Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202129389 nr. 103

29 389 Vergrijzing en het integrale ouderenbeleid

Nr. 103 MOTIE VAN HET LID VAN WEYENBERG C.S.

Voorgesteld tijdens het Notaoverleg van 15 oktober 2020

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een grote groep inwoners van ons land die in de periode 1957 tot 1975 in Suriname hebben gewoond, een AOW-gat heeft;

overwegende dat deze mensen beperkt in staat zijn geweest om dit AOW-gat te dichten;

overwegende dat hier sprake is van een groep mensen die in de periode 1957 tot 1975 als ingezeten van Suriname rijksgenoten waren in het Koninkrijk;

overwegende dat de Minister van SZW in zijn brief van 19 augustus 2020 aangeeft dat het kabinet niet alleen geen juridische aanleiding ziet deze groep tegemoet te komen, maar daarbij ook aangeeft tevens geen juridische mogelijkheid te zien om gericht en uitsluitend voor deze groep een tegemoetkoming te geven voor hun onvolledige AOW-opbouw in de periode 1957–1975;

verzoekt de regering, een adviescommissie van wijzen in te stellen die nogmaals nagaat of er geen juridische grondslag kan worden gevonden die ruimte geeft om gericht en uitsluitend deze groep toenmalig rijksgenoten die leefde in Suriname in de periode 1957 tot 1975 en nu langere tijd woonachtig is in Nederland, tegemoet te komen voor hun onvolledige AOW-opbouw,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Weyenberg

Slootweg

Kuzu

Van Brenk

Gijs van Dijk

Smeulders

Bruins

Van Kent