29 383 Regelgeving Ruimtelijke Ordening en Milieu

Nr. 362 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 juli 2021

Op 21 februari 2017 hebben bijna zestig bij de kust betrokken overheden en maatschappelijke organisaties het Kustpact ondertekend (Kamerstuk 29 383, nr. 278). Met het Kustpact streven partijen naar een balans tussen de ontwikkeling van de kust en het beschermen van haar kernkwaliteiten en collectieve waarden.

Op 25 juni 2020 heb ik u de derde voortgangsbrief over het Kustpact verstuurd (Kamerstuk 29 383, nr. 344). Ik heb daarin gerapporteerd over het secretariaat dat voor het Kustpact is ingesteld met vertegenwoordiging vanuit Rijk, provincies, gemeenten, natuurorganisaties en ondernemers. Daarnaast heb ik gerapporteerd over het plan van aanpak voor de monitoring van de recreatieve bebouwing en de kernkwaliteiten van de kust en het ontwikkelen van een uniforme dataverzameling. Ook heb ik aangegeven dat het Kustpact een breed bindend platform biedt waarbij de Kustpactpartners een netwerk vormen dat elkaar weet te vinden. Tot slot was de voorbereiding van een wijziging in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) onderdeel van de rapportage.

In deze vierde voortgangsbrief rapporteer ik u over hoe ik het afgelopen jaar verder met de partners van het Kustpact heb gewerkt aan de uitvoering van de Kustpactafspraken. De focus van die samenwerking blijft liggen op de recreatieve bebouwing in relatie tot de kansen en bedreigingen voor de kwaliteit van de kust.

Regelgeving

Op 1 december 2020 is de wijziging van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zoals in het Kustpact is afgesproken in werking getreden (Stb. 2020, nr. 204). Met deze wijziging zijn de ruimtelijke regels van het Rijk en de provincie voor recreatieve bebouwing aan de kust op elkaar afgestemd en worden de afspraken uit het Kustpact bestendigd.

De zonering voor recreatieve bebouwing uit het Kustpact is nu vastgelegd in het beleid en in de verordeningen van de provincies Zeeland, Zuid-Holland, Noord-Holland en Fryslân. Deze verordeningen geven de regels voor gemeentelijke bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. De afspraken uit het Kustpact zijn verder bestendigd door in het Barro de opdracht aan provincies te geven om, in het belang van de bescherming en instandhouding van de kernkwaliteiten en collectieve waarden van het kustfundament, regels voor recreatieve bebouwing op te nemen in de provinciale verordeningen. In dat kader zijn ook de kernkwaliteiten en collectieve waarden vastgelegd: vrij zicht en grootschaligheid, natuurlijke dynamiek van het kustsysteem, robuuste waterstaat, contrast tussen compacte bebouwingskernen en uitgestrekte onbebouwde gebieden, contrast tussen kustfundament en achterland, kusterfgoed in duingebied en achterland, specifieke kernmerken kustplaats in relatie tot achterland en specifieke gebruikskwaliteiten.

Het nationale belang van de waterveiligheid voor de kust blijft daarnaast via de watervergunning gegarandeerd. Het beleid voor verlening van de watervergunning wordt momenteel geactualiseerd. Dit traject is naar verwachting begin 2022 afgerond.

Nationale Omgevingsvisie

Vanwege het besef dat de kustzone een waardevol landschap is waar veel opgaven op af komen, heb ik het doel van het Kustpact opgenomen in de Nationale omgevingsvisie (NOVI) die in september 2020 is vastgesteld en met uw Kamer is besproken.

Overwintering strandpaviljoens

In het voorjaar van 2020 kwam het verzoek van Koninklijke Horeca Nederland (KHN) om de strandpaviljoens de mogelijkheid te bieden eenmalig te laten overwinteren, zodat kosten voor afbreken en opbouwen van de seizoensgebonden paviljoens konden worden voorkomen. Dit verzoek kwam voort uit de economische schade die de strandpaviljoens als gevolg van de corona maatregelen hebben opgelopen. Vanuit het Kustpact is positief op dit verzoek gereageerd en is het gesprek gefaciliteerd om samen met de kustgemeenten, provincies, Rijkswaterstaat, natuurorganisaties en waterschappen te komen tot een regeling met maatwerk per provincie en gemeente. In de winter 2020/2021 hebben uiteindelijk ongeveer 130 seizoensgebonden strandpaviljoens (75% van het totaal van de seizoensgebonden strandpaviljoens) hiervan gebruikt gemaakt.

Gezien de voortdurende coronacrisis en de daarbij behorende maatregelen, heeft KHN dit jaar opnieuw een brief verstuurd aan Rijkswaterstaat, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen met het verzoek om de mogelijkheid tot het overwinteren van seizoensgebonden strandpaviljoens nogmaals toe te staan. Het verzoek van KHN is besproken met de Kustpact partners. Daarbij is ook teruggekeken op de ervaringen van afgelopen overwinteringsperiode en is zorgvuldig afgestemd met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Het verzoek wordt momenteel verder afgewogen door de bevoegde gezagen op het strand. Het besluitvormingsproces binnen het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) en de betrokken Waterschappen loopt nog.

Monitoring

Het afgelopen jaar zijn grote stappen gezet om de Kustpactmonitor op te zetten. In de monitor wordt zowel gekeken naar de ontwikkeling van de recreatieve bebouwing als naar de kernkwaliteiten/collectieve waarden. In overleg met de provincies zijn kaarten per provincie gemaakt die aangeven over welk gebied de monitor gaat. De monitor bestaat uit drie datasets:

  • In samenwerking met het Kadaster is voor de ontwikkeling van de recreatieve bebouwing een uniforme dataverzameling gemaakt. Deze maakt het voor het eerst mogelijk data van verschillende gemeenten met elkaar te vergelijken. In deze dataset is ook de (tijdelijke) bebouwing op het strand meegenomen.

  • De monitoring van de kernkwaliteiten en collectieve waarden gaat via de eveneens recent ontwikkelde monitor Landschap.

  • Daarnaast was het een wens van de Kustpactpartners om ook het aspect «Beleving» expliciet een plaats te geven in de monitor. Daartoe is in samenwerking met ANWB een onderzoek uitgezet onder haar panelleden in april/mei 2021. De resultaten geven aan dat de Nederlandse kust over het algemeen heel goed beoordeeld wordt.

Het PBL zal de drie datasets verder duiden tegen de achtergrond van de afspraken uit het Kustpact. De Kustpactmonitor zal worden meegenomen in de NOVI monitor die om het jaar wordt uitgebracht. De eerstvolgende NOVI monitor verschijnt in de herfst van 2022. In de tussenliggende jaren zal de Kustpact monitor worden meegenomen in de tweejaarlijkse actualisatie van de landschapsmonitor. Het streven van het PBL is om in het najaar 2021 de landschapsmonitor uit te brengen en de resultaten van het Kustpact daarin mee te nemen

Interpretatie vertaling beleid Kustpact

Nu het Kustpact is vertaald in beleid blijkt dat er soms interpretatieverschillen bij partijen zijn in de beoordeling van initiatieven. Met de gezamenlijke Kustpactmonitor kunnen we met betreffende provincies, gemeenten en natuurorganisaties ook de resultaten en gevolgen van het beleid zien. De partijen hebben afgesproken om op basis van de resultaten van de monitoring blijvend aandacht te besteden aan de vertaling van de afspraken uit het Kustpact naar beleid en de praktijksituatie van vergunningverlening.

In de zomer van 2022 zal ik u opnieuw per brief informeren over de voortgang van het Kustpact.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

Naar boven