Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201029398 nr. 197

29 398
Maatregelen verkeersveiligheid

nr. 197
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 december 2009

Zoals toegezegd tijdens het Algemeen Overleg over regeldruk van 18 maart 2009 (kamerstuk 29 515, nr. 285), bied ik u hierbij de eerste rapportage aan van de Ambassadeur Stedelijke Distributie over zijn activiteiten in 2009 en komend jaar. Deze treft u aan in de bijlage.1

De Ambassadeur werkt nu aan een nationale aanpak waarbij het onder andere over regelgeving zal gaan.

Dankzij de vele inspanningen op dit gebied gedurende de afgelopen jaren, beginnen zich nu oplossingen af te tekenen die uit de proeffase komen en concrete resultaten gaan opleveren. In deze brief informeer ik u tevens kort over deze inhoudelijke voortgang bij efficiëntere stedelijke distributie. Deze ontwikkelingen kwamen ook op 3 december tot uiting tijdens de door de Ambassadeur Stedelijke Distributie georganiseerde manifestatie rond de uitreiking van de Award Stedelijke Distributie waar koplopers op dit gebied voor zijn genomineerd.

Zoals toegezegd tijdens het Algemeen Overleg Transportraad van 4 oktober 2007 (kamerstuk 29 398/31 200 XII, nr. 72), informeer ik u regelmatig over de ontwikkelingen gedurende de Ervaringsfase van Langere en Zwaardere Voertuigen (LZV’s). Deze voortgang wordt ook met de decentrale overheden besproken in het Nationaal Mobiliteitsberaad.

Bij de inzet van LZV’s zie ik vooral positieve ontwikkelingen, zowel wat betreft de praktische inzet in het dagelijkse verkeer, als de mogelijkheden die het bedrijfsleven ziet om het goederenvervoer over de weg hiermee efficiënter uit te voeren, dus met minder kosten en minder uitstoot van CO2. Het aantal LZV’s is het laatste jaar verdubbeld en ook het netwerk van routes en bestemmingen wordt steeds omvangrijker. Via regelmatige monitoring en evaluaties worden vooral zaken als verkeersveiligheid en mogelijke negatieve modal shift ontwikkelingen gevolgd. De uitkomsten daarvan bevestigen dat de wijze waarop de proef is vormgegeven, voldoet in de praktijk en dat het bedrijfsleven volop kansen heeft om de mogelijkheden van LZV’s te benutten.

In bijlage 2 treft u een meer uitgebreide beschrijving aan.1

Ontwikkelingen in stedelijke distributie

De complexe situatie met veel verschillende verantwoordelijkheden en belangen van overheden en bedrijfsleven maakt dit voor mij als Minister geen eenvoudig onderwerp. Toch wil ik hier, samen met de Ambassadeur Stedelijke Distributie, graag verdere stappen in zetten ondanks de lange doorlooptijd die de noodzakelijke gedragsverandering in deze problematiek met zich meebrengt. Enerzijds door met de mede overheden en het bedrijfsleven belemmeringen vanuit regels tegen het licht te houden en anderzijds door te blijven werken aan concrete oplossingsrichtingen in de goederenafhandeling. Dat laatste wil ik wat breder trekken. Het in de afgelopen jaren gevoerde beleid voor goederenvervoer over de weg, en dan in dit geval het voorzien in de distributie van de noodzakelijke consumptiegoederen en toelevering van goederen voor verdere productie en bewerking in Nederland, begint nu concrete vruchten af te werpen. Deze nationale goederenstromen op relatief korte afstanden worden vrijwel geheel met de vrachtauto afgehandeld. Daarvoor werken we langs verschillende sporen. Door grote investeringen in de verbetering van de infrastructuur, het werken aan een betere benutting hiervan en tenslotte het stimuleren van steeds efficiëntere, schonere en veiligere inzet van vrachtauto’s. Door de overheid gestimuleerde experimenten op dit laatste terrein groeien nu uit tot kansrijke ontwikkelingen die maatschappelijke en bedrijfseconomische winst opleveren. Graag schets ik hieronder een overzicht van enkele activiteiten en ontwikkelingen die (mede) vanuit mijn departement mogelijk zijn gemaakt en waar nodig nog verder ondersteund worden. Al deze ontwikkelingen zijn in samenspel met het bedrijfsleven tot stand gekomen.

1. Binnen de netwerk- en kennisorganisatie Connekt, met financiering vanuit V&W, is het Programma Duurzame Logistiek opgericht. Voor stedelijke distributie wordt daarbinnen nu een specifiek plan van aanpak opgesteld waarmee kansrijke ideeën en initiatieven en juist ook bewezen concepten zoals hierna worden beschreven, kunnen worden gestimuleerd. Dit is een aanvulling op de meer neutrale en op bestuur gerichte rol van de Ambassadeur Stedelijke Distributie die vooral procesaanjager en bemiddelaar is. Uiteraard stemmen de projectleider Stedelijke Distributie en de Ambassadeur hun activiteiten onderling af.

2. Stimulering dagranddistributie met stille PIEK voertuigen via Senter Novem. EVO en het Centraal Bureau voor Levensmiddelenhandel (CBL) hebben sinds 1 januari 2009 de trekkersrol overgenomen van Senter Novem. Op verzoek van deze partijen is vanuit V&W de betrokkenheid van de projectleider van Senter Novem nog een jaar verlengd. Inmiddels wordt dit concept in tientallen gemeenten toegepast, vooral voor de bevoorrading van supermarkten en grootwinkelbedrijven. Ook voor de verkeersveiligheid, het terugdringen van congestie en uitstoot biedt het vóór en na de spits bevoorraden interessante voordelen. Dit concept werkt optimaal voor bedrijven met grote hoeveelheden goederen die met relatief weinig voertuigen worden gebracht. Juist hierbij betrokken transporteurs lopen voorop bij toepassing van de nieuwste schone technologie, zoals aard- en biogastrucks die behalve schoner ook nog eens stiller zijn.

3. LZV’s worden in bijlage 2 van deze brief uitgebreid beschreven. Zij leveren voordelen voor kostenbesparing en uitstoot, die nog versterkt kunnen worden door de mogelijke combinatie met de stille PIEK voertuigen uit onderdeel 2. Ik wil nog benadrukken dat hierbij geen sprake is van LZV’s die massaal woon- en winkelstraten in rijden. Door innovatieve wijze van af en aankoppelen buiten de stadskernen kan men als «gewone» vrachtauto naar de winkels.

4. Stadsdistributiesystemen ontvangen goederen voor de winkels, horeca en in enkele gevallen ook particuliere (internet)bestellers aan de rand van de stad of het centrum. Vervolgens worden de goederen optimaal gebundeld voor aflevering in de winkelstraten. Hoewel deze oplossing in het verleden vaak is geprobeerd, is stadsdistributie nu bezig aan een nieuwe opmars. In steden als Nijmegen en Arnhem is vanwege een dergelijke aanpak de instelling van een milieuzone al geschrapt. In een zeer recent TNO onderzoek naar de effecten van Binnenstadservice.nl, één van de pioniers op dit gebied, is voor twee daarbij aangesloten nationale vervoerders berekend dat bij toepassing in meerdere steden tussen 15 en 25% aan voertuigkilometers, tijd en uitstoot kan worden bespaard. Deze transporteurs hoeven immers het moeilijkste traject niet meer te rijden en men kan, zonder last van venstertijden of voertuigeisen en dus ook buiten de spits, de goederen bij het distributiepunt aanleveren. Dit middel werkt optimaal voor relatief beperkte goederenstromen die met relatief veel voertuigen worden gebracht. Ongetwijfeld zal dat ook een mooi effect hebben op de uitstraling van dat stadscentrum en de beleving door bezoekers, inwoners en winkeliers. Naast Binnenstadservice zijn er inmiddels nog meer particuliere initiatieven voor stadsdistributie ontstaan.

Op initiatief van de Ambassadeur Stedelijke Distributie werd op 3 december in Den Haag de Award Stedelijke Distributie uitgereikt aan het samenwerkingsverband van de gemeente Utrecht en enkele lokale bedrijven. Dit is vooral een teken van waardering voor de jarenlange, consistente aandacht die deze gemeente voor Stedelijke Distributie heeft en enkele specifieke projecten zoals de succesvolle horecabevoorrading per boot en het nog prille project van de Cargohopper.

In totaal zijn er 17 initiatieven aangemeld en is er veel publiciteit mee gegenereerd. Via dergelijke initiatieven kunnen de koplopers uit het bedrijfsleven en de gemeenten laten zien wat er allemaal mogelijk is en vormen zij een inspiratiebron voor de rest van de Nederlandse gemeenten en het bedrijfsleven.

Ik vertrouw er op u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

De minister van verkeer en waterstaat,

C. M. P. S. Eurlings


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.