Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201129389 nr. 30

29 389 Vergrijzing en het integrale ouderenbeleid

Nr. 30 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 maart 2011

Waar ouderen afhankelijk zijn van de zorg van anderen – of het nu om hun partner, een familielid, een vrijwilliger of een professional gaat – dienen zij zich veilig te voelen én moeten zij veilig zijn. Daarvan is nog veel te vaak geen sprake. De afgelopen jaren is het taboe om te spreken over ouderenmishandeling enigszins doorbroken. Daardoor is er meer zicht gekomen op de ernst van de problematiek. Daarom stelt het regeerakkoord dat ouderenmishandeling met volle kracht moet worden bestreden. Het risico van geweld moet zo vroeg mogelijk gesignaleerd worden, het geweld moet zo vroeg mogelijk stoppen, de positie van het slachtoffer moet worden versterkt en de pleger moet worden aangepakt, om herhaling te voorkomen.

Op grond van eerder onderzoek wordt geschat dat jaarlijks 200 000 ouderen slachtoffer worden van ouderenmishandeling1. Uit een beknopt inventariserend onderzoek naar ouderenmishandeling in verpleeghuizen uit 2007 komt naar voren dat 42,8 % van de verpleeghuisartsen in de voorgaande twee jaar in aanraking is gekomen met ouderenmishandeling2. Politiecijfers uit 2008 spreken over 1 085 incidenten van huiselijk geweld bij mensen van 66 jaar en ouder3.

We hebben hier waarschijnlijk te maken met het topje van de ijsberg. Het is nog steeds moeilijk om ouderenmishandeling te signaleren. Het is vaak een blinde vlek voor mensen. Zij kunnen het zich niet voorstellen dat het vóórkomt in hun eigen omgeving of instelling. Wanneer iemand (een familielid, vrijwilliger of professional) ouderenmishandeling wél signaleert, weet zij of hij vaak niet hoe te handelen. Daarvoor is een gezamenlijke aanpak van Rijk, gemeenten, professionals en vrijwilligers nodig. Daarom heb ik het Actieplan «Ouderen in veilige handen» opgesteld (bijlage4 bij deze brief). In deze brief licht ik, mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie, dit plan toe.

Actieplan «Ouderen in veilige handen»

In het Actieplan «Ouderen in veilige handen» heb ik tien concrete acties uitgewerkt om ouderenmishandeling te bestrijden. Met deze acties wil ik het geweld zo vroeg mogelijk stoppen. Ik zet in op preventie, signaleren, melden en verbetering van de ondersteuning van slachtoffers. Ook zet ik, samen met de Minister van Veiligheid en Justitie, in op een krachtige aanpak van de plegers. De looptijd van het plan is van 2011 tot en met 2014. Voor de uitvoering stel ik structureel € 10 miljoen per jaar ter beschikking.

Onder ouderenmishandeling versta ik: «het handelen of het nalaten van handelen van al degenen die in een terugkerende persoonlijke of professionele relatie met de oudere (iemand van 65 jaar of ouder) staan, waardoor de oudere persoon lichamelijke en/of psychische en/of materiële schade lijdt en waarbij van de kant van de oudere sprake is van een vorm van gedeeltelijke of volledige afhankelijkheid»5. Het gaat hier niet om mishandeling van ouderen door onbekenden, bijvoorbeeld op straat. Ook gaat het niet om (medische) fouten in de zorg. Daarvoor zijn andere trajecten.

Ouderenmishandeling kent verschillende vormen, te weten psychische mishandeling, lichamelijke mishandeling, financiële uitbuiting, verwaarlozing en seksueel misbruik. Ze komt in twee settings voor, waarbij het bijgevoegde actieplan beiden aangrijpt:

  • mishandeling en geweld binnen de professionele setting. De pleger is een professional, die werkzaam is in een intra- of extramurale instelling. Het kan hierbij ook gaan om een vrijwilliger. Het slachtoffer is van deze mensen afhankelijk in het dagelijks functioneren;

  • mishandeling en geweld in huiselijke kring. De pleger is bijvoorbeeld partner, kind, familielid of vriend van het slachtoffer. Ook kan het gaan om een medebewoner. In deze persoonlijke relatie is het slachtoffer afhankelijk van bijvoorbeeld de partner voor de dagelijkse verzorging. Dat mantelzorgers die overbelast worden, beter ondersteund moeten worden, spreekt voor zich. Ik kom daar op terug, in het bijzonder in mijn brief over mantelzorg en vrijwilligerswerk die ik rond de zomer naar de Tweede Kamer zal sturen.

Met dit Actieplan geef ik een krachtige impuls aan de aanpak van ouderenmishandeling. Ik bouw daarbij voort op de resultaten van de afgelopen jaren, maar constateer ook dat in de ketenaanpak van ouderenmishandeling – van preventie, signaleren en melden tot ondersteuning én hulp – nog lacunes zijn.

De keuze voor de voorgestelde acties is mede gebaseerd op de resultaten van het project «Stop Ouderenmishandeling», onderzoek6 en gesprekken met relevante organisaties zoals de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), ActiZ, het Landelijk Platform Bestrijding Ouderenmishandeling (waaronder ANBO), de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV), de Inspectie voor de Gezondheidszorg, GGD Rotterdam-Rijnmond, de steunpunten Huiselijk Geweld Kennemerland en Groningen, Vilans en Movisie. Op basis van deze gesprekken kan worden geconcludeerd dat mijn aanpak breed wordt gedragen.

Het Actieplan begint met het doorbreken van het taboe en het verbeteren van (algemene) preventie en vroegtijdige opsporing (de actiepunten 1 en 2). Ook richt het plan zich op het tegengaan van ouderenmishandeling door professionals en vrijwilligers (de actiepunten 3 en 4). Daarnaast zet het plan in op de ketenaanpak van ouderenmishandeling door het verbeteren van het melden van ouderenmishandeling (de actiepunten 5–7), het versterken van de hulp en ondersteuning van de slachtoffers (actiepunt 8), het verbeteren van de ondersteuning bij ontspoorde mantelzorg (actiepunt 9) én een strengere aanpak van de plegers (actiepunt 10). Dit jaar wordt gestart met de voorbereiding van de uitvoering en de ontwikkeling van diverse producten. Vanaf 2012 volgt de implementatie. Uiteraard zal ik uw Kamer op de hoogte houden van de voortgang.

Met dit plan hebben de aangekondigde maatregelen uit het regeerakkoord een solide plaats gekregen, te weten een verplichte verklaring omtrent gedrag voor betaald zorgpersoneel, een richtlijn ouderenmishandeling, een meldplicht voor ouderenmishandeling en voortzetting van het project «stop ouderenmishandeling».

Het plan richt zich op ouderen en hun omgeving, gemeenten (in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet publieke gezondheid), professionals (in het kader van de voorgenomen Wetten verplichte meldcode en cliëntenrecht zorg en de aangekondigde Beginselenwet zorginstellingen), vrijwilligers én lokale/regionale organisaties.

Door deze samenhangende aanpak in tien acties en een gezamenlijk inzet van alle betrokkenen ga ik er vanuit dat deze acties zullen slagen en dat we in een relatief korte tijd met beperkte middelen op een effectieve manier het taboe op ouderenmishandeling verder hebben doorbroken én dat er een adequate, snelle en goede ketenaanpak van ouderenmishandeling tot stand is gebracht.

Het Actieplan vormt onderdeel van de brede aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties7.

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

M. L. L. E. Veldhuijzen van Zanten-Hyllner


X Noot
1

Op basis van prevalentieonderzoek uit 1996 in combinatie met het huidig aantal ouderen.

X Noot
2

Drs. E. Bardelmeijer, Ouderenmishandeling in het verpleeghuis. Ervaringen, kennis en behoeften van verpleeghuisartsen. Resultaten van literatuuronderzoek en inventariserend empirisch onderzoek onder 484 verpleeghuisartsen, 2007.

X Noot
3

Bron: Huiselijk Geweld Gemeten, Cijfers 2008, Bureau Beke, Arnhem 2009.

X Noot
4

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

X Noot
5

Bron: Factsheet Ouderenmishandeling, Movisie, herziene uitgave, mei 2009.

X Noot
6

Waaronder het eerder genoemde onderzoek naar ouderenmishandeling in het verpleeghuis.

X Noot
7

Brief «Vertrouwen in de zorg: de beleidsdoelstellingen van de staatssecretaris van VWS», d.d. 17 januari 2011.