Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 oktober 2015
Hierbij doe ik u de op 12 oktober jl. door mij ondertekende Startbeslissing voor het
project capaciteitsverruiming A15 Papendrecht – Sliedrecht toekomen1. In het BO-MIRT 2013 is gesteld dat de regio op dit deel van de A15, de N3 en het
omliggende onderliggend wegennet een bereikbaarheidsprobleem ervaart en dat de regio
een pakket aan maatregelen uitwerkt (inclusief effecten en kosten). Op basis hiervan
heb ik met de regio afspraken gemaakt over het realiseren van capaciteitsverruiming
op de A15 tussen Papendrecht en Sliedrecht. Met de Startbeslissing is de tracéwetprocedure
voor het project formeel begonnen.
Aanleiding
De A15 is zowel een belangrijke regionale verbinding voor de Zuidvleugel als een belangrijke
achterlandverbinding voor de Haven van Rotterdam. Het Rijk investeert in (uitbreiding
van) rijksinfrastructuur als er sprake is van een knelpunt op nationaal niveau. Aan
de hand van een onderzoek hiertoe, de nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NCMA)(Kamerstuk
31 305, nr. 196), komt naar voren of er sprake is van een nationaal verkeersknelpunt. Bij de A15
is hier tussen Papendrecht en Sliedrecht geen sprake van.
Niettemin leidt de congestie op de A15 tussen Papendrecht en Sliedrecht tot hoge economische
schade. Ook maakt de file deel uit van de file top 50. Voor de gemeenten aan de A15
leidt de dagelijkse congestie tot een verslechterde bereikbaarheid, wat indirect leidt
tot een minder aantrekkelijk economisch klimaat voor bedrijven en woonklimaat voor
bewoners. Daarnaast zorgt de congestie in toenemende mate voor (ongewenst) sluipverkeer
op het onderliggend wegennet van gemeenten langs de A15 (o.a. de N214) en voor verkeersknelpunten
op deze sluiproutes. Daarom is het Rijk met de provincie Zuid-Holland en de regio
Drechtsteden overeengekomen om maatregelen treffen. Van groot gewicht daarbij is geweest
dat de provincie Zuid-Holland en de regio Drechtsteden een financiële bijdrage leveren.
Maatregelen
Uit onderzoek is gebleken dat verruiming van de capaciteit op de noord- en zuidbaan
van de A15 tussen Papendrecht en Sliedrecht-West de doorstroming van het verkeer op
de A15 en het onderliggend wegennet verbetert en de economische verlieskosten reduceert.
De maatregelen betreffen de aanleg van een weefvak met vluchtstrook op de noordbaan
(tussen Sliedrecht-West en Papendrecht-N3) en het doortrekken van de huidige spitsstrook
op de zuidbaan (van Papendrecht-N3 – Sliedrecht-West naar Sliedrecht-Oost). Beide
maatregelen hebben een groot oplossend vermogen.
Financiën
Voor de aanleg van het project is een taakstellend budget beschikbaar van € 5,93 mln.
De meerkosten van het beheer en onderhoud tot en met 2028 bedragen € 2,22 mln. De
totale investering bedraagt € 8,2 mln. De provincie Zuid-Holland betaalt daarvan € 3,3
mln, de regio Drechtsteden € 0,8 mln en het Rijk € 4,1 mln. Voor wat betreft de financiële
risico’s in de planuitwerkingsfase is een zelfde verhouding afgesproken: 40% voor
de provincie Zuid-Holland, 10% voor de regio Drechtsteden en 50% voor het Rijk. Alle
hiervoor genoemde bedragen zijn inclusief BTW en prijspeil 2015.
Procedure
Voor het project wordt de zogenaamde verkorte tracéwetprocedure doorlopen. Het eerste
formele moment na de Startbeslissing is het nemen van het ontwerptracébesluit. Daarna
volgt het tracébesluit.
Planning
De streefplanning voor het project is als volgt:
|
Ontwerptracébesluit
|
eind 2016 – begin 2017
|
|
Tracébesluit
|
2017
|
|
Start aanleg
|
2018
|
|
Openstelling
|
2018 – 2020
|
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus