Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 december 2025
De Haringvlietbrug is een belangrijke verbinding in de A29 gelegen tussen Rotterdam,
Zeeland en Antwerpen. Dagelijks gebruiken ongeveer 63.000 voertuigen deze brug, waarmee
de verbinding tevens een essentiële schakel is voor de transportsector. In 2023 is,
vooruitlopend op de vervanging van de gehele Haringvlietbrug, vanwege de hoge urgentie
het beweegbare deel al vervangen. Het is noodzakelijk dat het vaste deel van de brug
voor 2032 wordt vernieuwd en de voorbereidingen ervan zijn reeds gestart1. Tot die tijd wordt de toestand van de brug periodiek geïnspecteerd. Recentelijk
is uit aanvullend onderzoek gebleken dat de staat van de brug zorgelijker is dan tot
nu toe bekend was. Met deze brief wordt u geïnformeerd over het probleem, de nu te
nemen maatregelen en eventueel aanvullend te nemen verkeersbeperkende maatregelen
bij verdere verslechtering van de toestand van de brug. Hiermee borgt Rijkswaterstaat
de veiligheid van de brug en de weggebruiker.
Het vaste deel van de Haringvlietbrug heeft technisch gezien het einde van de levensduur
bereikt. Het betreft hier zowel sterkte- als vermoeiingsproblemen door langdurige,
intensieve en zware belasting door vooral het vrachtverkeer. In 2023 en 2024 zijn
al diverse maatregelen genomen die de sterkteproblemen preventief hebben opgelost.
Het leek op dat moment voldoende om de resterende periode, tot de vernieuwing van
het vaste deel van de brug, de vermoeiingsproblemen te monitoren en de eventuele schades
op te lossen.
In de zomer van 2025 is echter gebleken dat het eerder geconstateerde vermoeiingsprobleem
ernstiger is dan tot dat moment werd gedacht. Deze vermoeiing zit in de lassen van
de ondersteuningsbalk onder de meest westelijke rijstrook, de rijstrook in zuidelijke
rijrichting. Bij deze lassen kunnen kleine scheurtjes plotseling doorscheuren. Indien
niet tijdig waargenomen en gerepareerd, kan dit leiden tot een breuk en ernstig verlies
van draagvermogen van de brug. Afhankelijk van de mate van het optreden van de scheurvorming
zal in dat geval mogelijk een rijstrook of zelfs de volledige brug afgesloten moeten
worden.
Op korte termijn moeten maatregelen worden getroffen om dit risico te beheersen. Onder
de meest westelijke rijstrook in zuidelijke richting, worden 1000 lasverbindingen
met de langsligger versterkt met een boutverbinding. Deze werkzaamheden worden vanaf
de onderkant van de brug uitgevoerd waardoor het verkeer hier geen hinder van ondervindt.
De extra boutverbindingen moeten voor de winter van 2026/2027 zijn aangebracht. De
voorbereiding van deze maatregel is inmiddels al in gang gezet. De kosten van deze
maatregelen en de extra inspecties worden vooralsnog ingeschat op ca. € 15 mln. en
worden gedekt uit het instandhoudingsbudget. Tot het moment dat de versterkingen zijn
afgerond, worden de inspecties geïntensiveerd tot één keer per twee weken. Dit is
aanvullend op het huidige al lopende inspectieprogramma.
Omdat het gedrag van dit lasmateriaal grillig is, blijft er ook bij deze hoge inspectiefrequentie
een restrisico. Wanneer uit inspectie blijkt dat aanvullende verkeersmaatregelen noodzakelijk
zijn, worden deze met spoed toegepast. Rijkswaterstaat brengt momenteel een aantal
maatregelen in kaart waarbij afsluiting van de meest westelijke rechterrijstrook in
zuidelijke rijrichting het meest opportuun lijkt. In het geval dat een aanvullende
maatregel noodzakelijk is, zal deze per direct worden toegepast en wordt u daarover
geïnformeerd. Deze maatregel zal van kracht blijven voor de duur van het uitvoeren
van het herstel.
Met deze maatregelen en monitoring is een veilig gebruik van de brug geborgd. Deze
maatregelen onderstrepen wel de noodzaak van vernieuwing van het vaste deel van de
Haringvlietbrug. Deze opgave past daarmee in het bredere beeld dat een groot deel
van de huidige infrastructuur uit de jaren 50 en 60 aan vervanging toe is. Hier bent
u op 8 december jl. middels de «Staat van de Infrastructuur»2 nader over geïnformeerd.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
R. Tieman