden en oosten van het land, maar moet wel worden opgelost. Voorlopige oplossingsrichtingen liggen op het gebied van ICT-systemen. Hierdoor wordt het uitbrengen van een mededeling door de politie makkelijker. Landelijke communicatie en voorlichting binnen de politie om de educatieve maatregelen meer onder de aandacht te brengen, komen hiermee op een hoger plan. Zo wordt onmiddellijke doorgeleiding een automatisme. BZK en Justitie hebben hierin een leidende rol. Zodra oorzaak en oplossingsrichting verder zijn uitgewerkt, zal ik mij hiermee bemoeien en bezien welke maatregelen ik op de kortst mogelijke termijn kan nemen.

De afronding van de reorganisatie voor de zomer van 2010 markeert voor mij het startpunt van het nieuwe CBR. Op dat moment zal ook de nieuwe voorzitter van de raad van toezicht moeten beginnen, met een schone lei, een gereorganiseerd CBR en naar mijn vurige hoop een verbeterde bestuurscultuur. Tot dat moment zal in principe de huidige vicevoorzitter de heer Doop als waarnemend voorzitter optreden. Ik heb hem dat gevraagd. Die nieuwe start vind ik erg belangrijk. Ik heb het onderzoek aangekondigd en ik hecht eraan nogmaals te zeggen dat het de reorganisatie van de structuur niet doorkruist, maar juist aanvult op cultuuraspecten. Dat laatste is zeker zo belangrijk als het eerste om de verbetering die we allemaal voorstaan structureel te laten zijn.

De heer Roemer (SP): Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn antwoorden, het meest voor zijn antwoord over het naderende onderzoek. Ik hoop dat ik zo positief blijf als ik binnen twee weken de brief van de minister krijg over de opdracht, de vragen en de uitvoerende partij. Ik ben er nog niet gerust op dat het onderzoek een objectieve nulmeting bevat. Volgens mij kunnen we alleen zinvol praten over organisatiecultuur, prestaties en informatievoorziening als we weten wat de huidige nulmeting is. Dat betekent dat de huidige situatie goed in kaart moet worden gebracht. Ik ga ervan uit dat dit onderdeel is van het onderzoek. Graag een bevestiging van de minister hieromtrent.

Het is heel raar dat wij niet mogen spreken over de verantwoordelijkheid die mensen hebben of niet hebben genomen als dingen niet in de haak zijn. Dat wilde ik kwijt.

Over de vorderingen hebben we geen echt antwoord gehad. Er is blijkbaar een interne audit afgerond en een plan van aanpak opgesteld. Ik wil graag van de minister de toezegging dat die documenten zo snel mogelijk naar de Kamer komen.

De minister heeft mijn vraag over de Verklaringen van geschiktheid niet beantwoord. Ik zei dat bij de Eigen verklaring wordt gevraagd of je vroeger klachten hebt gehad. Ook al geef je in de Eigen verklaring aan dat je genezen bent verklaard, dan nog moet je de hele molen door. Blijkbaar worden tal van zaken aangekaart om maar te twijfelen aan de rijgeschiktheid. Dat levert mensen problemen op en een soms jarenlange strijd. Mijn vraag aan de minister was of hij heel kritisch wil kijken naar die Verklaring van geschiktheid en de gevolgen daarvan voor mensen. Ook vraag ik of hij, indien daar aanleiding voor is, met wijzigingen hierin naar de Kamer komt. Er zit ontzettend veel onbegrip bij mensen die genezen zijn en toch op iets uit het verleden afgerekend worden. Graag daar een toezegging over.

Het verhaal over de tarieven is voor mij zeer onbevredigend. Ik vind het van de zotte dat de prijzen zo fors zijn gestegen. Over het feit dat de tussentijdse toetsen niet onder het regime van de tarieven van de minister vallen ga ik een motie indienen.

Waarom is de begroting van 2010 een intern stuk? Als ik morgen een WOB-verzoek doe krijg ik de informatie. Ik vraag de minister de begroting per omgaande naar de Kamer sturen. Ik wil graag weten wat daarin staat, zeker nu we er zo vaak over moeten praten. Het is een zelfstandig overheidsorgaan en de minister is er verantwoordelijk voor. Ik wil weten wat er voor 2010 op de rol staat.

Over de pensioenen gaan we het nog hebben.

De minister is niet ingegaan op het rapport dat de Kamer gisteren heeft gekregen. Ik heb begrepen dat het ook naar het ministerie is verstuurd. Zo niet, dan is dat makkelijk te regelen. Het rapport van de rijscholen in Twente bevat een heel kritische notitie over de evaluatie van fase één van het reserveringssysteem. Zij geven aan dat de eigen cijfers van het CBR in het jaarverslag en bij de evaluatie en bij het opvragen allemaal verschillend zijn. Voordat ik conclusies ga trekken, wil ik graag dat de minister het rapport opvraagt en inhoudelijk reageert.

Het moge duidelijk zijn dat ik over een aantal punten een VAO zal aanvragen. Uiteraard wacht ik de twee brieven eerst af. Ik ga ervan uit dat beide stukken tijdig komen zodat ik ze mee kan nemen.

De voorzitter: Daar waar het gaat om de toezegging van de minister over het onderzoek kan ik me voorstellen dat de brieven binnenkomen via een procedurevergadering. Als er behoefte bestaat aan het toevoegen van aanvullende vragen, bespreken we dat in commissieverband via een aparte procedurevergadering. Ik geef dit voorstel graag in overweging.

Mevrouw Roefs (PvdA): Voorzitter. De minister is erg positief over het doorgaan van de reorganisatie. Dat ben ik ook, maar ik kijk er wel anders tegenaan. Volgens mij heeft de directie veel water bij de wijn gedaan om te voorkomen dat de ondernemingsraad opnieuw naar de Ondernemingskamer zou gaan. Dan had het nog langer geduurd. Kunnen we nu wel gaan reorganiseren? Ik vind het goed dat het onderzoek naar de cultuur er komt, want we hebben ook nog het pensioenprobleem dat moet worden opgelost. Ik heb daar een hard hoofd in. De minister zei dat hij het advies van de Gezondheidsraad verwacht in maart of april. Ik meen me te herinneren dat hij eerder heeft gezegd dat hij het in februari verwachtte, maar ik kon het niet terugvinden. Ik ben bang dat het opschuift en dat het straks fout gaat bij de implementatie in augustus.

Ik ben erg geschrokken van de opmerkingen over het doorgeleiden van de signalen van de politie. We waren allemaal in rep en roer toen het ging over de punten die niet doorgegeven en bijgehouden werden. Wat heeft een puntenrijbewijs dan immers voor zin? Daar lijkt een oplossing voor te komen, maar ik vind het ongelooflijk dat het op andere gebieden precies zo gaat. Wij hebben hier destijds expliciet naar gevraagd. Ik wil hierover het naadje van de kous weten, dus ik verzoek de minister om een uitgebreide toelichting. Het ligt voor de hand dat dit schriftelijk zal zijn, in samenspraak met de ministers van Justitie en BZK.

De heer Aptroot (VVD): Voorzitter. Mevrouw Roefs vroeg zich af of het advies van de Gezondheidsraad niet eerder zou komen. Dat is inderdaad zo, want in de brief van 15 januari wordt gezegd dat het in februari klaar zal zijn. Nu is het maart of april. Als de oorzaak bij de Gezondheidsraad ligt ga ik de minister er niet kwaad op aankijken.

Ik ben het met collega Roemer eens dat het goed is als wij meekijken naar de onderzoeksopdrachten en wie het onderzoek gaat doen. De minister is daartoe bereid.

Als ik het resultaat over 2009 bedrijfseconomisch bekijk, staat er een positief resultaat van 6 mln. Dan moeten pensioenlasten afgeboekt worden en de eenmalige vrijval voor de voorziening voor de reorganisatie. We komen dan 15 mln. tekort. Deze tent loopt leeg, zou normaal gesproken langzamerhand geen bankkrediet meer kunnen krijgen en failliet gaan.

De minister vindt de pensioenlasten een punt van aandacht. Wij vinden dat het niet zo kan zijn dat het CBR een belachelijk luxe pensioenssysteem heeft. Alle mensen met een rijbewijs moeten dat betalen. Wij willen de toezegging dat het linksom of rechtsom naar het niveau gaat dat ook ambtenaren en mensen op ministeries via het ABP hebben.

Ik blijf namens de VVD kritisch over de reorganisatie. Ik heb het gevoel dat om verdere procedures te voorkomen is toegegeven aan de ondernemingsraad. Ik ben er niet gerust op en ga het zeer kritisch volgen.

De minister heeft de procedure rond de rijbevoegdheid na een medisch probleem uitgelegd. Met de procedure ben ik het eens, maar mensen klagen dat het soms anderhalf tot twee maanden duurt als het allemaal bij het CBR is ingeleverd. Dat vind ik gek.

Goed dat het salarisniveau van de nieuwe topman binnen de algemene norm blijft. Ik wil niet zeggen dat er nooit een uitzondering kan zijn. Voor een interimmer is het anders, die huur je per dag of week in en die kun je op elk moment weer kwijt. Daar zitten extra kosten aan vast. Voor een vastbenoemd iemand blijft het straks in ieder geval binnen het normale overheidsniveau. Het CBR is geen extreem moeilijke organisatie waarvan het nog zwaarder is om topman of -vrouw te zijn dan het ambt van de minister-president. Integendeel.

De heer De Rouwe (CDA): Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn beantwoording in eerste termijn. Ik heb een aantal kritische vragen gesteld bij het onderzoek dat hij heeft aangekondigd. Mijn voordeel is dat ik geen uitvoerder ben, dus ik wacht de ontwikkelingen af. Ik heb er vertrouwen in, omdat ik weet hoe vorig jaar de aanpak rond de wachttijden was. Daarin heeft de minister goed ingegrepen.

Het is ook goed dat de minister de touwtjes aanhaalt als het gaat om de bezoldiging van de directie. De minister loopt vooruit op de kabinetsnota die over dit onderwerp gaat komen. Dat is prima.

Onverkwikkelijk blijft de pensioenregeling. De heer Aptroot maakte hier ook opmerkingen over. Ik vind het vreemd dat de minister geen middelen heeft om in te grijpen, ook nu uit een benchmark blijkt dat de pensioenregeling eigenlijk goudomrand is. Volgens mij moeten we constateren dat dit een zaak is tussen werkgever en werknemers en kunnen we de minister er niet op afrekenen. Anders had ik dat zeker gedaan. We kunnen wel een beroep op werkgever en werknemers doen om hier oog voor te hebben. Ook zij zien dat dit een organisatie is die betaald wordt door mensen die examens moeten doen. Ook zij zien dat daarmee de druk op de organisatie toeneemt. Ik kan niet anders doen dan de ondernemingsraad oproepen om de veranderingen door te voeren die al op de rol staan, maar die nog niet loskomen. Daarmee wordt de organisatie ook belast. Dat mag wel eens worden gezegd. Ik kan niet meer doen dan een oproep, maar ik wil dat wel gedaan hebben.

De minister komt over twee weken terug op de Europese richtlijn die vorig jaar is aangenomen. Ik begrijp dat, maar ik wil hem wijzen op zijn brief van 15 januari waarin staat dat hij verwacht in februari te kunnen implementeren. Ik heb vandaag niet gehoord dat daar verandering in komt. Ik verwacht dus dat het gaat gebeuren en wil dat de minister datgene wat hij schrijft ook daadwerkelijk uitvoert.

Minister Eurlings: Voorzitter. Ik stuur de Kamer zo snel mogelijk de onderzoeksvragen toe. Ik zal daarbij bevestigen dat het een onafhankelijk onderzoek is. Wie dat onderzoek gaat uitvoeren is wellicht niet meteen duidelijk. Het kan zijn dat dit zich op basis van een aanbesteding wat later in de tijd wijst. Het belangrijkste punt zijn de onderzoeksvragen. Welke vragen zijn relevant als je het hebt over de cultuurverandering en het funderen van de verbetering daarvan?

Ik wil de heer Roemer toezeggen dat ik als ik het plan van aanpak Vorderingen naar de Kamer stuur, daarbij ook het stroomlijnen van de Regeling Maatregelen Rijvaardigheid en Geschiktheid onder de loep neem. Mensen hebben dan minder het gevoel dat ze van het kastje naar de muur worden gestuurd. Ik kijk daarnaar.

Over de rijscholen in Twente heb ik gesproken. In de evaluatie van de eerste fase is één klein foutje geslopen, maar dat is hersteld. Voor de rest is mijn beeld dat de evaluatie van de eerste en tweede fase een goede was. Ik zeg de Kamer toe dat ik nader op het onderzoek zal ingaan. Ik kom terug op punten die er eventueel uit naar voren komen. Ik heb gezegd dat ik in elk geval bij de evaluatie rond de derde fase nog nadrukkelijker wil borgen dat deze evaluatie van onbetwistbare kwaliteit is. We zullen kijken wat we nader kunnen doen om die garanties te vergroten.

Ik heb begrepen hoezeer mevrouw Roefs hecht aan het doorgaan van de reorganisatie. Ik ben dat met haar eens. Ik heb mijn enthousiaste eerdere uitspraken gebaseerd op een bericht van de ondernemingsraad van 26 januari. Het is toch prachtig als we enthousiast kunnen worden over de samenwerking. Daarin geven directie en ondernemingsraad te kennen dat de raad inderdaad afziet van het instellen van beroep bij de Ondernemingskamer. Dat is misschien een iets zuiniger omschrijving dan «instemmen met», maar de Kamer staat mij vast toe af en toe de wens de vader van de gedachte te laten zijn. Ik wil wel aangeven dat hiermee de reorganisatie door kan gaan. Dat is goed nieuws. We moeten ook genieten van de stappen die we in dit dossier kunnen zetten.

De cultuur wordt nader bekeken, evenals de pensioenen. Werkgever en werknemers kunnen de situatie niet laten voortbestaan dat de pensioenlasten ten opzichte van de loonkosten 50% hoger liggen dan bij vergelijkbare organisaties. Dat creëert verkeerde beelden en maakt de organisatie kwetsbaar. Ik steun wat dat betreft de door de directie ingezette lijn. Dit soort kosten wordt anders onderwerp van een publieke discussie, een maatschappelijk debat. Het is een sterker beeld als je als organisatie zelf, wellicht via een aantal stappen, een manier vindt om dat verschil in kosten te verminderen en naar de standaard toe te werken. Ik vind het goed als werkgever en werknemers het er samen over gaan hebben. Het ligt bij hen. De Kamer mag van mij wel verwachten dat ik nadrukkelijk uitspreek wat ik hiervan vind en welke richting ik de goede vind. Mijn instrument is het niet goedkeuren van tarieven en prijzen. Dat vind ik wel een paardenmiddel. Ik leg de bal eerst bij werkgever en werknemers om tot een goede lijn te komen en ik ondersteun de beweging die vanuit de directie is ingezet.

De heer Aptroot (VVD): Wij willen hetzelfde, daar zijn we het over eens. Het CBR heeft van overheidswege een monopolie gekregen. Het is op afstand gezet en het is een stichting. Dit maakt mij niet uit. Ik vind dat wij het standpunt moeten uitdragen dat dit overdreven luxe pensioensysteem ten koste gaat van de gewone automobilist en motorrijder. Dat houden we niet vol, dat moet er vanaf. Als het CBR het zelf niet regelt moeten we een fatsoenlijk pensioen afdwingen. Dan grijpen we in in de tarieven of bouwen we de organisatie af en bouwen we een nieuwe club op die wel fatsoenlijke kosten heeft.

Minister Eurlings: Het signaal dat de Kamer geeft is klip-en-klaar. Er wordt door velen met belangstelling geluisterd naar dit debat. Een meerderheid van de Kamer zegt dat het zo niet kan en anders moet. Ik heb geprobeerd zelf heel helder te zijn in hoe ik vind dat het zou moeten. Zulke hoge kosten voor pensioenen zijn niet verkoopbaar. Ik vind wel dat we eerst werkgever en werknemers de kans moeten geven om het te regelen. We hebben de Kamer goed gehoord. Mocht het overleg nergens toe leiden, dan kijken we hoe we het anderszins kunnen regelen en wat ons te doen staat.

De adviezen van de Gezondheidsraad moeten we afwachten. Ik kan geen ijzer met handen breken. Het is complexe materie. Ik hoop dat er meer ruimte komt, dat er meer mensen goed geholpen kunnen worden, dat er meer mensen op de weg kunnen blijven. Ik had eerder gemeld dat het advies in februari gereed zou zijn. Enkele dagen geleden heeft de Gezondheidsraad aangegeven dat het maart of april zou worden, dit vanwege de noodzaak tot nader overleg met de Beraadsgroep Geneeskunde.

Binnenlandse Zaken en Justitie hebben de problemen bij de doormeldingen erkend en herkend. Ik zal namens de Kamer nadrukkelijk de noodzaak aangeven om hier snel met oplossingen te komen. Ik ben het volstrekt met de Kamer eens. Gedragscursussen worden opgelegd, maar het moet standaard zijn dat het wordt doorgegeven. Het moet in het systeem van mensen komen. Een interessante oplossingsrichting is via een simpele handeling in een ICT-systeem direct te kunnen doorklikken. Het wordt dan een automatische daad. Dit instrument is van belang en moet maximaal functioneren. Zoals het nu gaat, kan niet meer. Dat signaal is wederzijds helder. Met Binnenlandse Zaken en Justitie zal ik kijken hoe we de Kamer nader kunnen berichten over de vervolgstappen. Het is duidelijk dat dit niet heel lang moet duren. BZK en Justitie hebben het voortouw, het is hun organisatie. Ik moet even kijken hoe rap zij van hun eerste lijn en oplossingsbeeld tot echte concrete reacties komen.

De heer De Rouwe (CDA): Als we dit punt toch nog bespreken wil ik de minister vragen om zijn toezegging gestalte te geven en de gedragscursussen sneller op te leggen dan nu het geval is. Nu zitten er vaak vier tot zes maanden tussen. Volgens mij is de minister met mij van mening dat een gedragscursus nog dezelfde maand moet worden opgelegd.

Mijn tweede punt is dat niet ICT het probleem is, maar dat de agenten op straat bij aanhouding vaak vergeten door te geven dat iemand in aanmerking zou moeten komen voor een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG). Laten we wel de juiste focus leggen, anders vragen we de verkeerde dingen en lossen we het probleem alsnog niet op.

Minister Eurlings: Ik ben het met beide opmerkingen eens. Ik zeg de Kamer toe dat dit in de brief die ik met BZK en Justitie stuur wordt opgelost. Wij zullen ook de uitdaging oppakken om het sneller opgelegd te krijgen. Hoe sneller, hoe beter en groter het lerend effect van zo’n maatregel is. Dat aspect neem ik in mee.

De heer Roemer (SP): Wat betreft het opleggen en onderzoeken van dat soort vorderingen hebben we ook afspraken over termijnen. Dan lijkt het me dat de minister zeker na wat er de afgelopen jaren gebeurd is op dit terrein, overschrijding van die termijn vanaf vandaag onacceptabel vindt. De minister heeft deze terminologie zelf ook al eens gebruikt in dit dossier. Ik neem aan dat de minister dat nog steeds vindt. Als er nog steeds vorderingen de termijnen overschrijden, is dat een probleem. Ik neem aan dat de minister zijn toezegging dat hij dit onacceptabel vindt hard gaat maken.

Minister Eurlings: Termijnen zijn er in principe om gehouden te worden. We hebben eerder de examentermijnen besproken. Er kwam een compliment van de commissie dat we de termijnen beter in de greep hebben. Hier is de regel dat men zich moet houden aan termijnen. Er is door de heer De Rouwe nog een ander punt aan de orde gesteld. Zoals ik het begrepen heb is dat de vraag of we het niet nog eerder moeten doen. Ik moet zeggen dat de regeling op bepaalde manieren vrij klantvriendelijk is ingericht. Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat het tijdstip van de EMG niet uitkomt of dat de betalingstermijn anders moet. Dat creëert een redelijke rek in de termijn. Als er een probleem is waardoor termijnen niet worden gehouden, moeten we ingrijpen en zorgen dat ze in de toekomst wel worden nageleefd. De vraag is of de termijnen niet erg ruim zijn. Zou je niet als regel veel sneller lik op stuk willen? Is dat operationeel mogelijk? De organisatie moet het wel kunnen uitvoeren. Als het mogelijk is, is het het bekijken waard. Hoe sneller na het delict men de maatregel opgelegd krijgt, hoe groter de kans dat er een structurele gedragsverandering optreedt. Dat hebben we eerder besproken. Ik ben bereid te kijken wat mogelijk is. Ik neem het mee in de analyse over het vergroten van het aantal doormeldingen en hoe doormelding vanuit politie de regel wordt.

Ik heb aangegeven wat gebruikelijk is rond de begroting. Het is een intern sturingsinstrument. Het kan zijn dat er bedrijfsgevoelige informatie in zit. Ik zal dit nagaan. Als er geen bezwaren zijn, stuur ik de begroting door naar de Kamer. Het is echter een nieuw verzoek. De begroting functioneerde heel lang als intern sturingsinstrument.

In het vorige algemeen overleg hebben we gesproken over de cijfers. Ik heb gezegd dat er een foutje was geslopen in de evaluatie van de eerste fase. Ik kom nader terug op het rapport van de Twentse rijschoolhouders.

De mening van de commissie over de pensioengelden is niet mis te verstaan. Dat geldt ook voor de reorganisatie, het stroomlijnen van regelingen en het salarisniveau.

Wat de werkgever en werknemers betreft nogmaals de omroep zich als organisatie sterk op te stellen en het zelf te regelen. Laat zien dat je dit soort moeilijke discussies aankunt. Voorkom dat het de publieke en politieke discussie van buiten is die een pensionering probeert af te dwingen via andere mogelijkheden.

In mijn reactie op de vragen over de Europese richtlijn heb ik gezegd dat een aantal zaken heel snel geïmplementeerd zal worden. Andere zaken lopen wat langer. Ik noemde het advies van Actal al. Ik wil kijken of we mensen nu al die ruimte kunnen geven. Ik kom daarop terug.

De heer Roemer (SP): Ik ben blij met de toezegging van de minister over het toesturen van het plan van aanpak Vorderingen. Ik heb ook gevraagd of het rapport van de interne audit aan de Kamer kan worden verstrekt. Daarnaast heb ik uitdrukkelijk gevraagd of de minister kritisch wil kijken naar de Eigen verklaring. Bij de aanvraag van deze verklaring moet er zo veel worden ingevuld, dat het bijna niet meer van deze tijd is. Mijn verzoek was of de minister wil kijken of er aanleiding is tot verandering. Ik heb ook gevraagd of bij het onderzoek de nulmeting wordt meegenomen.

Minister Eurlings: Dat laatste is sowieso het geval. We moeten weten waar we staan om te kijken wat er gedaan moet worden om in een betere cultuursituatie te komen. We kijken naar de Eigen verklaring en de mogelijkheden tot aanpassing. Op de vraag naar de interne audit moet ik me beraden. We moeten oppassen dat we niet hier de discussies gaan voeren die in de organisatie zelf horen, die mensen zelf moeten voeren. Ook dat is een cultuurelement: dat mensen zelf de zaken regelen en daar in onderling goede verstandhouding uitkomen. Ik zal het bezien, maar ik heb er de nodige aarzelingen bij. Ik zal voor de Kamer mijn mening hierover op papier zetten, analoog aan hetgeen ik hierover ten aanzien van de begroting heb gezegd.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Vendrik (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Snijder-Hazelhoff (VVD), Mastwijk (CDA), Jager (CDA), voorzitter, Koopmans (CDA), Gerkens (SP), Van der Ham (D66), Aptroot (VVD), Samsom (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Roefs (PvdA), Jansen (SP), Cramer (ChristenUnie), Van Heugten (CDA), Roemer (SP), Koppejan (CDA), Ten Broeke (VVD), ondervoorzitter, Ouwehand (PvdD), Polderman (SP), Tang (PvdA), De Rouwe (CDA), Linhard (PvdA), Meeuwis (VVD) en De Mos (PVV).

Plv. leden: Van Gent (GroenLinks), Van der Vlies (SGP), Bilder (CDA), Pieper (CDA), Atsma (CDA), Van Bommel (SP), Koşer Kaya (D66), De Krom (VVD), Vermeij (PvdA), Jacobi (PvdA), Besselink (PvdA), Anker (ChristenUnie), Van Hijum (CDA), Van Leeuwen (SP), Knops (CDA), Verdonk (Verdonk), Thieme (PvdD), Lempens (SP), Waalkens (PvdA), Haverkamp (CDA), Depla (PvdA), Neppérus (VVD) en Agema (PVV).

Naar boven