Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201429385 nr. 77

29 385 Aanleg en de aanpassing van hoofdinfrastructuur

Nr. 77 MOTIE VAN DE LEDEN DIK-FABER EN VAN VELDHOVEN

Voorgesteld 12 november 2013

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Code Maatschappelijke Participatie voor MIRT-projecten beoogt, een kansrijk maatschappelijk initiatief gelijke kansen te geven als overheidsinitiatieven;

overwegende dat een voorwaarde voor gelijke kansen is dat er een dialoog plaatsvindt met de initiatiefnemers van een burgerinitiatief over de inhoudelijke wensen van de initiatiefnemer en de inhoudelijke en politieke wensen van de bestuurder;

constaterende dat de definitieve beoordeling van de kansrijkheid van een burgerinitiatief plaatsvindt door de verantwoordelijke bestuurder;

overwegende dat onafhankelijke advisering over de kansrijkheid van burgerinitiatieven kan bijdragen aan het tot stand komen van deze dialoog en het vergroten van het draagvlak voor de besluitvorming zoals bepleit door de commissie-Elverding en door de Raad van State in zijn advies over de herziening van het omgevingsrecht;

verzoekt de regering, in de Code Maatschappelijke Participatie en de Omgevingswet op te nemen dat in de verkenningsfase voor MIRT-projecten de verantwoordelijk bestuurder zich laat adviseren door een onafhankelijke partij over de beoordeling van de kansrijkheid van oplossingen die voortkomen uit burgerinitiatieven, waarbij het bevoegd gezag slechts gemotiveerd van dit advies mag afwijken, en te onderzoeken of de commissie voor de milieueffectrapportage deze rol kan vervullen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Dik-Faber

Van Veldhoven