29 394
Voorziening om ter uitvoering van besluiten van instellingen van de Europese Unie regels te kunnen stellen ten aanzien van buitenlandse schepen (Wet buitenlandse schepen)

nr. 8
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 15 juni 2004

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 14, onderdeel E, onder 2, komt te luiden:

2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:

2. Het is verboden met een buitenlands schip als bedoeld in artikel 8b een haven te verlaten indien het schip niet voorzien is van een geldig certificaat of document als bedoeld in artikel 8b, eerste of tweede lid.

3. Het is verboden om met een schip of een buitenlands schip een haven te verlaten indien dat schip niet is voorzien van alle geldige certificaten of documenten die zijn vereist op grond van een bij ministeriële regeling aangewezen rechtstreeks in al zijn onderdelen verbindend besluit van een of meer van de instellingen van de Europese Unie alleen of gezamenlijk.

B

Artikel 14, onderdeel F, komt te luiden:

F

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «artikel 13, eerste lid,» vervangen door: artikel 13, eerste of derde lid,.

2. In het eerste lid worden, onder verlettering van onderdeel f tot onderdeel h, twee onderdelen toegevoegd, luidende:

f. indien het schip niet is voorzien van alle geldige certificaten of documenten die zijn vereist op grond van een bij ministeriële regeling aangewezen rechtstreeks in al zijn onderdelen verbindend besluit van een of meer van de instellingen van de Europese Unie alleen of gezamenlijk met betrekking tot de voorkoming van verontreiniging door schepen;

g. in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen en voorzover het een buitenlands schip betreft dat zich in een Nederlandse haven bevindt: wegens het niet voldoen aan krachtens de artikelen 7, vierde lid, 8b, eerste of tweede lid, onder a, of 10, derde lid, gestelde regels;.

3. In het tweede lid wordt «onderdelen d tot en met f» vervangen door: onderdelen d, e, f en h.

C

Artikel 15 komt te luiden:

Artikel 15

Artikel 1a van de Wet op de economische delicten wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 1°, wordt in de zinsnede met betrekking tot de Wet voorkoming verontreiniging door schepen «en 35a, derde lid,» vervangen door: 35a, derde lid, en 36a, eerste lid;.

2. Onder 2°, wordt in de zinsnede met betrekking tot de Wet voorkoming verontreiniging door schepen na «10, eerste lid, onder b en d,» ingevoegd: 10 vierde lid, jo. artikel 10, eerste lid, onder b en d,.

Toelichting

Onderdeel A strekt er toe om een nieuw derde lid toe te voegen aan artikel 13 van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen (verder: Wvvs); het in onderdeel A opgenomen tweede lid van dat artikel was reeds opgenomen in het onderhavige wetsvoorstel. Met het nieuwe derde lid wordt een omissie in het onderhavige wetsvoorstel hersteld. Het huidige artikel 13 Wvvs bevat het verbod om met een schip dat ingevolge die wet certificaatplichtig is, een haven te verlaten indien dat schip niet is voorzien van het vereiste geldige certificaat. In artikel 14, onderdeel E, van het wetsvoorstel is het overeenkomstige verbod voor buitenlandse schepen opgenomen. Ten onrechte was niet voorzien in het verbod een haven te verlaten indien een schip, ongeacht de vlag die het voert, niet is voorzien van een certificaat of document waarover het op grond van een verordening van een of meer van de instellingen van de Europese Unie moet beschikken. Dit wordt hersteld in de in onderdeel A aangebrachte wijziging.

De in de onderdelen B en C aangebrachte wijzigingen zijn van wetstechnische aard. Het wetsvoorstel buitenlandse schepen bevat een aantal wijzigingen van de Wvvs en, in relatie daarmee, van de Wet op de economische delicten. Bij de Tweede Kamer zijn nog twee andere wetsvoorstellen tot wijziging van genoemde wetten ingediend. Een van die wetsvoorstellen is het voorstel van wet, houdende wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen en de Wet op de economische delicten in verband met richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PbEG L 332) (Kamerstukken II 2003/04, 29 400). In die wetsvoorstellen worden deels dezelfde artikelen gewijzigd. Er is derhalve een voorziening voor deze samenloop van wijzigingen nodig ten einde zeker te stellen dat de beoogde wijzigingen ook daadwerkelijk tot stand komen. De onderdelen B en C strekken daartoe. Daarbij is er van uitgegaan dat laatstgenoemd wetsvoorstel eerder tot wet zal zijn verheven en eerder in werking zal treden dan het onderhavige wetsvoorstel.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

K. M. H. Peijs

Naar boven